Het schrikbeeld van iedere ouder: ik was mijn 3-jarige zoontje kwijt in het pretpark

| | ,

Het was een stralende dag halverwege augustus. Mijn zoontje was op dat moment bijna vier jaar oud. Mijn dochter van zeven jaar was ook mee. Papa moest overwerken, dus hij kon niet mee. Dat was niet erg. Hij ging eigenlijk altijd mee. Ik vond het wel een keer leuk om de enige ouder te zijn met de kinderen. Was hij maar mee geweest…

Het gebeurde bij het suikerspinnenkraampje. We stonden in een lange rij. Het kraampje stond aan de rand van een druk pleintje. Overal stonden of zaten gezinnen te eten en te drinken. Ik vond de drukte akelig. Het was mij net te veel. Ik keek naar rechts. Daar stond mijn dochter Hanna. Ik keek naar links en daar huppelde mijn zoontje op zijn twee benen. Op het plein stond een draaimolen voor kleine kinderen. Het ging niet hard en het duurde ook niet lang om een rondje te maken. Mijn zoon staarde naar de paardjes die zacht op en neer deinden. Er zaten allemaal kindjes in van ongeveer drie tot zes jaar. Sommige kindjes zaten alleen en andere kindjes werden door hun ouders vastgehouden. Mijn zoontje vroeg: “Mag ik daar zo ook op?”. “Prima”, antwoordde ik, “maar eerst gaan we onze suikerspin eten”. Daar had mijn dochter namelijk de hele ochtend al om gezeurd. En toen kwam dat akelige moment…

Mijn dochtertjes veters zaten los. Ik bukte om ze te strikken en stond een kleine beetje met miin rug naar mijn zoon. Echt maar een klein beetje. Het moment duurde een paar seconden. Het was serieus heel kort. Toen ik weer op mijn benen stond en mijn schoudertas een swiep gaf, keek ik weer links in de veronderstelling daar mijn zoontje te zien. Maar hij stond er niet. Mijn adem stokte, mijn hartslag zat in mijn keel. Vijftien tellen geleden stond hij daar nog gewoon. Ver kan hij toch niet zijn? Ik schrok en keek in het verlengde van zijn plek. Maar ik zag ook geen jongetje dat in de verste verte op hem leek. Ik schreeuwde in paniek naar mijn dochter: “Heb jij Klaas gezien?!”. Ik zag paniek in haar ogen en wist het antwoord al. “Klaas”, schreeuwde ik. “Klaaaaas!”. Ik pakte de hand van mijn dochter en rende naar de draaimolen. Hij wilde daar natuurlijk al de hele tijd op. “Hij is vast stiekem daar naartoe gegaan”, schoot er snel door mijn hoofd. “Als ik hem daar vind, krijgt hij een enorme preek en straf. Voorlopig geen pretparken, zwembaden en logeerpartijtjes”. Ik hoopte vurig dat hij daar was. Ik ging alle plekken in de draaimolen af: het grote paard, het autootje, de brommer. Fuck, hij zat nergens op. Wanhopig vroeg ik aan degene die de attractie bestuurde en de knopjes indrukte of hij een jongetje had gezien van ruim drie jaar oud, met een zwarte jeans en een rode jas. “Blond haar en blauwe ogen”, voegde ik toe. Hij wist het zich niet te herinneren, maar was er vrij zeker van dat hij geen kindje erop èn eraf heeft zien gaan, zonder ouders.

Het beeld flikkerde voor mijn ogen. Ik kreeg het warm en deed mijn jas uit. “Oh, god”, stotterde ik, “ik ben mijn kind kwijt. Wat moet ik doen? Straks is hij meegenomen door iemand. Of zit hij ergens in zijn eentje te huilen en weet hij niet wat hij moet doen. Hoe vinden we elkaar in hemelsnaam weer terug?!”. Er schoten allerlei gedachtes door mijn hoofd. Allemaal even verschrikkelijk. Eigenlijk was geen één scenario positief. Ik zag niet voor me hoe dit ooit goed kon eindigen. Mijn dochter begon te huilen. Ik troostte haar en begon een gesprek met de parkmedewerker. Hij pakte zijn mobiel en belde naar iemand aan de balie van de ingang. Ik moest het signalement van mijn zoontje doorgeven. “Jas: kort en rood”, gaf ik door. “Zijn haar is blond met kleine krulletjes”, hijgde ik. Er rolden dikke tranen over mijn wangen. Ik veegde ze snel weg en verbeet mijzelf. “Zwarte skinnyjeans”, ging ik door. De medewerker schudde zijn hoofd. “Bij de ingang hebben ze hem niet gezien. We zijn altijd alert op kinderen die alleen lopen”. “Wat nu?“, gilde ik. En toen kreeg ik een hele akelige gedachte: “Ow mijn god. Stel dat hij niet alleen het park uit is gegaan? Stel dat hij het park is uitgegaan met iemand anders? Iemand die kwaad wilde?” Ik begon te beven. Ik scande continu hoofden op blond krullend haar van ruim 1.00 meter lang. De pretparkmedewerker probeerde me gerust te stellen, terwijl hij in zijn telefoon sprak. Er verzamelde een groepje ouders en kinderen rondom mij. Er werden vragen aan mij gesteld. “Welke schoenen had hij aan?” en “Heeft hij nog iets gezegd?”. Wat een enorme stress. Mijn lichaam hield het niet meer. Kan je dood gaan van de angst? Vast wel. Er telde maar één ding. Hij moest gevonden worden. Hoe dan ook.

En zo ineens als hij weg was, kwam hij via een zijpad uit het niets het plein oplopen. Hij liep heel rustig aan de hand van een parkmedewerker. In zijn andere hand had hij een ijsje. Hij drukte trots zijn ijsje in de lucht en glimlachte. Ik rende naar hem toe en hield hem stevig vast. Ik barstte in snikken uit. De tranen bleven maar komen. Ik gilde: “Waar was jij nou?!”. Het bleek dat hij een gekleurde duif had gezien en die was gevolgd. Plotseling was hij ons kwijt en wist hij niet waar wij waren. Hij is toen naar de dichtsbijzijnde atrractie gegaan en heeft daar hulp gevraagd aan een medewerker.

Dit gebeurt mij hopelijk nooit meer.

JANE DOE

Plaats een reactie