Moederschap is een constante tweestrijd

| | ,

Soms voel ik me goed, maar soms ook heel slecht. Soms voel ik me moeder, maar soms ook niet. Soms ben ik tevreden met mezelf, maar soms haat ik mijn ‘net bevallen’ lichaam weer. Soms zit ik op die roze wolk, maar soms is deze ineens grijs. Ik ga het doen. Ik ga het van me afschrijven. Ik ga open zijn en eerlijk. Naar mezelf, maar ook naar de buitenwereld. Want tegenwoordig ziet het er – vooral op social media – allemaal geweldig uit, maar soms is dat gewoon niet zo.

Ik heb tijdens mijn zwangerschap al m’n verhaal gedeeld over dat ik weeën had met 24 weken. Dus we gaan even terug naar die tijd. Ik was een dagje winkelen met vriendinnen. ‘s Avonds stond ik te koken en toen kreeg ik ineens ontzettend buikpijn. Het eten was klaar, maar ik zei tegen m’n vriend: ‘Ik stop met eten en ga in bad liggen. Ik trek het niet meer”. En ja ik was ontzettend bang. Zo bang dat er iets niet goed zat. Ik ben naar boven gelopen en in bad gaan liggen. Ik herriner me nog zo goed dat ik wel 100 keer tegen mezelf zei: “Rustig….. Adem in, adem uit. Het is vast niets. Blijf rustig”. Een aantal minuten later voelde ik mijn benen niet meer en had ik zulke steken in mijn buik en rug. Ik kon niet meer opstaan. Gelukkig kwam m’n vriend mij helpen om uit het bad te komen. Toen kwam gelijk het besef: “Dit is niet goed”. We zijn naar het ziekenhuis gereden in Tilburg. Eenmaal daar aangekomen kon ik serieus niet meer. De verloskundige onderzocht me en toen kwam de klap: “Je hebt weeën. Je bent aan het bevallen. Ik regel nu een ambulance en je gaat meteen naar Utrecht naar het WKZ ziekenhuis waar ze goed voor jou te vroeg geboren baby kunnen zorgen!” Deze zin schrijven doet me echt zo veel verdriet. Ik kan nog steeds met moeite terug denken aan die dag.

Ik belde mijn moeder en zij kwam natuurlijk meteen naar het ziekenhuis. Gelijk werd ik aan de weeënremmers gezet, waar ik me zo ontzettend ziek door heb gevoeld. Daar vertrok ik met de ambulance. Mijn mama vroeg of ze mee moest, maar nee, dat wilde ik niet. Kom op, ik ben zwanger en ik heb dit probleem! “Waarom moet ik hier iemand anders mee lastig vallen!?”, dacht ik nog. In de ambulance, hoorde ik de sirenes loeien. Ik vergeet dat gewoon nooit meer. Continu vroeg ik om een bakje, want ik moest de hele tijd overgeven. Ik voelde me zo vreselijk. Ik had zoveel pijn en vooral angst. “Mijn meisje! Alsjeblieft blijf er in!” Ik wilde zo graag dat het goed kwam… Eenmaal in Utrecht werd ik ontzettend goed ontvangen. Ze hielpen me goed om de weeën weg te puffen. Iemand in het ziekenhuis zei: “Welkom boven de rivieren”. Zo gek, maar op dat moment wisten we dat we onze dochter River zouden gaan noemen. De weeën begonnen te zakken, maar toch kwam er een meneer aan m’n bed uitleggen dat ik waarschijnlijk vanavond echt ging bevallen. Toen kwam hij met het ergste nieuws: Mijn meisje, mijn kleine meisje zou dit niet gaan overleven. Bam! Die sloeg in! Vechten is wat ik deed, met natuurlijk m’n vriend aan mijn bed. We huilden veel. Ineens begonnen de weeënremmers te werken. Wonder boven wonder. Die nacht ging voorbij zonder bevalling. M’n kindje zat er nog in. Wie had dit gedacht?! De arts in ieder geval niet.

