Een gynaecoloog in opleiding gaf een rukje aan de navelstreng, daardoor ontstond er een soort van open wond

| | ,

Echt serieus op het moment dat mijn vriendin tijdens de babyshower binnen kwam met het woord “surprise!”, begonnen bij mij de weeën. Gelukkig: zo snel als de weeën waren opgekomen, zo snel waren ze ook weer afgelopen. Thank God, want dit was niet écht grappig.

Ik keek heel erg uit naar mijn bevalling en liet bij mijn verloskundige nog even met Caps Lock en onderstreept in mijn bevalplan zetten dat ik ZEKER een ruggenprik wilde. In het kader van altijd te laat komen, heb ik ook maar eens die vluchtkoffer ingepakt. Na het accefietje van de plotselinge weeën en vlucht naar het ziekenhuis moest ik het wat rustiger aan gaan doen als ik wilde dat ons meisje nog wat langer bleef zitten.

Gelukkig bleef ze nog dik twee weken zitten, maar rond week 38 werden de harde buiken toch steeds heftiger. Na weer een nacht op de bank bivakkeren, ben ik langs de verloskundige gegaan. “Even checken”, dacht ik, maar wat bleek: gebroken vliezen. Say what? In mijn gedachten was dat een vloedgolf die langs je benen liep. Dat hoeft dus niet. In plaats van naar huis, wist ik dat ik binnen 24 uur moeder zou worden. Over omschakelen gesproken. Ik heb direct vriendlief gebeld om de vluchtkoffer en Maxi-Cosi op te halen. Heel gek dat je daar al waggelend met lege Maxi-Cosi naar binnen loopt, niet wetende wat je te wachten staat.

De bevalling kwam niet op gang, dus de volgende ochtend werd ik ingeleid. Het infuus werd aangesloten, maar er gebeurde weinig. “Als dit het is…. Appeltje eitje…. “, dacht ik nog naïef. Toen bedachten ze dat het handig was om mijn vliezen goed te breken. Mijn lichaam werd direct wakker. De combinatie van weeënopwekkers en volledig gebroken vliezen, waren een teken om direct op de turbostand te gaan. De weeën van de false labour bleken een eitje te zijn. Oh, my God! Niet te doen op dat moment. Mijn lichaam ging als een malle op de oxytocine uit het infuus en de ontsluiting ging ook rap. “Hier met die anesthesist”, dacht ik. Ik was de minuten op de klok aan het wegkijken en de weeën probeerde ik weg te puffen. Wat een ellende. Na een halfuur was de anesthesist er nóg niet. Na een belletje bleek dat hij vaststond op de OK. En na een kleine check, bleek dat ik ook al op 8 centimeter ontsluiting zat. Ik was toen een uurtje of drie bezig. Oh, wat heb ik gevloekt. Die ruggenprik was namelijk mijn enige wens in dat hele bevalplan. Omdat het zo snel ging, vond mijn minimeisje het in de buik niet meer zo gezellig. Ik trouwens ook niet en begon te hyperventileren, omdat de weeën zo snel achter elkaar kwamen. Een weeënstorm! Maar zoals er weeënopwekkers bestaan, bestaan er blijkbaar ook weeënremmers. Yes, nog meer medicatie, maar wat een verademing! Ik kon weer even op adem komen en mijn meisje ook. Na een kwartiertje moest ik toch weer aan de bak voor het laatste stukje. “Oké, you can do this”, sprak ik mezelf toe. En ik kneep de hand van mijn vriend nog eens extra fijn. Na ongeveer weer een kwartiertje zat ik op volledige ontsluiting en mocht ik gaan persen. Alleen voelde ik geen persdrang. Geen idee wat ik aan het doen was. “Gewoon drukken down under dan maar”, dacht ik. Na een keer of vijf persen, hoorde ik een kreet uit mijn mond ontsnappen waar ik nu nog steeds lichtelijk plaatsvervangende schaamte voor heb. Iets met een oerkreet. “Ja, ja, ja! Zo moet het!”, riep de verloskundige. Wat ik daarnet deed, deed nou juist fucking pijn. Ik was er klaar mee, dan maar scheuren ofzo, want dit kind moest eruit. Dus zette ik bij de volgende perswee alles op alles en na nog twee keer persen was ze er: mijn mooie, prachtige, glibberige, geweldige Olivia. Oh, wat was ze al meteen op dat moment alle pijn waard. Verliefd!

Helaas ging het laatste gedeelte van de bevalling wat minder geslaagd. Mijn placenta kwam niet los. Na een tijdje wachten en weer een stootje oxytocine, was het nog steeds niet zover. Een gynaecoloog in opleiding dacht een handje te helpen en gaf een rukje aan de navelstreng. Daardoor kwam de placenta los, maar ontstond er ook een soort van open wond in mijn baarmoeder, waardoor ik flink ging bloeden. Een stroomversnelling in een subtropisch zwemparadijs zou er jaloers op zijn. Ik dacht zelf nog: “Hey, ze hadden m’n vliezen toch al gebroken?!” Maar het was geen vruchtwater dat langs m’n voeten spoelde. Bizar hoe snel er personeel op de kamer staat, wanneer een alarmbel wordt ingedrukt. Binnen no time zat de gynaecoloog bovenop mij, met haar hand de wond dichthoudend (en ja, die zat in m’n baarmoeder, even voor je beeldvorming) en werd Olivia van mij afgepakt en bij mijn vriend in de handen gedrukt. Ik ging met de gynaecoloog bovenop mij, in allerijl naar de OK. Het beeld van mijn vriend met zijn opengesperde ogen met onze dochter in zijn armen, is een beeld dat ik nooit meer zal vergeten. “Rustig blijven, rustig blijven”, dacht ik. “Als ik in paniek raak, gaat m’n hart misschien sneller pompen en loop ik sneller leeg”. Bizar hoe je hersenen dan werken. Ik bleef rustig. Ik dacht: “Als dit dan toch moet gebeuren, dan het liefste in een ziekenhuis”. Ik heb de anesthesist die ik op de OK zag nog wel even verteld dat ik het erg jammer vond dat hij een uur eerder mij niet even die ruggenprik had kunnen geven. Dat waren mijn laatste woorden volgens mij, toen was ik weg. Twee uur later werd ik wakker op de verkoeverkamer. Alleen, moe en koud. Gelukkig mocht ik snel terug naar mijn vriend en meisje. Een heerlijke start samen, juist die eerste kostbare, belangrijke uurtjes hebben we gemist. Ik heb haar de hele nacht in m’n armen gehouden en naar haar gestaard. Wij bleven vanaf nu samen! Ik had net te weinig bloed verloren voor een transfusie. Het ging al snel goed met mij en met haar. We waren ineens een gezin. Achteraf heb ik me wel gerealiseerd dat het best heftig was wat we hebben meegemaakt en dat het ook anders af had kunnen lopen. Dat heb ik de weken daarna nog een plekje moeten geven. Maar ik heb nooit met angst of afschuw terug gekeken. Want ondanks alles, was ik nu moeder van het mooiste liefste meisje van de wereld!

MONIQUE

Plaats een reactie