Ik hou mijn hart vast voor de vraag: Gefeliciteerd! Is het je eerste?

| | ,

Hoe ga je, als ouders met een overleden kind, om met de rol van het kind in het gezin? Een gesprek wat ik al wel eens met Farley heb gevoerd maar waar we niet echt een mening over konden vormen; Hoe gaan we om met Nola als oudste kind? Als je levende kinderen hebt is het makkelijk: je hebt een oudste, een middelste en een jongste en alles wat er maar tussenin zit. Maar Nola is onze oudste dochter. Wat maakt dan een volgend kind? En wat maakt dan de verdeling bij een eventueel derde kind? Dit meisje dat onderweg is is straks onze oudste levende dochter, maar niet onze eerste dochter. Komt Nola onder onze kerstkaarten te staan? Dat was voor ons snel al duidelijk; ja, ze is altijd onderdeel binnen ons gezin en ze houdt haar eigen rol. Volgens mij zijn daar zelfs hele gedachtes over wanneer je kijkt naar familieopstellingen, dat schijnbaar zelfs miskramen, altijd onderdeel blijven in de dynamiek van een gezin. Miskramen meerekenend zou Nola zelfs ons tweede kind zijn geweest. Voor mij voelt de miskraam niet als ons eerste kind al zal dat voor vrouwen die enkel een miskraam hebben meegemaakt wellicht anders zijn. Voor mij is Nola echt onze oudste dochter. Maar welke rol heeft zij straks binnen ons gezin? Niet alleen onder kaartjes, maar ook wanneer mensen vragen: Hoeveel kinderen heb je?

Een vraag en worsteling die ik me had voorgesteld pas in een later stadium te krijgen. Maar nu ik zwanger ben én de wereld weer langzaam een beetje opengaat, word ik steeds meer geconfronteerd met pijnlijke vragen en gesprekken. Gesprekken waar ik me niet tegen weet te weren, waarvan ik niet weet hoe te reageren. Ik zal een paar voorbeelden geven om weer te geven hoe de (interne) worsteling de meest simpele gesprekjes tot een uitdaging kunnen maken.

Toen ik net enkele weken na mijn verlof weer aan het opbouwen was, had ik een videocall met een nieuwe klant. Er waren 3 contactpersonen aanwezig maar bij aanvang van de call enkel nog 1 persoon van de klant aanwezig. Dus ik knoop een simpel gesprekje aan: ‘Vanuit waar ben jij aan het bellen? Ahhh, mooie omgeving. Nee, wij wonen in Culemborg, 1.5 jaar geleden naar toe verhuisd. Nee, vanuit Utrecht, we komen hier niet van origine vandaan. Ja, we wilden wat groter wonen ja…’ En dan volgt de vraag: Heb je kinderen? In een eerste reflex antwoord ik ‘nee’. Overspoeld door schuldgevoel, hartkloppingen en mijn keel knijpt samen. Hij vervolgt: ‘Oh ja, dat hoor je meestal, dat mensen vanuit de stad wat meer de provincie intrekken, omdat ze een gezinnetje willen stichten’. Dus ik begin te hakkelen: ‘Ja, nou, omdat je er naar vraagt. Onze dochter is 4 maanden geleden overleden…’ Middenin mijn laatste zin ploppen precies de 2 andere gesprekspartners in de call. Geschrokken gezichten en verontschuldigingen. Vanuit mijn rol neem ik maar weer snel de leiding in het gesprek: ‘Ja, het is inderdaad heel verdrietig, dank jullie wel, nee jullie konden het ook niet weten. Goed, bedankt allemaal voor jullie tijd. Zoals besproken zullen we vandaag…’ Ik laat het niet merken maar ik ben volledig uit het veld geslagen. Hoe vind ik een goede modus om hier op te reageren? Wat zeg ik? Nola niet noemen voelt niet goed, maar haar wel noemen zorgt ook voor hele ongemakkelijke gesprekken.

Simpele gesprekken zijn veranderd, ook deze voelen als een mijnenveld. Ik voel het vaak al enkele minuten voor de confrontatie aankomen. Ik voel welke richting het gesprek neemt en ik weet nog niet hoe ik moet anticiperen of moet bijsturen. Nu ik zwanger ben en de wereld weer wat meer open gaat maakt het des te moeilijker.

Vorige week zat ik om 8 uur ‘sochtends bij een kapper. Niet mijn vaste kapper, die echt ontzettend lief en méga emphatisch is, maar een kapper in het dorp waar ik werk. We hadden een opnamedag voor onze nieuwe bedrijfsfilm dus ik dacht: “Laat ik mijn haar eens föhnen voor de gelegenheid”. Om 8 uur ‘s ochtends ben ik de eerste in de stoel. De verplichte chitchat begint en halverwege de föhnbeurt voel ik het gesprek op de afgrond afgaan: ‘Heb je eigenlijk neefjes of nichtjes? Ohhh leuk zeg! En je hebt twee zussen? En jij bent de jongste? Leuk leuk. Jongetje en meisje van de ene zus en je andere zus dan ook een meisje? Och, wat leuk. Maar voor jou denk ik nog niet hé?’ BAM. Daar is ie. Zelfs een vraag in een vorm die ik niet had kunnen voorspellen. Voor mij nog niet? Wat is dat nou voor vreemde aanname? Ik reageer: ‘Nou, ik ben nu 17,5 week zwanger van onze tweede dochter’. Om toekomstige verwarring te voorkomen en blij gekeuvel gooi ik er zelf ook maar gelijk in: ‘Maar onze oudste dochter is 8 maanden geleden overleden’. De kapster reageert: ‘Ohhhh nee, dat is niet leuk. Maar word je nu wel goed in de gaten gehouden? Voel je je wel goed?’ Ik antwoord: Ja fysiek voel ik me wel prima. Kapster: ‘Ohhh, nou dat is het belangrijkste!’ Met mijn haar nog half nat moet ik mezelf bedwingen om niet weg te rennen. Hartkloppingen, klamme handen en een samengeknepen keel.

