Geboorteverhaal: “Ik wilde geen mannelijke verpleegkundige, maar hij deed juist precies wat ik op dat moment nodig had”

| | , ,

Na zes weken vol ziekenhuisopnames, weeënremmers, longrijping, complete bedrust, het missen van mijn kindjes, zorgen en veel stress (door de prematuur gebroken vliezen met 31 weken), werd ik met 37 weken zwangerschap “eindelijk” ingeleid. In mijn laatste trimester ging ik van volledige paniek omtrent het grote risico voor vroeggeboorte, naar volledige uitputting en het smachten naar het moment dat ik mijn baby veilig en gezond in mijn armen kon houden. In die zes weken had ik de meest vreselijke scenario’s te horen gekregen: een infectie in het vruchtwater of zelfs een navelstrengverzakking waren het onderwerp van de dag en een rondleiding op de NICU gaat je niet in de koude kleren zitten. Maar ik had de 37 weken gehaald! Of nou ja, Emily-Rose had de 37 weken gehaald en wat was ik al trots op haar. Ze was nog niet eens geboren, maar ik klapte nu al uit elkaar van trots.

De dagen voor de inleiding mocht ik thuis door brengen. Eindelijk nog even “normaal” thuis zijn met de kinderen en zelf de laatste voorbereidingen treffen. Dit deed ik vanuit mijn bed of rolstoel, maar ik vond het heerlijk om toch nog even thuis te kunnen zijn. Ik telde de dagen af en vond dat ik na zo’n pittige zwangerschap alle recht had op een makkelijke bevalling. Precies zoals bij onze middelste. Appeltje eitje!

01-12-2019

Om 07:15u mocht ik me melden in het ziekenhuis voor de inleiding. Mijn man ging uiteraard mee en al vrij snel sloot ook mijn zus zich bij ons aan. Ik was al twee keer eerder ingeleid, dus dacht te weten wat me te wachten stond. Na de nodige controles ging om 10 uur de eerste dosis gel naar binnen. Ik had op dat moment al 1 centimeter ontsluiting, maar mijn baarmoedermond was nog stug en lang. Om 14:15 uur kwamen ze kijken wat de stand van zaken was. Helaas was ik maar 1 extra centimeter en een nog steeds lange, maar wel verweekte baarmoedermond verder. Omdat ik wel al vrij heftige weeën had, besloten ze nog geen tweede dosis te geven, maar af te wachten of mijn ontsluiting verder zou gaan vorderen. Om half 4 had ik nog steeds 2 centimeter en was mijn baarmoedermond iets korter, dus besloten ze alsnog een dosis gel bij te geven. Vlak daarna belandde ik in een heftige weeënstorm. Ik ging van skippybal naar douche, naar bed en weer terug. Niets hielp. Bij mijn twee eerdere bevallingen ging het vanaf zo’n weeënstorm binnen 1,5 a 2 uur enorm rap, dus ik probeerde positief te blijven en in gedachten te houden dat het nu snel voorbij zou zijn. Een ruggenprik had ik nooit gehad. In de eerste plaats omdat ik daar doodsbang voor was en in de tweede plaats omdat ik bij mijn eerdere bevallingen al te ver was en op het punt stond om te gaan persen. Mijn ervaring was dat als de ellende écht begon, de kleine er bijna was. Helaas had ik dat dit keer bij het verkeerde eind. Om half 7 werd ik opnieuw getoucheerd en toen de gynaecoloog me vertelde dat ik pas op 4 centimeter zat, stortte ik volledig in. Ik was mentaal en fysiek zo uitgeput van de voorgaande zes weken en had me daarnaast ingesteld op een makkelijke bevalling zoals bij de tweede. Dit nieuws tijdens de heftige weeënstorm trok ik niet en ik kreeg een heftige paniekaanval. Mijn saturatie daalde en ik kreeg mijn paniek niet onder controle. Ik moest en zou een ruggenprik krijgen. Het maakte me niet meer uit. Ik wilde mijn baby veilig in mijn armen houden. Mijn eigen lichaam vertrouwde ik vanaf week 31 al niet meer, want hoe kon het me zo in de steek laten wat betreft de veiligheid door het vroegtijdig breken van de vliezen?!