Dagen gingen voorbij. De weeën waren echt ineens weg. Hoe kan dat nou? Ik mocht naar huis, maar ik moest twee weken in bed liggen. Klinkt in eerste instantie lekker, maar hell no, twee weken plat liggen wil niemand. Hoe vaak ik Dean (mijn vriend) niet heb geroepen om even te komen, omdat ik gewoon even moest huilen. Ik voelde me zo ontzettend alleen. Ik heb toen echt geleerd wie er voor mij was en wie echte vriendinnen en familie waren. Helaas ben ik in die tijd veel vriendinnen verloren. Iets wat ik nog steeds vreselijk vind. Maar he, live goes on. Dagen gingen over in weken. Ze zat nog steeds in mijn buik. Ik mocht weer iets meer gaan doen. Dit voelde niet goed en niet fijn. De verloskundige bleef zeggen: “Ze ligt compleet ingedaald. Ze gaat elk moment komen”. De 33 weken,35 weken en zelf 37 weken. Ik tikte ze allemaal aan. “Oh Jennifer, wat ontzettend fijn dat jij dit gehaald hebt! Echt zo apart!”, kreeg ik te horen. Of “Huh? Ging jij niet te vroeg bevallen?!”, vroegen mensen aan mij. Ik kreeg allerlei opmerkingen. Maar zelf vond ik de situatie vreselijk. Ik wist niet wat me te wachten stond. Telkens zeiden de artsen dat ze te vroeg kwam. Niemand wist iets zeker. En toen kwam ik bij de 40 weken. Dit was echt de mijlpaal. Ongelooflijk! Ze wilden me met 41 weken strippen als ze dan nog niet zelf gekomen was.

41 weken op 20 september 2019

Ik wandelde samen met m’n vriend en mijn moeder in het bos en ineens werd ik gebeld. “Hoi Jennifer, als je wilt kunnen we je zo strippen om 11:15 uur”. “Oh ja, is goed. Ik kom er aan”, antwoordde ik. Jezus wat deed dat zeer! Ik voelde het in m’n buik en ik werd er zo ziek van. Ik had meteen buikpijn. ‘s Middags ben ik nog met Dean en papa naar de friettent gegaan, maar daar zat ik niet lekker. Direct thuis ging ik in bad, maar ik voelde me nog steeds niet lekker. We zijn even bij mijn moeder gaan eten. Ze zei gelijk: “Jen, je hebt weeën! Dit kan niet anders!” Maar nee, ik wilde het niet geloven. Ik wilde pas bellen zodra ik het zeker wist. Ik vond het zo eng om dit meisje in mijn buik te moeten ontmoeten. Ik was zo bang om nu echt moeder te worden. Ik vond bevallen zo eng. Toen ik echt niet meer kon, belde ik de verloskundige. Ze kwam meteen naar mijn huis.

Tanet belde aan en laat dit nou net de verloskundige zijn waarvan ik hoopte aanwezig te zijn bij mijn bevalling. Ik vond haar gewoon een prettig persoon. Ze vertelde dat ik inderdaad bezig was met bevallen. “Oh mijn god, zo spannend en eng tegelijk!“ Daar gingen we hoor, naar het ziekenhuis. Man wat ging ik al dood van de pijn, maar ik had nog maar 3 centimeter ontsluiting. Om 20.00 uur waren we in het ziekenhuis en ben ik in bad gaan liggen. Zonder onderbroek. Mijn melkflessen waren niet echt charmant. Ik zag er uit, sjezus. Maar het boeide me helemaal niets. Ik had nog uit fatsoen een Calvin Klein hempje aan gedaan. Op een gegeven moment kon ik niet meer van de pijn. De verloskundige voelde om half 9. Bah, weer die vingers erin. Ik had 6 centimeter ontsluiting. Het schoot op, maar voor mij niet hoor. Het kon me niet snel genoeg gaan. Hup terug in bad en puf, puf, puf, puf tot ik tijdens het puffen zei: “Ahhhhhhhh, ik kan niet meer! Ik moet drukken!”. De verloskundige wilde me meteen weer checken. Het was toen 21:00 uur en je gelooft het niet… Volledig ontsluiting! Ja, in een half uur van 6 naar 10 centimeter. Oh mijn god, wat was dit eng. Daar ging ik op bed liggen met mijn benen de lucht in. Schaamte? Nee joh, het boeide me helemaal niets. Mijn moeder stond achter me en Dean naast me, hem kneep ik helemaal fijn! Ik wachtte op een wee en toen mocht ik gaan persen. Het lukte voor geen meter. Ik wist niet dat ook dit moeilijk was. Man, wat heb ik een kracht moeten zetten. Ik had zo ontzettend veel pijn aan m’n stuitje. Ik noemde het toen botpijn. Ik zei wel 10 keer: “Auw mijn reet doet zo’n zeer!“ Gek eigenlijk, want je zou denken dat je vagina zeer doet, maar daar voelde ik gewoon niets. Ik was al een uur aan het persen. Het ging gewoon niet. Het lukte me niet. Ik viel constant flauw. Ik voelde me echt een mislukking: “Waarom kan iedereen dit, maar ik niet… Wtf?” Ik begon mijn adem in de houden, want ik had echt geen zin meer in persen. Toen ineens hoorde ik haar hartslag weg vallen. Ik zocht – terwijl ik flauw viel – steeds naar haar hartslag, maar ik kon ‘m niet vinden. Ik was zo ontzettend bang. Er kwam een verloskundige naar mij toe en zij zei dat als ik nu niet goed zou persen, het niet goed zou gaan. Ineens schaamde ik me naar Dean. Mijn vagina was een stuk groter dan normaal, ik zag er niet uit en ik plaste en kotste. Maar Dean zei natuurlijk: “Moppie, doe niet zo gek. Ik ben zo trots op je! Jij kan dit”. En daar ging ik weer. Ik gaf alles. Plotseling riep Tanet: “We hebben haar hoofd! Ze heeft haar!”. Ik huilde weer. Daar kwam ze. Hoe bizar voelde dat glibberige kindje dat uit mij gleed. Dean pakte haar aan en gaf haar meteen aan mij. Ze lag op m’n borst en ik voelde me echt meteen moeder. Mijn bonusvader, mijn vader, m’n zus, iedereen stormde de kamer binnen. Of daf fijn was? Nou nee, ik vond het echt niet fijn. Ik lag daar met een vers gehechte vagina en ik was ontzettend moe. Ze vroegen me continu of ze River vast mochten houden, maar ik wilde haar niet los laten. Maar ja, ik wist ook niet beter en dacht dat ik raar was door haar zelf vast te willen houden, dus ik gaf haar maar af. Dat huiltje toen ze bij me weg ging vergeet ik nooit meer. Daar droom ik nog steeds over.

