Bevallingsverhaal: “Ondanks de knip en pomp, was dit een droombevalling!”

| | ,

De laatste loodjes

De dagen voor de inleiding, lig ik meer in het ziekenhuis dan dat ik thuis ben. Met enorme (voor)weeën, een torenhoge bloeddruk of omdat ik gewoon compleet opgebrand ben. Vanaf 22 weken rondlopen met telkens de angst dat je kleintje te vroeg gaat komen, is behoorlijk slopend. De woorden: ‘U bevalt vandaag mogelijk van een niet levensvatbaar kindje’ en ‘Ik zie momenteel geen leven in de buik’, hebben diepe sporen nagelaten. Combineer dit met een tal van complicaties en slaapgebrek en het resultaat is een opgebrande aanstaande moeder. Het idee dat ik met dit lijf en dit energieniveau nog een bevalling moet doorstaan, gaat er niet echt in. Ik zie het mijzelf eerlijk gezegd niet doen en ik ben het vertrouwen in mijn lichaam compleet verloren in de afgelopen maanden.

Twee dagen voor de bevalling krijg ik een inwendig onderzoek om te kijken naar de rijping van de baarmoedermond en of er al wat insluiting is. Er is een ruimte van 1,5 centimeter of misschien 2. De gynaecoloog besluit een beetje subtiel te strippen om het wat verder door te laten zetten. Dat vind ik echt niet prettig voelen. Maar alles voor de ontsluiting!

Het avontuur begint

Het is woensdag 27 november vroeg in de ochtend. Ik ben 38 weken zwanger. Om 7 uur mag ik bellen of er plek is voor de inleiding vandaag. Ik had mijn wekker natuurlijk al om 6 uur gezet. Ik heb mijn ziekenhuiskoffer nog 15 keer opnieuw ingepakt en liep als een kip zonder kop door het huis. Ik was zo zenuwachtig! “Wat als ik vandaag ons meisje ga ontmoeten? Hoe zou ze eruit zien? Lijkt ze op mij of papa? Zou alles goed gaan? Komt ze gezond ter wereld?” Och, zo veel vragen in mijn hoofd. Ik moet de boel maar de boel laten en alles over mij heen laten komen, misschien duurt het nog wel een week.

Yes! We mogen komen en ik sta meteen met mijn jas aan in de hal om de auto in de springen (nouja springen in hoeverre dat kan met een dikke buik). We wonen dichtbij het ziekenhuis, dus we zijn er met 10 minuten. Bij het aankomen op de verloskamers grapt een verloskundige: ‘Nou jij hebt er zin in zo te zien’. En dat is eigenlijk ook wel zo! Naar dit moment heb ik zo lang uitgekeken. Maar ik heb vooral zin, omdat ik de zwangerschap gewoon echt niet langer meer kan volhouden. Ik ben ruim 30 kilo aangekomen, waarvan veel vocht. Ik lijk wel een michelinmannetje. Mijn bovenbenen tot tenen zijn zo’n beetje één geheel geworden en ik voel mijn huid gewoon uitrekken. Het blijkt dus dat ik zwangerschapsvergiftiging heb. We krijgen een kraamkamer toegewezen op de afdeling van de verloskamers. Zo kunnen ze mij goed in de gaten houden en hoef ik nog niet op zo’n vreselijk hard bevalbed te liggen.

De tabletjes

We installeren ons en niet veel later komt de verpleegkundige al langs met de tabletten voor het opwekken van de ontsluiting. Ook wordt de CTG aangesloten en de banden om mijn buik zullen voorlopig ook niet afgedaan worden. Het loopt tegen 14:00 uur als ik wat matige weeën krijg. Prima te doen, maar ze komen wel met enige regelmaat. Aan het eind van de middag worden ze iets heviger en moet ik ze soms wegpuffen. De verloskundige komt even voelen en zegt dat er eigenlijk nauwelijks iets is gebeurd van binnen en geeft mij nog een dosis tabletten. Mocht dit nog niets doen, dan krijg ik morgen weer een dosis. Zo’n dag als deze, was best vermoeiend en we besluiten vroeg te gaan slapen. We hebben namelijk geen idee wat ons deze nacht nog te wachten staat…

