Ik beviel helemaal alleen op de badkamervloer in het ziekenhuis

| | ,

Eigenlijk gaat er bijna nooit iets normaal bij me. En als ik heel eerlijk ben zijn al mijn vijf bevallingen niet echt normaal gegaan. Maar bij één bevalling is het wel heel anders gegaan…

Mijn vierde kindje was mijn tweede jongetje. Je kent het wel: bekkeninstabiliteit, drie andere loslopende projectieltjes en de kwaaltjes die elk andere zwangere vrouw logischerwijs kan bedenken. Zodoende kwamen we erop om met 38 weken te gaan strippen. Geen succes. Zucht. Het zou één keer wel verlopen zoals ik dat graag zou willen. Met 39 weken deden we dit nog een keer en ook hier gaf meneer natuurlijk weer niet toe. Maar één dag voor de uitgerekende datum leek het strippen eindelijk wel iets te doen. Dit was op 12 december 2017. Precies 11 maanden na de bevalling van mijn eerste zoontje. Het was ‘s middags en ik zat met m’n bolle lichaam met veel te veel vocht in de wachtkamer. De verloskundige riep mijn naam en we begonnen in het potje te roeren. “Hey! Deze keer wel bloed!? Zou het deze keer wel lukken?”, dacht ik.

Hierna gingen mijn vriend en ik met onze drie kindjes nog even snel bij zijn moeder eten. En vanuit daar zijn we lekker naar huis gegaan met de kinders. Voordat ik mezelf onder de douche zette, voelde ik er iets uit komen. Uit “daaronder” om specifiek te zijn. Dit bleek mijn slijmprop. Daarop volgde meteen kleine krampjes, maar ik gaf hier geen aandacht aan. Pas ‘s nachts zette dit door en ‘s ochtends leek het alsof ik vlinders uit de lucht aan het grijpen was van de pijn. Shit wat deed bevallen pijn! Ik wist echt niet waar ik het zoeken moest. “Oja, zo voelt dit dus weer”, ik herkende het direct. Ik pakte mijn vriend vast en riep dat hij zo snel mogelijk mijn zus moest bellen voor de kinderen en dat hij daarna meteen, as we speak, de verloskundige moest bellen. Deze zat natuurlijk in een dienstwissel, maar kon er met een uurtje zijn. Mevrouw kwam een uur later binnen en toucheerde de boel. Ik zat al op 5 centimeter ontsluiting. Hup, naar het ziekenhuis en snel. Daar aangekomen bleek ik al op 6,5 centimeter te zitten. Een verdovend middel kon niet meer. En ik keek daar zo naar uit! De pijn werd erger en erger… Ondertussen liep ik bloot rond en plaste heel de kamer onder. Geen schaamte meer op zo’n moment, who cares!?

“Ik ga naar huis. Je ziet maar wat je met dat kind doet. Doei!”. Dat is wat ik nog heb gezegd vlak voordat ze me toucheerde en ik op 9,5 centimeter zat. Ik heb het uitgegild! Achteraf vraag ik mezelf echt af wat ze daar hebben gedacht. Ik heb mezelf niet van mijn beste kan laten zien, laten we het zo formuleren. Maar goed, één uur later zat ik nog steeds op 9,5 centimeter ontsluiting. En het leek de verloskundige wel een goed moment om even lekker onder de douche te gaan staan. Even ontspannen (want dat doe je natuurlijk tijdens de bevalling in een weeenstorm). Toch ging ik zonder tegen stribbelen eronder staan en ik moest toegeven: dit voelde heerlijk.

Maar toen

“Ga weg! Ik moet poepen! Rot op”, zei ik tegen mijn vriend. Laat ik ook even over hem vertellen. Deze man luistert nooit, maar dan ook echt nooit, naar me. Hij moet altijd even nog tegengas of een weerwoord geven. Maar nee uitgerekend deze keer luisterde hij wel. Hij ging. Zonder iets te zeggen. Zonder tegengas. Niets. Helemaal niks. Ik ben op handen en knieën gaan zitten en mijn lichaam begon uit zichzelf te persen. Vijf minuten lang was ik er echt van overtuigd dat ik moest poepen. Tot ik z’n hoofdje naar beneden voelde drukken. Ik ben op mijn hurken gaan zitten en ik heb twee keer een goede pers gegeven. Hierna heb ik mijn eigen kind opgevangen. Alsof ik zelf gediplomeerd verloskundige was. Ik weet nog – en dat is het rare – dat ik heel rustig was. Normaal ben ik een heel druk en vooral nerveus persoon. Maar op dat moment kreeg ik zo’n rust. Ik stopte echt even met de zenuwachtige Kay zijn en mijn gedachten namen het over. Deze zeiden letterlijk: “Luister naar je lichaam, want je wilt niet dat je kind de print van de vloertegels in z’n gezicht heeft staan.” Ik hield hem tegen me aan. En ik kon hem niet verder dan mijn buik omhoog trekken. Ik hoorde later dat zijn navelstreng erg kort was. Dus dat zal daaraan gelegen hebben. “Help, mijn kind! Mijn kind! HELLLLLUP”, gilde ik. En toen op dat moment stond ineens iedereen in de badkamer. Ik ben naar het bed begeleid om daar de placenta te laten komen. “Topwijf ben je! Een echte oermoeder!”, zei de verloskundige.

Ik heb echt veel moeite gehad om dit te kunnen verwerken. Veel mensen snappen dit niet. Ik krijg vaak te horen: ”Keigaaf! Wat een oermoment” of “Meid, je schiet ze eruit alsof het kogels zijn”. Maar echt, als het ineens zo snel gaat dan moet je dit echt even verwerken. Ik denk dat elke bevalling verwerken is. Maar ik heb hier duidelijk veel meer moeite mee gehad dan bij de andere vier bevallingen. Was het de schrik? Of de angst? Ik weet het niet. Maar net zoals dat de bevalling anders ging dan normaal, zo is onze geboren zoon Anouar dat ook. Dus het complete plaatje klopt. Heerlijk anders kindje! En dat is precies waarom ik van hem hou!

KAY

Plaats een reactie