Rond half 9 zat ik nog steeds op 4 centimeter ontsluiting en werd ik eindelijk gehaald voor een ruggenprik. Ik was doodsbang en uitgeput. Mijn man en zus waren stomverbaasd dat ik dit wilde, maar ook trots op mij. Ook zij zagen dat ik dit niet meer vol kon houden. Vlak voor het zetten van de ruggenprik kreeg ik opnieuw een paniekaanval en de verpleegkundige die erbij was nam me op een manier in haar armen, die je alleen van een moeder verwacht. Ze was dichtbij, ze voelde veilig en ik kalmeerde. De ruggenprik werd gezet en ik mocht gaan liggen. Op dat moment zakte de hartslag van Emily-Rose snel. Ik moest op mijn zij gaan liggen, want dat kon helpen. En dat deed het gelukkig ook. Het risico daarvan was alleen dat de ruggenprik dan aan één kant niet goed zou kunnen lopen. En uiteraard was dat ook het resultaat. Terug op mijn kamer begon de ruggenprik steeds meer te werken, maar helaas aan één kant. Dit was nog minder comfortabel dan weeën in mijn hele rug en buik. Als je aan één zijde niets voelt, lijkt het alsof de weeën aan de andere kant alleen maar versterkt worden. Opnieuw daalde mijn saturatie en kreeg ik een paniekaanval. En bovenal was ik boos. Ik was woedend. Had ik me eindelijk over mijn angst voor de ruggenprik heen gezet, werkte dat klote ding maar aan één kant. De gynaecoloog regelde snel dat de ruggenprik aangepast werd en zei me dat het na 15 minuten toch écht zou moeten werken. In de paar seconden die ik steeds tussen de weeën had, bleef ik op de klok kijken. Inmiddels was het bijna half 11. Een halfuur na het aanpassen van de ruggenprik voelde ik nog steeds geen verbetering. Mijn zus drukte op de bel en de gynaecoloog kwam binnen met een mannelijke verpleegkundige. In eerste instantie wilde ik schreeuwen dat ik verdorie helemaal geen man in mijn kamer wilde, maar de verpleegkundige keek me aan met precies de blik die ik op dat moment nodig had. Geen lieve, medelijdende blik. Maar een blik vol waardering. Hij keek me aan alsof ik de eerste vrouw was die voor zijn ogen zou gaan bevallen. Hij en de gynaecoloog wisselden een paar blikken. De gynaecoloog vertelde me dat er één hele goede reden kon zijn waardoor de ruggenprik zijn werk niet meer optimaal deed. Ze wilde me toucheren want de verwachting was dat het nu niet lang meer zou duren. Ik voelde bij die woorden de eerste kracht alweer terugstromen. Tijdens het toucheren voelde ik dat ze meer ruimte had. Het was minder pijnlijk en haar glimlach zei me voldoende. Ik zat op 8 centimeter ontsluiting, maar er zat een randje waar ik op bleef hangen. Deze zou ze tijdens de volgende wee proberen weg te masseren. En dat lukte! Al snel voelde ik de eerste persweeën, maar omdat Emily-Rose op dat moment nog als sterrenkijker lag, moest ik de persweeën wegpuffen en op mijn zij gaan liggen. Na ongeveer 15 minuten lag onze spruit er goed voor. Ik mocht op mijn rug gaan liggen en eindelijk gaan persen. Ik gebruikte het laatste beetje kracht dat ik nog had, vond oogcontact met de mannelijke verpleegkundige en hij gaf me een bemoedigende glimlach. Mijn zus stond doodstil naast me. Ze kneep in mijn hand met een lijkbleek gezicht en ik kneep hard terug. Mijn man stond aan de andere kant naast me en op zijn gezicht zag ik alleen maar opluchting. Eindelijk was ons meisje dichtbij, eindelijk, na alle zorgen. Na drie persweeën voelde ik Emily-Rose flink zakken en na 5 minuten persen, mocht ik ons kleine, volledig gezonde meisje zelf opvangen. Ze was prachtig. Ik nam haar op mijn borst en voelde alle zorgen, angsten en pijn van me afglijden. Ze werd uitgebreid gecheckt door de kinderarts vanwege de prematuur gebroken vliezen, maar ze was kerngezond. Ik wilde haar zo snel mogelijk terug, dichtbij me en aan de borst leggen. Ze hapte direct perfect aan en dronk als een prof. Hoe zeer ik het vertrouwen in mijn zwangere lichaam de afgelopen weken was verloren, wist ik dat ik dit kon. Met mijn dochter buiten mijn buik had ik de controle.

De volgende dag mochten we naar huis en kon het genieten gecombineerd met het verwerken gaan beginnen. Het was geen bijzonder lange bevalling en ook geen bijzonder zware bevalling. Maar de complete ervaring in combinatie met de heftige zwangerschap hadden de nodige indrukken achter gelaten.

Inmiddels is Emily-Rose zes maanden en ben ik nog steeds dankbaar dat ik haar tot het veilige termijn heb mogen dragen en dat ze gezond is. Ze groeit en ontwikkelt. En wij genieten van haar, elke seconde.

WHITLY

Plaats een reactie