Alles wat je als mommy (to be) moet weten staat in dit baby-ABC!

| | , ,

Onlangs is mijn zusje bevallen. En ik mocht er bij zijn! Zo leuk! Maar goed, daar gaat deze blog nu even niet over. Zoals het een goede, oudere zus betaamt, probeerde ik er al tijdens de zwangerschap zo veel mogelijk voor haar te zijn. Op sommige momenten kwam ik met goede raad op de proppen, op andere momenten hield ik wijselijk mijn mond.

Zus: “Als je als ouders gewoon relaxt met het kindje omgaat, slaapt de baby vast zo door.”

Ik: “Oh, is het al zo laat. Ok moet echt gaan.”

Het grappige is dat ik soms met termen of afkortingen kom, waarbij zij mij aankijkt of ik Chinees spreek. Nu de baby er is, vuurt mijn zusje meer vragen op me af dan de gemiddelde TV-reporter. En nog steeds merk ik dat ik haar vocabulaire elke dag verrijk. Ik besefte me plotseling: zodra je in verwachting raakt, kom je eigenlijk in aanraking met een geheel nieuwe taal; het baby jargon! Vandaar dat ik hier speciaal voor alle mommies (to be) een baby ABC heb gemaakt. En voor degenen die de babytijd al lang achter zich hebben gelaten: bereid je dan voor op een “trip down memory lane”.

A: Afkortingen. Zodra je zwanger bent, wordt je ermee doodgegooid. Dat ga je nog wel ontdekken in dit ABC! Waarom? Geen idee. Misschien omdat dat gewoon wat makkelijker appt.

B: BV. Precies, daar hebben we de eerste afkorting al te pakken. BV of KV. Oftewel: borstvoeding of kunstvoeding. Dat zijn de twee opties. Velen zullen benieuwd zijn voor welke optie jij gaat en daar vervolgens een mening over hebben. En die hoogstwaarschijnlijk ook nog eens met je delen – of jij nu wilt of niet.

C: CB. Weer een afkorting. Deze staat voor het Consultatiebureau. In de volksmond ook wel Constipatie-, Concentratie-, of Consternatiebureau genoemd. Ik schreef er een tijdje terug al een blog over (lees hier). Het is een instelling waar je vanaf de geboorte terecht kan met je kind voor medische basiszorg (meten, wegen, vaccinaties en dergelijke). Oh ja en het stinkt er en het is er altijd een herrie.

D: Doula. Een doula (spreek uit: doela) coacht je door je zwangerschap, de geboorte en kraamtijd heen. Doula’s zijn er voor emotionele steun, brandende vragen of gewoonweg een fris washandje tijdens de bevalling. Eigenlijk een beetje wat ik was voor mijn zusje. Maar deze kun je dus ook inhuren.

E: Echo. Ik heb het dan niet over het weerkaatsende geluid, maar over de techniek die gebruikmaakt van geluidsgolven om jou zo een beeld te geven van dat kleine wonder wat in jou groeit. Voor dat je zwanger bent, vind je eigenlijk alle echo’s op elkaar lijken, maar als je eenmaal een echo van jouw baby onder ogen krijgt, ben je op slag verliefd.

F: Flesweigeraar. Het woord klinkt op zich best grappig, maar geloof me, als je kind een flesweigeraar blijkt te zijn, zal het lachen je snel vergaan. Zeker als je weer aan het werk bent, wil je voorkomen dat je je kind moet meeslepen naar je werk om tussen meetings door borstvoeding te geven. Tip: oefen dus vaak en consistent met de fles.

G: Gender reveal. Een gender reveal is letterlijk het geslacht van je baby onthullen aan vrienden en familie. Dit is iets wat de laatste jaren steeds meer en meer gebeurd en je kunt het uiteraard zo gek maken als jij dat wil. Doe het op een instagrammable manier en de likes zullen binnenvliegen.

H: Huilen. Dit ga je opeens heel veel doen. Om alles. Het begint tijdens je zwangerschap, bereikt zijn piek in je kraamweek en daarna zal het langzamerhand weer een beetje gaan afnemen. Maar een zielig kindje op tv zal je nooit meer onverschillig laten.

I: IVF, ICSI, IUI. Weer een hele reeks afkortingen, voor als de natuur een handje dient te worden geholpen.

J: Johannesbroodpitmeel. Allereerst: fantastisch woord voor Scrabble! En het is ook nog eens fantastisch spul. Met deze vezel dik je de voeding van je baby makkelijk in en voorkom je dat deze weer terug omhoog komt. Ideaal bij spugende baby’s! En dit scheelt jou weer heel veel was! Dat zeg ik: fantastisch spul!

K: Kolven. Door te kolven krijgt jouw baby ook moedermelk wanneer jij niet in buurt bent. Of je het met je handen of met een kolfapparaat uit je borsten haalt, je voelt je wel een melkkoe

L: Luiers. Daar heb je er veel van nodig. Wel 2160 per jaar om precies te zijn. Doorlekken is irritant. Dan moeten alle kleren weer uit en heb je een huilende baby (zie H). Met deze luiers voorkom je doorlekken.

M: Mondje terug. Wij zijn weer terug bij het thema ‘spugende baby’. Al mag ‘een mondje terug’ eigenlijk geen spugen genoemd worden. Dit het kleine beetje melk wat omhoog komt na de voeding. En dit is de reden waarom iedere ouder standaard met spuugvlekken rondloopt.

