In het diepste geheim had ik gedachten om mijn baby’tje van de trap te laten vallen…

| | , ,

Happy family

Het is ergens begin 2016. Mijn man, zoontje en ik wonen met zijn drieën gelukkig in een kindvriendelijke buurt in Haarlem. Mijn man en ik doen beiden werk wat we leuk vinden en onze zoon ontwikkelt zich op zijn manier volgens het boekje. Op wat kinderziektes en tandjes-leed na gaat het hartstikke goed. Ik zing veel voor onze zoon. Als theaterdocent was ik gewend om liedjes te maken, te dansen en te zingen. En onze zoon vind het heerlijk als ik dat doe. Als op de eerste verjaardag van onze zoon blijkt dat ik opnieuw zwanger ben, kan ons geluk helemaal niet meer stuk. Tenminste, dat dachten wij. En toch gebeurde het…

Impact
Al snel in de zwangerschap gebeurde er voor mij twee in grijpende dingen. Als eerste merkte ik dat ik de start van het leven van onze zoon niet voldoende had verwerkt om te kunnen genieten van een volgende zwangerschap. De bevalling zelf vond ik prima, maar hij kwam levenloos ter wereld. Nog voor dat ik hem heb kunnen zien, is hij bij mij weggehaald en pas twee uur later mocht ik naar hem toe. Mijn man was, zoals afgesproken, de gehele tijd bij hem. Dus ik lag daar heerlijk te ‘genieten’ van de eerste uren van het moederschap. Alleen.. Niet wetend waar mijn man en kind zijn. En al helemaal niet wetend wat er aan de hand was. Gelukkig trok onze zoon snel bij. Met ‘slechts’ een antibioticakuur en wat extra controles konden we vier dagen na zijn geboorte naar huis. Maar het tekende voor mij wel het moederschap.

Tweeling
Het andere ding tijdens deze zwangerschap was dat ik al vanaf moment één het gevoel had dat het een tweeling was die ik in mijn buik droeg. Nog voor de eerste echo verloor ik wat bloed. En tijdens de echo was er (maar) één kindje te zien. Toen wist ik het zeker. Het waren er twee. Bang dat ik ons kindje, ons meisje zou verliezen was ik niet. Maar volledig blij kon ik niet meer zijn. Ik had telkens het gevoel dat ik wat miste. Ondertussen groeide mijn dochter goed in mijn buik. En was ik eigenlijk ook apetrots dat ik haar mocht dragen.

Droomstart
De bevalling was werkelijk een droom. Na ongeveer een uur weeën merkte ik dat ik moest huilen, dat ik het niet durfde. De verloskundige nam dit serieus en kende natuurlijk ook het verhaal van de geboorte van onze zoon. Ik mocht van haar mijn tranen laten, mijn angst dat het opnieuw fout zou gaan onder woorden brengen. De weeën stopten even om mij alle ruimte hiervoor te geven. Hierna kwam ik in een sneltrein terecht en weer een uur later mocht en kon mijn dochter zelf aanpakken. Ze is geboren, thuis in de woonkamer. Precies 50 minuten voor het helemaal volle maan was. Perfect in harmonie met mij, mijn gevoelens, de maan, haar levenslust en ze kwam ultra relaxed ter wereld. Volmaakte schoonheid. En wat was het een helende ervaring voor de eerste bevalling.

Artsen
Aan deze zogenaamde roze wolk kwam snel een eind. Ik merkte al na twee weken dat ze niet goed groeide en ook was haar ontlasting niet oké. Snel zat ik bij de huisarts en na flink aandringen kreeg ik een verwijzing naar de kinderarts. Het was in de periode dat je het nieuws alleen maar hoefde aan te zetten of je hoorde dat kinderafdelingen in Nederland overvol zaten en kinderartsen overwerkt waren. Voor ons heeft dit geresulteerd in het feit dat onze dochter pas zes maanden na ons eerste bezoek echt is gecontroleerd en opgenomen.

Ziek
En ja, dat hakt erin. Ik had namelijk een baby’tje thuis dat alleen maar afviel, alleen maar huilde van de pijn en 24 uur per dag aan het spugen was. Ik kon haar vijf keer per dag omkleden en nog was ze nat. Ik kon haar bedje drie keer per dag wassen en nog lag ze in een natte, stinkende plas. En er was die week dat ze nog maar zo weinig binnen kreeg dat ze dagen bijna levenloos in mijn armen lag. Zo wit, zo koud, alleen maar haar ogen gesloten. En nog werden we door artsen weggestuurd. Waarom? Ik weet niet eens meer waarom…

Schreeuwen
Ik ging niet meer de deur uit, want ze spuugde altijd. Ik wilde niet dat de bank van vriendinnen ook zo zuur zou ruiken als die van ons. Ik wilde niet dat mensen mij in het openbaar vol verdriet en machteloos naar mijn spugende meisje zouden zien kijken. Ik wilde vooral niet dat mensen aan mij gingen vragen hoe het met mij ging. Want het ging niet. Dan was ik gaan schreeuwen dat het niet te doen is om een spugende baby te hebben, die zoveel huilt van de honger en de pijn. Dan was ik gaan vertellen dat ik in het diepste geheim gedachten had om haar van de trap te laten vallen. Zodat ik van mijn gevoel van machteloosheid af was. De gedachte dat ik mijn meisje niet kon voeden, niet dat kon geven wat zij nodig had, maakte dat ik in elkaar stortte.

