Quinn werd dysmatuur (veel kleiner) geboren, hij woog ruim 1800 gram

| ,

Zwanger zijn is prachtig, als alles verloopt zoals het zou moeten. Helaas is deze zwangerschap niet zoals we gehoopt hadden.

Ik was plots zwanger terwijl ik de pil gebruikte en daar moest ik na een positieve zwangerschapstest toch wel eventjes aan wennen. We lieten foto’s maken van ons gezinnetje met blauwe en roze ballonnen en vertelden daarna het nieuws aan iedereen dat onze oudste zoon grote broer zou worden. Wij waren heel erg blij en iedereen om ons heen was net zo blij voor ons.

Bijmijn eerste zwangerschap had ik vroegtijdig weeën en heb ik in het ziekenhuis gelegen voor longrijping en weeënremmers. Toen ik bij deze zwangerschap met 16 weken ook al heel veel harde buiken kreeg, besloot ik om te minderen met werken. Ik had na twee weken minderen evenveel harde buiken en ben toen helemaal de ziektewet in gegaan. Ik was toen nog geen 20 weken zwanger. Het idee dat ik nog zo lang thuis zou zitten benauwde mij wel een beetje, maar alles voor een gezond kindje! De 20 weken echo was goed! Ons kindje was gezond, wel wat aan de kleine kant, maar goed dat was onze oudste ook. Om deze reden zouden we extra groeiecho’s krijgen. Mijn cervixlengte was wat kort, maar deze hielden ze tijdens deze echo’s ook goed in de gaten.

Met 28 weken hadden we de eerste groei echo van onze baby. We vonden het wel leuk om mijn schoonmoeder mee te nemen zodat ze baby ook kon zien. De baby zag er goed uit, maar de echoscopist bleef het buikje, het beentje en het hoofdje opnieuw meten. Toen zei ze ineens: “Ik ga toch even overleggen, want dit kindje loopt erg achter in groei”. Snel liep ze de deur uit naar de verloskundige. Toen ze terug kwam, liep ze meteen naar haar computer en zei niks. Ik zat daar gespannen te wachten samen met mijn man, zoontje van ruim 1.5 en schoonmoeder. Toen zei ze dat we direct door moesten naar het ziekenhuis. De verloskundige was ondertussen al aan het bellen. Ik kreeg wat papieren in m’n hand en we moesten meteen gaan. De baby liep drie tot vier weken achter in groei en omdat de bewegingen minder waren moest ik door voor onderzoek. Gelukkig kon mijn schoonmoeder oppassen op de oudste en haastten mijn man en ik naar het ziekenhuis. Daar kreeg ik een CTG en gelukkig maakte ons kindje het goed. De hartslag was normaal en ook de bewegingen waren goed. Toen ze daarna de groei opnieuw gingen meten, bevestigde zij ook de groeiachterstand van drie tot vier weken. De navelstrengdoorstroming werd ook bekeken. Deze was wat aan de hoge kant, dit betekent dat mijn lichaam al flink aan het pompen was om ons kindje te voorzien van genoeg voeding. Ik werd direct overgenomen door de gynaecoloog en kreeg een hele rits met afspraken mee. Elke week zouden ze twee keer de navelstrengdoorbloeding meten en om de week de groei meten van het kindje. Mocht het slechter gaan, dan zou ik opgenomen worden en dan zouden ze meermaals per dag een CTG gaan doen. Er werd nu al gezegd dat het kindje waarschijnlijk niet tot het einde in mijn buik kon blijven, maar eerder (rond de 36 of 37 weken) gehaald zou moeten worden.

