“Er klopt iets niet”, zegt de kraamzorg, “baby Isabel ruikt vreemd…”

| | ,

Het voelt alsof er een riem om m’n buik zit

Met 27 weken zwangerschap ben ik op mijn werk. Ik sta extra en voel me niet zo fit. De collega’s van die dag besluit ik niks te vertellen. Het zal wel meevallen. Maar als ik wat vriendinnen app dat ik het gevoel heb dat mijn riem te strak om mijn buik zit sommeren ze me de verloskundige te bellen. Dus dat doe ik dan maar. Deze vraagt me waar ik ben, en zegt me op bed te gaan liggen. “Nou ik ben op mijn werk, daar hebben we wel bedden, maar ik ben binnen 10 minuten thuis. Ik zie je daar”, antwoord ik. Mijn collega’s kijken raar op als ik vertrek. “Waarom ben jij niet fit?”, lijken ze te denken.

Mijn bloeddruk is te hoog

De verloskundige staat al snel op de stoep en laat me in een potje plassen. Als ze mijn bloeddruk meet, vraagt ze of ik een tasje met spullen klaar heb staan. “Ga maar naar het ziekenhuis. Je bloeddruk is veel te hoog”. Ik bel mijn man, en mijn buurman brengt me weg. De gynaecoloog bekijkt mij, maar met complete rust mag ik weer naar huis. Verder dan de bank mag ik niet, en als ik een uitstapje maak, moet ik het bezuren met hoofdpijn. De medicatie wordt aangerukt en ik word direct medisch. Drie keer in de week wordt er een echo en CTG gemaakt. Zolang mijn eiwitten goed blijven mag ik thuis blijven. Twee keer dreig ik opgenomen te worden.

Dan besluit de gynaecoloog een inleiding

Uiteindelijk hobbel ik met 38 weken de wachtkamer in en staat de gynaecoloog me op te wachten. “Tijd voor een vlaggetje”, zijn zijn woorden. “Je bent op, het is klaar”. We besluiten dat we met 38,6 gaan inleiden, want dan kan hij het waarschijnlijk zelf nog doen. Ik vind dit erg fijn. Deze gynaecoloog was betrokken vanaf onze vorige zwangerschap, en het voelt na zoveel weken drie keer per week in het ziekenhuis alsof we hem goed kennen.

Ik krijg weeënopwekkers

Op de dag van de inleiding wordt er een ballon geplaatst en begint het wachten. De volgende ochtend is de ballon eruit gevallen en werden mijn vliezen doorgeprikt. Een veertje met daaraan de draad om de hartslag van onze dochter te meten wordt ingebracht en het wachten kan beginnen. Omdat het niet vordert, worden de weeënopwekkers aangesloten. Ik ben volledig in mijn eigen wereldje beland. Als de opwekkers een enorme weeënstorm veroorzaken en ik na 8 uur nog geen centimeter verder ben, krijg ik een pijnpomp. Deze doet een uur of 4 zijn werk en raakt daarna langzaam uitgewerkt.

De gynaecoloog wordt afgewisseld en een dame stapt onze kamer binnen. “Dit duurt te lang. We gaan een ruggenprik zetten en geven je dan nog een uur. Als dat niet werkt gaan we over op een keizersnee”. Ik ben intussen aardig van de wereld en vind het allemaal prima. Rond 22.30 uur komt de klinisch verloskundige kijken. Niets aan de hand, maar geen centimeter verder. “Rust uit en over een uur komen we terug. Is de ontsluiting dan nog niet verder, gaan we de operatietafel voor je klaar maken”.

Binnen een half uur krijg ik persdrang

Rond elf uur roep ik ineens dat ik moet persen. “Bel de verpleegkundige”, gil ik. Mijn man vraagt zich inmiddels af of ik gek geworden ben. “Een half uur geleden had je nog 5 cm en nu moet je persen?” Maar omdat ik zo aandring, belt hij toch. De verloskundige komt weer terug, kijkt naar de CTG, dan naar mij en roept: “Hoe dan?! Je hebt persweeën!” Ze belt snel een verpleegkundige en gaat de laatste spullen klaarzetten. Dan gaat het heel snel en wordt binnen 45 minuten onze Isabel geboren. Omdat mijn bloeddruk te lang hoog is geweest en ik medicatie heb geslikt, moet ik nog 24 uur blijven. Geen probleem! Isabel wordt aangekleed en krijgt een mutsje op.

“Er klopt iets niet”, zegt de kraamzorg

Een dag later trekken we huiswaards. De kraamzorg is gebeld en onderweg om de opstartzorg te geven. Wij weten niet zo goed wat we aan moeten met onze pasgeboren baby, en leggen haar in de box. Ik zeg nog dat ze raar ruikt. Mijn man verschoont de luier, maar die is schoon. Als de kraamzorg er is en we de bevalling besproken hebben, kijkt ze naar Isabel en zegt ze: “Er klopt iets niet. We gaan haar eens wassen en zien wat er is. Ze is mij te mak, en ze ruikt inderdaad vreemd”. Met z’n allen vertrekken we naar boven.

