We kijken naar iets wat we nog niet hadden mogen zien: een onrijpe baby

| | ,

Gebroken vliezen met 28 weken

Het is zondagochtend, 28 april. Mijn partner maakt ontbijt voor onze zoon Otis van 1,5 en ik lig op de bank. De gehele zwangerschap lig ik praktisch op de bank. Er valt weinig te genieten. Ik heb het eerste trimester volop gebloed en het voelt niet goed. Desondanks is de 20 weken echo goed en de NIPT ook, toch zit deze zwangerschap me niet lekker. Alsof de baby niet in mijn buik hoort. Diep van binnen voel ik dat ze te vroeg zal komen. Vandaag ben ik 28 weken +2 dagen zwanger en ineens glijdt er een golf vocht tussen mijn benen. Ik herken dit. Otis kondigde zijn aankomst precies hetzelfde aan, maar toen was ik 38 weken. Ik sprint met een oud potje de wc in, bel eerst mijn moeder, daarna de verloskundige. Mijn panieklevel slaat uit naar 100. Er volgen meer golfjes vocht. Ik krijg helaas niet mijn eigen verloskundige aan de telefoon, maar iemand van een ander stadsdeel. Deze onbekende vrouw vertelt ons dat vliezen niet breken met 28 weken. Mijn partner bedankt haar, zichtbaar opgelucht. Ik blijf vertwijfeld op de wc zitten. Waarom ben ik ineens incontinent? Er komt weer een golf vruchtwater. Ik vang het op en haast triomfantelijk laat ik zien dat het rozig met vliesjes is. En dan besef ik: “Fuck, mijn vliezen! Hoe dan?” Ik bel de verloskundige terug en vertel dat ik verdorie nú iemand wil zien. Mijn woorden maken indruk. We mogen naar ons streekziekenhuis in Alkmaar. Daar mag je pas bevallen met 32 weken. Veel krijg ik niet mee van de stress en paniek die mijn komst veroorzaakt, maar mijn partner wel. Er worden NICU’s gebeld. Waar er plek is voor mijn baby, moet ik heen. Nijmegen wordt genoemd, zelfs België. Uiteindelijk wordt het Amsterdam. Met een verse longrijpingsprik in mijn been voeren ze mij met gierende sirenes af naar het AMC.

Kennis maken met de wereld van een prematuur

Ik word opgevangen in een verloskamer en vraag om een arts van de NICU. Niemand wil iets over mijn baby vertellen, maar ik wil weten waar ik aan toe ben. Welke kansen heeft mijn kind? Wat kan ik verwachten met 28 weken? De arts stelt me gerust: het is een rotsituatie en er kan veel misgaan, maar ik ben op de allerbeste plek waar ik maar kan zijn. Het enige wat ik nu moet doen is ontspannen en bedrust houden. Ik heb weinig vruchtwater, maar de baby heeft genoeg en mijn lijf maakt continu bij. Van mijn dikke buik is weinig over en beweging voel ik niet meer. Ik mag zo vaak aan de CTG als ik wil, maar beperk mezelf tot twee keer per dag. Na die eerste nacht op de verloskamer, moet ik op zaal. Ik begin te huilen. Ik wil niet op zaal met allemaal blije zwangeren. De verpleegkundige kijkt me verward aan. “Op deze afdeling zijn geen blije zwangeren, alleen maar bezorgde of zieke moeders”, zegt ze. Ik heb een fijne kamergenote die de dagen en nachten minder eenzaam maakt. We weten allebei het geslacht van onze kindjes niet en fantaseren over wat we gaan krijgen.

