Bevallingsverhaal: “De verloskundige deed iets wat ik nog nooit gevoeld had, ook niet bij de eerste bevalling”

| | ,

Stofzuigen, schoonmaken, wasjes draaien – de afgelopen dagen was ik er maar druk mee. Iets met nesteldrang, zeggen ze dan. Ik had zelfs nog staan huilen, omdat mijn hondjes vreselijk veel haar achter lieten op onze donkere tegelvloer. Twee keer per dag met die stofzuiger in de weer en dan was het nóg een bende in huis met een rond rennend mannetje van 2,5 jaar. Echt, dweilen met de kraan open. Eigenlijk had ik er geen energie meer voor, maar hé… Het moest gewoon schoon en netjes zijn voordat de baby zou komen. Mijn zwangerschap verliep eigenlijk gewoon goed. Ik ontdekte vrijwel meteen dat ik zwanger was. Was ook niet te missen, aangezien ik vreselijk misselijk was de eerste weken.

Mijn man Rik en ik hadden net pas besloten dat het wel eens leuk zou zijn voor Javi om een broertje of zusje te krijgen. We hadden totaal geen ervaring met het ‘plannen’ van een zwangerschap, dus ik zocht diezelfde avond op Google hoe het zat met cyclussen en het herkennen van je eisprong. Volgens dat grafiekje was ik zo ongeveer richting mijn eisprong en ik grapte tegen Rik: ‘Nou laten we dan maar meteen beginnen.’ Wist ik veel dat ik zo’n drie weken later al boven de pot hing. Ik voelde me al een aantal dagen anders dan normaal en nadat ik een hele avond misselijk geweest was op een familiefeestje en housewarming van vrienden, besloot ik om 01. 00 uur nog een zwangerschapstest te doen. Lachend kwam ik van de wc. “Een streep is een streep, toch?” … En gaf de test, die één duidelijke streep en een licht streepje liet zien, aan Rik. Hij rolde met zijn ogen en lachte, ‘Nee, dat kan niet joh, zo snel!’. Twee dagen later bevestigde een nieuwe test wat we eigenlijk al wisten. Twee dikke vette strepen. Ik was zwanger van ons tweede kindje.

Op de misselijkheid na ging alles dus heel voorspoedig, tot week 28. Uit de groeiecho bleek dat de baby kleiner was dan gemiddeld (dysmatuur) en dat we overgedragen werden aan de gynaecoloog in het ziekenhuis. Dit hadden we al eerder meegemaakt met Javi, dus voor ons niets nieuws, maar wel even balen dat we niet gewoon bij onze verloskundigenpraktijk onder controle konden blijven. Gelukkig kregen we een hele lieve gynaecoloog die mij de rest van mijn zwangerschap goed begeleid heeft. Het was in week 36 nog even spannend, aangezien de wekelijkse metingen en controles geen goede uitslagen lieten zien in de werking van de placenta. Na extra checks bleek het allemaal mee te vallen en mochten we weer een paar dagen verder. Toch stagneerde de groei van de baby en werd besloten dat ik in week 38 ingeleid zou moeten worden. Javi werd geboren met 38+1, dus stiekem hoopte ik dat de natuur goed z’n werk zou doen en ik uit mezelf zou gaan bevallen. Maar goed, tijdens de wasjes, het stofzuigen en het druk achter Javi aan hobbelen, merkte ik dat ik de baby niet echt voelde bewegen in mijn buik. De gyn had me meerdere malen gewaarschuwd dat ik bij geen of weinig beweging echt meteen moest bellen, zodat ze een extra check konden doen. Toch maakte ik me nog niet zo druk. “Als Javi eenmaal op bed lag, ik op de bank ging liggen en m’n rust zou pakken, zou de baby wel gaan bewegen”. Dat deed hij altijd, dus waarom nu niet?! Dus toen Javi sliep, ging ik languit op de bank, wachten op een teken van leven van de kleine uk. Maar de bewegingen kwamen maar niet. Na een telefoontje met Rik en een aantal vriendinnen die zeiden dat ik toch écht even heel gauw moest gaan bellen, heb ik toch het ziekenhuis gebeld. En ja hoor, ik moest langskomen voor een CTG.