We moesten in het ziekenhuis blijven, want ik had veel te veel bloed verloren. Ik vond dat zo verschrikkelijk. De volgende dag mocht ik naar huis. Mijn hele huis was versierd. Het voelde echt als een warm bad om thuis te komen. Ik zat heerlijk op een roze wolk met m’n meid op de bank. Maar toen werd het ineens grijs… Het besef dat ik echt absoluut niks kon, raakte me enorm. Ik had een schuldgevoel naar River. Misschien had ik haar wel pijn gedaan tijdens die 24 weken. Ook had ik natuurlijk ineens geen baby meer in de buik. Bah, ik voelde me vreselijk. Iedereen die langs kwam hield haar vast. Ik trok het gewoon niet. Ik kon haar bijna niet eens zelf vast houden, want daar was ik veel te duizelig voor. Sommige mensen bleven lang op visite en sommige mensen waren ontzettend druk. Echt niet fijn. Gelukkig was River een wonder baby: ze huilde nooit en ze dronk goed. De kraamweek ging voorbij. Helaas waren er nog steeds veel mensen niet langs geweest. Gek dat ik dit zo erg vond, want op bezoek zat ik niet altijd te wachten. Ik was er echt hele dagen verdrietig om. “Waren mensen dan niet nieuwsgierig naar River?!”. Weken gingen voorbij. Met mij ging het lichamelijk steeds beter, maar geestelijk steeds slechter. Ik voelde langzaam dat het te veel voor me werd, maarja hoe geef je dat toe? Ik wilde tenslotte gewoon die sterke mama zijn die dit allemaal kon. De hele dag voor een kleintje zorgen. Maar de realiteit was dat het me gewoon niet lukte.

Dean is militair, dus soms moet hij weg. Dan moet ik het alleen runnen. Toen River zes weken was, ging Dean voor het eerst een week weg. En het ging gewoon niet. Ik voelde me zo’n vreselijk slechte moeder! Als ik in die spiegel keek naar die vreselijke buik en benen, huilde ik weer. Natuurlijk voelde River dit en huilde ze mee. Zo kwam ik elke keer weer in de knoei. Ik heb toen zelfs op een avond m’n moeder uit bed gebeld of ze alsjeblieft wilde komen, omdat ik zo verdrietig was. Waar kwam dit vandaan? Waarom had ik geen roze wolk meer?! Inmiddels is River 11 weken en gaat het langzaam de goede kant op. Ik moet er nog hard aan werken, maar ik begin me langzaam echt moeder te voelen. Ik voel hoe ze me aankijkt en ik vind haar zo geweldig mooi, zo bijzonder. Ik kan nog steeds niet geloven dat dit van mij is. Van ons. Voor altijd. Aan de andere kant hoor ik ook sirenes en voel ik weer die paniek die ik had in de ambulance. Ik voel me soms niet fijn en weinig mensen zullen dit begrijpen. Dit doet mij pijn. Ik moet door, want ik ben moeder. En als moeder moet je.

JENNIFER

Plaats een reactie