Weken zat ik met mijn man in een Ronald McDonald huis

| | , ,

Een ver van je bed show. Het huis, dichtbij het ziekenhuis, voor ouders met een kindje in het ziekenhuis. Ik weet nog dat ik voor mijn studie lessen had in het NH-hotel tegenover het UMCG. Op de bovenste verdieping. Daar waren ook familiekamers, een soort verlengstuk van het Ronald McDonald in Groningen. Ik kan me serieus nog herinneren dat ik dacht: “Brr, wat akelig. Als je dát nodig hebt, dan is het echt niet goed”.

28 Februari 2019, vier dagen na mijn keizersnede, na acht weken bedrust, werd ik naar het Ronald McDonald huis in Leiden geduwd. In de rolstoel. Ik had twee uur ervoor afscheid genomen van mijn dochter. Mijn andere dochter lag met 860 gram te vechten in haar couveuse. Het Ronald McDonald. We bestelden daar eten en aten het op in de gezamenlijke keuken. Echt een stomme fout. Aan de tafel ernaast werd enthousiast gepraat over “de tweeling die bijna mee mocht omdat het zo goed ging”. Ik keek mijn man met een wanhopige blik aan. “Wil je me hier alsjeblieft vandaan halen, nu?”

Acht weken hebben we er geslapen. Heftige verhalen hebben we gehoord, tijdens het ontbijt, of als we er tussen het buidelen door eventjes waren met wat boodschappen. Ik hield me afzijdig. Ik kon het niet. Ik was jaloers, hoe naar dat ook klinkt. Het waren allemaal ouders met hoop, tenminste, dat was wat ik zag. Terwijl ik één van mijn dochters was verloren. De worst care scenario voor de rest, was mijn levende waarheid. Acht weken sliepen we daar in een tweepersoonsbed. Hebben we series gekeken. ‘s Nachts de wekker gezet om te kolven. ‘s Ochtends de wekker op 7 uur, om op tijd bij onze dochter te kunnen zijn. 42 Trombosespuiten heeft mijn man mij daar in mijn been gezet. Wat vond ik het vreselijk dat ik daar met zoveel verdriet moest zijn. Maar wat was het fantastisch dat het bestond. We konden de was doen. We konden douchen. We konden zelfs in bad. De kamer was warm. Het bed was prima. We hadden een koelkast en opbergkastje. Er was een cooker voor thee. En de donderdag kregen we altijd wat lekkers. De vrijwilligers maakten altijd wat heerlijks klaar. Pasta, nasi, pannenkoeken, koeken en cupcakes, we hebben het allemaal voorbij zien komen.

Ik vind het nog wel eens zonde, dat ik daar niet meer open stond voor contact, maar het kon er niet bij. Het voelt zo egoïstisch, ik met mijn eigen verdriet. Achteraf heb ik per toeval nog mensen gesproken. Jeetje, wij waren niet de enige, met verdriet. Het Ronald McDonald, één van de vele initiatieven in Nederland waar heel veel mensen nooit mee te maken krijgen. Maar als je in zo’n heftige situatie zit, is het echt onbeschrijfelijk, dat zoiets bestaat. Speciaal voor jou.

MARJOLEIN

Plaats een reactie