Mijn placenta stopte ineens met werken

| | , ,

“Zwanger. Hartstikke zwanger!”, dacht ik toen ik net de test had gedaan. Overladen van blijdschap, maar er vloog ook paniek naar de keel. “We moeten verhuizen! We hebben net een vakantie geboekt! Tegen de tijd dat we op vakantie gaan, ben ik acht maanden zwanger”. Ik was bewust gestopt met de pil, maar dat ik zo snel zwanger zou raken, had ik niet durven dromen.

Plekjes op mijn borst

Na acht weken kreeg ik een rare, rode, pijnlijke plek op mijn linkerborst. Ik dacht eerst dat het een ontstoken klier was en keek het even aan. Maar na een paar dagen werd de pijn erger en de plek werd ook roder. Toch maar even de dokter bellen. Ik kon langs komen en ging naar huis met een antibioticakuur. “Het komt niet vaak voor in de zwangerschap, maar het lijkt echt op een borstontsteking”, vertelde de arts mij. “Natuurlijk”, dacht ik, “dit heb ik wel weer”. Ik startte met de kuur voor één week lang. Nadat ik al een week klaar was met de kuur, bleef de pijn en de roodheid aanhouden. Toch maar weer opnieuw naar de dokter. Nu kreeg ik een zwaardere kuur mee. Als ik na vijf dagen geen verschil zag, moest ik terugkomen, want misschien was er wel wat anders aan de hand. Ik probeerde me er niet te druk om te maken, dus zette enge gedachtes opzij. Mijn moeder had namelijk twee jaar geleden borstkanker gehad. Toch moest ik terugkomen, want ook deze kuur sloeg niet aan. Ik werd doorverwezen naar de mamapoli waar ik de volgende dag direct terecht kon.

Mamapoli

Eenmaal op de poli kreeg ik een gesprek en mijn borst werd nagekeken. Een arts in opleiding onderzocht me en hij dacht niks te kunnen voelen. “Gelukkig”, dacht ik. Maar hij riep voor de zekerheid een andere arts erbij, want ja, ik was wel zwanger en mijn klieren waren wat meer opgezet. De andere arts kwam binnen en tot mijn grote schrik voelde zij wél wat. Ik moest voor de zekerheid een echo laten maken en kon direct door. Hier zagen ze inderdaad wat op. Ik kreeg de keuze: nog even afwachten of we nemen nu een biopt van de plek. Ik heb voor de tweede optie gekozen. Na een week kreeg ik de uitslag en het was een (goedaardige) bindweefselknobbel. Mijn god. Ik had op internet al allerlei enge horrorverhalen gelezen over borstkanker in je zwangerschap. Maar ik moest nog wel een mammografie laten maken voor de zekerheid, om uit te sluiten of er ergens anders niks raars zat. Dit kon pas vanaf 20 weken, want de straling was schadelijk voor de baby, zolang het niet volgroeid was. Ik moest dus nog even wachten voordat het zo ver was.

20 weken echo

De 20 weken echo was goed en we kregen te horen dat we een “mooi, slank meisje” kregen. Direct door naar de mammografie, wat hartstikke zeer deed met die gevoelige borsten. Gelukkig was alles goed. Dat hoofdstuk was afgesloten. Het weer werd warmer en ik hield steeds meer vocht vast. Ik was moe, maar dat kon ook niet anders: ik was zwanger, ondertussen was het 35+ graden en we zaten midden in een verhuizing. We kregen van vrienden en familie hulp bij de verhuizing en mijn vriend zette het zwembad op in de tuin van onze nieuwe woning. Ondertussen was het 40 graden en ik was bijna 30 weken zwanger. Ik knapte zowat uit elkaar van al het vocht wat ik vast hield. Ik ging naar mijn werk en was bezig met de voorbereiding op mijn zwangerschapsverlof, wat de volgende maand in zou gaan. Toen kreeg ik de 30 weken echo…

30 weken echo

Mijn vriend werkte op zee en was weg. Mijn moeder ging met mij mee naar de verloskundige. De verloskundige zag aan mij dat ik veel vocht vasthield vergeleken met de laatste keer dat ze me zag. Ik ging liggen en de baby kwam mooi in beeld. Ik kreeg een onrustig gevoel toen ik haar gezicht zag. “Hmm”, mompelde ze. “Je baby is iets aan de kleine kant.” Het zweet brak me aan alle kanten uit: “Moet ik me zorgen maken?”, vroeg ik. Ze meette steeds opnieuw en opnieuw, maar kwam op hetzelfde uit. “Ik stuur de gegevens door naar de gynaecoloog in Almelo, voor alle zekerheid. De baby scoort namelijk ver onder het gemiddelde. Als je nu vertrekt, kun je nog via de hoofdingang”. Het was de eerste keer dat ik ‘s avonds voor controle moest. Ik moest helemaal naar Almelo, terwijl het al 20:00 uur ‘s avonds was.