Moe
Ik merkte dat veel mensen in mijn omgeving er ‘geen zin in hadden’. Dat mensen niet wisten wat ze hiermee moesten. En vooral dat mensen totaal geen besef hebben hoe dit je als mens compleet uitput. Mijn werk vond het erg lastig dat ik niet gelijk na mijn verlof aan het werk kon. Qua vermoeidheid kon ik nog niet eens in de auto stappen. Alles duizelde om mij heen. Ik werd naar de bedrijfsarts gestuurd want ‘het ging toch echt niet goed met mij’. Achteraf weet ik dat het heel normaal gedrag is wat ik vertoonde. En het enige wat ik nodig had, was heel veel slaap en een kindje wat kon eten en niet meer huilde.

Gezien
En na maanden was er eindelijk die kinderarts die inzag dat het niet goed was. En die WEL aan mij vroeg hoe het met ging. Eindelijk werden we gezien. Ik vertelde alles eerlijk. En deze man zei mij dat dit zulke normale gedachten waren. Hij vond het zelfs knap en dapper dat ik alles eerlijk verwoordde. Toen is eindelijk besloten haar op te nemen. Na haar opname is het beter gegaan. Ze kreeg eindelijk de juiste voeding voor haar (koemelkallergeen, maar dan alleen op kinderarts recept te verkrijgen vanwege de ernst van haar klachten) en begon heel langzaam aan te komen. Dit was ook het moment dat ik weer moest leren ontspannen. Vertrouwen dat het echt goed was. Maar ja, hoe doe je dat, want bij elk kuchje dat ze maakte of elke keer dat ze een beetje spuugde zat ik tegen het plafond.

Ruzie
En natuurlijk had dit ook invloed op mijn man en mij. We hebben een aantal keer tegen elkaar staan schreeuwen. Gelukkig hebben wij altijd uit kunnen spreken dat dit geen boosheid op elkaar was, maar op de situatie. Het verwoordde onze onmacht. Tegen de tijd dat ze kon lopen spuugde ze nagenoeg niet meer. Gelukkig liep ze met elf maanden (alles heeft zo een reden natuurlijk). Maar ik merkte dag in dag uit dat ik het heel moeilijk vond om van haar te houden. Ik durfde het niet. Wat nou als ze weer ziek zou worden. Wat nou als ze ook weg zou gaan?

Broertje
Want op de achtergrond speelde voor mij haar broertje. En ook al weet ik niet of het ook echt een jongetje is geweest. Voor mij voelt het zo. Ik heb haar altijd over hem verteld. En bijzonder genoeg was er op die momenten sprake van rust en verbinding tussen ons. Ik vertelde haar dat ik zo graag had gewenst dat hij naast haar in haar bedje lag. Dat zij met hem zou kunnen spelen. Dan stroomden de tranen over mijn wangen en keken we elkaar heel innig aan. Ik vertelde haar dat hij er altijd is. In onze harten. En dat hij nooit weg zou gaan. Dat als ze bang is ze alleen maar haar ogen dicht hoefde te doen en daar zou hij zijn.

De werkelijkheid van alle dag
Nu zijn we een jaar verder. En ervaren we als gezin nog elke dag de wonden die deze tijd hebben gemaakt. Elke dag voel ik hoeveel ik haar heb gemist in de periode van haar ziekzijn. Elke dag voel ik hoeveel ik haar broertje mis. Nog elke dag zijn mijn man en ik bezig om zo efficiënt mogelijk keuzes te maken, omdat we nog altijd zeer moe zijn door meer dan acht maanden niet te hebben geslapen. Ik heb weer geleerd om thuis te zingen en te dansen. Hoeveel ik voor mijn zoon heb gezongen, zo weinig voor mijn dochter..

Verloren
We hebben ervaren dat ons verhaal er niet mag zijn. Het moet namelijk altijd goed gaan. Dan word je uitgenodigd op feestjes en dan blijven collega’s vragen hoe het gaat. In ons geval heeft het geresulteerd in vriendschappen die verloren zijn gegaan en een ontslag op werk.

Cadeau
Maar het heeft mij vooral iets gegeven. Het heeft me gedwongen echt naar mezelf te kijken. Naar wat ik wil in het leven en waar ik voor sta. Al 13 jaar werk ik als theaterdocent met emoties. En nu was het voor mij daar om een verdieping te maken. In het verleden had ik al verschillende coachopleidingen gedaan en zodoende ben ik voor mezelf begonnen. Als coach bij verlies. Verliezen van je kindje, verliezen van controle over je emoties in het leven, verliezen van gezondheid. Hoe meer ik ‘ja’ zeg tegen verlies, hoe ik meer ik voel dat ik leef en dat ik volledig erken dat leven en verlies bij elkaar horen. Hoe we hier ons ook tegen verzetten en hoe graag we het leven ook als maakbaar zien. Dat is het niet. De kunst is niet te ‘controleren’. De kunst zit hem in het doorademen. Het boos durven worden en het verdriet er laten zijn.

Schoonheid
Want ik leerde opnieuw dat louter verdriet wonderschoon is. Het is mijn verdriet geweest wat ervoor zorgde dat mijn dochter en ik begonnen met hechten aan elkaar. Dat is voor ons nog steeds een proces. Maar inmiddels durven we weer samen te zingen. Samen te dansen. Samen ook geluk te ervaren. En ja… Dan komt weer mijn verdriet. Hoeveel ik haar zo heb gemist in haar eerste levensjaar.

VERLIESCOACH SUZAN

Plaats een reactie