Met 37 weken zwangerschap had ik een niet-pluis-gevoel”

| | ,

Het begon allemaal maandag 13 mei. Ik was samen met mijn man Melvin in de tuin bezig en deed zoals gewoonlijk weer veel te veel. Eind van de middag kreeg ik last van mijn rug. Hier sukkelde ik de rest van de week wat mee door. Totdat ik donderdag met mijn moeder naar de babywinkel ging voor een wiegmatrasje. Ik werd niet lekker en de rugpijn werd telkens erger. “Eigen stomme schuld”, dacht ik nog. De volgende dag kon ik alleen nog maar op de bank hangen. Mijn man Melvin had ik nog maar niets verteld. Hij is snel bezorgd, dus ik dacht: “Laat hem maar met een gerust hart aan het werk gaan”. Zelf heb ik de verloskundige gebeld, omdat ik het zelf niet echt meer vertrouwde. Zelf ben ik jeugd- en kinderverpleegkundige en zoals we dat vaker zeggen over onze patiënten had ik een “niet-pluis-gevoel”. Het weekend stond voor de deur en daar keek ik tegenop. De verloskundige was net bezig met een bevalling en zou mij rond 12.00 uur terugbellen. Dit was ze vergeten, waardoor ik zelf rond 13:00 uur zelf heb teruggebeld. De verloskundigen hadden het over mij gehad, want ik bel nooit en klaag nooit, dus er klopt iets niet. “Ik kom langs”, had onze vaste verloskundige gezegd.

Ze controleerde mijn bloeddruk. Deze was goed. Ze vond niets vreemds. Ik was ook nog niet aan het bevallen. Aan de keukentafel vulde ze de administratie van haar bezoek verder in. Ondertussen waren we aan het kletsen en vertelde ik over mijn “niet-pluis-gevoel”. Daar ging ze op in en wilde daarom mijn urine checken. Ze haalde haar spullen uit de auto en deed een stickje in het potje urine. Ik zag dat ze schrok. “Je hebt veel te veel eiwitten in je urine”, zei ze. “Ik ga even overleggen met het ziekenhuis”. Een lichte schrik ging door mijn lichaam, maar ook opluchting: mijn “niet-pluis” gevoel was dus juist. Het ziekenhuis wilde mij zien. Dus ik moest nu Melvin toch bellen en vertellen dat ik niet fit was en naar het ziekenhuis moest voor een controle. Hij schrok en was binnen een kwartier thuis en weer 10 minuten later zaten we in de auto naar het ziekenhuis. Het was zo’n 10 minuten rijden, dus een kort ritje. De verloskundige had gezegd dat het een check was, dus ik hoefde niets verder mee te nemen. Ik kon waarschijnlijk na een uurtje weer naar huis. Eenmaal in het ziekenhuis werd er een CTG gemaakt, bloed geprikt en weer mijn urine gecheckt. De CTG was goed, maar mijn bloed en urine niet. Ik had te veel eiwitten in mijn urine en mijn bloedwaardes zagen er niet goed uit. Er werd mij verteld dat ik te ziek was voor een bevalling. Ik werd nu opgenomen om te wachten totdat ik me iets beter zou gaan voelen en dan zou ik met 38 weken of als de CTG’s van onze baby niet goed werden, ingeleid worden. Dit was een enorme klap in mijn gezicht. Ik zou dus het ziekenhuis met baby verlaten.

Ik kreeg de diagnose HELLP-syndroom zonder verhoogde bloeddruk, maar wel slechte bloedwaardes en verhoogde eiwitten. Ik heb diezelfde avond nog een infuus gekregen met vocht. De volgende dag voelde ik me weer topfit. Maar het duurde nog sowieso drie dagen voordat ik 38 weken zwanger zou zijn. Ik kreeg veel bezoek van Melvin, mijn ouders en schoonouders, dus ik kwam mijn dagen goed door. De kleine in mijn buik had nergens last van en zelf was ik ook aardig weer opgeknapt, dus haast was er niet meer bij om mij te laten bevallen.

