Onze regenboogbaby was ook een Rhesus baby (deel II)

| | ,

De bloedafbraak ging erg snel bij onze dochter in mijn buik. Lees hier het begin van ons verhaal, voordat je hieronder verder leest.

Die ochtend moesten we ons om 6.30 uur melden in het ziekenhuis. Ik werd weer opgenomen op de afdeling Obstetrie High Care, net zoals bij Noud. Ze gaven me expres een kamer aan de andere kant van die kleine afdeling. Ver weg van de kamer waar ik lag toen Noud geboren was, die kamer waar hij 9 dagen later in onze armen is gestorven. Er waren bekende gezichten, dezelfde lieve verpleegsters als die mij toen zo fijn hadden bijgestaan. Onze dochter zou waarschijnlijk eerst op de NICU komen, ze beloofden ons dat ze daar ook een ander plekje voor haar zouden regelen. En toen begon het lange wachten. De spanning was om te snijden. We waren zo bang en onzeker. Zou ze wel goed ter wereld komen? Wat als er bij haar ook andere complicaties komen? En de vraag die mij de hele zwangerschap had bezig gehouden: zou ik haar wel mogen vasthouden? Niets heeft mij meer pijn gedaan, dan mijn zoon Noud niet hebben kunnen vasthouden. Dagen lang naast een couveuse zitten, om je kind pas vast te mogen houden om het te laten sterven, dat nooit meer!

Rond 1 uur was het eindelijk zover, we konden richting OK. De ruggenprik zat gelijk goed en daarna begon men rustig met snijden. Tjee, wat duurde dat lang. De vorige keer werd er één incisie gemaakt en werd mijn kind er gelijk uitgetrokken. Nu nam men alle tijd om netjes langs het littekenweefsel van de vorige keizersnede te snijden. Vol spanning zaten we te wachten en toen zeiden ze ineens: “Hier komt ze”. We zagen op het TV scherm hoe ze haar hoofdje uit mijn buik tilden en daar was ze! Ze huilde, de artsen keken haar snel na en toen kwam ze zo over het scherm en werd op mijn borst, in mijn armen gelegd. Ik mocht haar vasthouden! Ik heb haar gezien, ik heb haar gevoeld, zij heeft mij gevoeld. Wat een opluchting en ontlading.

Om 14.09 uur na een zwangerschap van 35 weken en 4 dagen werd onze dochter Saar Willemijn Ellewieke geboren, de laatste twee namen vernoemd naar haar oma’s. Direct na haar geboorte moest ze mee naar de andere kant van de OK voor haar checks en het aanleggen van een infuus. Ze bleek een grote knoop in haar navelstreng te hebben, zo’n 10 centimeter vanaf haar buik. Deze was gelukkig niet strakgetrokken. Zo blij dat we niet voor een vaginale bevalling zijn gegaan. Het voelde alsof haar leven zo door onze vingers had kunnen glippen.

De duimen gingen omhoog, ze deed het goed. Ook papa mocht haar even vasthouden en bewonderen. Toen ging ze in de couveuse richting de NICU, waar ze zo snel mogelijk onder de blauwe lampen zou worden geplaatst om het te hoge bilirubinegehalte af te breken. Ze ging nog even in de couveuse langs mijn gezicht en ook haar mocht ik zo nog even aankijken, net als haar broer 1 ½ jaar daarvoor.

Vanaf de uitslaapkamer mocht ik eerst met bed en al, samen met mijn man bij haar op de NICU kijken, alvorens ik naar de afdeling werd gebracht. Het beeld was heftig. Weer een klein kindje in een couveusebedje met een infuus en brilletje op, in fel blauw licht. Het was een flashback. Dagen hebben we zo naar onze zoon gekeken en nu lag onze dochter er hetzelfde bij. De verpleegsters verzekerden ons echter dat ze het heel goed deed. Onze oudste dochter is gelijk die middag samen met onze ouders langs geweest om onze kleine dappere Saar te bewonderen.

