Mijn gynaecoloog verzekerde me dat er sprake was van Syndroom van Down, maar werd er hier geen cruciale fout gemaakt?!

| | ,

Ik weet het nog als de dag van gisteren. We gingen samen voor een kindje. De natuur mocht haar gang laten gaan en wel keken wanneer ons en kindje gegund was. Het was al na de eerste maand dat wij een positieve test in handen hadden. Gelukzalig, zo snel, zo intens gelukkig. We mochten de eerste week van oktober direct naar de gynaecoloog. Iemand die ik nog nooit gezien had. Spannend…. Daar lag ik dan… Op die tafel… “Nou proficiat, u bent 7 a 8 weken zwanger”. En daar zwom hij dan, kleine garnaal (zo noemden we hem toen). En het hartje klopte zo mooi. Ze liet het maar vijf seconden horen en duwde me alweer van tafel. We waren direct verliefd. INSTANT LOVE. Buiten de koude handen van de gynaecoloog, gingen we met een warm hart naar buiten.

Begin november, zou ik rond de 12 weken zwanger zijn, moesten we terug komen voor onze tweede afspraak. Tijdens die afspraak zouden we echt al een baby’tje zien. Een baby’tje met armpjes en beentjes, voetjes en teentjes, handjes en vingertjes, een neusje, een mondje en oogjes. Vol verwachting gingen we er naartoe. Zenuwen, wel gezonde zenuwen, want we waren enorm benieuwd naar de groei van onze kleine “garnaal”. We wisten totaal niet wat ons toen te wachten stond. We hadden totaal niet gedacht dat deze afspraak onze zwangerschap heel anders zou maken. We waren na een half uur wachten in de wachtkamer klaar om naar binnen te gaan. Elf weken en vijf dagen was ik zwanger. ”Kleed je uit en ga maar op de tafel liggen”. Goed, zo gezegd zo gedaan. Ik voelde die ijskoude handen van de gynaecoloog. Met een glimlach op onze gezichten, vol ongeduld en nieuwsgierigheid keken we naar de gynaecoloog. Zij had op dat moment nog steeds niks gevraagd over hoe het met me ging (normaal doe je dat toch?). Ze plaatste de echokop op mijn buik. We zagen echt al een kindje. Een hoofdje, lijfje, armpjes en beentjes. Een Kleine traan rolde over mijn wang. Daar was de baby dan, onze creatie, warm in mijn buik. Ze liet ook letterlijk maar vier seconden het hartje horen. Dat klopte zo mooi. Het verwarmde direct mijn hartje en ik was al meer op mijn gemak en gerustgesteld. Ruim 12 weken en het hartje klopte goed. Hierna begon ze onrustig van alles te meten, in te zoomen en haar gezicht betrok lichtjes. Ze meette nogmaals. Plots kwamen de woorden (ik herinner ze nog alsof het gisteren was): “Nou, de nekplooi is 7.2 millimeter, wat dus wil zeggen dat jullie kindje 100% een handicap of afwijking heeft. Er is 99% kans dat dit het syndroom van Down is, want de baby heeft ook geen neusbeen”. Een mokerslag in mijn gezicht. PATS! Weg warm gevoel. Mijn vriend vroeg of die nekplooi ooit nog zou minderen of er misschien toch nog een kans zou zijn dat hij gezond zou zijn of niks zou hebben? “Nee”, was het antwoord, heel duidelijk. Ons minimensje had een afwijking en daar was ze 100% zeker van. Ik probeerde me sterk te houden, maar toen ik naar R keek, rolden de tranen over mijn wangen. Deze echo heeft maximaal vijf minuten in beslag genomen. Mijn eens zo koude gynaecoloog was nu nog kouder. Ze had geen empathie, geen gevoel, niks, niks, niks. Ze zei: “Kleed je maar aan. Ik wil bloed voor de NIP-test. Ik zal zeker ook een vlokkentest inplannen”. En klaar waren we. We kregen geen verdere uitleg. Twee minuten verder zaten we aan haar bureau om een nieuwe afspraak te maken. Ze zei: “Dat is dan 70 euro alstublieft”. En maakte zich zichtbaar klaar voor de volgende patiënt.…

We wandelden naar buiten. Ik huilde tranen met tuiten, mijn hart klopte in mijn keel. De wereld om me heen was even verdwenen. Ik zat in een cocon. Tot R me vast pakte. Het eerste wat hij zei was: “Sorry”. Ik ben nu negen jaar samen met R en hij heeft nog nooit één traan gelaten. Maar nu! Hij huilde…. En onderweg naar huis kwam er geen einde aan. We lieten samen de tranen de vrije loop. Ik wilde direct langs mijn moeder. Zij had inmiddels al een bericht gestuurd met de vraag hoe het was gegaan. Ik kon enkel antwoorden: “Ik kom”. Daar aangekomen stortte ik in. Mijn moeder, de sterke vrouw die ze is, zette alles op alles om me te troosten en zelf niet mee te huilen. Een week vol huilen en praten ging voorbij. We hadden intussen telefoon gehad van de gynaecoloog die versteld stond dat de NIP-test helemaal goed was. Ze vertelde me ook direct dat dit niks wilde zeggen en zéker foutief was. Ze wist nog steeds zo goed als zeker er was ervan overtuigd dat we een kindje met het syndroom van Down hadden. Ze gaf me zo een slecht gevoel. Wat ze me wel wist te vertellen was dat we een zoontje zouden krijgen. Zucht….

We hadden met 13 weken een afspraak voor een vlokkentest in het UZ Antwerpen. Met gemengde gevoelens wandelden we binnen en werden we in de wachtzaal gezet vol prachtig zwangere vrouwen met hun eigen verhaal. Eerst was er een intakegesprek met een super lieve vroedvrouw. Zij nam ook bloed af van mij en mijn vriend. Hierna werden we naar de specialist gebracht: een mannelijke gynaecoloog, iets waarvan ik zweerde NOOIT naartoe te gaan. Maar nu maakte het me niet uit. Niks maakte me uit. Ik wilde er gewoon vanaf zijn. Ik had ook weinig zenuwen. Maar wat een aardige warme man. Na een uitgebreide echo (zeker 20 minuten) kwam hij tot dezelfde conclusie: de nekplooi was 7.2 millimeter en dus inderdaad veel te dik. Ik vroeg ook direct naar het neusbeen. Oh, die was (ineens) duidelijk aanwezig. Buiten die nekplooi zag hij eruit als een gezond kindje. De gynaecoloog gaf me al meer percentage op een gezond kindje, dan mijn ijskoude gynaecoloog voorheen. Veel meer info en veel meer respect had deze man voor mij. Hij verzekerde me ook dat ik mijn hoofd niet moest laten hangen en dat het waarschijnlijk wel goed zou komen. Hoe dan ook.

Toen was het tijd voor de vlokkentest. Bah, die gigantisch lange naald in mijn buik. Eigenlijk deed het niet veel pijn, waar ik zo bang voor was, en was het na één keer proberen gelijk gelukt. Nu was het zeker drie weken wachten op de uitslag.

WORDT VERVOLGD…

DOORTJE

Plaats een reactie