De ballonkatheter

Nou, niet veel blijkt de volgende ochtend. Ik heb wel regelmatige weeën gehad gedurende de nacht, maar het zette niet door, tot grote teleurstelling van mij. Rond een uur of 09:00 komt de gynaecoloog en besluit het over een andere boeg te gooien: een balonkatheter. Dit zal waarschijnlijk een stuk effectiever zijn dan de tabletten en hopelijk wel het gewenste resultaat geven. Het inbrengen gaat met enige moeite en zelfs de gynaecoloog begint te zweten als het de verloskundige niet lukt. De ballon kan binnen een uur uitvallen, morgen of wie weet wanneer. Ik ga dus nergens vanuit, dan kan het alleen maar meevallen. Ik waggel die dag met de ballon, kraamverband en een gaasonderbroek rond, heel charmant. Rond 17:00 uur ga ik naar de wc om te plassen en ineens hoor ik “plons”. Ik schrik me kapot! Het is de ballon die eruit is gevallen en ik roep mijn vriend Bas erbij. Die kijkt met een schuin oog de badkamer in en drukt op het belletje voor de verloskundige. Zij komt al snel en lacht: ‘Ja hoor, je hebt voldoende ontsluiting!’. Oeps, nu krijg ik toch wel een beetje de zenuwen hoor. Het komt ècht dichtbij. We spreken af dat ik morgen, 29 november, in de ochtend naar een verloskamer word gebracht en mijn vliezen daar gebroken worden. Ook krijg ik dan een infuus krijg met weeënopwekkers en we gaan dan kijken hoe de rest verloopt. Die nacht krijg ik medicatie om goed te kunnen slapen, zodat ik de volgende dag wat energie heb voor de bevalling. Toch een gek idee dat we de volgende dag hoogstwaarschijnlijk ouders worden, maar oh zo leuk!

Klaar voor de start

Vrijdag 29 november 2019 word ik om 08:30 overgeplaatst naar de verloskamer. Mijn infuus wordt geprikt en ik lig er helemaal klaar voor. Om 09:00 uur krijg ik een inwendig onderzoek en blijk 3 centimeter ontsluiting te hebben, yes! Ze besluit meteen mijn vliezen te breken en na wat gepeuter voel ik een warme plas langs mijn benen en billen lopen. Bleh, wel een beetje gek dit. Ook de weeënopwekkers worden direct gestart. Ik kijk uit naar het moment dat er iets gaat gebeuren. Na 1,5 uur voel ik nog niet veel rommelen en het infuus wordt een tandje hoger gezet. Nou, dat heb ik geweten! Ik word overvallen door een weeënstorm die ik amper de baas kan. Mijn rug, buik, benen, overal doet het pijn. Ik kronkel door het bed. Ik smeek om pijnbestrijding en al snel zijn we het eens over een ruggenprik. Nu kan het nog. Ik zit op 4 centimeter ontsluiting. Ik heb een hele lieve verpleegkundige en zij zegt dat ze bij mij zal blijven tot we weer terug zijn op de verloskamers, hier heb ik veel steun aan gehad. Binnen 10 minuten lig ik op de anesthesie afdeling. Inmiddels kerm ik het uit van de pijn en voor mijn gevoel duurt het een eeuw voordat de ruggenprik gezet wordt. Aangezien er veel horrorverhalen de ronde gaan over een ruggenprik was ik best gespannen, maar de pijn won het en ik kon mij volledig overgeven op dat moment. Ik heb er dan ook niets van gevoeld!

Volledige ontsluiting

Wat een enorme verlossing die ruggenprik! Ik kom terug op de verloskamer en mijn moeder ziet een compleet andere versie van mij verschijnen, één met een grote glimlach. De gynaecoloog komt even checken of de enorme weeën ook wat gedaan hebben. Verrek, ik heb 9 centimeter ontsluiting! Dit hadden wij nooit verwacht. Wij gingen er stiekem van een keizersnede uit, omdat ik heel smal ben van onderen en alle generaties voor mij middels een keizersnede zijn bevallen. Ze geeft mij een knipoog en zegt: ‘Jij gaat dit gewoon doen!’. Dit is precies wat ik op dat moment nodig heb. Het is 14:15 uur en de weeën komen nu heel regelmatig, maar door de ruggenprik kan ik ze nog goed opvangen. Ik focus mij op mijn ademhaling, houd Bas zijn hand vast en neem af en toe een slokje water. Mijn moeder maakt foto’s op mijn verzoek, omdat ik in een compleet andere wereld ben en bang ben dat ik hier straks niks meer van weet, dan staat het in ieder geval nog op beeld! Zo gaat het een half uur door. Om 14:45 uur voelt de gynaecoloog weer en ik heb volledige ontsluiting. Als ik nu persweeën krijg, mag ik gaan persen. Het duurt nog ongeveer een uur voordat de persweeën zich aankondigen, maar als het zover is, weet ik ook meteen waarom het persweeën heten. Mijn hele lichaam stuurt haar kracht naar beneden en ik wil gewoon aan het werk. Ik kan ze niet negeren. Ik dacht van te voren nog: ”Ach, persen kan iedereen”, maar dat bleek nog niet zo makkelijk te zijn. Ik deed eigenlijk maar wat. Tot de verloskundige zei: “Zet je benen maar op die van mij en mijn collega en doe maar met alsof je moet poepen. Neem een hap lucht, kin op je borst en gaan!”

