Ik ben zwanger, maar HG verziekt niet mijn trouwdag!

| | ,

Daar zit ik dan. Met een bakkie cappuccino in het februarizonnetje op ons dakterras. Het doet me denken aan wintersport. Dik aangekleed, strakblauwe lucht en een fris windje. Net lekker. En ineens moet ik ervan huilen. Het raakt me. Het raakt me zo hard dat ik voor het eerst in 20 weken zwangerschap – lees: lichte hel – twee minuten kan genieten. Ik kan het dus toch nog… Genieten. De afgelopen weken heb ik écht gedacht dat ik het niet meer kon. Wanneer je gezondheid niet vanzelfsprekend is, leer je te waarderen. Je leert dat dit soort kleine momentjes ertoe doen en je leert genieten van zoiets kleins. Van het feit dat ik een cappuccino drink in het look-a-like wintersport zonnetje, zonder ultra misselijk te worden of hem uit te kotsen. Ik ge-niet. Zal het dan toch nog iets beter worden gedurende mijn zwangerschap? Het kan per dag zo verschillen. Wat zeg ik? Per uur zelfs. En dat is precies wat het zo moeilijk maakt. Dat onvoorspelbare en wisselende. Ik merk aan mezelf dat ik dit niet alleen voor mezelf heel lastig vind, maar ook naar de buitenwereld.

De meeste uren breng ik binnen door. Thuis. In mijn bed. Als ik mazzel heb in mijn eigen bed en niet een ziekenhuisbed. En dat vind ik heftig. Het is iets wat totaal niet bij mij past. De mensen om mij heen zullen mij omschrijven als: sociaal, altijd druk en onderweg. Wanneer ik mij ‘goed’ voel, ga ik dus héél graag naar buiten. Al is het een rondje door de Albert Heijn, omdat ik eigenlijk geen boodschappen nodig heb. Wanneer je mij daar tegen komt – met niks in mijn mandje – is niets wat het lijkt. Ik krijg regelmatig te horen: ‘ondanks dat je zoveel afgevallen bent, zie je er goed uit’. Of: ‘Wat goed dat je alweer boodschappen kan doen, fijn dat het beter gaat’. Dit is super lief bedoeld. Maar wat niemand weet, is dat ik extra veel make-up opdoe voor ik de deur uit ga. Zo hoeven de medewerkers van de Albert Heijn geen mortuarium te bellen, omdat ze een levend lijk zien lopen. Wat niemand ziet, is dat ik de prikkels in de supermarkt eigenlijk helemaal niet kan verdragen. Alles komt gigantisch op me af en ik kan mij niet focussen of concentreren. Dus als je een gesprek tegen me begint, tussen de groenten en het fruit, en ik kom een beetje wazig over: alvast sorry! En wat niemand weet, is dat ik van een kort bezoekje aan de Albert Heijn he-le-maal uitgeput ben en weer een uur in mijn bed moet liggen om bij te komen of om te voorkomen dat ik weer ga overgeven. Kortom: het is lang niet wat het lijkt. Precies dit is wat ik heel moeilijk vind. Soms heb ik het gevoel dat mensen hierdoor denken dat het allemaal wel mee valt of dat ik meer kan dan ik nu doe. Ik roep dan heel hard dat het mij niet uitmaakt wat anderen van mij denken, maar ik betrap mezelf erop dat dit niet waar is. Ik vind het blijkbaar toch iets belangrijker dan ik dacht. Dat is de zoveelste les die ik over mezelf leer tijdens dit proces van ‘ziek’ zijn.

Dat de meningen van anderen mij meer doet dan ik dacht, zorgt er ook voor dat ik regelmatig over mijn grens ga. Dan moet ik weer – half huilend – aan mezelf toegeven dat het allemaal teveel is geweest op een dag. De dagen die volgen, breng ik dus weer door in mijn bed. Met pijn in mijn hart moet ik dan alles weer afzeggen. Verjaardagsfeestjes, een concert, weekendjes weg… De wereld gaat door zonder mij en dat is mega frustrerend. Ik wil namelijk niets missen en ik vind alles veel te gezellig. Ik kan mezelf dan wel voor mijn kop slaan dat ik weer te veel heb gedaan. En toch leer ik er niet van, want ik doe het keer op keer. Wat is dat toch? Ik neem het ‘genieten van de kleinste momentjes’ misschien soms iets te letterlijk.

Aankomende week ga ik het anders doen. Ik móét het anders doen. Ik mag mezelf niet achteraf voor mijn kop slaan. Ik moet energie sparen, mag niet over mijn grens gaan en wil al helemaal aankomend feestje niet afzeggen. Het aankomende feestje is namelijk óns feestje! Mijn vriend en ik gaan trouwen! Iets wat al ver voor Hyperemesis Gravidarum op de planning stond. Iets waarover we lang getwijfeld hebben. “Moeten we het wel door laten gaan? Kan ik het wel aan? Wat als ik in het ziekenhuis lig? Hoe ga ik dit doen met alle voorbereidingen?” We besloten dat het door moest gaan. Het is namelijk iets waar ik heel veel positieve energie uit haal. Iets wat ik vanuit mijn bed kan coördineren en regelen. Het is iets wat mij houvast biedt. We hopen daarnaast maar heel hard dat ik niet in het ziekenhuis lig. En als ik dat wel lig, regelen we het gewoon. Dan trouw ik maar met een infuuspaal aan mijn zijde. We. Gaan. Dit. Doen. We houden het klein. Een groot feest komt later wel. Of niet. Een intieme ceremonie met een klein groepje dierbaren en daarna een lunch aan een lange tafel. Niet dat ik veel zal eten, maar dat geeft niet. We vieren onze liefde die dag. Tenminste… Als hij na de afgelopen 20 weken nog ‘ja’ durft te zeggen. Ik in ieder geval wel. Want ook daar kom je achter in een tijd dat gezondheid niet vanzelfsprekend is. Je komt erachter wat de mensen om je heen voor je betekenen. En geloof mij: dat is veel. Heel veel.

DAPHNE

Plaats een reactie