We moeten direct naar de spoed eerste hulp met Isabel!

Als ze Isabel haar mutsje afzet, zien we een zwart plekje op haar slaap. “Opgedroogd bloed”, denk ik nog. Maar als we het wassen, barst het open en komt er pus uit. Niet een beetje, maar echt heel veel. “Sorry, maar dit is niet goed”, zegt de kraamzorg. Ze geeft mijn man orders om de tassen weer in te pakken, belt het ziekenhuis, maakt afspraken over wat te doen als we terug komen en laat ons direct naar de spoed eisende hulp rijden.

We krijgen een kuurtje mee

Daar worden we in de wachtkamer gezet. Een heel ziek ogend jongetje hangt bij zijn moeder op schoot, en een dame op een brancard breekt heel de boel al schreeuwend af. Daar zit ik dan met mijn maxicosi en net bevallen lijf. We worden naar een kamertje begeleid en de kinderarts komt binnen. Hij kijkt naar Isabel haar hoofd en dat is het. We krijgen antibiotica mee. Hij roept nog iets van: “Funest voor de darmen, krampjes en diarree” en is weer weg. Bij de apotheek belt de apotheker naar Amsterdam. “Mag zo’n kleine baby deze kuur wel hebben?”. Met een naar sinaasappel ruikend goedje vertrekken we weer naar huis. De kraamzorg is er nog net en geeft me haar privenummer. Ze zegt: “Als je vannacht twijfelt, bel me! Iets klopt er niet. Echt niet”. Ook geeft ze alles door aan haar collega die vanaf morgen zal komen en krijgen we het spoednummer van de verloskundige. Zij gaat naar huis.

Het zwarte plekje is groter

Als we Isabel om 19 uur uit haar bedje halen voor haar voeding, maken we het wondje schoon. Het zwarte plekje is veel groter geworden. Het stinkt inmiddels enorm en er komt nog meer pus uit. Huilend bel ik de kraamverzorgster. “Bel de verloskundige!”, adviseert ze direct. Dat doe ik. De verloskundige zegt me terug te komen naar het ziekenhuis. Maar ik weiger. Een man die mijn kind niet eens uit de maxi cosi haalt, me met een zware kuur terug stuurt, en verder niet meer naar ons om kijkt? Ik dacht het niet! Ze haalt me over en zegt me dat zij ook vast naar de spoedeisende hulp loopt. Ze komt ons zelf opvangen en zal er voor zorgen dat we niet zonder rotgevoel naar huis gaan. Ik huil. Er zit iets in mijn kind wat eruit moet!

Isabel krijgt eindelijk de diagnose: Streptococen type B

Eenmaal in het ziekenhuis staat de verloskundige al klaar. Ze haalt Isabel uit haar maxicosi en bekijkt haar. Dit is inderdaad niet goed. De kinderarts komt terug, dit keer iets frisser kijkt hij frisser uit zijn ogen en ook de chirurg komt mee. “Necrose”, is het oordeel. Ze snijden het direct uit het hoofdje van isabel, die geen kick geeft. Ze voelt het niet en is inmiddels ook aardig suf. Ik haal opgelucht adem. “Nu alles eruit is, gaan we naar huis!”, verzucht ik. Maar dat had ik gedacht… De artsen leggen uit dat ze vrezen voor een infectie in haar bloed en ze nemen haar op. Omdat ze niet weten of ze besmettelijk is, krijgt ze een eigen kamer. Ik mag blijven, maar moet wel voor mezelf kunnen zorgen. Na een bevalling en twee nachten niet slapen, lukt dat me niet. We vertrekken samen zonder baby naar huis.

We waren er net op tijd bij

Twee keer bel ik de verpleegkundige die nacht. Ze vertelt me dat Isabel lekker slaapt. Ze hebben haar ingebakerd, omdat ze zo onrustig is en steeds naar haar hoofd maait. Verder doet ze het prima. De volgende ochtend gaan we terug naar het ziekenhuis en zitten we heel de dag naast Isabel haar bedje. Ze krijgt vier keer per dag antibiotica over het infuus. Ze blijft wat suffig, en haar hele hoofdje is opgezwollen. De tweede dag komt de uitslag van de kweek: Streptococen type B. Maar we waren er op tijd bij. Het zit in haar bloed, maar ze hopen het met een korte kuur af te kunnen. Achteraf blijkt de hartslagsonde de boosdoener. In dat wondje is de bacterie gaan nestelen. Ergens is het ook een zegen geweest, want als de bacterie daar niet had gezeten, had het heel anders af kunnen lopen.

Nu zie je alleen nog een littekentje

Na 4 dagen infuus mocht Isabel naar huis. Het wondje hebben we nog lang behandeld met antibioticazalf. Het gevolg was krampjes en spruw, maar dat was te overzien. Isabel bleek verder helemaal gezond en het enige dat je nu nog ziet is het littekentje op haar slaap.

JANE DOE

Plaats een reactie