Mijn man vraagt: ‘Kunnen we de baby nu niet halen en proberen te reanimeren?’

| | ,

Geja schrijft een minireeks van het verlies van haar dochtertje. Het is fijn als je hieronder het eerste deel leest.

Deel 1: Mijn baby overleed met 41 weken

Opeens voelde ik me gejaagd en nerveus

De volgende ochtend werd ik wakker en voelde ik me verschrikkelijk. Super gejaagd en nerveus zat ik D’Arcy achter de vodden aan. We hadden om 9 uur een afspraak voor de echo, maar om 8 uur wilde ik al naar het ziekenhuis. D’Arcy nam (zoals altijd) ruim de tijd met klaarmaken terwijl ik duimendraaiend voor de voordeur stond. Hij wilde zich scheren en netjes aankleden, omdat hij (in zijn woorden) ‘de baby zou zien en een goede indruk wilde maken.’ Normaal gesproken stoorde me dit niet, maar nu maakte ik me zo druk dat we een half uur te vroeg in de wachtkamer zaten. Daar probeerde ik mijn zenuwen te kalmeren met ademhalingsoefeningen en buikwrijvingen.

Wat zei de echoscopiste?!

Eindelijk liet de echoscopist ons binnen. Hij en D’Arcy praatten over koetjes en kalfjes, terwijl hij mij klaar maakte voor de scan. Toen hij het echo apparaat op mijn buik zette, werd hij stil. Op het scherm was duidelijk het hoofdje van onze baby te zien. D’Arcy grapte dat de baby zijn grote oren had, maar ik merkte dat de echoscopist gespannen was. Hij bewoog het apparaat naar het borstje van de baby. Het was stil. Ik hoorde hem scherp inademen. ‘Hier komt het’, schoot er ineens door mijn hoofd, al wist ik niet wat ‘het’ was. ‘Het spijt me zo, maar ik kan geen hartslag vinden’, doorbrak de echoscopist de stilte. Het was alsof alle zuurstof ineens uit de kamer werd gezogen. Ik keek naar D’Arcy die verward naar de echoscopist staarde. ‘Wat zeg je nou?’, vroeg hij met ogen vol ongeloof. Ik begreep het meteen. Onze baby, onze geliefde en ongelofelijk gewilde baby, was dood. Ik staarde naar het stille beeld op het scherm boven mij.

Er is niets dat de arts kan doen

Mijn hart racet en ademhaling slaat op hol. ‘OK, het is OK’, blijf ik maar herhalen. D’Arcy is in paniek, zijn ogen staan wild als een gevangen dier. ‘Hoe bedoel je geen hartslag?!’, zegt hij tegen de echoscopist die ondertussen als een waanzinnige screenshots maakt van de baby op het beeld (later begrepen we dat dat onderdeel is van het doodsoorzaak onderzoek is). ‘Jullie baby is overleden. Er is niets dat ik kan doen’, zegt de echoscopist gelaten, ‘ik laat jullie even alleen.’ Als hij de kamer verlaat, huil ik in D’Arcy’s armen, met diepe dierlijke geluiden die vanuit mijn ziel lijken te komen. Mijn wereld is ineens gekrompen tot dit kleine kantoortje, D’Arcy’s armen en de dode baby in mijn buik.

Foetale ondergang

We worden al snel opgehaald door de echoscopist. Hij leidt ons naar boven, naar de kraamafdeling. Onderweg komen we een moeder met een kleuter tegen. De kleuter wijst naar mijn buik en zegt hardop: ‘Kijk mama, die mevrouw krijgt een baby!’ Ik wil het wel uitschreeuwen, maar hou me in. Ik tel de stappen naar de lift en dan naar de kamer waar de dokter met ons komt praten. De dokter komt al snel, condoleert ons met ons verlies en begint dan te praten over wat de volgende stap is. Hij gebruikt termen als ‘foetale ondergang’ en ‘geboorteversnellers’. Wij knikken terwijl we allebei nog proberen te bevatten wat ‘geen hartslag’ betekent. Aan het eind van zijn toespraak vraagt de dokter of we vragen hebben. D’Arcy zegt met een klein stemmetje (en tegen beter weten in): ‘Kunnen we de baby nu niet halen en proberen te reanimeren?’ Nee, dat kan niet, en we moeten nu naar huis gaan om dat feit te laten bezinken. Ze willen graag dat we de volgende dag terug komen om de bevalling in gang te zetten, aangezien dat nu waarschijnlijk niet vanzelf gaat gebeuren. En zo lopen we het ziekenhuis uit als twee compleet andere mensen dan hoe we er een uurtje daarvoor ingelopen waren. Alles is anders: de wereld grijs, geluiden zijn dof en mijn lijf zwaar. Ik voel het gewicht van mijn dode kind en het is ineens veel te veel. De eerste keer dat ik het voel tijdens mijn zwangerschap. D’Arcy rijdt ons naar huis, maar kan zich dat achteraf niet meer herinneren. Het is alsof we een hersenschudding van de schok hebben.

