“Wat is de reden van mijn miskramen?”, vroeg ik mijn arts

| | ,

Twee streepjes … We konden ons geluk niet op. We zouden over 8 maanden opnieuw ouders worden. In m’n agenda stond de uitgerekende datum al omcirkeld. De zwangerschapsapp om bij te houden hoe hard de kleine groeide, werd direct op mijn telefoon gezet en stiekem was ik al aan het bedenken op welke originele manier ik het bekend zou gaan maken voor vrienden en familie. Met 8 weken kregen we onze eerste echo. Dierbare mensen om ons heen wisten al van de zwangerschap af. We maakten er nooit een geheim van voor directe mensen om ons heen.

Ik was ongerust

Twee weken voor de echo bekroop me een ongerust gevoel. Ik had krampen en voelde dat het niet goed zat. De verloskundige gaf aan dat zolang ik geen bloed verloor, ik me niet echt zorgen hoefde te maken. De krampen konden komen van de groeiende baarmoeder. In zo’n vroeg stadium een echo maken, had geen zin. Ik legde me erbij neer en hield me voor om te genieten in plaats van zorgen te maken.

Een onheilspellend voorgevoel

In de wachtkamer voor de echo bekroop me weer een onheilspellend gevoel. De verloskundige moest lamg zoeken naar het kindje. Uiteindelijk zag zij een heel klein vruchtje met een inwendige echo. Het vruchtje kwam niet overeen kwam met de duur van mijn zwangerschap. Bij 5 a 6 weken was het gestopt met groeien. Ondanks het gevoel dat ik had en dat ik van tevoren aanvoelde dat het niet goed zat, sloeg het als een bom in. Thuis heb ik de folders en echo die we meekregen direct weggegooid. Ik wilde het liefst in een hoekje zitten huilen en stilletjes afwachten tot alles over was, zodat we opnieuw ervoor konden gaan. Die week heb ik veel gehuild. Ik voelde me intens leeg. Ik zocht veel troost bij mijn man die me alle ruimte gaf.

Ik spoelde het vruchtje door zonder te kijken

Die week erop kregen een controle echo. Stiekem hoopte ik dat het vruchtje alsnog gegroeid was en dat ik me vergist had in de weken. Helaas was het vruchtje al kleiner geworden, maar liet het nog niet los. Het was erg zwaar ‘zwanger’ rondlopen, terwijl ik niet meer zwanger was. Ik belde huilend de verloskundige dat ik het erg moeilijk met de situatie had en niet meer wilde afwachten. Ze begreep me en ik kon dezelfde dag nog door naar de gynaecoloog. Ik kreeg tabletten en mocht ze thuis innemen en zo afwachten tot het op gang kwam. Ik nam de tabletten direct bij thuiskomst in en ‘s avonds begon ik met vloeien en tijdens een flinke kramp verloor ik het vruchtje. Ik heb niet gekeken, maar direct doorgespoeld. Ik moest er vanaf en wilde er niet te veel bij nadenken. Mijn lichaam faalde. 

Pauze alsjeblieft

De volgende dag was het Kerst. Ik had dienst in het ziekenhuis, want ik durfde me niet ziek te melden met de wetenschap dat ze erg moeilijk vervanging konden regelen. Lichamelijk voelde ik me prima. Aan de ene kant vond ik het een fijne afleiding. Collega’s waren enorm begripvol en ik kon mijn verhaal kwijt. De weken erna ging het steeds slechter met me. Ik huilde veel, sliep slecht, voelde me moe en futloos, kreeg lichamelijke klachten en kon me niet meer concenteren. Ik reed huilend naar mijn werk, raapte op de parkeerplaats al mijn moed bij elkaar, liep met een glimlach de afdeling op en deed mijn werk om vervolgens weer huilend naar huis te rijden. Totdat ik het niet meer redde op het werk en snikkend op kantoor bij mijn teamleidster zat. Ze waren enorm begripvol. Ik werd naar huis gestuurd en heb twee weken thuis gezeten.

Ik was gebroken

Ik verweet mijn vermoeidheid en rug- en nekklachten aan een flinke val bij het snowboarden tijdens de wintersport eerder die maand. Maar tijdens een gesprek met de bedrijfsarts en later bij een maatschappelijk werker kwam eruit dat ik teveel hooi op mijn vork had genomen en dat ik de balans tussen werk en privé moest vinden door ècht minder te gaan werken. Tijdens die twee weken thuis kwam ik erachter dat dit allemaal niet de oorzaak was van mijn klachten. De normaal zo nuchtere en relativerende ik, was na mijn miskraam verdwenen. Mijn lichaam had gefaald. Ik had er geen controle over. Ik moest mijn verlangen naar dit kindje loslaten. Als vrouw ben je geschapen om kinderen te krijgen en het was dit keer niet ‘gelukt’. Dit moest ik eerst accepteren, voordat ik verder kon met ‘herstellen’. Ik voelde me schuldig, omdat ik al een kindje had en er genoeg moeders waren waarbij de kinderwens helemaal niet vervuld werd. Ik voelde me ook schuldig tegenover mijn zoontje en mijn man. Ik wilde die sterke moeder en vrouw zijn. Maar ik voelde me gebroken. Die weken heb ik veel gewandeld samen met mijn zoontje en heb ik veel nagedacht over deze dingen en geaccepteerd dat het zo is gegaan en verdriet de ruimte gegeven die het verdiende te krijgen. Ook heb ik enorm veel steun ervaren aan mijn geloof. 

