Valerie voelde dat ze veel te lang met gebroken vliezen had gelopen

| | ,

10 augustus 2019, 39 weken en 1 dag zwanger

Het is ochtend en al warm, heel warm. Door de hitte, houd ik veel vocht vast, waardoor ik al weken op de teenslippers van mijn man loop, omdat ik mijn eigen schoeisel niet meer aan krijg. Buiten dat, voel ik me top fit. Ik doe alles nog zonder problemen en harde buiken. Geen idee hoe ze voelen! Ik ben er dan ook vol van overtuigd dat de baby tot na de 40 weken blijft zitten.

Manlief staat al in de douche, terwijl ik nog even rustig wakker word in bed. Uiteindelijk is de nood om mijn blaas te legen toch te groot en stap ik uit bed. Zodra ik begin te lopen, voel ik vocht langs mijn benen gaan. Ik weet zeker dat ik niet te laat ben met plassen en denk dan ook meteen aan gebroken vliezen. Enigszins verbouwereerd blijf ik staan. Het zal toch niet. Terwijl ik sta, ervaar ik het welbekende filmmoment van gebroken vliezen. Ik schiet lichtelijk in paniek door de hoeveelheid vruchtwater dat op de grond klettert en ren naar de toilet. Onderweg kom ik langs de douche waar mijn man staat en roep: “Mijn vliezen zijn gebroken!” Mijn man blijft uiterst kalm en vraagt alleen maar of ik het wel zeker weet. Omdat het kraamverband er aan te pas moet komen om alles op te vangen, weet ik het zeker. Samen bellen we de verloskundige. Omdat ik verder nog geen weeën heb, mogen wij ons om 9 uur melden bij de praktijk.

Na een kort inwendig onderzoek hoor ik de verloskundige zeggen dat ik inderdaad vruchtwater verlies, maar nog helemaal dicht zit van binnen. De verloskundige wil het 24 uur lang aankijken. Als er dan nog niets is gebeurd, moet ik mij melden bij de triage afdeling in het ziekenhuis. De bevalling zal dan medisch worden, vanwege langdurig gebroken vliezen. Onderweg naar huis ben ik opgelaten. Nog steeds voel ik niks. Ter afleiding besluiten we te gaan lunchen. Op mijn gemak zit ik echter niet meer, want zelfs het kraamverband is niet voldoende tegen de hoeveelheid vruchtwater. Thuis kijken we een film en begint het wachten. Er gebeurt niets, nog geen krampje. En zo verschijnen we op zondagochtend op de triage afdeling. De banden worden om mijn buik gedaan en eventuele weeën en het hartritme van de baby worden gecontroleerd. De afgelopen twee weken, zat ik er al vier keer eerder zo bij, omdat de hartslag van de baby af en toe erg hoog was. Gelukkig toonde de baby toen iedere keer een goed beeld. Ook nu is de hartslag goed. De verpleegkundigen concluderen dat ik geen weeën heb. Door naar het inwendig onderzoek. Nog steeds zit alles potdicht. De echo laat zien dat de baby nog voldoende vruchtwater heeft. Hoe dat mogelijk is met de hoeveelheid die ik blijf verliezen, is mij een raadsel. We worden naar huis gestuurd. Als er niets gebeurt, moeten we ons morgen weer melden. “Naar huis?! Hoe lang willen ze mij zo rond laten lopen?”, denk ik. Ik heb uiteraard mijn huiswerk gedaan en weet dat hoe langer de vliezen gebroken zijn, hoe groter het infectierisico is. Ik uit dan ook mijn zorgen, maar de arts benoemt nogmaals dat meer dan 90% van de vrouwen binnen 48 uur na het breken van de vliezen weeën krijgt. Ik ben totaal niet op mijn gemak gesteld daardoor. Maar wat weet ik er nou van?

Maandagochtend beginnen alle controles opnieuw, want nog steeds gebeurt er helemaal niets met mijn lichaam. Omdat ook nu alles goed is, worden we weer naar huis gestuurd. Als er nu binnen 24 uur nog niets gebeurt, zal ik worden ingeleid. Ik ben het hier totaal niet mee eens, omdat ik al meer dan 48 uur rondloop met gebroken vliezen en mijn gevoel zegt dat dat niet goed is. Maar de arts benadrukt dat het echt beter is als mijn lichaam zelf weeën aan gaat maken. En zo worden we wederom naar huis gestuurd.

