Ik hield niet van mijn tweede dochter

| | ,

‘Ik ben geen slechte moeder’, die zin moest ik wekelijks in mijn therapie sessies herhalen. Maar ik kon het niet geloven. Ik was wel een slechte moeder. Ik wist het zeker. Mijn kinderen verdienden een andere moeder. Een vrolijke moeder. Een moeder die niet zo’n kort lontje had. Een moeder die niet zóveel woede in zich voelde tegenover twee onschuldige kleine mensjes waar ze onvoorwaardelijk van hoorde te houden. Een moeder die niet zo vaak boos werd, in paniek raakte en vreselijke gedachtes had.

Laat ik bij het begin beginnen. 14 April 2016 is mijn oudste dochter geboren na een moeizame bevalling. Anderhalf uur lang heb ik geperst zonder ooit persdrang gevoeld te hebben. Ik voelde me hopeloos. Ik kon dit niet. Ik kon niet meer. Ik wilde opgeven, maar dat kon ook niet. Éindelijk kwam ze eruit. Ze had klem gezeten, werd me verteld.

De roze wolk, was niet zo roze. Eerder zwart. Ze huilde veel. En ik ook. Mijn man kwam vaak thuis uit zijn werk, waarbij ik haar, huilend, bijna letterlijk in zijn armen smeet, omdat ik haar niet meer kon verdragen. Ik ging dan een blokje om, maar zelfs in mijn hoofd, hoorde ik haar nog huilen. Ik wist me geen raad. Alleen voelde ik heel sterk dat er een reden was dat ze zoveel huilde. Huisarts en kinderarts af geweest. ‘Baby’s huilen nu eenmaal mevrouw’, kreeg ik dan te horen. Ik voelde me eenzaam, niet begrepen en niet geloofd. Ik kreeg uiteindelijk de stempel ‘postnatale depressie’. Toen mijn dochter zes weken was, moest ik haar van de dokter minimaal twee dagen en het liefst nachten wegbrengen. Iets wat je helemaal niet hoort te willen. Ik voelde me falende als moeder. Maar het was zo’n opluchting om weg te zijn van het gehuil. Tot iemand een keer tegen mij zei: ‘Waarom ga je niet eens langs een osteopaat?’

De dag erna ben ik meteen gaan informeren. Ik kreeg een hele vriendelijke vrouw aan de telefoon en ik barstte meteen in huilen uit. ‘Ik kan jullie helpen’, zei ze. De eerste behandeling voelde ze het meteen. Ze vond het niet zo gek dat mijn dochter niet wilde liggen. Ze zat namelijk helemaal vast in haar nek en schouders. Na vier a vijf behandelingen had ik een ander kind. Van een kind dat nooit sliep en alleen maar huilde, naar een kind dat veel sliep, soms wakker was en alleen maar lachte. Ik werd gelukkig. Mijn depressie verdween. We deden van alles samen en hadden de grootste lol. Zwemmen, speeltuinen, kinderboerderij, fietsen, we deden het allemaal.

Toen ze één jaar werd. Zei mijn man dat hij na zijn 40e geen kinderen meer wilde. Februari 2019 zou mijn man 40 worden. Hij zou in die tijd graag nog een kindje willen, als het ons gegund werd. Maar als ik het te snel vond, dan zou hij ook gelukkig kunnen zijn met één dochter. Het voelde voor mij eigenlijk als nu of nooit. Een moeilijke keuze. Ik vond het ook wel prima zo. Geen bevalling meer. En we waren toch gelukkig zo? Maar ja, zou ik daar geen spijt van krijgen? Was ik er wel al aan toe? Durfde ik het wel? Na een huilbaby? Ik heb een hele discussie met mezelf gehad. Uiteindelijk hebben we toch besloten ervoor te gaan.