Dinsdag 21 mei was het dan eindelijk zo ver. De dag ervoor hadden ze een ballonnetje geplaatst die ervoor moest zorgen dat ik al wat ontsluiting kreeg. Om 7.00 uur moesten we ons melden op de verloskamers. Daar lag ik dan, vol spanning, maar ook met wat schuldgevoel, omdat onze jongen moest komen vanwege mijn gezondheid. Rond half 7.30 uur werden mijn vliezen gebroken. Iets daarna werd er bij mij gestart met de weeënopwekkers. “Dit is prima te doen”, was mijn gedachte na de eerste weeën. Ik werd een beetje misselijk, maar ik kon dit! De verloskundige kwam samen met een verpleegkundige langs. We bespraken onze wensen door. Mijn bevallingsplan, tja, die had ik niet. Ja ik had één wens: zo weinig mogelijk mensen en zoveel mogelijk rust. Prima, daar konden ze wat mee. Ondertussen werden de weeënopwekkers opgevoerd totdat ik de juiste hoeveelheid weeën in de 5 minuten had. Dit ging best snel achter elkaar, maar oké, prima te doen. Ik kwam in mijn eigen bubbel terecht en merkte niks meer van wat er om me heen gebeurde. Dit was heel fijn.

Om 13.45 uur was de verloskundige er. Ik had 5 centimeter ontsluiting. Ik had geen idee wat ik daarvan moest vinden. Ik had sowieso niet echt besef van tijd, omdat ik in mijn eigen bubbel zat. Ogen dicht en alle rust om mijn weeën op te vangen. Melvin vond het lang duren en week niet van mijn zijde. Ik was eigenlijk ook moe van die beenweeën die ik inmiddels had en van de dagen die ik al had doorgebracht in het ziekenhuis. De verpleegkundige stelde voor om te gaan douchen. Lekker, daar had ik wel zin in. De verloskundige maakte me daar klaar voor. Onze jongen kreeg een elektrode op zijn hoofd zodat ze hem in de gaten konden houden tijdens mijn douchesessie. Na 20 minuten was ik er klaar mee. Melvin begeleidde me terug naar het bed. Eenmaal daar, kreeg ik het gevoel te moeten persen. “Dat is gek”, dacht ik, “dat kan nog niet. Net een half uur geleden had ik nog maar 5 centimeter ontsluiting. Zo snel kan dat niet”. Maar het persgevoel werd alleen maar heviger. Melvin drukte op de bel en de verpleegkundige kwam binnen: “Je hebt persweeën”. “Och jeetje, wat gaat dit snel”, dacht ik. “Daar gaan we!” Snel werd alles in orde gebracht. Kruiken en kleertjes kwamen te voorschijn. Het ging me allemaal veel te snel.

Daar ging ik persen. O, dit was toch iets moeilijker dan ik dacht. Nadat ik een handigheidje te pakken had, was daar na 22 minuten persen onze mooie jongen! Onze gigantische jongen. Iedereen, inclusief ikzelf schrok van de enorme jongen die uit mijn buik kwam. Tijn woog 4310 gram schoon aan de haak. En dat met 38+2 weken zwangerschap en zwangerschapsvergiftiging…. Maar wat was hij mooi! Hij was er echt klaar voor om te komen. Mijn schuldgevoelens gleden weg en het gevoel van geluk, verliefdheid en vermoeidheid kwamen. “Ik heb het gedaan!”, dacht ik trots. We bleven nog een nachtje in het ziekenhuis voor Tijn zijn glucosecontrole en mijn bloedwaarden. Deze waren allebei goed de volgende dag. Onze grote, dorstige Tijn mocht mee naar huis. Eindelijk thuis na een week in het ziekenhuis. Heerlijk. Ondanks dat ik nog graag wat langer zwanger had willen zijn en stiekem best nog eens heimwee heb naar mijn mooie zwangere buik, heb ik de tijd in het ziekenhuis en dus ook de bevalling in het ziekenhuis als heel prettig ervaren.

SIETSKE

Plaats een reactie