Bevallingsverhaal: “Mijn kindje had het zwaar in mijn buik, hierdoor moest ik een spoedkeizersnede

| | ,

Al vroeg in de zwangerschap had ik me voorgenomen: geen bevallingsverhalen Googelen. Door alle fora die ik afgestruind had in de maanden daarvoor was ik de eerste weken alleen maar bang om een miskraam te krijgen en ik wilde niet de hele zwangerschap in angst zitten over iets waar ik toch maar minimaal invloed op zou hebben. Ik wilde goed voorbereid zijn. Op indicatie zou ik poliklinisch bevallen en als het even kon in een bevalbad, maar verder wilde ik niets weten over mogelijke complicaties of dingen die mis konden gaan bij de geboorte van ons kindje.

Uiteindelijk had ik geen onbezorgde zwangerschap. Ik was 18 weken lang zo ziek als een hond, had geen energie en ook weinig zonnige gedachten in mijn hoofd. We deden een NIPT, waar geen resultaat uit kwam, en uit een tweede NIPT evenmin, wat betekende dat ons kindje een verhoogde kans op allerlei narigheid zou hebben. Na lang wikken en wegen besloten we een vruchtwaterpunctie te ondergaan. Emotioneel en lichamelijk was dit de ergste week van mijn leven. De punctie vond ik verschrikkelijk, maar de dagen erna waren pas echt een hel. Steeds bij elke kramp de allesverstikkende angst om het prille leventje in mijn buik te verliezen… Brrr. Gelukkig kwam op vrijdag het verlossende telefoontje: Alles was goed met onze kleine meid.

Tegen het tweede trimester ontwikkelde ik bekkenklachten waardoor ik geen lange stukken kon lopen en niet lang kon zitten, maar ik was wel geruster omdat ik de baby begon te voelen. Langzaamaan begon ik de vluchttas te pakken voor het ziekenhuis, maar over de bevalling zelf wilde ik nog steeds niet teveel nadenken. Wel wilde ik goed voorbereid zijn, dus in plaats van een simpele shopper met een pyjama begon mijn vluchttas meer op een halve volksverhuizing te lijken. Alles had ik op een lijst staan en als er iets in de tas ging, werd het afgevinkt. De outfits van de baby in ziplock zakjes met het maatje erop geschreven zodat niemand hoefde te zoeken als het zover was.

Het derde trimester brak aan, maar in plaats van mezelf op de bank te kunnen vleien met een goede serie en een grote bak chocolade-ijs zoals ik had gehoopt, moest ik minutieus mijn bloedsuikerwaarden in de gaten houden met een prikpen en daarnaast mijn eetpatroon aanpassen zodat ik geen insuline hoefde te spuiten en niet ingeleid hoefde te worden. Aangezien ik geen fan ben van naalden (ook niet van hele kleine naaldjes die je bijna niet voelt) was dit een behoorlijke opgave en ik baalde inmiddels ontzettend dat ik niet onbezorgd van mijn zwangerschap kon genieten deze laatste weken. Gelukkig had alle moeite die ik deed wel effect en bleef de insulinespuit en een ingeleide bevalling me bespaard. De dagen kropen voorbij en uiteindelijk kwam en ging de uitgerekende datum. Met 41 weken was er nog steeds geen teken van een aanstaande bevalling. Ik wilde voorkomen dat ik ingeleid zou worden (want dat werd dan een medische bevalling, weeënopwekkers en meer pijn) maar we waren zeker niet bereid om risico’s te nemen wat betreft de gezondheid van ons meisje, dus werd het tijd om na te denken over de volgende stap. Omdat we richting het weekend gingen en de kans op een ingeleide bevalling elke dag groter werd, werd ik doorgestuurd naar het ziekenhuis voor een intake en een hartfilmpje van de baby. Het leek er nu echt op dat het door mij gevreesde scenario van een ingeleide bevalling zich alsnog zou voltrekken. Ik hoopte vurig dat mijn lijf uit zichzelf in beweging zou komen.

Die nacht werd ik wakker van krampen in mijn buik en ik voelde een golf van opluchting: “Yes, het is begonnen!” Even later werden de krampen steeds intenser, dus ik wekte rond 2 uur ‘s nachts mijn man en liet het bad vollopen. Mijn idee van rustig in bad de weeën opvangen was gauw voorbij. Ik werd alleen maar onrustiger van het water en wilde het liefst zo gauw mogelijk weer in bed duiken. Eenmaal op bed bouwde ik een soort nest van kussens zodat ik in een half hurkende houding wee na wee kon wegzuchten. Na een paar uur kwamen de weeën om de 5 minuten en ze duurden minimaal 1 minuut, dus brak het moment aan om de verloskundige te bellen. Zij kwam gelukkig gauw en constateerde dat ik nog maar 2 centimeter ontsluiting had. Lichtelijk teleurgesteld kroop ik weer op mijn stapel kussens en we spraken af om in de middag weer contact te hebben. Rond het middaguur merkte ik dat mijn weeën steeds langer op zich lieten wachten. Op een gegeven moment zat er een kwartier en later zelfs 20 minuten tussen. Ongerust belde ik de verloskundige op. Ze beloofde gauw langs te komen. Dat duurde toch nog dik anderhalf uur, terwijl de weeën zich wel weer langzaam herstelden. Ze mochten dan minder vaak komen, ze waren wel nog steeds enorm pijnlijk. Toen ze er eindelijk was, bleek ik nog steeds op maar 2 centimeter ontsluiting te zitten. Ze gaf aan dat we konden afwachten of dat zij mijn vliezen kon breken in de hoop dat de weeën dan zouden doorzetten. Ik was inmiddels behoorlijk afgepeigerd en ik werd niet blij van het idee dat ik nog heftigere weeën zou moeten wegpuffen in de auto op weg naar het ziekenhuis. Ik gaf aan dat ik graag verder wilde gaan in het ziekenhuis met de ondersteuning van een ruggenprik. Dat vond ze een goed idee, dus propte mijn man onze ziekenhuistassen in de auto, wurmde ik mijn enorme buik op de passagiersstoel en daar gingen we. Natuurlijk belandden we precies in de avondspits en ik pufte ondertussen de ene na de andere wee weg.