Woensdagochtend om 6 uur bel ik de verlosafdeling en krijg ik te horen dat we ons om kwart over zeven mogen melden. Ik vind het heel vreemd om bepakt en bezakt naar het ziekenhuis te gaan, wetende dat als ik er weer uit kom, ik moeder ben. Op de verlosafdeling krijgen we een kamer en wordt er weer inwendig onderzoek gedaan. Omdat zelfs mijn baarmoedermond nog niet verstreken is, kunnen ze nog geen weeënopwekkers geven, maar zal ik eerst hormoontabletten krijgen. Deze doen z‘n werk, want ik krijg eindelijk weeën! Na twee uur is mij baarmoedermond verstreken en is er 1,5 centimeter ontsluiting. Om het mij gemakkelijker te maken, wordt de band – die het hartritme van de baby in de gaten houdt – van mijn buik gehaald. Er worden twee elektroden, via de opening van de baarmoeder, op het hoofd van de baby geplaatst om hem zo te monitoren. De weeën volgen elkaar snel op, heel snel en ik beland in een weeënstorm. Na een uur in deze storm gezeten te hebben, blijkt dat dat goed was voor een extra halve centimeter ontsluiting. We zitten pas op 3 centimeter. En ondanks dat ik op voorhand het hardste riep dat ik hem niet wilde, besluit ik voor een ruggenprik te gaan. Hierna kan ik weer even bijkomen en spelen ik en mijn man zelfs nog een spelletje. De controles gaan goed en het ontsluiten ook. Tegen het avondeten zit ik op 5 centimeter ontsluiting en wordt mij geadviseerd niet te veel meer te eten. Ik besluit een banaantje te eten, terwijl mijn man wat gaat eten in de kantine van het ziekenhuis.

Ik merk dat ik mijzelf niet lekker begin te voelen. Ik word misselijk en moet overgeven. Ik voel mijzelf met de minuut beroerder. Zelfs een slokje water kan ik niet meer binnenhouden. Ik krijg een medicijn tegen de misselijkheid, maar dat heeft geen effect. Omdat de ontsluiting ook niet meer vordert, wordt besloten om weeënopwekkers in te zetten. Echter reageert de baby daar niet goed op. Steeds vaker komt er een verpleegkundige binnen die zegt dat de baby niet blij is en dat ik van houding moet wisselen in de hoop dat zijn hartslag daar beter van wordt. Iedere keer als ik van kant moet wisselen, geef ik over omdat de bewegingen mij al te veel zijn. Ook de ontsluiting blijft hangen op 5 centimeter en ik krijg steeds hogere koorts. De weeënopwekkers worden steeds aan gezet om vervolgens weer uitgezet te worden, omdat de baby er niet goed op reageert. Dit gaat uren zo door. Als de late dienst aangeeft dat de kans bestaat dat de baby na de geboorte naar de couveuse afdeling moet, breek ik. Het is ondertussen dinsdagavond 11 uur en ik ben op. Ik begrijp niet waarom alles zo lang aangekeken wordt. Eerst de 72 uur met gebroken vliezen en nu lig ik al bijna 6 uur met dezelfde 5 centimeter ontsluiting en hoge koorts mezelf in allerlei posities te verplaatsen, omdat de hartslag van de baby steeds niet helemaal goed is. Toch gaan we nog uren zo door. Rond 4 uur ‘s nachts, bij de zoveelste controle, zegt de verloskundige dat ze nog één keer de weeënopwekkers aanzetten, maar als er dan nog niets gebeurt, ik rekening moet houden met een keizersnede. Ik vind op dat moment alles goed, als de ellende maar stopt.

