De dochter van Bjelke werd geboren met 26 weken en 860 gram, de artsen vreesden het ergste

| | ,

Na vijf heftige jaren, waarin ik rock bottom raak en mezelf weer terugvind, komen mijn man en ik via vrienden met elkaar in contact. Zij zien het wel zitten tussen ons. Beide alleenstaande ouder en beide bedrogen in de liefde. Vanaf de eerste date is er een klik. En hoewel ik het in het begin enorm worstel met mijn gevoel, stel ik me uiteindelijk open. Terwijl we op verre afstand van elkaar wonen, proberen we elkaar zo vaak mogelijk te zien. Dat vraagt creativiteit, maar ons gevoel is zo sterk dat het elke keer weer lukt. We zijn zó verliefd. Tijdens een fantastische week in New York weten we het zeker: wij horen bij elkaar. En dan is het zover. Nog geen jaar na onze eerste date, verhuis ik met mijn twee kinderen van Utrecht naar Drenthe. Na 14 jaar trouwe dienst neem ik afscheid op mijn werk en ga ik mijn hart én de liefde van mijn leven achterna. Ons samengestelde gezin met drie kinderen, brengt de nodige uitdagingen met zich mee. Maar we zijn vooral heel dankbaar voor ons liefdevolle gezin en genieten ervan. Toch praten we steeds vaker over een vierde, over een kindje van ons samen. Een broertje of zusje van de andere drie. Wat zou dát geweldig zijn.

Helaas mag het niet zo zijn. Twee keer ben ik best snel zwanger, maar beide zwangerschappen eindigen verdrietig genoeg in een miskraam. De laatste blijkt zelfs buitenbaarmoederlijk waardoor een lang en heftig traject volgt. Wat een pijn en verdriet. Fysiek en mentaal hebben we tijd nodig om hiervan te herstellen. Gelukkig kunnen we ons richten op een hele bijzondere dag. Op 19-1-2019 zeggen wij tijdens onze ‘Liefdesdag’, als verrassing voor de aanwezigen, officieel ‘ja’ tegen elkaar. De bezegeling van onze liefde die zo voorbestemd voelt. In het voorjaar blijk ik weer zwanger. En dit jaar is er een kloppend hartje te zien. Wat een geluk. Op naar een hele bijzondere Kerst! Mijn zwangerschap verloopt naar wens. Ik voel me prima, zwem drie keer in de week en ben volop bezig met het opstarten van mijn eigen Coaching & Healing praktijk. Het leven lacht me toe en we genieten van het vooruitzicht van onze gezinsuitbreiding.

Die maandagavond gaan wij nietsvermoedend naar bed. Dan stappen we onze ergste nachtmerrie binnen. Uit het niets loopt er vocht langs mijn benen naar beneden. In eerste instantie wil ik het niet geloven. Ik sta op en het water blijft stromen. Het zal toch niet…. Wat er gebeurt, moet eerst landen. Heel even staan we aan de grond genageld. Dan besluiten we de verloskundige te bellen. Onze eigen verloskundigen, een echtpaar, zijn nog met vakantie. Hun vervanger hoort het verhaal aan en komt meteen onze kant op. Mijn man belt ook meteen onze oppas voor de andere kinderen, want dit zou nog wel een lange nacht kunnen worden.

De verloskundige bevestigt dat ik vruchtwater verlies. Gelukkig voel ik me goed, heb ik geen buikpijn en schopt de kleine zoals normaal. Ik ben bizar rustig en hoor de verloskundige bellen met iemand van het UMCG. Moet er een ambulance komen of redden we het nog om zelf te gaan? Mijn man doet snel wat spullen in een tas en ik neem in de auto plaats op twee dikke handdoeken. We zijn allebei redelijk ontspannen en vooral erg benieuwd welk vervolg dit zal krijgen. In de auto praten we over verhalen van anderen die te vroeg vruchtwater verliezen. Dat weken platliggen waarschijnlijk mijn vooruitzicht is. Gelukkig weten we op dat moment nog niet wat ons te wachten staat.

In de parkeergarage van het UMCG ontdek ik dat de handdoeken waar ik op zit doorweekt zijn. Hoeveel vruchtwater heb je eigenlijk tijdens een zwangerschap? Op de afdeling verloskunde worden we warm ontvangen en ik neem plaats op een bed. Monitoren worden aangesloten en een gynaecoloog staat ons te woord. Ondertussen verlies ik nog steeds vruchtwater. Er worden longrijpingspuiten toegediend en we horen dat ik sowieso in het ziekenhuis moet blijven ter observatie. Platliggen is hetgeen ik nu het beste kan doen. Dat komt niet als een verrassing. Als de beelden op de monitoren onveranderd blijven, kruipt de tijd voorbij. Mijn man haalt wat tijdschriften van de gang en al lezend en pratend komen we de uren door. Dan moet ik naar het toilet. En is het helemaal mis. Mijn vruchtwater is groen geworden en we drukken op de bel. De verpleegkundige komt kijken en haalt snel de gynaecoloog erbij. Normaal gesproken is dit meconium doordat de baby in het vruchtwater heeft gepoept. Maar dat heeft een foetus bij deze zwangerschapsduur nog niet. Het is waarschijnlijk een ontsteking. Als ook de hartslag van de kleine onregelmatiger wordt, zit er maar één ding op… Na slechts 26 weken zwangerschap wordt in de vroege ochtend van 17 september via een spoedkeizersnede onze dochter geboren. Ongelofelijk klein en kwetsbaar, maar met alles erop en eraan. Ik lig op de operatietafel en beleef alles in een roes. Het lijkt allemaal niet echt. Dat kan niet.