Het was half 11 in de avond en Rik was nog aan het werk. Gelukkig stond mijn vader binnen 10 minuten voor de deur, om even op Javi te passen. Om 11 uur was ik in het ziekenhuis en lag ik te luisteren naar het hartslagje van de baby. Gelukkig, hij deed het nog (Achteraf gezien was dit de stilte voor de storm, maar dat wist ik toen nog niet.)! De verloskundige wilde nog wel even ‘voelen ‘ aangezien de bevalling bij Javi heel snel ging en ik al een aantal dagen een rommelige buik had. Tot mijn verbazing had ik 2 centimeter ontsluiting. De verloskundige lachte en zei: ‘Het kan vriezen of dooien. Ik ga je naar huis sturen! Misschien tot straks en anders tot binnenkort!’ Nou, ik kan je dus vertellen… Het ging dooien! Rik was inmiddels thuis en we lagen in bed. Toch kon ik niet slapen door de krampjes, die ondertussen steeds regelmatiger terugkwamen. Toen ik niet meer lekker kon liggen in bed, ben ik even wat rond gaan lopen door huis en onder de douche gaan staan. Heerlijk die warme waterstralen op mijn rug en buik! Toen de krampjes zo’n anderhalf uur aanhielden heb ik het ziekenhuis gebeld. We konden komen! Eerst weer even mijn vader bellen, die binnen 15 minuten bij ons was. Het was 3 uur in de nacht. Vluchttas in de auto en daar gingen we. Zo gek om te bedenken, dat je de volgende keer gewoon met een mensje meer in de auto zit. Dat de baby er dan gewoon is. Ik keek Rik aan en kneep in zijn hand. Het gaat gewoon gebeuren vandaag…

Om half 4 liepen we door de donkere lege gang van het ziekenhuis, die gang die normaal altijd heel druk is, maar nu muisstil was. Op naar de vierde verdieping, afdeling verloskunde. Daar stond de verpleegkundige die ik eerder al gezien had, al op me te wachten. ‘Kon je ons niet missen?’, zei ze met een knipoog en nam ons mee naar verloskamer 2. De verloskundige kwam al snel poolshoogte nemen, en ‘voelde’ even hoe de stand van zaken was. Drie centimeter! Ze stripte me nog even en sprak af dat ze om 7 uur in de ochtend terug zou komen om te kijken hoe het ervoor stond. Ondertussen had ik nog steeds regelmatige krampjes, maar nog niet echt super pijnlijk. Het was goed te doen.

Om 7 uur had ik 4 centimeter ontsluiting en prikte de verloskundige mijn vliezen door. Ik had blijkbaar ‘taai vlies ‘, want de vliezen braken pas bij de derde poging. Ik kreeg weer even een ‘o ja’-momentje, zó voelde dat ook alweer. Alsof je in je broek piest! Gek genoeg vergeet je veel over hoe het voelde tijdens zo’n bevalling, tot je het weer meemaakt. Na het breken van de vliezen werden de weeën iets krachtiger. Ik besloot onder de douche te gaan staan. Dat kon gelukkig met de draadloze CTG die ik om had. Ik had expres gevraagd om een CTG-registratie van de hartslag, in plaats van een schedel-elektrode voor de baby. Bij de bevalling van Javi was de elektrode twee keer los gegaan. Dat voelde toen helemaal niet fijn, dus ik was erg blij dat ze bij deze bevalling mee wilden denken. Die douche was echt zó fijn. De weeën waren erg goed op te vangen, ondanks dat ze steeds venijniger werden. Na een tijdje onder de douche, ben ik toch maar op bed gaan liggen. Je probeert van alles tijdens zo’n bevalling om die wee zo gemakkelijk mogelijk te laten verlopen en ervoor te zorgen dat ie zo snel mogelijk ook weer weggaat. Rik stond de hele tijd naast me en gaf tegendruk op mijn rug als ik dat nodig had. Hij was zó lief. Ik liet zijn hand niet los. Dat was echt mijn steunpuntje tijdens de bevalling. Focus op onze handen, onze vingers die in elkaar gevouwen waren, het lichte knijpen in zijn hand, adem in, adem uit. Na een tijdje kwam de verloskundige weer bij ons, ze zag dat het steeds pittiger werd voor me en wilde weten wat de tussenstand was. Die zat inmiddels op 7 centimeter. Ze gaf aan dat als ik persdrang zou krijgen, ik op het belletje moest drukken.