In juli 2017 was ik alweer zwanger en in september 2017 zag ik voor mijn ogen mijn man geestelijk instorten. Burnout. Op dat punt, zijn we elkaar een beetje kwijt geraakt. Hij had een werk gerelateerde burnout en ik was zwanger. Gedachten van ‘jij wilde dit en nu laat je me in de steek’, gingen door mijn hoofd. Hoe schuldig ik me daar ook over voelde. Hij deed het niet expres. Mijn zwangerschap was zwaar. Ik kreeg al snel veel last van bekkeninstabiliteit waardoor ik minder moest gaan werken. Ik had veel pijn en mijn man had het geestelijk zwaar. We konden er niet echt voor elkaar zijn, alhoewel we dit wel echt probeerden en ook wilden. Ik denk dat we ons allebei heel alleen hebben gevoeld. Ik kreeg last van angsten. Wat nu als ik weer een huilbaby krijg? ‘Nee joh’, zei iedereen. ‘Die kans is toch super klein dat je dat twee keer mee moet maken’. Kan ik wel net zoveel van de tweede als van eerste houden? ‘Tuurlijk’, werd er gezegd. ‘Dat merk je meteen!’

Op 14 februari 2018, Valentijnsdag, gebeurde er iets verschrikkelijks. Ik was 33.5 weken zwanger. Ik had een valentijnsontbijtje geregeld voor mijn man en toen kreeg ik ineens erge rugpijn. Ineens uit het niets. Ik moest sowieso naar de fysio, dus ik hoopte dat ze mij kon helpen. Ik zat huilend in de wachtkamer van de pijn. De pijn was inmiddels als een band rondom mijn lijf. Op de tafel van de fysio werd ik ineens echt niet goed. Ik moest overgeven en zag alleen maar vlekken. De fysio heeft uiteindelijk 112 gebeld omdat het niet over ging en ik wél zwanger was. Na vele onderzoeken in het ziekenhuis bleek dat ik een darmhernia had. En ik moest de volgende dag meteen geopereerd worden. Het maakte niet uit dat het weekend was. Dit moest meteen gebeuren. In de OK stond naast de chirurg, een gynaecoloog en een couveuse klaar. ‘Voor het geval dat’, legt de gynaecoloog uit. Een heel angstig idee. Ik ging huilend onder narcose. Toen ik na de operatie wakker werd en ik mijn ogen nog niet open kon doen, vroeg ik hoe het met mijn baby ging. Gelukkig was alles goed gegaan.

7 April 2018 werd ze dan geboren. Mijn tweede dochter. Ze huilde meteen heel erg veel en als ik heel eerlijk ben, wist ik toen al dat het mis was met mij. Dat huilen stopte niet. Het was zelfs nog erger dan bij de oudste. Ik voelde me meteen weer hulpeloos en machteloos. Een verpleegkundige van het consultatiebureau was bij ons op huisbezoek en zij zei dat ze het idee had dat het niet goed met mij ging. Ze adviseerde mij om naar de huisarts te gaan. Ik negeerde haar. ‘Een postnatale depressie wil ik niet nog een keer!’, dacht ik bij mezelf. ‘Nooit meer!’ In plaats van eerst naar de huisarts en kinderarts, ging ik meteen naar de osteopaat. Zij gaf aan te voelen dat ze erge last had van haar darmen en dat ze, door de lucht die vrijkwam, aan een koemelkeiwitallergie dacht. Ze adviseerde me om naar de huisarts te gaan voor een doorverwijzing naar de kinderarts. Na heel hele weg, een provocatietest, in het ziekenhuis en inderdaad: er was sprake van een koemelkeiwit allergie.

In de tussentijd was er nog iets verschrikkelijks gebeurd. De vader van mijn man, was heel onverwachts overleden. Dit bracht enorm veel verdriet met zich mee. En dat terwijl mijn man ook weer net pas volledig aan het werk was sinds zijn burnout. Een rollercoaster van verdriet kwamen we in te zitten. En tegelijk moest ik voor mijn huilbaby zorgen. Ik had dus ook geen tijd om aan mezelf te denken. Ik moest er voor mijn kinderen en man zijn. Hoe ik me voelde, was niet zo belangrijk. Ik had spijt. Waarom zijn we voor nog een kindje gegaan? Waarom hebben we dit onszelf aangedaan? Ik vond het heel moeilijk om van haar te houden. Mensen zeiden op kraambezoek tegen me: ‘En, zie je nu wel dat je net zoveel van haar houdt als van de eerste’. Ik zei maar ja, uit schaamte. Maar ik voelde geen liefde.