Elke week ging ik gespannen naar de afspraken. Af en toe nam ik mijn man mee, maar soms ging ik ook alleen. Rond 30 weken had ik ineens een hoge bloeddruk wat een zwangerschapsvergiftiging zou kunnen betekenen. Ik moest blijven, ze namen bloed en urine af en ik lag twee uur aan de CTG. Alles bleek oke en ik kreeg nog meer afspraken mee om óók mijn bloeddruk in de gaten te houden. De uitslagen hierna vielen erg tegen. Ineens werd de navelstrengdoorbloeding slechter en kreeg ik nóg meer afspraken. Na uitgebreid echo onderzoek bleek ons kindje toch gezond en wilden ze de zwangerschap zo lang mogelijk rekken, maar zouden ze niet verder gaan dan 37 weken. Na twee weken was de doorbloeding ineens weer goed. Mijn bloeddruk bleef hoog, maar mijn bloed- en urineuitslagen bleven voldoende. Geen zwangerschapsvergiftiging dus. Ik had nog geen eiwitten in mijn urine, maar ze vonden wel zuren die steeds meer werden. De groei van de baby was inmiddels achter gaan lopen tot vier tot vijf weken. Ze deden andere onderzoeken, maar konden niks afwijkends vinden wat de groei van ons kindje zo vertraagde. Mijn bloeddruk bleef hoog. Ik kreeg een bloeddrukverlagend medicijn en moest afwachten. Rond 35 weken was mijn bloeddruk zo hoog dat ze mij hebben opgenomen. Ik kreeg extra medicijnen. Ik vond het verschrikkelijk. Mijn man en zoontje moesten iedere dag weer terug naar huis en ik miste hen enorm.

Mijn man en ik kregen een rondleiding op de afdeling neonatologie, omdat ons kindje waarschijnlijk geboren zou worden met een gewicht van 1700 gram en we dus wel even op deze afdeling zouden moeten blijven. Na een week mocht ik naar huis omdat mijn bloeddruk iets was gezakt en we een datum voor de inleiding gepland hadden. Toen ik de avond voor de inleiding last van mijn rug en darmen kreeg, dacht ik dat dit door de zenuwen kwam. Ik had die dag ook het hele huishouden nog gedaan, omdat ik het huis netjes wilde hebben voor het geval we wel snel naar huis mochten. Die nacht had ik ook een beetje bloedverlies tijdens het plassen. Omdat we de volgende ochtend toch naar het ziekenhuis moesten, vond ik het niet nodig om te bellen.

Toen we om 7 uur ‘s morgens in het ziekenhuis aankwamen en ik een uur aan de CTG lag, bleek dat de hartslag van mij en ons kindje heel erg laag was. Er kwam meteen een arts bij die continue bij de bevalling zou zijn. Dit omdat ons kindje waarschijnlijk toch zwakker was en de weeën misschien niet aan zou kunnen. Toen ze gingen toucheren had ik al 5 centimeter. Ik vond dit wel een fijn idee, dat de bevalling eigenlijk uit zichzelf al was begonnen, dan was ons kindje er toch al klaar voor om geboren te worden! Om 10 uur brak de arts mijn vliezen en kreeg ik een infuus voor eventuele hormonen om de weeën op te wekken, maar ook om eventuele weeënremmers toe te dienen. Ons dysmature kindje was zwak en had al dalingen in de hartslag. Ze wilden eerst kijken of de weeën zelf zouden beginnen. Na een uur had ik nog steeds geen weeën en de arts kwam weer kijken. Ze wilde toch nog heel eventjes afwachten en toen begonnen ineens de weeën door te zetten. Na een klein uurtje helse rugweeën en drie keer persen was onze tweede zoon geboren! Het eerste wat ik dacht was: “Wow, wat is hij klein!” Hij had een goede Apgarscore en mocht lekker bij mij liggen, iets wat ik heel graag wilde, maar omdat ons kindje zo dysmatuur was misschien niet mogelijk zou zijn. Ondanks dat hij zo klein was, had hij drie keer een goede Apgarscore. De arts twijfelde toch een beetje aan de grootte van onze zoon en wilde hem na 25 minuten buidelen toch wegen. Ze belde eerst de afdeling neonatologie of er een plekje was. Er kwam meteen een arts onze kant op om hem op te halen. 1835 Gram, erg klein, maar toch al 100 gram meer dan de laatste schatting tijdens de echo’s. Een kleine meevaller! Binnen een half uur na zijn geboorte werd hij dan toch meegenomen door de kinderarts. Mijn man ging mee. Ik kon douchen en mocht daarna ook die kant op… Ons zoontje Quinn lag daar, op de afdeling neonatologie in een open couveuse, maar wel onder een warmtelamp, een verwarmd matrasje en aan snoertjes. Na een paar keer zijn suikers geprikt te hebben, moest hij helaas ook een infuus en sonde. Hij was te zwak om zelf 12 voedingen te drinken. Hij had te weinig vet om zichzelf warm te houden en te weinig kracht om zelf aan de borst te drinken. Wij vroegen de arts wanneer we ongeveer naar huis mochten. Haar antwoord was dat Quinn bepaalde dingen zelfstandig moest kunnen, zijn gewicht moest rond de 2.5 kilogram zijn en ik moest aansterken. Minimaal drie weken, daar zouden we van uit moeten gaan. De artsen waren eigenlijk zeer positief over onze Quinn. Ondanks dat hij het gewicht had van een baby die met een zwangerschap van ongeveer 32 a 33 weken geboren was, deed hij alles best goed. Hij had wat extra hulp nodig, maar mocht na een week al naar een wiegje en zelfs al een rompertje aan.