Hoera, een nieuwe zwangerschap!

Aan het eind van die tweede week kwam ik erachter dat ik opnieuw zwanger was. Wat een blijdschap. “Dit keer gaat het goed komen”, ik voelde het. Bij 7 weken mocht ik voor een echo komen. Het hartje klopte! Wat een opluchting. De uitgerekende datum werd weer omcirkeld in mijn agenda en we fantaseerden er weer op los. Maar bij week 10 kreeg ik weer het gevoel dat het niet goed zat.

Tranen in m’n ogen

Tijdens mijn dagdienst uitte ik mijn zorgen aan een dienstdoende gynaecoloog. Die middag mocht ik voor een echo komen en hij bevestigde dat het hartje was gestopt bij 9 weken. Weer heb ik een week rondgelopen, werd ik een week voor de gek gehouden door mijn lichaam, deed mijn lichaam weer niet wat zij moest doen. Gek genoeg bleef ik vrij nuchter. Ik bedankte de gynaecoloog en liep naar de afdeling waar ik de eerste collega die ik tegen kwam huilend in de armen viel. De terugweg keek ik door mijn tranen in de spiegel. Ik zag één autostoeltje en dacht: “Zal ik mijn achterbank ooit vol krijgen?”

De stolsels moesten weg uit m’n baarmoeder

Ik kon gelukkig snel weer bij de gynaecoloog terecht, kreeg weer medicatie mee en zodra ik thuis was heb ik deze ingenomen. Na twee uur begon ik al met vloeien. ‘s Avonds nam het bloedverlies enorm toe en zat ik elke 10 minuten op de wc. Ik verloor veel grote stolsels en ik dacht dat ik leeg liep. Ik voelde me slap worden en moest regelmatig even plat liggen, omdat ik het idee had flauw te gaan vallen. Nadat we de verloskundige hadden gebeld werden we doorgestuurd naar de SEH waar de gynaecoloog met een echo constateerde dat ik het kindje al wel kwijt was, maar dat er nog wat stolsels zaten. Deze heeft ze uit mijn baarmoeder gehaald en de rest moest ik in de loop van tijd verliezen. Ik was op dat moment opgelucht dat ik geen curettage nodig had. Toen nog wel…

Ik bleef zo enorm bloeden

Thuis moest ik een paar dagen flink bijkomen. Ik ben daarna weer gaan werken. Ik merkte dat ik deze miskraam beter kon verwerken. Uiteindelijk heb ik nog 8 weken gevloeid. De ene keer dacht ik dat het bijna over was en de andere keer liep het langs mijn benen. Na 9 weken heb ik de verloskundige huilend gebeld. Ik durfde de deur niet meer uit, bang dat ik weer hevig ging vloeien. Die middag kon ik weer terecht bij de gynaecoloog. In de wachtkamer voelde ik het weer lopen. Ik wilde opstaan van mijn stoel om naar het toilet te gaan, maar ik was te laat. Het liep al langs mijn benen op de grond. Gelukkig was ik de laatste en was er niemand meer in de wachtkamer.

Er werd een echo gemaakt en er waren wéér resten te zien. Toen de gynaecoloog zei dat deze bij mijn eerste ongesteldheid wel mee zouden komen, brak ik. Ik wilde dit hoofdstuk afsluiten en niet nog eens wachten totdat ik ongesteld zou worden. Hij gaf me gelijk en ik werd dezelfde week nog gecuretteerd. Ik kon het afsluiten.

Ik kreeg uiteindelijk nóg een zoon erbij

Het verdriet blijft, maar als ik nu in mijn achteruitkijkspiegel van mijn auto kijk, zie ik daar één kinderstoel én een maxi cosi. Ik ben inmiddels trotse mama van twee zoons. Deze zwangerschap was extra beladen. De angst overheerste. De uitgerekende datum werd pas na de 20-wekenecho omcirkeld in mijn agenda. Ik heb mezelf heel wat keren moeten toespreken en was pas ‘gerust’ toen ik mijn zoontje na een heftige bevalling in mijn armen sloot. Veel steun vond ik bij moeders die hetzelfde hadden meegemaakt. Erover praten is al een stuk verwerking. Doordat ik mijn zwangerschap al vroeg bekend maakte, werd er veel naar gevraagd. Als ik dan antwoordde dat het voorheen mis was gegaan, zei de helft van de moeders: “Dat is mij ook overkomen”. Ook moeders die ik al een poosje kende, maar waarvan ik het nog nooit had gehoord. Vaak komen er dan verhalen los en hoor je nog de verdriet in hun stem, maar ook de behoefte om er over te praten. Bij de vraag aan de gynaecoloog wat de oorzaak van de miskramen waren zei hij: ‘Gewoon pech’. Ik vraag me af of ik het antwoord ooit helder zal kunnen kirijgen.

Plaats een reactie