Ik was 21 weken zwanger, maar ik had een raar gevoel sinds de laatste controle…

| | ,

Al enkele dagen eerder haalde ik de angelsound van boven, maar ik vond heel moeilijk de hartslag van ons kleintje. Ik hoorde haar hartje 10 seconden en daarna viel het even weg. Ik gaf niet op, de dagen erna probeerde ik haar hartje nogmaals te beluisteren, maar weer zonder resultaat. Ik raakte niet meteen in paniek. Dit gebeurde wel vaker. Meestal werd mijn geduld beloond, maar deze keer niet. Kan gebeuren toch?! Met een gerust hart pakte ik de draad weer op.

Ik voelde me al twee weken niet zo lekker. Het leek op een griepje: spierpijn, maagpijn en keelpijn. Ik maakte een afspraak bij de dokter. Mijn eigen dokter was met verlof, dus kreeg ik een dokter die dienst had. Het leek hem niet zo erg. Gewoon een virale infectie volgers de arts. Ik voelde me een aansteller, omdat ik zo snel al een afspraak gemaakt had. Die week daarna voelde ik mij nog steeds slecht, dus maakte ik weer een afspraak. Deze keer bij een andere dokter. Ik maakte meteen een dubbele afspraak, want mijn zoontje Niel had dezelfde klachten. Opnieuw ging ik naar buiten met de diagnose ‘virale infectie’. Ik voelde me niet serieus genomen. Het was vreemd dat men zeker wist dat het om een virale infectie ging, zonder mij of Niel te onderzoeken. Niel had het volgens de arts ook te pakken. Uitzieken was het advies. Dezelfde avond voelde ik me toch wat ongerust over de baby. Ik was 21 weken zwanger en voelde haar nog steeds niet bewegen. Ik besloot om die avond toch eens een berichtje te sturen naar mijn lieve verloskundige. De gynaecoloog vertelde me bij de laatste echo dat het een klein meisje was. Ze was wat onder het gemiddelde. Ik dacht dat ik haar niet voelde, omdat ze dus zo klein was. Toch had ik een vreemd gevoel sinds die laatste controle. Onverklaarbaar. Ik stuurde de verloskundige een bericht: ‘Hey Suzanne! Een vraagje: is het normaal dat ik al drie dagen met angelsound geen hartslag vind? Groetjes’. Eventjes later kreeg ik al een telefoontje van de verloskundige. Ze ging een oplossing zoeken om haar kindjes ergens onder te brengen en in het slechtste geval mocht ik naar haar toe komem om naar de baby te luisteren. Ik zei haar nog dat dit niet meteen hoefde, dat ergens in de aankomende week ook goed was, maar ik apprecieerde haar bezorgdheid wel. Ergens voelde ik lichte paniek in haar stem, maar ik ging nog niet uit van slecht nieuws. Voor we het wisten stond onze verloskundige ‘s avonds laat nog voor onze deur. Zo lief! We hebben samen een half uur gezocht, maar zonder reactie. Ze wees me direct door naar het verloskwartier voor een extra check.

When life knocks you down

Nadat de verloskundige terug naar huis was, stormde ik naar de douche, stond er vliegensvlug onder, trok m’n kleren aan en gooide wat spullen in mijn handtas. Ik belde nog vlug naar de dienst om de situatie uit te leggen. Zo wisten ze al iets voordat ik aan kwam. Ik sprong in de auto en reed naar Roeselare. Ik kon alleen maar denken: ‘Laat daar alsjeblieft goed nieuws zijn!‘. Om heel eerlijk te zijn: ik vermoedde niets ernstigs.

Toen ik aankwam, mocht ik meteen naar de onderzoekskamer. Ik had toevallig een verloskundige die ook bij mijn zoontjes bevalling was. Dat voelde zo geruststellend! Eerst wat onderzoeken, bloedafname, urine inleveren, bloeddruk meten. Ik moest wachten op de gynaecoloog voor de echo. Minuten leken uren te duren. Toen arriveerde de gynaecoloog eindelijk. ‘Oke’, zei ze, ‘we gaan eens kijken he!’. Ze deed gel op mijn buik en knipte de computer aan van het toestel. Het toestel had moeite met opstarten. Ze nam gefrustreerd een ander toestel. Ook dat nog! Ze zette het echo apparaat om mijn buik en ik zag aan haar blik dat het niet goed was. Ze bleef met het toestel over mijn buik gaan en ze was verdacht stil. Ook op de echo zag het er vreselijk stil uit. Ik zag meteen dat ze aan het bedenken was hoe ze het me moest vertellen. Ze zei: ‘Nee, nee, ik vind ook geen hartslag. Sorry.‘ Ze schudde met haar hoofd. Ik vroeg nog: ‘Hoe bedoel je? Ben je wel zeker?’. Opnieuw keek ze op de echo. ‘Nee, er is zelfs bijna geen vruchtwater meer. Het spijt me‘. Mijn wereld stortte in. Ik kon niets meer denken of voelen. Ik was zo verdoofd door het nieuws. Ik kreeg informatie over wat me te wachten stond. Hierna ging ik richting huis. Ik liet alles bezinken en probeerde te slapen. De volgende dag moest ik al tegen 9.00u in het ziekenhuis zijn voor een pil die mijn lichaam voorbereidde op de bevalling. Ik bracht Niel naar de opvang en ging terug naar het ziekenhuis. Ik moest op de afdeling wachten. Er zat een hoogzwanger koppel naast me. Ik probeerde me er niet op te focussen, maar vond dit een harde en confronterende realiteit. ‘Hun babytje leeft nog wel’, dacht ik. De verloskundige liep in de gang naar me toe en vroeg waarvoor ik kwam. Ik zei dat het koppel eerst mocht. De verloskundige bracht het koppel naar een monitorkamer. Ondertussen vloog de deur open van een andere kamer met een pasgeboren baby’tje dat naar de neonatologie gebracht werd. Ik barstte in tranen uit. ‘Waarom kan het voor ons nooit eens goed gaan?’, dacht ik.

Ik kreeg uiteindelijk de pil en mocht meteen weer naar huis. Ik kon beginnen met voorbereiden op de bevalling. Ik zou twee dagen later ingeleid worden. Het enige waar ik over kon nadenken was hoe oneerlijk de wereld was. Ik moest gaan bevallen van een dode baby, onze baby. Dat lieve kleine meisje, waar we zo blij mee waren en waar we nog geen afscheid van wilden nemen.

ELLEN

Plaats een reactie