En zo gebeurt het dat om 5 uur ‘s ochtends er van alles de kamer binnenkomt en ik klaargemaakt word voor een spoedkeizersnede, want “de baby moet er nu uit”. Op de operatiekamer mag mijn man gelukkig erbij blijven. Voor de keizersnede is er in de kamer een kort overleg en een opsomming van de situatie. Mijn bloeddruk is veel te laag, mijn hartslag veel te hoog en ik heb bijna 40 graden koorts. Ik begrijp dat ik geluk heb dat ik al een ruggenprik heb die ze nu uit kunnen breiden, omdat ik anders gezien mijn toestand onder volledige narcose gebracht was. Het enige wat ik weet is dat ik dorst heb. Heel veel dorst. Het volgende moment is er een baby. Ik voel me echter zo ellendig dat ik er amper iets van mee krijg. Mijn man gaat mee met alle controles en ik word naar een uitslaapkamer gebracht. Als ik zelf mijn benen weer kan bewegen, mag ik van de uitslaapkamer af. Met bed en al word ik naar de couveuse afdeling gebracht. Daar zie ik de kersverse papa en ons zoontje. Vanwege de langdurig gebroken vliezen moet ons zoontje daar 6 uur lang in de gaten gehouden worden.

Ik wil borstvoeding geven en onze baby wordt naar mij verplaatst, zodat ik hem voor het eerst aan kan leggen. Dit gaat verrassend goed, maar omdat dit de couveuse afdeling is, mogen wij natuurlijk niet blijven. Op onze kraamkamer krijgen wij beschuit met blauwe muisjes. Ik kan haast niet bevatten dat wij die eten op een kraamkamer, terwijl onze baby ergens ander is. Vanwege de borstvoeding word ik meerdere keren die dag met bed en al naar ons zoontje gebracht. Om 6 uur ‘s avonds krijgen we te horen dat alles goed lijkt en dat we eindelijk met zijn drieën op de kraamafdeling zullen zijn! Wel heeft onze baby een infuus in zijn handje, zodat er meerdere keren per dag antibiotica toegediend kan worden. Vanwege de keizersnede moeten we sowieso tot vrijdag blijven en ik moet eerst koortsvrij zijn, voordat ik van de antibiotica afgehaald word. Gelukkig is dat al redelijk snel het geval.

Donderdagochtend nemen de artsen nog een keer bloed af bij onze baby, om nogmaals de infectiewaardes te controleren. Als die goed zijn, horen we niks en mogen we de volgende ochtend naar huis. Wel moet die dag de antibiotica kuur afgemaakt worden en de laatste dosis is om 12 uur ‘s nachts. Dan blijkt dat het infuusje niet meer goed zit en wordt alles uit de kast gehaald om die weer goed te zetten. Dit gebeurt in een andere kamer in het bijzijn van papa. Het duurt maar en het duurt maar. Uiteindelijk komt een arts mijn kamer in die vertelt dat het zetten van infuus niet wil lukken en dat ze het infuus op zijn hoofd zullen plaatsen. Ik snap niet waarom er zoveel moeite gedaan wordt voor nog één spuitje als we in de ochtend naar huis gaan. Dan blijkt dat de artsen vergeten zijn te vertellen dat het laatste bloedresultaat niet goed is en dat de infectiewaardes veel te hoog zijn. De antibioticakuur die in eerste instantie preventief 48 uur gegeven werd, moet nu zeven volle dagen gegeven worden. Er wordt mij vertelt dat we sowieso tot woensdag in het ziekenhuis moeten blijven. Dat nieuws is mij te veel en ik breek opnieuw. Ik ben boos op de artsen, omdat ze zoiets belangrijks vergeten zijn te vertellen. Maar bovenal boos op mijzelf. Ik vind dat toen mijn gevoel zei dat het niet goed was dat ik zo lang met gebroken vliezen rondliep, ik hier echt een punt van had moeten maken en mijzelf niet weg had moeten laten sturen. Nu heeft onze zoon dus wel een infectie, en al zegt de arts dat het niet zeker is dat dat daardoor komt, ben ik ervan overtuigd dat dat wel het geval is.

Zo blijven we tot woensdagochtend 21 augustus in het ziekenhuis. Vier keer per dag wordt er antibiotica toegediend, op de meest onmogelijke tijdstippen. Maar uiteindelijk mogen we dan toch naar huis, met een gezonde baby!

VALERIE

Plaats een reactie