Ze bleef veel huilen. Ik huilde zelf weer veel mee. Ik durfde nérgens naartoe met een huilende baby en een 2-jarige. Dus isoleerde ik mezelf in ons huis. De muren kwamen op me af. Ik voelde me zo eenzaam. Toen we andere voeding kregen, ging het gelukkig steeds beter. Alleen een maand later kreeg ze een dubbele oorontsteking. En daarna nog één en daarna nog drie. In drie maanden tijd, had ze zes dubbele oorontstekingen. In maart 2019 kreeg ze uiteindelijk buisjes. Ze was toen 11 maanden. Je voelt je zo machteloos als je je baby achter moet laten voor een operatie. ‘Slechte moeder, slechte moeder, slechte moeder!’, werd er in mijn hoofd geschreeuwd.

Een korte tijd na het plaatsen van de buisjes ging het goed. Maar al snel kwam er weer loopoor na loopoor. Veel gehuil en gegil. Wat nu? Ik verstijfde steeds meer en had vluchtgedachten. Ik wilde dit niet meer. Ik voelde paniek, boosheid en verdriet. Ik begon te schreeuwen tegen de kinderen wanneer ze huilden of ruzie maakten. Ik stormde naar boven uit angst dat ik er één zou slaan en elke nacht had ik paniekaanvallen wanneer er één begon te huilen. Dit kon zo niet meer. Ik kon het niet meer negeren. Er ging iets heel erg mis. Bij de psycholoog kreeg ik al snel de diagnose trauma en depressie. Ik schrok en voelde me opgelucht tegelijk. Heel confronterend, maar ook iets waar we mee aan de slag konden. Bij de EMDR-sessies kwamen we er snel achter dat mijn depressie erg in de weg stond. Zo moest ik zeggen tegen mezelf dat ik een goede moeder was, dat ik goed gehandeld had, dat ik mag voelen wat ik voel. Maar ik kon dat niet geloven. Daarvoor voelde ik me te schuldig tegenover mijn jongste dochter. Ik kan toch niet zomaar zeggen dat het oké is dat ik letterlijk heb gedacht dat ik haar op de grond wilde laten vallen zodat het huilen zou stoppen? Of dat het me zo lang heeft geduurd voor ik van haar kon houden? Dat is toch niet goed? Dan ben ik toch een slechte moeder!? Huilend heb ik vaak met de huisarts aan de telefoon gezeten. Ik wist het allemaal niet meer. Ik kon niet meer. Hoe lang kon ik dit nog volhouden? De therapiesessies werden naar wekelijks opgehoogd en ik ging nog minder werken. Maar vier weken geleden heb ik besloten dat het zo niet meer kon. Ik was een weekend weg met mijn gezin en ik heb totaal niet kunnen genieten. Ik heb het gevoel gehad het hele weekend verpest te hebben. Ik wilde aan de antidepressiva. Mijn psycholoog en huisarts gingen akkoord. De eerste 1.5 week heb ik me erg slecht gevoeld vanwege hartkloppingen. Maar daarna merkte ik al heel snel verschil. De woede die ik in mij voelde was weg. Het verdriet was weg. De paniek was weg.

Ik kan weer ademhalen! Ik kan weer genieten van leuke dingen doen met mijn gezin. Ik zie niet meer op tegen een dag alleen met de meiden. Ik voel me niet meer eenzaam. Wat een verschil! Nu de depressie ‘weg’ is, merk ik goed waar er aan gewerkt moet worden. Er gebeurde te veel in mijn hoofd. Nu merk ik dat het trauma nog aanwezig is. ‘s Avonds ben ik zenuwachtig. ‘Hoe laat zal ze gaan huilen?’ En ‘s nachts schiet ik tegen het plafond als ze huilt, met hartkloppingen en lig ik vastgenageld aan het bed. Maar ik kan nu inzien dat ik geen slechte moeder ben. Dat ik een moeder ben die het moeilijk had. Een moeder die er medisch gezien alles voor wilde doen zodat haar kind geen pijn meer had. Een moeder die haar kind juist even in haar bedje legde, omdat ze bang was voor haar eigen gedachte. Een moeder die hulp heeft gezocht om een ‘betere’ moeder te worden. Door weer beter in haar vel te gaan zitten. Ik kan nu gaan genieten van de kleine en grote dingen van mij kinderen. Van mijn gezin. Ik kan weer stoeien met mijn man. Samen lachen. Wat heb ik hem gemist. Wat heb ik mezelf gemist. Jullie drie zijn de lichtjes aan het einde van de tunnel. Het spijt me dat het zo lang duurde voor ik ze zag ♡.

YVONNE

Plaats een reactie