Eenmaal in het ziekenhuis werden we in een verloskamer warm onthaald door een verpleegkundige die me een infuus gaf en me vervolgens aansloot aan allerlei apparaten met draden, piepjes en lichtjes zodat ik me net een veredelde kerstboom voelde. Weeën opvangen in een ziekenhuisbed met al die draden die aan je hangen is een stuk minder comfortabel dan op mijn kussennest thuis en ergens begon ik me af te vragen of ik wel de goede keuze had gemaakt om hierheen te gaan. Het wachten was op de anesthesist die me een ruggenprik zou bezorgen zodat we weer verder konden. Ik heb mijn angst voor naalden al benoemd, maar alle naalden die ik tijdens de zwangerschap heb gezien (zelfs die van de punctie) verbleken bij de enorme spuit die de verpleegster tevoorschijn haalde ter voorbereiding van de ruggenprik. Als een wervelwind stormde de anesthesist binnen en het was direct duidelijk dat hij geen tijd had voor mijn angst. Mijn bed werd een meter de lucht in gepompt, ik moest gaan zitten, mijn rug krommen als een kat en tegen m’n man aan leunen en nadat ik de zoveelste wee had weggepuft ging de spuit in mijn rug. Langzaam begonnen m’n benen aan te voelen alsof ze van watten waren en ik werd weer recht in bed gelegd. Nu was er eindelijk rust. Ik kon even op adem komen en mijn vliezen werden gebroken. Mijn man installeerde zich op de slaapbank, maar ik was klaarwakker en hoopte alleen maar dat mijn ontsluiting nu zou vorderen. Helaas, een uur later was er nog steeds weinig vooruitgang en er werd besloten om me een infuus met oxytocine toe te dienen, de gevreesde weeënopwekkers. Door de ruggenprik kon ik ze in het begin nog goed doorstaan, maar naarmate de uren verstreken en de weeën krachtiger werden door de medicatie kwamen de krampen dwars door de ruggenprik heen. Na een paar uur zat ik op 7 centimeter ontsluiting, en nog een uur daarna op 9 centimeter. Nu zou het vast niet lang meer duren.

Ondertussen bleek uit de metingen dat ons kindje het zwaar had in mijn buik. Haar hartslag daalde soms ineens en de verpleegkundigen kwamen me meermaals in een andere houding leggen om te kijken of dat voor verbetering zorgde. Terwijl mijn ontsluiting eindelijk vorderde ontstond het volgende probleem: ons meisje daalde niet voldoende in. Ze lag wel in de goede positie, maar bleef te hoog in de baarmoeder zodat ze haar niet zouden kunnen halen met tang of pomp. De weeën waren op volle sterkte en ik voelde me uitgeput en steeds ongeruster worden, gezien de hartslag van onze dochter om de zoveel tijd een dip bleef vertonen. Starend naar de monitor wenste ik dat het gauw voorbij zou zijn. Toen kwam de verloskundige binnen en ze gaf aan dat ze het nog een uur wilde geven, maar dat we ons moesten voorbereiden op een keizersnede. Mijn man en ik keken elkaar aan en even brak ik: Hoe kon het dat we na maar liefst 32 uur weeën en al die moeite alsnog hierop uitkwamen? Ik herpakte me. Dit was de beste optie. Ik was zo moe dat ik mezelf geen persfase meer zag volbrengen en ik wilde echt niet dat ons kindje in gevaar kwam. Voor ik het wist werd ik op een ander bed getild en naar de OK gereden, waar mijn man nog niet bij mocht zijn en ik voelde een golf van paniek, ik had ooit eens gehoord over een vrouw die wel verdoofd was bij haar keizersnede maar die alles had gevoeld: dat wilde ik echt niet! Bijna hyperventilerend lag ik op de operatietafel terwijl om me heen medewerkers alles klaar aan het leggen waren voor de keizersnede. De jonge anesthesist zag dat ik in paniek raakte en moedigde me aan. Ik deed het zo goed! De andere anesthesist leidde me af door allerlei onzinnige vragen op me af te vuren. Hoe hadden we de babykamer ingericht? Ik ontspande wat en realiseerde me weer waarom ik hier lag: we gingen ons meisje ontmoeten, al heel snel! Opeens stond mijn man naast me en gaf de gynaecoloog het startsein. We gaan beginnen. Na wat heftig duw- en trekwerk ging het luikje open in het doek wat mij het zicht belemmerde op de mensen die in mijn buik aan het snijden waren. En daar was ze. Onze kleine Liv, luid schreeuwend en onder het smeer, maar nu al het meest perfecte wezentje op deze aardbol. Even mee met de kinderarts en toen werd ze op mijn borst gelegd. Het was goed. We waren allebei veilig. Het was voorbij.

Als ik terugkijk op hoe de bevalling is verlopen, was dit geen scenario waar ik me op voor had kunnen bereiden. Ik weet dat mijn man en ik steeds de juiste beslissingen hebben genomen. Ik ben zo ontzettend dankbaar voor de artsen en het verpleegkundig personeel wat ons op een betrokken manier heeft ondersteund en ervoor heeft gezorgd dat ik geen rotgevoel heb als ik aan de bevalling denk. Liv en ik zijn gezond en dat is uiteindelijk het enige wat echt belangrijk is.

KIM

Plaats een reactie