Patty is 27 weken zwanger als ze een toxoplasmose infectie oploopt

| | ,

Ik woon in Polen. Mijn oudste dochter heeft zwemles. Het is warm in het zwembad. Daarbij ben ik 27 weken zwanger. Gisteren ging ik voor mijn maandelijkse bloedtest en controle naar de dokter. In de app op mijn telefoon check ik om de paar uur of de uitslag van mijn bloed er al is. Dan ineens krijg ik een bericht van mijn gynaecoloog: ‘Your toxoplasmoses antibodies are elevated. Please schedule an urgent appointment with infectious diseases specialist. You might need antibiotica therapy quickly’. Ik lees het hardop voor aan m’n man. Hij kijkt me aan: ‘Nee he?! Hoe dan?’. We kijken elkaar verbaasd aan. Toxoplasmose? Ik? Als er iemand voorzichtig is, en alles wel vijf keer checkt en wast, ben ik het wel. In restaurants vraag ik altijd extra of het vlees goed is doorbakken en of de groenten goed zijn gewassen. Fuck. Toxoplasmose. Wat was dat ook alweer. Niet je kattenbak verschonen, vlees goed doorbakken en je groenten en fruit goed wassen, dat wist ik wel. Maar wat zijn de gevolgen voor de baby in mijn buik?!

Ik open Google, typ het in en begin te lezen. Ik krijg het warm. Dit is niet best. Toxoplasmose gaat bij twee op de vijf besmette vrouwen over via de placenta en de navelstreng naar het ongeboren kind. Hoe vroeger in de zwangerschap de toxoplasmose wordt opgelopen, hoe erger voor het ongeboren kind. Er is kans op een miskraam of vroeggeboorte, maar het kindje kan ook beperkt worden in blindheid, ernstige afwijkingen aan de ogen en hersenen, te klein hoofd, ontwikkelingsstoornissen of epilepsie. Ik kijk m’n man aan en begin te huilen. Samen staan we in een afgelegen gangetje. Het liefst pluk ik nu mijn kind uit het zwembad en rijden we gelijk naar de dokter. M’n man zegt me rustig te blijven. We wachten tot de zwemles voorbij is. Ik droog Zofia gauw af en we lopen naar de auto.

Nog altijd flabbergasted rijden we naar de kliniek, zodat we een afspraak kunnen maken bij een specialist. ‘Vrijdag is er plek voor u.’ Vrijdag?! Het is nu maandag?! Vier dagen wachten op meer informatie? No way! Via een vriendin komen we terecht bij een hele goede gynaecoloog en kunnen we de woensdag al terecht. De twee dagen kruipen voorbij. Ik kan alleen maar denken aan die kleine baby in m’n buik en hoe het nu met haar gaat. Ik ga uit van het ergste, dan kan het alleen maar meevallen. Google is op zulke momenten een heel slecht idee, maar ik moèt meer info hebben. Mensen om me heen bagataliseren het: ‘In Nederland wordt er niet eens op geprikt. Het valt vast mee’. Dit is niet wat ik nu wil horen….

Twee dagen later gaan we naar de nieuwe gynaecoloog. We leggen hem het verhaal uit en hij begint met het echo apparaat de baby te meten. ‘Everything looks good’. Hij begint te vertellen over de infectie. Dat we er waarschijnlijk vroeg bij zijn, op tijd, maar dat ik wel antibiotica moet gaan nemen zodat de infectie bij de baby wegblijft. Twee tabletten per dag, tot aan het einde van de zwangerschap. Het maakt me niets uit, alles om de kleine puk te beschermen. Elke drie weken wordt de kleine gecheckt. Elke keer is alles goed. De antibiotica maakt me misselijk. En tot aan het einde van de zwangerschap kan ik het niet loslaten. Ik ben bang voor het onbekende, bang dat er iets mis zal zijn.

Ons meisje ligt in stuit, dus er is een keizersnede gepland. ‘s Ochtends gaan we richting het ziekenhuis. Gelukkig hebben we een privé kamer kunnen regelen. Heb je dit niet, dan lig je met vijf andere moeders én baby’s op een kamer. Dit had mijn hoofd écht niet aangekund. De kamers zijn een beetje zoals het huis van m’n oma. Wat oud en gedateerd, maar het is prima. Mijn bloed wordt geprikt en ik krijg een infuus. Hierna wordt er nog een echo en een hartfilmpje gemaakt. De hartslag van de baby wordt gecheckt en dan mag ik een ziekenhuisjasje aandoen. In Polen mogen partners niet mee tijdens de keizersnede, dus moet ik bij de ingang van de operatiekamers afscheid nemen van mijn man. Ik geef hem een kus en een knuffel en ik word in mijn rolstoel naar de deur van de operatiekamers gereden. Daar moet ik overstappen op een ziekenhuisbed.

Terwijl ik de operatiezaal in word gereden, kijk ik naar het plafond en de omgeving. ‘Jezus, ik kom hier niet meer levend uit’, denk ik als ik rond kijk. Het lijkt een beetje een ziekenhuis uit 1980. Rechts staan oude medicijn kasten. Links zie ik twee blote voeten op een bed. ‘Huh?!’, denk ik. Ik lig samen met twee andere vrouwen. Ik kijk om me heen. Ik krijg een tweede infuus en een drankje. De verpleegkundige spreekt Pools. Ik snap er geen woord van. Dan komt de gynaecoloog die Engels spreekt: ‘Everything okay? In 15 minutes it’s your turn’.

Na een kwartier word ik opgehaald en rollen ze me de operatiekamer in. Ik kijk wat rond en word rustig. De operatiekamer is modern. Wat fijn! De ruggenprik gaat erin, ons meisje komt eruit en ik word weer dicht genaaid. Lena lijkt gezond! We moeten nog wachten op de bloedtesten en het oogonderzoek, maar op het eerste gezicht lijkt alles goed! Ondertussen wordt Lena naar papa gebracht. Ik moet naar de uitslaap kamer voor twee uurtjes, helaas zonder mijn meisje en m’n man. Dat is nou eenmaal de werkwijze hier.

Na die uurtjes rijden ze me naar mijn privé kamer en zie ik mijn man en mijn dochter samen op de bank zitten. Lena haar bloed wordt geprikt, alles wordt gemeten en er worden foto’s en hartfilmpjes gemaakt. Alles is ziet er ècht goed uit! Na vier dagen in het ziekenhuis (hoesten met een keizersnede is echt niet leuk, chagrijnige zusters ook niet, en je paracetamolletje pas krijgen als beloning als je hebt gedoucht voor de eerste keer is ook echt niet leuk), gaan we lekker naar huis.

Een aantal weken later moeten we weer bloed laten prikken (de infectie moet minimaal een jaar lang in de gaten gehouden worden, omdat dit zich nog kan ontwikkelen na de geboorte) en gaan we naar de oogarts met haar. De oogarts bekijkt haar oogjes en alles is gelukkig gezond. We vragen de arts of ze al eens een casus heeft gezien van toxoplasmose bij een baby. Ze vertelt dat ze één geval heeft gezien, en dat deze baby er extreem slecht aan toe was. Toen beseften we ons dat we extreem veel geluk hebben gehad!

Lena is nu 12 maanden. Ze is een fantastische baby en ze ontwikkelt zich perfect. De bloedtesten zijn gelukkig steeds negatief! Maar nog altijd vragen we ons af waarom ze in Nederland niet testen op toxoplasmose, terwijl het zo gevaarlijk kan zijn voor de ongeboren baby…

PATTY

Plaats een reactie