Ik bleef medisch omdat mijn bloeddruk niet zakte. Vier dagen na de bevalling werd ik ziek, heel ziek. Ik had alsnog een zwangerschapsvergiftiging en deze uitte zich na de bevalling. Ik mocht niet meer bij Quinn op de kamer slapen, maar werd teruggeplaats op de kraamafdeling en later naar de verloskamers gestuurd. Hier kon de verpleging mij beter in de gaten houden. Ik kreeg een magnesiuminfuus om eventuele insulten tegen te gaan. Ik mocht mijn bed niet uit en werd door de verpleging meerdaags naar de neonatologie gereden. Zo kon ik Quinn toch zien, voeden en met hem buidelen. Ik was nog zwak en had veel rust nodig om op te knappen. Dit moest op mijn eigen afdeling. Ik vond dit wel het ergste aan onze ziekenhuisopname. Quinn alleen in zijn wiegje op de afdeling neonatologie, ik alleen op een verloskamer aan allerlei medicijnen, snoertjes en een infuus en mijn man thuis, want er moest natuurlijk ook voor onze oudste zoon van nog geen twee jaar gezorgd worden. Hem miste ik nog het meest! Alle weken voorafgaand de bevalling waren wij thuis, samen, met zijn tweetjes of drietjes. Nu lag ik alleen in het ziekenhuis en kwam hij af en toe eventjes kort op bezoek, met papa mee. Lang bezoek lukte niet, want hij wilde spelen, rondrennen en het liefst niet stil zitten (typisch een echte peuter, niet handig op de couveuse afdeling). Mijn man was er wel vaak, elke dag, elk uurtje dat hij kon. Onze zoon moest veel naar de gastouder en mijn man bleef heen en weer rijden, meerdere keren op een dag. Ik heb deze twee weken heel veel gehuild. Ik was zo blij dat onze Quinn zo sterk was, alles zo goed deed en met sprongen vooruit ging, maar tegelijkertijd was ik verdrietig. Het gevoel dat mijn lichaam geen goed huisje voor hem is geweest en het gevoel dat mijn lichaam gefaald had om een gezond kindje zonder complicaties op de wereld te zetten, deed pijn. Het gemis van mijn man, onze oudste zoon en grotendeels van de dag het gemis van onze baby, was niet te doen. Ik moest rusten en kon niet de hele dag bij Quinn zijn.

Twee weken na de geboorte woog Quinn twee kilo, hij kon zichzelf redelijk warm houden, dronk goed aan de borst en schommelde niet meer met zijn bloedsuikers. Ik was al een klein beetje opgeknapt en toen mochten wij naar huis. Eindelijk! Die twee weken waren zo onwijs lang. Een achtbaan van emoties konden wij nu achter ons laten en thuis genieten van ons gezinnetje van vier.

Inmiddels is Quinn alweer bijna drie maanden, weegt hij vier kilo en is het een hele vrolijke baby. Ik zelf ben ook gestopt met de medicijnen en voel mij ook alweer een paar weken de oude, al heeft dat nog best een tijd geduurd.

SYLVANA

Plaats een reactie