Terwijl mijn ruggenprik op de uitslaapkamer uitwerkt en ik weer een beetje bij mijn positieven kom, staat mijn man naast me. Met een foto. Van haar. Wat is ze mooi. Wat is ze klein. 31 Centimeter lang en 860 gram. Wat ziet ze er gehavend uit. Ze is vel over been en haar hoofdje is vervormd, omdat ze door het weggelopen vruchtwater enorm in de verdrukking heeft gezeten. Haar eerste uren zijn slecht, heel slecht. Terwijl wij naar de foto staren, is haar keiharde strijd in volle gang.

Als de narcose is uitgewerkt, mag ik eindelijk naar haar toe. Naar dat kleine mensje dat nog in mijn buik hoort te zitten. Dat nog drieënhalve maand veilig onder mijn hart had moeten groeien en aansterken. Liggend in mijn bed word ik door de gangen van het ziekenhuis gereden. Het voelt nog steeds als een nachtmerrie waar ik maar niet uit ontwaak. En dan zie ik haar. Ons piepkleine meisje in haar glazen huisje. Omringd door slangen, draden, toeters en bellen. Haar huid nog doorzichtig en verre van af. Net als al haar organen. De artsen vrezen het ergste. Helemaal als ze ook nog een dubbele hersenbloeding krijgt die haar gevecht bijna onmogelijk maakt. Op de intensive care van het UMCG vecht ze voor haar leven. En wij kijken toe vanaf de zijlijn. Met onze handen door de gaten van de couveuse en tranen in onze ogen.

Tijd en aandacht voor het herstel van de keizersnede heb ik niet. Ik moet bij haar zijn. Zo vaak en zo lang mogelijk. Want dat is alles wat we kunnen doen, terwijl ze 24 uur per dag met heel veel liefde wordt verzorgd door alle medewerkers van de afdeling neonatologie. Wat een helden. Dagelijks hebben we beladen gesprekken met neonatologen, kinderartsen, neo-verpleegkundigen en andere specialisten. Over de kwaliteit van leven. Of nog erger. Want het ziet er niet goed uit. Onze roze wolk is gitzwart en dit is nog maar het begin. We leven in deze nachtmerrie per minuut. En dan komt het moment dat mijn hersteldagen in het ziekenhuis voorbij zijn. Ik mag naar huis. Maar daar wil ik helemaal niet zijn. Ik wil hier blijven, dichtbij ons meisje dat zo hard moet knokken. Het Ronald McDonald huis is een optie, maar alleen als er plek is. En dat horen we pas op de dag van mijn ontslag. Het is spannend tot het laatste moment, maar er is plek. Een klein lichtpuntje in deze bizarre tijd.

Wekenlang is het spannend en ongelofelijk onzeker. We proberen zo vaak als we kunnen bij haar te zijn. Dat is heftig, want we zijn op. En het gewone leven is er ook nog. Met onze drie andere kinderen. Met hun school, sporten en feestjes. Met de sleutel van een nieuwe woning en een verbouwing in het vooruitzicht. Drie werelden die op geen enkele manier in elkaar passen. En toch is dat wat we moeten doen. Samen en met alle lieve hulp die we krijgen.

Ons vechtertje blijkt ongelofelijk sterk. De extreme prematuriteit maakt het haar zwaar, maar ze knokt zich overal doorheen. Artsen en verpleegkundigen staan versteld. Zo’n klein meisje met zo’n immense levenskracht. Heel voorzichtig en heel langzaam durven we het: verder kijken dan vandaag. Naar morgen en zelfs daarna. Samen, hand in hand.

Na zeven weken intensive care, is ze klaar voor iets minder intensieve zorg. Ze verhuist naar het Martini ziekenhuis. Een grote stap met een dubbel gevoel. Maar als zij er klaar voor is, zijn wij dat ook. Terwijl wij wennen, laat de kleine dame zien dat ze nog steeds vooruit wil. Ze zet geen stappen, maar sprongen en twee weken later verhuist ze naar het Scheper ziekenhuis in Emmen. Eindelijk is ze in Drenthe. Bijna thuis! Met haar ontwikkeling neemt ook de groei toe. In lengte en gewicht. Met de week wordt ze meer en meer een echte baby. Wat is dat mooi om te zien. En wat is ze inmiddels ‘groot’ in onze ogen. Zo bijzonder dat we dit proces samen met haar zo intens mogen beleven. De ademondersteuning wordt afgebouwd en ze leert zelfstandig drinken. Zo knap!

Het einde van het jaar komt in zicht en dan is het zover. Na vijftien weken ziekenhuis mag ze op 30 december eindelijk naar huis. Zonder zuurstof en zonder sonde. Ons heftige jaar kan niet beter eindigen. Wat zijn we ongelofelijk dankbaar en oneindig trots op haar. Thuis blijkt ze zich helemaal op haar gemak te voelen. Alsof het niet anders is geweest. Alsof haar start inderdaad slechts een nachtmerrie was.

Nu, maanden later, is ze een hele vrolijke, makkelijke en relaxte baby. Die slapen heerlijk vindt en geniet van alles wat er om haar heen gebeurt. Ze ontwikkelt zich helemaal volgens haar ‘gecorrigeerde leeftijd’ en als je haar verhaal niet kent, is ze een gewone baby. Om de vraag ‘hoe oud is ze’ moeten we altijd een beetje lachen. Want tja….

Wij zijn weer een enorme levenservaring rijker. En daarmee help ik graag anderen. Door hier open over te zijn en ons verhaal te delen.

BJELKE

Plaats een reactie