Na zoveel miskramen en bloedingen kan het tòch nog goedkomen!

| | ,

Dit jaar waren we 10 jaar getrouwd. Tien mooie, maar ook de meest heftigste jaren van mijn leven. In deze 10 jaar leerde ik wat zorgen waren. Leerde ik mooie momenten extra waarderen en ben ik sterker geworden.

In 2012 kregen we onze eerste zoon. We waren dankbaar, maar het was ook nieuw. Ik voelde me vaak onzeker en vond het soms lastig te genieten. Ik denk zoals elk nieuwbakken mama dat wel ervaart. In 2013, vrij snel na de eerste, kregen we onze tweede zoon. Dit was na een zwangerschap vol zorgen. Tijdens de 20 weken echo werden bij hem vergrote nierbekken ontdekt. Bij veel kindjes trok het na de zwangerschap weg. Bij hem was het een ander verhaal. Het werd steeds erger. En uiteindelijk belandden we na een week in het Radboud ziekenhuis. Hij was heel erg ziek. Vreselijk vond ik dat. Mijn kleine baby. Simpele klepjes sloten zijn plasbuis af waardoor urine in de nieren bleef zitten. Een kleine aandoening met voor hem grote gevolgen. Zijn nieren zijn erg beschadigd geraakt hierdoor. Gelukkig zijn de controles elke keer nog positief en wordt hij heel goed in gaten gehouden.

Na de tweede operatie van mijn zoontje werd mijn man ziek. Hij kreeg tintelingen en zijn krachten namen af. Op een gegeven moment kon hij niet meer de trap opkomen. Om een lang verhaal kort te maken, kreeg hij de diagnose Guillian Barre. Gelukkig heeft hij het geluk gehad dat het tot onder zijn hart is gebleven. Erg spannend was het. Hij is er heel goed vanaf gekomen! Datzelfde jaar kreeg mijn moeder de diagnose borstkanker. En dat was wel de druppel die de emmer deed overlopen bij mij. Al die tijd had ik op standje overleven gestaan. Doorgaan, omdat het moest. Er zijn voor diegene die mij zo nodig hadden. Mijn man, mijn moeder en mijn kinderen. Ik ontwikkelde me als een ware hypochonder. Bij elk vlekje, pijntje dacht ik aan iets ergs. Iedereen waar ik van hield werd voor mijn gevoel ziek. Ik kon ook zo wat krijgen. Ik realiseerde hoe fragiel gezondheid is. Gelukkig ben ik met hulp daar heel goed uitgekomen en kon ik mijn gedachten weer relativeren.

Twee rustigere jaren volgden. Tot ik in 2016 een positieve test had. Een derde wonder. Zo welkom. Ik had vanaf het begin van deze zwangerschap al geen fijn gevoel. Ik was er heel blij mee, maar op de één of andere manier voelde het te mooi allemaal. Toen ik met 11 weken een eerste echo kreeg had mijn gevoel gelijk. Op de echo zagen we een vruchtje van 10 weken zonder hartslag. Ik koos, hoe naïef, meteen voor een curettage. Het leefde niet meer. Ik had iets doods in mijn buik. Het moest eruit en wel zo snel mogelijk. Twee dagen later kreeg ik een curettage. De ingreep viel enorm mee, maar toen ik terug kwam met een lege buik van de OK, voelde ik me heel erg verdrietig. Ruim een half jaar later was ik weer zwanger. De angst sloeg om mijn hart bij het zien van de positieve test. Ik had door de vorige keer ervaren dat het niet altijd goed hoefde te gaan. Maar ook hield ik me voor dat het wel heel veel pech was als het weer mis zou gaan. Met 10 weken kreeg ik een echo. Eerder wilde ik het niet. Misschien toch wel de kop in het zand steken. Weer was het mis. Op dat moment en de dagen erna heb ik me ontzettend verdrietig en leeg gevoeld. Ik werd meteen ook heel erg onzeker. De wens voor een derde kindje was nog zo groot. En hoe kon het dat het toch voor de tweede keer mis ging? Dit keer koos is voor pillen. Helaas deed het na meerdere pogingen véél te weinig. En kreeg ik weer een curettage.