Toen we op de afdeling aankwamen werd ik aan de CTG gelegd en zou ik een echo krijgen. Het was druk op de afdeling, dus ik moest geduld hebben tot de gynaecoloog tijd had. Om 22:30u werd ik opgehaald voor de echo. Twee gynaecologen bekeken de resultaten en ze beaamden dat de baby erg klein was: om en nabij de 1000 gram. “Je kamer wordt klaargemaakt en je start direct met longrijping. Morgen krijg je een nieuwe echo en dan bespreken we hoe of wat.” De arts keek me aan. “Mijn kamer wordt klaargemaakt? Longrijping? Help, dit hoort niet!”, schoot er door mijn hoofd. Toen werd ik rustig naar mijn kamer gebracht. Daar zat ik, zonder spullen, zonder kleren, in het ziekenhuis. Mijn moeder moest ondertussen naar huis, zij moest gewoon werken de volgende ochtend en er was toch nog niets duidelijk. Ik heb mijn vriend gebeld en hij zou de volgende ochtend direct komen. Dit was het begin van een rollercoaster…

“Om 10 uur krijg je een echo”, zeiden de artsen de volgende dag. Ik hoopte dat Ramon dit zou redden. Hij moest vanuit den Helder komen. Uiteindelijk kwam mijn vriend net op tijd binnen met een enorme bos bloemen. De meting was wederom hetzelfde: om en nabij de 1000 gram. Het lag aan de navelstreng óf de placenta. De tranen kwamen tevoorschijn. Ik werd terug gebracht naar mijn kamer en er zou een arts komen om te vertellen wat er ging gebeuren. De gynaecoloog vertelde dat ze met het ziekenhuis in Zwolle ging bellen om te vragen of daar plek voor mij was. De baby was zo klein dat ik naar een gespecialiseerd ziekenhuis moest en dan was Zwolle de beste optie voor ons. Al snel kreeg ik groen licht en hup, daar ging ik, op naar Zwolle. Het was vrijdagmiddag, ik zou maandag opnieuw een uitgebreide groei echo krijgen en dan zou er een hoop duidelijk worden. Tot die tijd ging ik twee keer per dag aan de CTG. Nog twee dagen wachten… Er werd ons wel verteld dat ze gingen proberen om de baby zo lang mogelijk te laten zitten. Ze hoopten de 37 weken te halen. Nog zes weken te gaan dus. “Zes weken in Zwolle verblijven? En moet de baby er niet uit? Ze krijgt niets binnen en ze is al zo klein?”, allelei gedachtes schoten door mijn hoofd.

Nog een groei echo

De gynaecoloog was meteen erg duidelijk. “Slechter dan dit wordt het niet. Je placenta is aan het eind van z’n Latijn. We hebben het niet meer over weken, maar dagen”. O-MIJN-GOD. DAGEN?! De baby was verder gezond voor zover te zien was, maar ze was druk bezig met haar reserves. Ik moest vervolgens twee keer per dag aan de CTG liggen. Mocht het hartje van de baby afwijken, dan zou ik per direct een keizersnede krijgen. De baby zou namelijk geen weeënopwekkers kunnen verdragen. Ik vond alles prima, zolang die kleine meid maar gezond ter wereld kwam. Ik lag letterlijk elke dag in spanning of vandaag zo ver zou zijn. Maar het duurde en duurde… Die onzekerheid werkte slopend en tot overmaat van ramp kreeg ik ineens een torenhoge bloeddruk. Hier kreeg ik medicatie voor. Desondanks alles, bleef ze het goed doen. Mijn vriend ging uiteindelijk weer aan het werk, want ondertussen ging het al 10(!) dagen goed. Familie en vrienden kwamen me opzoeken om de tijd door te komen.

Het was zo ver

Mijn vader was op visite geweest en toen hij de deur uit liep, kwam de zuster binnen om mij aan de CTG te leggen, zodat ik op tijd kon slapen. Eenmaal aan de CTG zag ik dat de baby niet zo actief was. “Ze slaapt vast,” zei de zuster. Even op de ene zij liggen. Op de andere zij. Geen verandering. Alles in mij voelde aan dat het zo ver was. De zuster had contact met de gynaecoloog en de lijntjes waren kort. Voor mijn gevoel had ik nog nooit zo’n lange avond meegemaakt. Na al met al drie uur aan de CTG te hebben gelegen, stond ineens de gynaecoloog aan mijn bed. “Dit is het moment waarop we gewacht hebben. We moeten de baby halen”. Pfff.. . Was ik blij? Ja. Was ik bang? Ja. Was ik opgelucht? Ik wist het niet. Het enige wat ik zeker wist, was dat ik Ramon moest bellen. De zuster vertelde dat er een kamer voor mij klaar werd gemaakt. Daar kon ik rustig mijn vriend bellen. Vervolgens werd ik klaargemaakt voor de keizersnede. Ik hoopte dat mijn vriend op tijd zou zijn. En dat was hij.

