Ik ben mama en ik heb misofonie, niet handig met kleine kinderen…

| | , ,

Hallo, ik ben Marloes en ik heb misofonie. Dat klinkt erger dan het is, maar ik vind het vrij lastig. Misofonie betekent letterlijk: ‘haat tegen geluid’. Bij mensen met misofonie treden gevoelens van woede en walging op bij het horen van bepaalde, meestal door mensen geproduceerde, geluiden. Vaak betreft het mond- en keelgeluiden als smakken, slikken, ademhalen en kuchen. En dat kan dus erg lastig zijn. Vooral als je met mensen werkt. En als je in een huis woont met mensen. Sowieso: mensen. Misofonie is eigenlijk alleen goed onder controle te houden wanneer je alleen woont. In een panic room. Met geluiddichte muren.

Ik had het als kind al. Ik riep bijvoorbeeld met zeer grote regelmaat: ‘Adem eens niet zo hard!’ Dat riep ik tegen mijn vader, maar ook tegen klasgenootjes. Ook het ‘gesmak’ van mijn tafelgenoten, oh man, dan komt er een soort ongekende woede naar boven. Ongekend. Het liefst zit ik met een noisecontrol koptelefoon op, maar staat echt supergek, zeker in een restaurant. Ook het kraken van zakjes, tikken met pennen of andere objecten, het geluid van een zoemende koelkast en het eten van een appel. Niet als ik zelf een appel eet, maar wanneer een ander het doet. Het kan me allemaal echt tot waanzin drijven.

Heel lang durfde ik hier niks over te zeggen. Tot ik las dat het echt een aandoening is. Er is zelfs een misofonievereniging! Met lotgenoten! Ze organiseren uitjes naar de kluis van de Nederlandse Bank. Die ze dan hermetisch afsluiten en niemand mag dan praten, eten, laat staan krakende zakjes open maken. Echt heel leuk. En gezellig. En in de auto op weg er naar toe, moet iedereen super zachtjes ademen. Zonder geluid.

Met kinderen is dit niet te doen. Ik weet niet hoe het met jullie kinderen zit, maar bij mij is er eigenlijk altijd wel één verkouden. Dus neusophalen to the max. Om gek van te worden, dat gesnif en gesnotter. Laat staan soms een klas vol met neusophalende en rochelende kinderen. Nu heb ik bij kinderen gelukkig toch minder de behoefte om te gaan gillen in een kussen dan wanneer een volwassen man iedere 30 seconden zijn neus ophaalt. Man, man, man, dat is echt een trigger om even lekker keihard gillend mijn panic room in te gaan hoor.

De oorzaak van dit alles is nog niet helemaal duidelijk. Het lijkt te ontstaan tussen je achtste en twaalfde levensjaar en meestal met één geluid. Bijvoorbeeld een smakkende broer of zus. Het is dus zaak, dat mijn kinderen zoveel mogelijk in stilte opgroeien. Zodat ze dit niet gaan ontwikkelen. Zodat zij niet dingen gaan zeggen als: ‘STOP EENS MET DAT KRAKENDE ZAKJE MAN!’ en ‘WIE ADEMT ER IN GODESNAAM ZO HARD?!’. Zoals ik met zeer grote regelmaat roep. Dus wij eten met zijn allen hier thuis met een koptelefoon op. Beter voor iedereen.

EN VOOR DE REST VAN DE WERELD: STOP MET KRAKENDE ZAKJES! EN SNUIT JE NEUS!

MARLOES

Plaats een reactie