Opnieuw de NICU beleven vonden we heel intens. Al die piepjes, alarmen, beeldschermen, infusen, afgedekte couveuses met veel te kleine en doodzieke kindjes, de intensieve verzorging door NICU-verpleegsters, de geur van ontsmettingsmiddel, allemaal flashbacks aan een tijd die zo heftig voor ons was. Onze Saar bleef het gelukkig heel goed doen. Na twee dagen mocht ze van de NICU naar de High Care afdeling. En net voor ze naar de High Care ging, kreeg ik haar zo maar even in mijn armen. Ze mocht even onder de lampen vandaan en ik mocht even met haar knuffelen. Dat voelde als een geweldig cadeau. De High Care was een hele andere wereld. Zoveel relaxter dan de NICU. Hier was naast medische zorg ook ruimte voor de dagelijkse verzorging, die veelal door de ouders zelf werd uitgevoerd. Direct na de geboorte van Saar was ik begonnen met kolven. De borstvoeding werd haar de eerste dagen via een klein flesje aangeboden. Toen we eenmaal op de High Care waren, mocht Saar elke dag 20 minuten onder de lampen vandaan en mocht ik haar één voeding zelf aan de borst geven. Naast de flesjes, dronk ze ook heel goed uit de borst. Na in totaal zeven dagen, was de lichttherapie klaar. Haar bilirubinegehalte was zover gezakt dat ze onder de blauwe lampen vandaan mocht. Ook mocht ze van de monitor af. Ze had wel een sonde gekregen om haar te helpen bij de voedingen, want na een week intensieve behandeling was ze erg moe geworden. Er gebeurde veel die periode. Saar mocht voor het eerst kleertjes aan. Haar eerste kleertjes waren een beige pakje in maat 44, die oma cadeau had gegeven voor Noud. Saars grote zus hield haar handje vast en bekeek alles, terwijl ik haar voor het eerst aankleedde. Ze mocht van een open couveusebedje, voor het eerst in een wieg en ze mocht met wieg en al naar de Medium Care.

Op 1 mei, net voordat ze twee weken oud was, mocht ze mee naar huis. Saar had nog wel sonde voeding, maar op de Medium Care waren wij getraind om sondevoeding te geven en daarnaast kregen we goede ondersteuning vanuit het ziekenhuis. Elke week moesten we met Saar terug naar het ziekenhuis voor controle en om bloed te laten prikken. Er kwamen weliswaar geen nieuwe antistoffen meer bij haar bloed, maar er zaten nog wel actieve antistoffen in haar bloed. Bij kindjes die IUT’s hebben gehad, duurt het meestal een paar maanden voordat ze zelf voldoende rode bloedcellen aanmaken om hun HB op peil te houden. Op 9 mei moesten we terugkomen voor controle en bleek haar HB inderdaad te laag. Een eerste bloedtransfusie uit de buik was nodig om haar weer voldoende rode bloedcellen te geven. In de maanden die volgden moesten we elke week opnieuw met haar bloedprikken in het ziekenhuis. In totaal heeft Saar drie bloedtransfusies nodig gehad.

Dan is het 9 september 2018 en vieren we Noud zijn tweede jaardag samen met zijn zusje. Drie dagen daarna moeten we ons weer melden in het ziekenhuis voor een controle. De bloeduitslagen zijn goed, Saar maakt intussen zelf voldoende eigen rode bloedcellen aan, wat betekent dat ze geen bloedtransfusies meer nodig zal hebben en niet meer terug hoeft te komen in het ziekenhuis. Haar medische dossier wordt gesloten en ze wordt gezond verklaard. Opnieuw een prachtig verjaardagscadeau van Noud voor ons: een gezond zusje. Zijn zusje, waar hij over waakt en waar hij onlosmakelijk mee verbonden is. Zijn zusje, die op hem lijkt, maar toch echt haar eigen individu is. Zijn zusje, die een echte ontdekker is en alles eruit wil halen wat erin zit. Zijn zusje, die leeft en geniet voor twee. Waar wij dachten een gezin van vier te blijven, zijn wij nu een gezin van vijf.

ERIKA

Plaats een reactie