Na twee pittige lange weeën, voelde ik een enorme druk. Wéér zo’n ‘o ja’- momentje. Dit was persdrang. ‘Druk op die bel!!!’, zei ik een beetje benauwd tegen Rik. ‘Nu al?!’ ‘Ja! Nu!’ … De verpleegkundige in opleiding kwam binnen. Ze checkte de monitor, ‘Zucht ze maar weg‘, zei ze rustig. Hallo, wegzuchten… Hoe dan? Ik voelde de baby gewoon steeds verder komen bij iedere wee. ‘Dit gaat snel, ik voel het gewoon!’ Toen er een tweede verpleegkundige bij kwam en ik toch wel dringend vroeg of zij ook baby’s kon vangen, werden ze ineens heel vlug. De verloskundige werd opgepiept en ondertussen mocht ik een beetje mee gaan persen. ‘Als het moet, vang ik m op’, grapte de verpleegkundige. Gelukkig kwam net op tijd de verloskundige binnen, ze trok haar schort en handschoenen aan en ik mocht volle bak gaan persen. ‘Je bent er bijna schat’, zei Rik. En dat voelde ik ook. Ik wist precies wat er nu ging komen, het minst favoriete stukje van iedere bevalling. Alsof je onderkantje in brand staat, alles staat op een mega spanning en toen deed de verloskundige iets wat ik nog nooit gevoeld had. Ze voelde nog even, terwijl het hoofdje al stond, met twee vingers hoe het er daar beneden aan toe ging. ‘Pers maar deze kant op’, zei ze. Manmanman, wat deed dat zeer! En wat was dit onnodig volgens mijn gevoel. Ik had namelijk al bewezen dat ik wel degelijk wist hoe ik moest persen, aangezien het hoofde er al bijna uit was. Bij mijn vorige bevalling verliep dit gedeelte heel rustig en kalm, moest ik zuchten, mocht ik niet persen en werd heel langzaam het hoofdje geboren. Ik wilde schreeuwen, ‘haal die vingers weg’, maar daar had ik de kracht niet voor. Ik zag sterretjes door het drie keer mee persen op één wee, en kon alleen maar hopen dat dit heel snel voorbij was. En dat was het gelukkig ook. Na zeven minuten persen, werd om 12.30 uur onze zoon Mace geboren.

Wat was ik opgelucht, de pijn was voorbij en ik voelde dat kleine, warme, ietwat glibberige lijfje op mijn buik. ‘Schat, hij is zó klein’, zei Rik. Ja, dat was hij inderdaad, zoals voorspeld. Hij was 2.565 gram en 45 centimeter. Klein maar fijn, en we konden onze ogen niet van hem af houden. Tijdens mijn zwangerschap maakte ik me weleens zorgen. “Zou ik nog een keer zó veel van een mensje kunnen houden als ik van Javi doe?” Dat gevoel verdween meteen als sneeuw voor de zon. Natuurlijk kan dat! Dat intens verliefde gelukkige gevoel was er weer meteen. Mace mocht na de bevalling lekker bij mij blijven liggen, na 45 minuten werd hij gewogen en gemeten en kwam de kinderarts om hem te onderzoeken. Even was er sprake van de couveuse in verband met zijn temperatuur. Dat zag ik niet zo zitten en vroeg of een warmtebedje niet voldoende zou zijn. Na overleg werd besloten een warmtebedje te maken, maar mocht dat niet voldoende zijn, dan alsnog in de couveuse. Gelukkig heeft hij dat uiteindelijk helemaal niet nodig gehad. Hij deed het prima in zijn warmtebedje. Na het douchen van mij en aankleden van Mace, werden we van de verloskamer naar de kamer op de afdeling gereden. Daar was het wachten op mijn ouders, zusje en het allerbelangrijkste, grote broer Javi. Wat was ik nerveus! De hele tijd zat ik met een brok in mijn keel. Hoe zou hij reageren? Ineens het besef dat Javi niet meer het enige kind was in ons gezinnetje. Al snel hoorde ik een bekend stemmetje verderop in de gang en even later piepte een lief, vrolijk gezichtje de hoek om. Hij had een blauwe ballon gekregen van opa en moest deze eerst even aan ons showen. De eerste blik van hem in het wiegje, samen met Rik was onbetaalbaar, hij werd er gewoon een beetje verlegen van. Het is ook wat, ineens zo’n broertje erbij! Uiteindelijk was het tijd voor Javi om met Rik richting huis en zijn bed te gaan. Ik wilde per se dat Rik gewoon naar huis zou gaan met Javi, om alles weer gewoon ‘normaal’ te laten verlopen. Ik bleef samen met Mace een nachtje in het ziekenhuis. De nacht verliep goed en alle controles voor zijn temperatuur en glucosegehalte waren goed. Dat betekende dat we de volgende ochtend lekker naar huis toe mochten. Vol trots kwamen Rik en Javi ons ophalen en kon de kraamweek beginnen. Een nieuw begin, met z’n viertjes, op een hele fijne blauwe wolk!

NIKKY

Plaats een reactie