Op 14 augustus om 01.22u is onze prachtige dochter Mila geboren. Ze woog 1310 gram en ze was om en nabij de 38 centimeter. Ik hoorde een klein minihuiltje. Het klonk als een klein katje, maar dat maakte niet uit, want ze maakte in ieder geval goed geluid! Ik zag haar even door het scherm en daarna werd ze meteen meegenomen. Daar ging ze. “Zorg maar goed voor haar”, dacht ik. Ik werd gehecht en was verbazingwekkend kalm. Ik hoorde op een gegeven moment dat ze het “heel goed” deed. Pfff. Wat een opluchting. Toen ik de O.K uit kwam, begon ik zo hard te huilen. Daar stonden ze: mijn vriend met onze dochter ernaast in de couveuse. Ik kreeg een dikke kus van mijn vriend en toen zag ik haar. Wat was ze mooi. Zo klein, maar een prachtige meid. Al die toeters en bellen. Ik mocht haar even aanraken. Ik stopte mijn hand door het raampje van de couveuse. Meteen pakte ze mijn vinger vast. Een klein schokje ging door haar lichaam. Ons wonder. Mijn hand was bijna net zo groot als haar hele lijfje.

De uitslaapkamer

Nadat ik weer gevoel had in mijn benen en ik van de uitslaapkamer mocht, werd ik nog even naar mijn meisje gebracht. Mijn ouders en schoonouders waren er ook. Zij mochten één voor één de kleine meid bewonderen. De volgende dag mocht ik haar eindelijk vast houden. Wat deed ze het goed. Daar lag ze, heerlijk op mijn borst te buidelen. Mijn vriend zat naast me. We waren compleet.

Naar ons eigen ziekenhuis

Na een paar dagen mocht ze van de neonatologie over naar de high care. Hier heeft ze nog een aantal dagen gelegen en na een week mocht ze door naar Almelo. Dat scheelde voor mij enorm, herstellende van een keizersnede, zo was ik binnen no-time bij mijn kleine meid. Ze werd even heel ziek vlak na de overplaatsing. Ze kreeg hoge koorts en was kortademig, waardoor ze toch nog even ondersteuning bij het ademen nodig had en een infuusje met antibiotica kreeg. Dat was weer even spannend, maar ze herstelde goed. Na twee dagen was het weer goed. Dag in en dag uit heb ik met haar gebuideld. Langzaam maar zeker werd ze stabiel en werden de slangetjes steeds minder. Ze mocht uit de couveuse en kwam op een “open tafel”. Hier heeft ze één nachtje gebruik van gemaakt en toen kon ze over op de wieg.

Uiteindelijk had ze alleen nog de monitor en haar sondevoeding. Als ze 72 uur stabiel was, mocht ze van de monitor af. En dat gebeurde. Ze woog 1850 gram en had dus alleen haar sondevoeding nog. Uit het flesje drinken ging relatief goed, maar het kostte haar ontzettend veel energie. Ze mocht naar huis als wij ons vertrouwd voelden om sondevoeding toe te dienen. Hier zijn we in geschoold. We waren er klaar voor. Ze mocht mee naar huis. We waren eindelijk compleet.

Thuis

Eenmaal thuis kregen we nog aanvullende couveusenazorg voor 16 uur in totaal. “Ik heb nog nooit zo’n kleine baby mogen verzorgen!”, zei de kraamverzorgster, toen ze mijn dochter voor de eerste keer zag. Ze woog 1,8 kilo en dat is natuurlijk weinig. De weken vlogen voorbij en ons popje deed het goed. De sondeslang had ze al snel niet meer nodig, dus ze was nu echt van al haar slangetjes af. Ik ben na zes weken naar het ziekenhuis terug geweest voor de uitslag van het placentaonderzoek. Er was geen verklaring voor waarom het niet functioneerde. Hier was ik enigszins opgelucht over, voor in de toekomst met een volgende zwangerschap, maar aan de andere kant snapte ik niet waarom dit mij is overkomen. Ik had me aan alle “regels” gehouden in de zwangerschap. Het was niet te verklaren. Mila ontwikkelt zich goed. Dit is een vraag die al vanaf het moment van opname door mijn hoofd bleef spoken. De vroeggeboorte heeft een grote impact op ons gehad. Alle onzekerheden, spanning en verdriet waren echt een rollercoaster.

MANDY

Plaats een reactie