De tijd erna kozen we voor rust. Focussen op onze jongens en leuke dingen. Even geen gedoe aan ons hoofd. De jongens gingen naar school en ik was veel alleen thuis. Ik miste de zorg voor een kind. Het moederen. Ik kon m’n gang gaan als de jongens naar school waren. Maar mijn wens voor een derde kindje werd steeds groter. Op een gegeven moment is iedereen zwanger voor je gevoel… Bij iedereen leek het goed te gaan. Constant werd ik ermee geconfronteerd. Maar ook hield ik me voor dat ik vooral heel dankbaar moest zijn. Voor mijn gezin, m’n twee mooie jongens. Ik mocht niet klagen. Toch mocht ik een poosje later weer een positieve test in handen hebben. Blijdschap was er niet. Alleen een hele boel angst. “Als het nu maar wel goed gaat”. De dagen voelden als weken. Toen mijn zus tegelijk zwanger met mij was, gaf me dat nog meer stress. Als het nu niet goed ging, werd ik altijd geconfronteerd met de zwangerschap van mijn zus. Ondanks dat ik het haar soms nog meer gunde dan mijzelf. Met 7 weken zagen we een prachtig hartje. Met 9 weken ook. Maar met 13 weken was het gestopt. Weer een miskraam. Ik geloofde niet meer in domme pech. Ik moest een curettage ondergaan. Na twee weken nog een keer midden in de nacht. Ik viel bijna flauw onder de douche. Zoveel bloedverlies. Er was nog wat restweefsel blijven zitten. We kregen onderzoeken. Maar er kwam niks uit. Ik stond in de verkeerde rij van de kassa, volgens de gynaecoloog. Het heeft best een poos geduurd voordat ik me weer een beetje mezelf voelde. Ik was zo boos op mijn lijf. Op alles eigenlijk. Het voelde oneerlijk. Maar ik mocht niet klagen hield ik me zelf weer voor. Ik had namelijk twee kinderen.

Eind februari dit jaar voelde ik me weer niet lekker. Ik dacht alleen maar: “Ik hoop niet dat ik zwanger ben”. Maar weer een positieve test. Ik heb na het zien van die test meteen overgegeven. Ik denk van de spanning. Van de verloskundige mocht ik elke week komen. Maar ik wilde niet te vroeg. Ik wist dat een kloppend hartje niet altijd goed nieuws was. Ik geloofde niet dat ziek voelen en overgeven een goed teken was. Met acht weken – vlak voordat ik afspraak had – kreeg ik heel erg bloedverlies. Ik was opgelucht en dacht: “Zie je wel!” De spanning was weg. Het is weer mis, maar nu komt het vanzelf”, dacht ik. Ik kwam bij de verloskundige en we zagen toch nog een kloppend hartje. Maar ook een hoop bloed in de baarmoeder en een tussenschot. Dit kindje was van een tweeling. De kans was groot dat het mee ging in de bloedingen. Elke week leefde ik in angst. Elke week meer hoop,maar ook de angst om het alsnog te verliezen. Het groeide en groeide. En heel langzaam begon ik te geloven dat het toch goed mocht gaan. Ik probeerde het te geloven. Ik heb de zwangerschap als verschrikkelijk ervaren. Met 28 weken kreeg in weer een bloeding. Even leek het erop dat de baby veel te vroeg geboren zou worden. Gelukkig bleef het zitten. De hele zwangerschap heb ik weinig leven gevoeld. Ik vond het zo moeilijk om te hechten aan dit kindje. Bij elke voorbereiding of aankoop dacht ik: “Ik hoop maar dat ik het ga gebruiken” of “Laat het eerst maar geboren worden”.

26 Oktober midden in de nacht voelde ik weeën. Een paar dagen ervoor had ik al wat bloed verloren. Door een GBS-bacterie zou ik in het ziekenhuis bevallen. Half 12 zag onze dochter het levenslicht. Met de navelstreng twee keer om haar nek en groen van het vruchtwater waar ze in gepoept had. Ze zette het op een krijsen. Ze was er, onze dochter Nore.

Nu zeven weken later, kijk ik naar het bundeltje geluk. En ben ik zo ontzettend dankbaar dat het ons toch nog een keer gegund is. Mijn ervaring is dat het ècht kan goedkomen. In de tijd van al die miskramen had ik soms behoefte aan een positief verhaal en daarom wilde ik dit zo graag delen.

WILMA

Plaats een reactie