N: NIPT. Ha, daar hebben we weer een afkorting te pakken. NIPT staat namelijk voor Niet-Invasieve Prenatale Test. Veel mensen hebben het over de NIPT-test, maar dan zeg je dus eigenlijk twee keer test. Daar erger ik me aan. Maar dat terzijde. Voor de NIPT wordt tijdens je zwangerschap bloed afgenomen om te zien of het ongeboren kind mogelijk down- edwards- of patausyndroom heeft.

O: Onderkantje. Niks vagina, spleetje, poes of wat dan ook, nee elke kraamhulp heeft het over een onderkantje. En dat gaat ze in de kraamweek elke dag bekijken.

P: Poep en plas. Daar draait het eerste weken continu om. Poept en plast de baby niet te vaak? Of juist te weinig? Wat voor kleur heeft de poep? Is dit normaal? En is het niet te dik of te dun? Goed om te weten, is dat de eerste ontlasting van de baby donkergroen tot zwart van kleur zal zijn. Het is nogal een kleverige substantie en wordt meconium genoemd. Na twee dagen zal dit veranderen in dunnere, waterige en gelere (bijna mosterd!) poep. Dat is een teken dat de melk wordt verteerd. Maar no worries: je kraamhulp zal je in het begin vragen elke luier te bewaren en zij zal deze grondig inspecteren!

Q: Qkeleku, zo kraait de haan, of de baby in dit geval. En die zal wat kraaien. Ook midden in de nacht (zie ook de X). Sommige ouders zullen bepaalde huiltjes gaan herkennen (dit is honger/vermoeidheid/vieze luier), anderen niet. Huilen hoort er bij, niet alleen bij jou, ook bij de baby. Denk niet meteen dat je een huilbaby hebt (al ga je daar vast op Googelen de eerste week…). Dit is de enige manier voor een baby om zich te kunnen uiten. Wanneer ze 6-8 weken oud zijn, huilen ze het meest, gemiddeld 2 tot 2,5 uur per dag. Daarna neemt het huilen weer af!

R: Regeldag. Misschien dacht je net een soort van ritme te hebben ontwikkeld, is je baby opeens super onrustig en huilerig en zal vaker (veel vaker!) om voeding vragen dan je gewend bent. Dan zou dit zo’n regeldag kunnen zijn! Je baby groeit en heeft behoefte aan meer voeding en regelt dit zelf door dus zelf vaker te gaan drinken.

S: Sprongetje. Op een dag huilde mijn baby aan één stuk door. En het was geen regeldag, want zelfs voeding was niet goed. En toen sprak een vriendin die befaamde woorden: “Het is vast een sprongetje.” Wat? Er ging een wereld voor me open. Met een sprongetje wordt een mentale groeispurt van de baby bedoeld en hier kunnen ze behoorlijk humeurig van raken. Er bestaan apps waarbij je precies kan bijhouden wanneer je baby in zo’n sprong terecht komt. Je kunt er verder niks mee, maar als je de hele dag een ontroostbare baby hebt gehad en er vervolgens een “sprong alarm” op het beeldscherm van je telefoon verschijnt, lucht dat toch even op. Dus dat is er aan de hand!

T: Toeschietreflex. Als je net een baby hebt gekregen, kan in je eentje een boodschapje doen al als een bevrijding voelen. Je voelt je weer even de oude jij. Maar dan begint er ergens een baby van een ander te huilen en heb jij twee natte plekken en je shirt. Hallo toeschietreflex!

U: Uitslapen. Wat is dat? (zie ook de X). Dit is een woord wat hier eigenlijk niet thuis hoort, want dit verdwijnt juist uit je vocabulaire.

V: Verloskundige, afgekort VK. Want zodra je mensen hebt verteld dat je zwanger bent, zullen ze je appjes gaan sturen of je nog bij de “VK” bent geweest. Zij/hij gaat jou begeleiden bij een ongecompliceerde zwangerschap en bevalling.

W: Weeën. Dit zijn krachtige samentrekkingen van je baarmoederspier. Velen vrouwen maken zich hier druk om, maar achteraf besef je dat dit nog het gemakkelijkste gedeelte was. Grapje. Of nou eigenlijk niet. Anyway, weeën zijn er in zo veel verschillende soorten en maten en iedereen ervaart ze weer anders, dus Google niet teveel, luister niet naar horrorverhalen van anderen en laat het maar gewoon op je af komen. En godzijdank is er altijd nog zoiets als de ruggenprik.

X: xtreme moeheid. Je leert een nieuw soort moeheid kennen, die niet eens meer in de buurt komt van de moeheid die je ervaarde voordat je kinderen had. Dit heeft uiteraard te maken met die gebroken nachten, maar we kunnen niet alles aan die baby toeschrijven. Want zelfs als de baby lief ligt te slapen, ga je je nog druk liggen maken of ie wel ademt, of ie het niet te warm of te koud heeft en ga zo maar door.

Y: Yesterday, all my troubles seemed so day way. Toen ik net mama was geworden, bedacht ik me vaak dat het allemaal een stuk makkelijker was toen de baby nog in de buik zat. Volgens mij is dit normaal. En die troubles zullen misschien blijven, maar verder wordt het alleen maar makkelijker – en leuker!

Z: Ziek. In het eerste jaar zijn kinderen best vaak ziek. De vijfde ziekte, de zesde ziekte, de tachtigste ziekte, whatever. Het hoort erbij. En ook altijd op momenten dat het niet uitkomt natuurlijk. Ik heb met mijn beide kids tijdens de kerst op de HAP (huisartsenpost ) gezeten.

Oh en nog een tip: sla voor jezelf het eerste jaar ook maar een kuub vitaminepillen in.

Zo dat was ‘m, het baby ABC. Leuker kan ik het niet maken, wel makkelijker 😉.

X

ILSE (klik hier voor haar Instagram)

Plaats een reactie