Dochter Pomme is onrijp met 1190 gram

Het is 3 dagen later. Nog geen weeënactiviteit en mijn vruchtwater blijft gestaag stromen. Er wordt gesproken over thuismonitoren. De baby kan nog wel weken blijven zitten en mijn plek is hard nodig voor andere urgente moeders. Ik twijfel. Ik voel me hier juist zo veilig. En alsof de baby mijn twijfel voelt, beginnen die avond mijn weeën. Eerst voorzichtig. “Is dit het wel?”, denk ik. Mijn kamergenote heeft ook een onrustige nacht. Ik kom niet in slaap. Mijn buik doet zeer. Ik ga zo zachtjes mogelijk naar de wc en zie dat ik ben gaan bloeden. Om mijn kamergenote niet te verontrusten probeer ik zo stil mogelijk te huilen. Wat is dit kut. Ik hoopte zo op 32 weken! Ik ververs mijn kraamverband en spreek op de gang de nachtverpleging aan. En dan gaat het snel. Om 00.00 word ik overgeplaatst naar een verloskamer. Ik bel mijn ouders gauw en word gekoppeld aan allerlei infusen. Vocht en magnesium voor de hersentjes van de baby. Mijn vader en partner arriveren vlot. Ik ga door de grond van de pijn. Mijn eerste bevalling heb ik zonder pijnmedicatie in een bad doorgebracht, maar dit is 360 graden anders. Het bed is hard en ligt verschrikkelijk. Door de infusen kan ik niet goed bewegen. De verpleging is weergaloos. Een medische bevalling leek me hels, maar het is gezellig en ik voel me gesteund door alle vrouwen. Koude kompressen op mijn infusen en lieve geruststellende woorden. Het lukt me niet om de weeën weg te puffen en ik krijg wat morfine. Ik probeer te slapen en dat lukt zowaar. De arts komt, mijn favoriete van de afdeling, en ze legt me uit dat zodra ze mijn ontsluiting gaat voelen, er geen weg terug meer is. Dan móet de baby geboren worden. Moe van de pijn en stress vertel ik haar dat ik 2 á 3 centimeter ontsluiting heb, maar dat ze het best mag controleren. Ze controleert die dag nog 3 keer mijn ontsluiting. Iedere keer geef ik van te voren exact aan hoeveel ik heb. De ontdekking van een waardeloos talent. De dag glijdt langzaam door. Ik krijg een epidurale die gelukkig niet volledig werkt, maar wel genoeg om te kunnen ontspannen. De pijn neemt toe. Ik wil persen. Ik krijg groen licht en om 19.09 voel ik dat iets in mijn binnenste loslaat. Met een ongekende snelheid schiet een piepklein baby’tje het leven in. Het wordt op mijn borst gelegd, maar ik kan het niet vasthouden of aaien vanwege al die slangetjes in mijn handen. De kinderartsen beginnen volop te zorgen, maar ik weet alleen dat de APGAR 4 is en meer niet. Ik kan de beentjes niet eens zien. Iemand roept vlug dat het een meisje is. We hebben een dochter! Pomme Hansje noemen we haar en in een couveuse rijdt ze bij me weg. Mijn partner gaat mee en ik blijf achter bij mijn moeder, beduusd knabbelend aan beschuit met roze muisjes. Ik kan het nog niet bevatten. Pomme is geboren met 28 weken en 6 dagen. Wat ik niet meekrijg, maar mijn partner wel, is hoe lastig het is om Pomme te beademen. Het filmpje dat mijn partner heeft gemaakt tijdens het stabiliseren kan ik nog steeds niet met droge ogen bekijken. Na een paar lange uren is Pomme stabiel en mag ik haar zien. Zo verliefd als ik was op onze pasgeboren zoon, zoveel verdriet doet onze dochter mij. Een mager kindje van 1190 gram. Een baby die nog niet schattig is, gekoppeld aan een monitor, slangetjes in haar lijfje en een C-PAP op haar neus. We kijken naar iets wat we nog niet hadden mogen zien: een onrijpe baby. Zolang Pomme op de NICU ligt, slapen we in het Ronald McDonald familiehuis ernaast.

Het blijkt een sterke meid

Pomme is een pittige tante. Iedere dag wordt ze sterker en elke dag voelen we ons wat minder thuis daar, tussen de ouders van de écht zieke kinderen. Groot is de opluchting als Pomme na een ruime week naar het ziekenhuis in Alkmaar mag. Een stapje dichter bij huis noemen ze het. Wij zijn thuis. Pomme ligt in de couveuse in ons streekziekenhuis, maar nog nooit voelde ze verder weg dan nu. We zitten niet meer in onze Amsterdamse bubbel. We buidelen ons gek met ons meisje, maar het hebben van een kind dat je niet zelf kunt verzorgen of zelfs maar zelfstandig uit bed kunt halen, is verdrietig. Ondanks alle steun en liefde die we krijgen van de verpleegkundigen zijn deze 7 weken zwaar. Pomme trekt zich van ons verdriet niets aan. Ze groeit en haalt mijlpaal na mijlpaal. Alle ellende waar de NICU-arts me op heeft voorbereid, is niet uitgekomen. Geen hersenbloedingen, geen infecties, niet doof, niet blind en haar spierspanning is in orde. We hebben oneindig veel geluk gehad.

Een succesverhaal

Na 7 weken Alkmaar, mogen wij ons kleine meisje met hamsterwangen en elfenoortjes mee naar huis nemen. We zijn het vreselijk met elkaar eens: Pomme is de mooiste meisjesbaby ooit. Pomme voegde niet in mijn buik, maar des te beter voegt ze in ons gezin. We zijn gek op ons kleine oogappeltje, en zo verliefd. De NICU-dagen liggen achter ons en voelen als een nare droom. De reden van de vliesscheur is helaas nooit achterhaald. We waren niet ziek en er waren geen infecties. We hebben veel pech gehad, maar ook intens veel geluk. Mijn waardering voor de neotijgers die zulk intensief en belangrijk werk doen, is onmeetbaar diep. Mijn respect voor alle ouders van premature kindjes oneindig groot. Pomme is een succesverhaal. Iedere bevalling en ieder kindje is anders, maar laat Pomme hoop geven. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan jullie denk.

LISANNE

Plaats een reactie