112 legt aan de telefoon uit hoe ik mijn dochter mond-op-mond beademing moet geven

| | ,

Een verontrustend belletje

Mijn dochter, net 1 jaar oud, voelde zich de gehele dag al niet lekker. Ze kreeg weer tandjes (3 tegelijk) en zoals altijd ging dit gepaard met koorts, huilen en hangerigheid. Vlak voordat ik ging werken, moest ik enorm mijn best doen om haar enigszins comfortabel te laten voelen. Ik werkte als verpleegkundige in het verpleeghuis en begon bijna aan mijn avonddienst. Voordat ik vertrok vertelde ik aan mijn man welke medicatie en hoe laat ze dit mocht hebben. Ik heb net de overdracht gehad van mijn collega, als mijn telefoon gaat. Mijn man vertelt dat het echt niet goed gaat thuis. Ik kijk mijn collega aan, waarop zij het gebaar maakt dat ik mag gaan. Zij blijft langer werken. Twee keer gas geven en ik ben thuis.

Het lichaampje van mijn dochter schokt en ik zie haar blauw worden

Met mijn dochter op de arm, ijsbeer ik door de huiskamer. Ik krijg nauwelijks contact met haar. Ze voelt warm aan, haar temperatuur blijkt 38,3 graden Celsius te zijn. Vlak voordat we op de bank gaan zitten, zie ik haar ogen wegdraaien, haar kleine lichaampje verstijfd om vervolgens te gaan schokken. Ik leg haar op haar zij op de bank en bel direct 112. We hebben al eens iets soortgelijks meegemaakt. De aanloop was hetzelfde, maar kwam niet tot een tonisch/clonisch insult. Ik geef mijn man de opdracht om het te filmen, voor het geval dat. Ik ratel achter elkaar op wat er gebeurt tegen de meneer van de alarmcentrale. Mijn kleine meisje kan zich niet bezeren of haar tong inslikken zo. Na een minuut of twee machteloos toekijken, vraagt hij ineens of haar borstkas nog beweegt. Ik kijk… en precies op dat moment zie ik haar blauw kleuren. Zo vanaf haar kruin naar beneden. Er ontstaat lichte paniek in mijn hoofd. Mijn man stopt direct met filmen. Ze heeft zuurstof nodig!

“Ik kan dit. Ik moet dit doen.”

De alarmcentralemedewerker instrueert mij haar mond-op-mond-beademing te geven. “Oke, ik herpak me. Ik kan dit. Ik moet dit doen”, kalmeer ik mezelf. Ik draai mijn dochter naar haar rug en voer de kinlift uit. Met de neus dicht blaas ik een paar teugjes lucht naar binnen. Ze reageert er al snel goed op. Haar kleur trekt best snel bij en ze inhaleert zelf 2 of 3 keer diep, dan zie ik een grote gele bus voor mijn deur stoppen. Dit is het moment dat ik zelf instort. Ik doe een stapje achteruit en de ambulancemedewerkers leggen haar aan de monitor. Haar saturatie komt onder de 60, maar ze is herstellende. Haar hartslag is wat hoog, maar dat is ook niet gek. Ze lijkt uit het insult te komen en ik mag plaats nemen op de bank, met haar in mijn armen. Ontroostbaar is ze. Wat voel ik me machteloos. Ik kan haar alleen laten voelen en horen dat ik er ben.

De ambulancemedewerkers overleggen met het ziekenhuis. We mogen thuis blijven, omdat mijn dochter snel herstelt en het eruit ziet als een typische koortsstuip. Als ze dit binnen 24 uur nog eens krijgt, dan moeten we 112 bellen en wordt ze opgenomen. Arm ding… Ik zet mijn wekker, iedere 8 uur, zodat we paracetamol kunnen geven en als ze binnen 8 uur toch verhoging of pijn heeft, krijgt ze Diclofenac. Een koortsstuip kunnen we niet voorkomen, maar we kunnen het haar wel comfortabel maken. Met de babyfoon naast mijn oor komt ze de nacht goed door, af en toe luister ik even extra bij haar of ze nog adem haalt.

In de avond zitten we op de spoedeisende hulp

De volgende dag loopt mijn dochter niet goed en eet ze slecht. De hele dag stel ik mezelf gerust dat het erbij hoort na de hevige inspanning. We knuffelen wat af die dag. Aan het eind van de dag begin ik toch te twijfelen en hoop gerust gesteld te worden door de kinderarts. Via de telefoon kan ze het niet goed beoordelen en rond half 7 ‘s avonds zitten we op de spoedeisende hulp. De kinderarts vindt lichamelijk geen gekke dingen. Omdat dit haar tweede stuip is, is de kans op een volgende stuip groot. Ik krijg wat informatie, een neusspray Midazolam (toe te dienen na 5 minuten stuipen) en Diclofenac mee naar huis. Het enige dat ik kan doen, is er voor haar zijn en zorgen dat ze op tijd haar medicatie krijgt, zodat ze zo comfortabel mogelijk blijft. Enigszins gerustgesteld gaan we naar huis.

We hebben angst voor een volgende stuip

De nacht brengen we samen door in de huiskamer. Mijn dochter wisselt het slapen af op het campingbedje en bij mij op de bank. Ze wordt elke keer hevig huilend wakker. Het lijkt een soort trauma, blinde paniek. We kunnen haar wel kalmeren op die momenten. Ze heeft uiteindelijk een week nodig om bij te komen en wij ook! Bij elke huil of kreun check ik haar temperatuur, die dus niet eens heel hoog hoeft te zijn om een stuip te krijgen. De angst voor de volgende stuip is groot. Nu, 2 weken verder kan ik het wel makkelijker loslaten, want we kunnen het niet voorkomen. Deze gebeurtenis zal moeten slijten. Tegelijkertijd kijk ik enorm op tegen de 14 maandenprik. Hoe gaat ze hier op reageren? 

Inmiddels loopt mijn kleine meisje als vanouds weer door de huiskamer maar de angst blijft, want dit wil ik nooit meer meemaken. 

NAOMI

Plaats een reactie