Persen, knippen, pompen

Ik heb zulke krachtige weeën dat Manoa minder comfortabel wordt en ze besluiten haar hartje te volgen via haar hoofdje. Daaruit blijkt al snel dat tijden een perswee haar hartslag enorm daalt en ik moet ze proberen op te vangen in plaats van te persen. Geloof me, dat is geen pretje. Ik houd het niet lang vol. Mijn lichaam neemt het over en ik geef een oerkreet. De verpleegkundige vraagt wat er is. Ik zeg heel boos ‘Weet ik veel’. Ik mag weer toegeven aan de persdrang, maar Manoa haar hartje trekt het niet en binnen een paar minuten staat de kamer vol witte jassen. De ene na de andere hand gaat naar binnen en Bas zegt: ‘Nou, nu is het wel genoeg’. De gynaecoloog die erbij geroepen is, zegt: “Dat wordt een knip en vacuümpomp”. Ze ziet de angst in mijn ogen verschijnen. “Een knip is echt het laatste wat ik wil!”, zeg ik. Voor ik het weet zit er al een verdovingsspuit in en zie ik een grote schaar aankomen. Ik draai mijn hoofd weg. Het geluid is intens. Gelukkig heb ik er niets van gevoeld en ik focus mij op de wee die komt. Manoa moet nu snel geboren worden. Tijdens de wee voel ik de gynaecoloog met man en macht aan mijn kind trekken. Ik krijg er de rillingen van. Het lukt niet en ik moet nog een keer alles geven, want ze moet er nu echt uit. Ik voel een soort oerkracht over me heen komen. Het komt vanuit mijn kruin tot mijn tenen. Ik ben zo rood als een tomaat. Het boeit me allemaal niks. Voor ik het weet is ze daar; Manoa! Het eerste wat ik zeg is: ‘He lieverd, ben je daar al’ Ik zat namelijk nog midden in mijn perswee. Het is 17:30 uur.

Daar is ze!

De verloskundige legt Manoa op mijn borst. Ze kijkt meteen met open ogen rustig de kamer rond. Ik vraag een beetje bang waarom ze niet huilt, maar ze is duidelijk onder de indruk van de bevalling. ‘Dat komt wel’, zegt de verloskundige. En ja hoor, daar komt een klein schor huiltje tevoorschijn. Ik geef haar 100 kusjes terwijl Bas de navelstreng mag doorknippen en dit doet hij trots. We zijn stapelverliefd en dat ik momenteel gehecht word, maakt me niks uit. Het is een sprookjesachtig moment. Ik voel me meteen moeder. Een oermoeder die best een beetje trots is op zichzelf!

Terwijl ik lig bij te komen, overhandig ik het geboortekaartje aan mijn moeder. Zij mag de naam bekend maken en leest het hardop voor met tranen in haar ogen. Wat mooi dat zij erbij was. Ik had haar voor geen goud willen missen. Manoa wordt gewogen, gemeten, beoordeeld en aangekleed. 3400 Gram en 48 centimeter lang. Haar apgarscore is perfect. Ik kan amper beseffen wat er vandaag allemaal is gebeurd, maar het enige wat overheerst is geluk. Ik bedank alle mensen in de kamer en zeg dat ze mijn helden zijn. In mijn ogen was dit echt een droombevalling. Ik eet mijn beschuit met roze muisjes op en word daarna gedoucht. Manoa ligt lekker dik ingepakt bij papa op de borst. Dit is de eerste keer in 9 maanden dat ik ‘afstand’ van haar moet doen en dat voelt best gek ook al is ze in goede handen. Moedergevoel zeker. Schoon en wel worden we naar de kraamafdeling gebracht en onderweg komen we mijn vader tegen. ‘Ahh, daar zijn mijn twee knappe dames’, zegt hij met een grijns van oor tot oor. Wat ben ik gelukkig. Alle mensen waarvan ik zo veel houd zijn zo dichtbij. Nog steeds kijk ik met een heel warm gevoel terug op mijn bevalling. Na een horrorzwangerschap toch een droombevalling. De bevalling van Manoa. Wij zijn ontzettend dankbaar dat wij Manoa bij ons hebben in goede gezondheid. Het is überhaupt een wonder dat ik zwanger ben geraakt na mijn medische voorgeschiedenis met endometriose en behandelingen van beginstadium van baarmoederhalskanker. Hierdoor was ook de zwangerschap geen pretje in combinatie met andere complicaties.

ANNE

Plaats een reactie