We moeten dit aan onze ouders vertellen

Eenmaal thuisgekomen, dringt een verschrikkelijke realiteit binnen: We moeten dit aan onze ouders vertellen. Mijn ouders in Nederland, en D’Arcy’s ouders in Adelaide. Onze ouders, die al weken zenuwachtig met hun telefoon onder hun kussen slapen, omdat ze elk moment het verlossende telefoontje verwachten. Mijn ouders die voor het eerst opa en oma worden. Die dozen vol met kado’s stuurden voor de kleine spruit. Mijn moeder die al maanden haar vingers blauw haakte voor de baby en wiens Australië tas als sinds vorig jaar klaarstond voor het moment dat we belden. D’Arcy’s oudere moeder die overtuigd was dat de baby het langverwachte meisje zou zijn dat ze zelf nooit had gekregen. D’Arcy’s zieke vader voor wie dit kleinkind een reden tot leven was. Het is een onmogelijke opgave, maar we moeten het doen.

D’Arcy gaat eerst, in Adelaide is het later dan bij ons. Ik kan zijn moeders gehuil nog steeds horen als ik mijn ogen sluit. Dat geluid is voor altijd in mijn ziel gebrand. Het is vroeg in Nederland, rond 4 uur ‘s morgens. We spelen met het idee om te wachten tot het later is, maar ik kan het niet. De last is te zwaar. Dus ik bel. Mijn jongste broer neemt op, helemaal opgewonden. ‘Wacht even, ik maak ze wakker’, zegt hij en niet lang daarna zitten mijn ouders beiden verkreukeld, maar opgewonden voor de FaceTime. Ik vertel ons nieuws in tranen. Mijn vader probeert sterk te zijn voor mij, maar ik zie hem 20 jaar ouder worden in 10 seconden. Mijn gebroken hart breekt nog meer. We spreken af dat we ze bellen, zodra de baby er is en we meer weten.

Hierna zitten we samen verslagen op de bank voor ons uit te staren. Wat nu? Gewoon deze dag leven zoals de vorige dagen? Vanavond gaan slapen alsof er niks aan de hand is? Het lijkt een onmogelijke opgave. Ik kijk D’Arcy aan en zeg: ‘Schat, ik kan dit niet nog een dag. Ik wil dat dit nu voorbij is. Kunnen we terug naar het ziekenhuis gaan?’ D’Arcy knikt en belt het ziekenhuis. ‘We komen er nu aan’, zegt hij, ‘we kunnen niet langer wachten.’ In het ziekenhuis zijn de verpleegkundigen lief en begripvol. We krijgen een persoonlijke verloskundige voor de dag en één voor de nacht zodat we bekende gezichten hebben voor de hele tijd.

Wat een marteling

De dokter die we die morgen na de echo hadden gezien, is er nog steeds en vertelt ons over het opwekkingsproces. Hij wil die avond mijn baarmoedermond zachter maken met gel en de volgende ochtend de weeënopwekkers geven, na een ruggenprik. Het is moeilijk om hem te volgen door de waas van mijn verdriet en vermoeidheid, maar het woord ruggenprik maakt dat ik rechtop zit. ‘Ik wil geen ruggenprik’, zeg ik, ‘ik wil een natuurlijke geboorte.’ Hij kijkt me aan vol ongeloof. ‘Waarom zou je in vredesnaam jezelf door die marteling willen laten gaan als je kind is overleden?’, vraagt hij. Ik heb geen goed antwoord, maar zijn woord ‘marteling’ komt keihard binnen. ‘Ik weet het niet’, zeg ik met een klein stemmetje, ‘zo hadden we het gewoon gepland.’ ‘Nou, dat is onzin’, zei hij, ‘als je het zo wil dan kan het, maar hou er rekening mee dat je van gedachten gaat veranderen als het eenmaal begint.’ Hierna plaatst hij de gel en doet een enorm pijnlijke strippoging. Hij verlaat de kamer en ik huil uren in D’Arcy’s armen. Alles is kapot en ik heb het gevoel dat ik nergens meer controle over heb.

GEJA

4 gedachten over “Mijn man vraagt: ‘Kunnen we de baby nu niet halen en proberen te reanimeren?’”

  1. Wat hartverscheurend om te lezen. Niet te bevatten en zo inverdrietig om te lezen jullie pijn. Jullie zo gewenste dochter en kleindochter waarvan het hartje niet klopt.
    We denken aan jullie en bidden voor jullie.
    Liefs Lenie.

    Beantwoorden
  2. Ohhhh Geja, wat een verdriet lees ik in jullie verhaal, maar wat ontzettend moedig om dit op deze manier op te schrijven, hier in Nederland hebben wij ontzettend met jullie meegeleefd toen we hoorden dat jullie zwanger mochten zijn, en toen dat vreselijke nieuws….. geen woorden, ik wil jullie heel veel kracht toewensen in deze tijd, maar ook in de tijd die nog komen gaat. God is bij jullie een zak er altijd zijn♡

    Beantwoorden

Plaats een reactie