Een ernstige kindopname in de kinder- en jeugdpsychiatrie

| | , ,

Om klokslag 21.45 begin ik aan mijn nachtdienst zoals ik steeds doe wanneer ik moet werken. Ik ben een verpleegster op een afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie. Jij bent vandaag opgenomen, ondanks het feit dat je morgen pas zou komen. Je had  het echter wat te bont gemaakt thuis en geprobeerd om jezelf wat aan te doen. Het is begin januari 2019, een jaar dat nog maar een paar dagen jong is…

Ik ken je al, je bent hier al vaker geweest. Ook in andere ziekenhuizen en instellingen ben je geen onbekende meer, helaas. Stiekem denk ik zelfs dat we je onder de categorie chronische “draaideurpatiënte” mogen plaatsen, maar ik hoop echt dat ik ongelijk heb hierin. Ik kan het je ook niet kwalijk nemen uiteraard. Jaar en dag gebruikte meerdere mannelijke familieleden je om hun seksuele fantasieën op los te laten. Ongewild en ongewenst was je een loslopend wild voor hun en  je (veel te jonge) leeftijd deed er echt niets toe voor hun, integendeel…De belangrijkste persoon in je leven geloofde je niet en liet je in de kou staan. Haar eigen (on)geluk achterna strevend. Heeft ze het overigens ooit gevonden? Geen idee , want ik weet dat jij het contact met haar verbroken  hebt vanaf het moment je dit kon… 

Vanavond loopt het (uiteraard) al snel weer mis. Ieder onbewaakt moment is een onveilig moment, ondanks de veiligheidsmaatregelen die we voor je hebben ingelast. Het was dus ook maar een kwestie van uurtjes eer we je aantroffen terwijl je je aan het ophangen was in je trui. Vreselijk gepikeerd dat we je plannetje hebben verstoord werd je agressief naar ons, hulpverleners die verantwoordelijk zijn voor jou veiligheid hier. Er zat niets anders op dan je even te laten afkoelen in een  veilige kamer met camerabewaking. Helaas bracht ook dit geen rust voor je en ondanks het feit dat je wist dat we meekijken deed je in sneltempo je broek uit om deze te vast rond je hals te draaien. Wederom zorgden mijn collega’s en ik ervoor dat je niet slaagde in je opzet en wederom was je boos. Zo boos dat je jezelf beet en je prachtige gouden lokken continue uittrok en de gehele kamer in no time vol lag met haarballen….Ondertussen hielden wij in spoedtempo een telefonisch overleg met de dokter, want deze situatie is niet veilig. Niet voor jou lieve meid, maar ook niet voor mij als verpleegster. Ik heb oprecht medelijden met je , want ik weet hoe moeilijk het is om opgesloten te zitten, angstig te wezen voor hetgeen gaat komen en waar je tot  nu toe geen idee van hebt. Je bibbert en davert, maar toch slagen we er niet in om je gedachten te doen keren. Alle probeersels ten spijt…

Je krijgt de boodschap dat je de nacht moet doorbrengen in de hoogst beveiligde kamer die we hebben. Ik hoor mijn collega vertellen dat jijzelf de keuze hebt of je met alleen vrouwelijke personen daar naar toe te gaan of dat je dit weigert en we dan genoodzaakt zijn de hulp van enkele mannelijke collega’s in te roepen. Ik zie hoe je huivert bij de laatste woorden, ik zie het kippenvel verschijnen op je armen en benen. Ik doe nog een laatste poging om je waardigheid te behouden door je een scheurvrije pyjama aan te bieden die je alleen, zonder pottekijkers, mag aandoen. Na inspectie ervan ben je teleurgesteld hier geen nieuwe poging mee te kunnen doen waardoor je hem zo ver als je kan weggooit. Met tegenzin nemen de mannen het over. Zeer gedisciplineerd en professioneel, maar we weten allemaal dat het opnieuw heel wat herinneringen uit je zwarte verleden gaat oproepen. Niemand springt of kickt hierop, al lijk  jij dit duidelijk hoorbaar wel te denken. Ik blijf gedurende de hele weg bij je. Zodra het kan geef ik je mijn hand en je knijpt hem bijna fijn. Je bent anders dan anderen en doet dit uit pure angst. Ik heb medelijden met je, want ik weet dat dit geen korte  opname gaat worden en vraag me in stilte af of we je ooit echt gaan kunnen redden.

Al met al werk je mee en we moeten je echt all the way fixeren. Zelfs als je volledig vast gebonden op het bed ligt, slaag je er nog steeds in om met je hoofd tegen de muur te bonken. Je laat me geen andere keuze dan de medicamenteuze ondersteuning in te roepen. Nog iets waarvan ik weet dat je walgt. Maar laten we eerlijk blijven, ik doe mijn werk. Op dit moment wat tegen mijn zin, maar ik moet je hoe dan ook beveiligen. Dus ik geef je medicatie, rustgevende medicatie.  Medicatie waarvan jij zegt afgevlakt en gevoelloos te worden. Medicatie die nu broodnodig is…

In een topje en onderbroek lig je nu voor me, je polsen en voeten bedekt met riemen en verder zie ik vooral littekens. Littekens die erop wijzen hoe zeer je hoofd pijn doet en hoe je dit probeerde te bestrijden met lichamelijke pijn. Oude littekens en vrij nieuwe wonden maken pijnlijk duidelijk hoe groot het spinnenweb in je hoofd is en hoe het je helemaal in de ban heeft. Ik wil je bedekken met een warme deken, maar maak je er alleen maar bozer mee. Ik vertel je dan dat ik je even  alleen laat en terugkom over enkele minuten, maar ik weet dat je me niet gehoord hebt door je aanhoudende luide gegil. Via de camera zie ik hoe je in paniek slaat wanneer je zo alleen ligt. Ik vraag me af of je dit als klein meisje ook al hebt meegemaakt, maar  ik besluit dat ik het antwoord niet wil weten. Wel wil ik dat je je weer comfortabel voelt en ik kom terug naar je. Ik zit bij je op bed en hou in stilte je hand vast. Je roept, huilt en beleeft doodsangsten, maar ik sta naast je en hou je vast. De medicatie krijgt langzaam aan werking en zorgt dat je rustiger wordt. Ik merk hoe het de scherpe randjes afvlakt en je gevoelens afnemen. De vermoeidheid neemt de bovenhand en je valt in slaap. Goddank! Ik leg een warme (veilige) deken over je en streel je haren uit je gezicht. Een gezicht dat zoveel pijn en angst liet zien vanavond en tegelijk zoveel gif en haat. Maar weet je lieve meid, je ogen verraden de smeekbede  van je ziel en ik kan niet meer doen dan je proberen te beschermen voor jezelf en naast je staan, iedere werkende nacht opnieuw.

SARAH (klik hier voor haar Instagram)

Plaats een reactie