Waar ik, voor mijzelf, het liefste nu al met een 9 maanden zwangere buik zou lopen gewoon voor mijn eigen bewustwording dat ik écht zwanger ben, krijg ik een knoop in mijn maag als ik eraan denk dat ik straks met een prominent zichtbare buik rondloop. Die fase begint nu aan te breken, enkel nog zichtbaar voor mensen die mij kennen, maar lang zal het niet meer duren tot ook onbekenden mij herkennen als: in blijde verwachting. Mensen weten ondertussen wel dat het vragen naar kinderen een pijnlijke vraag kan zijn. Dat het niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Maar bij iemand met een zwangere buik is er niemand die zulk verdriet erachter verwacht. Mensen verwachten een blij verhaal. Die associatie heeft een zwangere buik. Dus ik hou mijn hart vast voor de vraag: Gefeliciteerd! Is het je eerste?

Zo zijn wij momenteel opzoek naar een nieuw bed. In winkel 1: “Jaaa, een elektrisch bed is natuurlijk wel héél fijn als jullie ooit gezinsuitbreiding krijgen”. In winkel 2 bij de vervolgafspraak, waar Farley bij de eerste afspraak heeft gezegd dat ik zwanger ben: “En, hoe gaat het met je zwangerschap?” Ik antwoord: ‘Jaaa, prima hoor’… En ik stel maar gelijk een vraag over de verschillende stofkleuren.

Vragen over kinderen waren soms al pijnlijk toen wij al enige tijd aan het proberen waren. Vragen die door de vraagsteller goed worden bedoeld, maar waar er bij de ontvanger zoveel meer achter kan zitten. En het is ook moeilijk, die kapster verwacht ook niet dat haar eerste klant om 8 uur ‘s ochtends een 31-jarige vrouw is met een overleden kind. Iemand die straks blij aan mij vraagt: “Is het je eerste?” Verwacht ook niet dat wij de historie hebben die wij hebben. Maar hoe ik hierop moet reageren is ook moeilijk. Ik probeer dus maar mat te reageren met een: ‘bedankt’ en over te stappen naar een ander onderwerp. Waardoor de vraagsteller waarschijnlijk denkt dat ik een harteloos, onaardig en ondankbaar mens ben. Zo vertelde een lotgenootje dat haar vriend ook wisselend reageert per situatie. Nog zoekende in wat te vertellen. Wat het weer complex maakt, omdat een nieuwe collega denkt dat zij zwanger is van hun eerste kind terwijl iemand anders denkt dat ze gewoon “per ongeluk” weer zo snel zwanger is geraakt en ze al een kleine thuis hebben rondlopen.

Mensen die mij nu een maand of 9 niet hebben gezien, bij de sportschool, de tandarts of op een andere locatie, het begint allemaal nu te ontwaken. Vragen waarop mensen een blij antwoord verwachten en ik weet dat ik een bom laat vallen. Mensen die mij straks gaan aanspreken vanwege mijn dikke buik. Situaties die mij nog overvallen en waar ik mij geen houding in weet te geven. Ook al sta ik niet snel met mijn mond vol tanden, in deze situaties begin ik te hakkelen, tranen prikken in mijn ogen en mijn keel knijpt dicht. Mensen die, toen ik 10 weken na de geboorte van Nola, met knikkende knietjes weer de sportschool inliep, zeiden: “Zó, jouw buik is snel weg! Hahahaha, wat is je geheim?!” En ik alleen maar kon denken: “Adrenaline en stress, het overlijden van je kind; dát is het geheim”. Mensen die mij met 40 weken zwangerschap nog hebben gezien en misschien, over een paar weken wanneer ik een zichtbare buik heb, grappend zullen zeggen: ‘Zo, jullie laten er geen gras over groeien!’

Het is namelijk niet dat ik de verwachting heb dat anderen het beter moeten doen. Wel vind ik het oneerlijk dat dit ook weer iets is wat er voor ons altijd bij zal horen. Dat wij moeten nadenken over wanneer we ons volgende kind gaan vertellen over Nola, hoe we omgaan met de vraag hoeveel kinderen we hebben. Dat ik degene ben die soms er voor zal moeten kiezen Nola niet te benoemen omdat de situatie zich er niet altijd voor leent.

Misschien moet ik een T-shirt laten bedrukken. Niet alleen voor mijzelf om constante opmerkingen te ontwijken, maar ook om anderen te behoeden voor het mijnenveld waarin ze stappen als ze denken een blij antwoord te krijgen op de nonchalante vraag die ze stellen.

Yes, I am pregnant.

But our oldest daughter died.

MEIKE

Plaats een reactie