Ik voel me een fraudeur: ik noem mezelf mama, maar ik ben nooit bevallen

| | , ,

Het is zover, ons kleine pleegdochtertje gaat voor het allereerst naar de basisschool! Nog maar drie jaar oud en ze mag vijf dagen in de week meedraaien in het continurooster, groep 1. Waar is de tijd gebleven? Waar is het kleine meisje dat ik van een andere pleegmoeder in mijn armen gelegd kreeg? Waar is de baby die me nachtenlang wakker hield? Waar is de krampachtigheid, waar zijn de symptomen van wat ons werd voorgespiegeld en wáár zijn de jaren gebleven?

De eerste dag naar school ging ze luid zingend aan mijn hand mee. We hadden ons goed voorbereid of nou ja, we hadden haar goed voorbereid. Daar stond ik dan, op het schoolplein als de moeder van dit kleine, vrolijke, enthousiaste, prachtige, onbevangen en gezond naïeve meisje. Door de coronaregels mocht ik niet op het schoolplein of in school komen, dus aan het hek gaf ik haar mee aan een voor mij onbekende juf. Mijn hart brak, maar ik hield me dapper… Vrolijk lachend en zwaaiend draaide ze zich nog één keer om en dat was het…

Andere moeders herkenden m’n eerste dag symptomen en samen kletsten we wat en daar op dat moment voelde ik het opkomen. Mijn ik-zal-nooit-een-echte-moeder-zijn trauma, mijn enorme mama-onzekerheid. Ik ben onvruchtbaar, mijn buik heeft nooit een kindje gedragen, mijn lichaam heeft nooit een kind gevoed. Stiekem voel ik me soms nog steeds een fraudeur. Ik noem mezelf een mama, maar in werkelijkheid ben ik nooit bevallen… Ik zal nooit mee kunnen praten over ochtendmisselijkheid, weeën of borstontsteking, ik heb geen eerste echobeelden in de fotoboeken van onze kinderen en ik kan niet vertellen hoe ze ter wereld zijn gekomen. Onze kinderen zijn niet uit mijn buik geboren, ze hebben hun eigen buikmama, allemaal een andere… Terwijl de twee andere groep-1-mama’s onbezorgd verder kletsen, bespreken ze hun gezinnen. Allebei een vriend, niet getrouwd en nog een kleiner kindje thuis. Dan kijken twee paar ogen mij verwachtingsvol aan en van binnen raak ik in acute paniek: wát ga ik wel en niet vertellen?! Onzeker vertel ik hakkelend dat ik getrouwd ben en dat we drie kinderen hebben. Ze nemen aan dat de andere twee kinderen jonger zijn dan ons meisje en ik laat het zo. Na nog wat korte beleefdheden gaat ieder naar haar eigen huis. Ik loop naar huis en in mijn hoofd lijkt een bom te zijn ontploft. Hoe ga ik dit aanpakken? Hoe ga ik basisschoolmoeder zijn? Ik wil ons meisje geen label opplakken. Ik wíl niet dat er op een ‘andere’ manier naar haar gekeken gaat worden. Ik ben haar moeder, dat pleeg gaat níemand wat aan! Haar bijzondere verhaal is háár verhaal om te delen. Als zij mensen wil vertellen dat ze twee mama’s heeft, een buikmama en een mama, dan is dat háár verhaal. Ik vertel het natuurlijk wel aan de juf, pleegzorg is namelijk of ik wil of niet ingewikkelder dan het hebben van een biologische dochter. Meer mensen zijn betrokken, bijzondere dingen komen aan bod, dit meisje komt maandelijks in aanraking met bijzondere mensen in instellingen waar zo’n klein meisje eigenlijk helemaal niet thuishoort. Het is goed dat de juf weet wat er in haar leven gebeurd, hoe haar dagen eruit zien en welk verdriet er soms speelt. Maar hoe sta ik als mama tussen deze andere mama’s?

Mijn eigen onzekerheid zit m’n verstand in de weg. Ik wíl haar mama zijn en ik bén haar mama, maar het verdriet van een lege buik maakt dat ik me geen échte moeder durf te voelen. Ik voel me maar half, niet écht, minder dan de andere moeders. Het doet pijn. Mijn hart huilt en zorgt ervoor dat de eerste schoolweek voor mij een emotionele achtbaan was. Gevoelens die jarenlang op de achtergrond waren gebleven, stonden ineens weer op de voorgrond. Ik huilde hete tranen, omdat mijn buik nooit gedragen heeft. Het verdriet was hard, rauw en scherp. Vanuit het niets zat ik er weer middenin. Onmogelijk misschien om het écht uit te leggen. Met een druk gezin en terwijl we nadenken over een vierde kindje, zat ik avond aan avond in tranen naast manlief op de bank. Mijn hart zwaar en onzeker. Mijn hoofd bonkend van verwardheid en tranen. Ik wist het even helemaal niet meer. Wie ben ik eigenlijk? Hoe sta ik in het leven van mijn kinderen? Wat doet deze eerste week groep 1 met mij?

Terwijl ons meisje wende aan het schoolritme, de lange schooldagen en de picto’s van de juf, had ik de tijd nodig om haar bij te benen. Hoewel ik plannen te over had voor in die eerste week, kwam ik tot niks. Mijn emoties schopten m’n leven in de war en hoewel de onzekerheid op de achtergrond misschien altijd zal blijven, ben ik eruit. Ik bén de mama van mijn meisje en sámen wonen we in een pleeggezin. Ons gezin is anders dan andere gezinnen en dat is prima, bijzonder en zelfs mooi. Wij hóren bij elkaar en dat is dat. Op Moederdag maakt ons meisje op school een cadeautje voor mij, haar moeder. Ik zal dan thuis met haar samen iets maken voor haar buikmama. Op het schoolplein ben ik haar mama voor 100% en als iemand vragen heeft zal ik ze zo eerlijk mogelijk beantwoorden zonder details over haar achtergrond, buikmama en papa te vertellen.

De eerste schoolweken waren een emotioneel diepte- én hoogtepunt in ons gezin. Een hele nieuwe fase die ons terug liet vallen op wie wij samen zijn. Het grote loslaten is begonnen en dat is voor iedere mama ingewikkeld, dus ook voor mij.

PLEEGMOEDER

Plaats een reactie