Bevallingsverhaal: “Deze vrouw bevalt via Facetime”

| | ,

Het leuke van mijn werk op de verloskamers is dat elke dienst anders is. Wanneer ik naar mijn werk rijd, weet ik nooit wie er ligt of het rustig of juist een gekkenhuis is. Alles kan. Dat maakt mij altijd nieuwsgierig bij aanvang van mijn dienst. Zo ook voor deze nachtdienst. Als ik de afdeling op loop, knippert er een groen lampje boven de deur bij verloskamer 25 als teken dat daar iemand op de bel heeft gedrukt. Aan de andere kant van de gang zie ik bij kamer 51 een groen lampje die continue brandt. Dat betekent dat daar bijna een kindje wordt geboren of dat die er nét is. Ik loop de artsenkamer in. Ik kijk naar het overzichtsbord van de hartfilmpjes en zie dat er nog eentje loopt van een mevrouw met, zo lees ik vluchtig, langdurig gebroken vliezen. Als ik naar de afdelingsbezetting kijk zie ik één rood bolletje, dat staat gelijk aan één barende. “Fijn begin”, denk ik. Het is een teken dat het rustig is. Ik bereid de patiënten voor die de volgende ochtend op het programma staan.

Mijn telefoon gaat. De man die ik aan de telefoon heb vertelt een wat onsamenhangend verhaal. Ik vraag of hij het zou willen herhalen. Ondertussen hoor ik op de achtergrond gerommel en gesteun alsof er een dame in hoge barensnood zit. Meneer herhaalt zijn naam en op het moment dat hij zijn naam nogmaals uitspreekt, herken ik hem. Deze dame had ik net voorbereid. Zijn vrouw zou morgenochtend komen voor een inleiding omdat de vliezen langer dan 24 uur gebroken waren en er nog geen weeën op gang waren gekomen. Er was afgesproken thuis te gaan slapen en in de ochtend naar de afdeling te komen om te gaan starten met weeënopwekkers. Ondertussen stamelt meneer verder en hoor ik ineens: ‘De baby komt eraan’. Na een aantal vragen kom ik erachter dat zijn vrouw om 1.00u wakker is geworden, omdat ze naar het toilet moest. Zijn vrouw voelt ineens veel druk: persdrang! Ik hoor gegil en geschreeuw en meneer zegt: ‘Ik denk dat het hoofd eraan komt.’ Ik geef mijn persoonlijke 06-nummer en vraag of hij mij daarmee wil videobellen omdat dat op mijn werktelefoon niet gaat. Ook vraag ik gelijk waar ze wonen. Snel benoem ik dat als het hoofdje geboren is, ze kunnen wachten op een volgende wee en daarna pas het hoofdje hoeven aan te raken. Ik geef nog uitleg over warme doeken en een muts voor de baby terwijl ik de zorgcoördinator uit het koffiehok roep. Ik vraag haar om de verloskundigenpraktijk te bellen die in de omgeving bij dit stel dienst doet om haar zo snel mogelijk die kant op te sturen. Ondertussen zie ik een facetime oproep op mijn eigen telefoon. Ik neem op en zie een man van midden dertig met een ontbloot bovenlijf. Overvallen door de snelheid van de bevalling, is hij uit bed gesprongen. Ik zie een deel van de slaapkamer en zie nog een vrouw in beeld lopen. Zij is ook slechts gehuld in een shirt met daarboven een net-uit-bed kapsel. Ik zie de adrenaline door hun lijf gieren. De verpleegkundigen hebben zich inmiddels stilletjes rondom de balie vergaard en smoezen over wat er toch aan de hand is. Het blijft even stil waarna er een luidruchtig babygehuil de ruimte vult. Daar, achter de balie van de afdeling verloskunde, zijn wij met zijn allen midden in de nacht getuige van de geboorte van een prachtig meisje. We horen gelach en gehuil door de telefoon en ineens komt daar weer een hoofd in beeld. Dit keer met t-shirt aan. Lachend en huilend tegelijk schreeuwt hij: ‘Ze is er’. We lachen en klappen mee. Ik zeg dat hij me maar even neer moet leggen. Dat de verloskundige onderweg is en dat als ze me nodig hebben ze me er ‘even bij moeten pakken’. Hij zegt wel honderd keer bedankt waarna hij de telefoon neerlegt. Niet veel later komt er een vrouw, die duidelijk niet de barende is, in beeld. ‘Hoi!’ Zegt ze met een grote grijns. ‘Ik ben de zus en was toevallig in huis om op te passen. Alles lijkt goed te gaan. De baby huilt niet meer, maar ze kijkt in het rond.’ Ik vraag haar om droge doeken te pakken en een droge muts. Ook zeg ik dat ze even moet opletten of er niet teveel bloedverlies is en geef kort wat uitleg over de geboorte van de placenta. Op de achtergrond hoor ik de deurbel waarna niet veel later een bekende stem de ruimte vult en lachend het echtpaar feliciteert. Ik roep de naam van mijn verloskundig collega waarna ze verwonderd de telefoon oppakt. ‘Hé Lisa! Jij ook hier?’ We lachen om de situatie en ik hang op.

Het clubje verpleegkundigen achter mij hebben allemaal een tevreden glimlach op hun gezicht. We hebben heel wat bevallingen voorbij zien komen op de verloskamers, maar zo eentje via Facetime is wel ècht uniek. Wat een heerlijk beroep hebben we toch.

VERLOSKUNDIGE LISA

Plaats een reactie