Met 33 weken zwangerschap zegt mijn weeënapp dat ik naar het ziekenhuis moet gaan

| | ,

Ik voelde een steek in mijn zwangere buik

Het was een zonnige maandag in april. Ik was 33 weken en 7 dagen zwanger. Ik moest nog 2 weken werken tot ik met verlof zou gaan. Mijn collega had een leuke scheurkalender voor mij gemaakt om af te tellen tot mijn verlof, want ik keek daar toch wel heel erg naar uit. Mijn collega’s en ik besloten die dag in de pauze een rondje te lopen. Ik had een goede dag en het was mooi weer. Overigens had ik een hele goede en fijne zwangerschap, alleen begon zo’n lange wandeling van ongeveer 30 minuten wel zwaar te worden. We waren net 5 minuten onderweg en tijdens het lopen voelde ik een lichtelijke steek in mijn buik. Ik maakte mij geen zorgen, maar het voelde sterker dan ik tot nu toe gevoeld had.

Ik begon een beetje krampen te krijgen

We hadden het een beetje over het weekend en trots vertelde ik dat Andrew en ik dat weekend naar Alkmaar gereden waren om mijn zwangere buik vast te laten leggen. Het was een bijzondere ervaring en ik ben achteraf zo blij dat ik het precies in dat weekend heb gedaan. De dag liep op z’n einde en ik begon het laatste uurtje een beetje krampen te krijgen. Andrew kwam mij ophalen die dag. Ik stapte in de auto en vertelde nog aan hem dat ik kramp had in mijn buik. We reden naar huis en maakten in de auto plannen voor de volgende dag. We waren alle twee vrij, omdat het Koningsdag was en het zou ook erg mooi weer worden. Ik vertelde hem dat ik de vluchtkoffer klaar wilde maken thuis en misschien daarna een stukje wilde fietsen langs de Waal samen.

Mijn weeënapp zegt dat ik naar het ziekenhuis moet gaan

Thuis aangekomen blijft de kramp aanhouden. Een vriendin adviseert mij toch even de verloskundige te bellen. De verloskundige zegt dat ik even een warme douche moet nemen, met een paracetamol en kruik. Ze denkt aan oefenweeën. Als het aan blijft houden, dan moet ik toch even terug bellen. Na de douche en paracetamol zijn we onderweg op de fiets naar vrienden. Dat lukt nog wel, het zijn maar vier straten verder. Ik laat mezelf lekker gaan bij hun thuis met al dat lekkers op tafel, want ik heb enorme vreetbuien. Uiteindelijk blijven de krampen aanhouden en heeft mijn vriendin een kruik warm gemaakt. Het gaat niet over en ik heb toch maar een weeënapp op mijn telefoon gezet. Die app laat tot 3 keer toe weten dat ik naar het ziekenhuis moet gaan. Ik ben nog steeds niet in paniek, maar ik wil wel naar huis om de verloskundige te bellen. Ik word thuis gebracht door mijn vriendin. De verloskundige komt eraan. Ondertussen bel ik Andrew dat hij naar huis moet komen. Nu begint het toch wel door te dringen dat het niet goed is. Ik pak mijn vluchttas aan het in. Ik sprokkel snel wat spullen bij elkaar en prop het in de tas. De verloskundige is er en wij gaan gelijk naar boven. Het nieuws valt in als een bom: ik heb 1 cm ontsluiting en ben morgen precies 34 weken zwanger. Het zijn dus geen krampen maar gewoon echt al weeën!

Ik voel me machteloos

Omdat wij morgen vrij zijn heeft Andrew bier gedronken. Hij kan dus niet rijden en het is ook nog eens lockdown met een avondklok! Het is uiteindelijk al kwart voor twaalf. Gelukkig kan mijn lieve vriendin ons naar het ziekenhuis brengen en zal zij ook voor de hond zorgen morgen. Mijn verloskundige rijdt mee naar het ziekenhuis. Ze mag eigenlijk niet mee naar binnen, maar dat doet ze toch. Ze weet hoe eng ik het vind. Ik wilde echt niet in het ziekenhuis bevallen, omdat mijn vader zo lang in het ziekenhuis had gelegen toen hij ziek was. Ik heb daar nare herinneringen aan overgehouden en dat blijft maar in mijn hoofd rondspoken. Eenmaal aangekomen op de kamer, bespreken we snel wat ik wel en niet wil en dat ik dicht bij mijn eigen gevoel moet blijven. Daarna moet ze toch echt afscheid van mij nemen. Het klinkt zwaar, maar dat voelt echt zo op zo’n moment. Ik huil en ik moet mijn vertrouwen in andermans handen leggen.

De ontsluiting valt tegen

Er is geen aanleiding waarom mijn bevalling al begint. Ze gaan mijn bevalling niet meer stoppen, maar ze zullen niet helpen om het sneller te laten gaan. Omdat ik verder geen andere kwalen heb, moet mijn lichaam het op eigen kracht doen. In het begin voelde het als een soort menstruatiepijn die komt en gaat. Dat is goed te doen. Daarna voelt het wel een stuk heftiger en moet ik toch echt mijn weeën wegpuffen. Als het 4 uur in de nacht is, heb ik nog steeds maar 3 cm ontsluiting. Dat valt even tegen zeg. Twaalf uur geleden was het al begonnen en nu nog maar 3 cm. De pijn voelt krachtiger. Ik ben door de verpleegster onder de douche gezet en dat lucht op. Na de douche ben ik een stuk meer ontspannen. Om 8 uur ’s ochtends vraag ik of ik nog een keer onder de douche mag, alleen pakt dat even anders uit dan ik verwacht. Ik krijg geen ruimte om te ontspannen, dus ik druk op het alarm. Ik heb al bedacht dat ik pijnstilling wil via het infuus. De verloskundige komt met mij overleggen. Ze vraagt of ik een ruggenprik wil. “Nee, absoluut niet”, antwoord ik. “Waarom niet?”, vraagt ze. Op dat moment komt er alleen uit dat ik het niet durf. Diep van binnen weet ik het wel, maar kan ik het niet uiten. Ik ben bang om de controle over mijn eigen lichaam te verliezen. Via het infuus kan ik zelf op het pompje drukken wanneer ik dat wil. En op dat moment ben je wel even ‘’high in the sky’’, maar in mijn hoofd heb ik nog controle.

Iedereen riep blij: “We zien haartjes!”

Na het aanbrengen van de Remifentanil voel ik mij opgelucht. Ik kan weer even ademen en de pijn is makkelijk weg te puffen. Mede daardoor komen mijn weeën niet meer zo snel achter elkaar, maar gaat mijn ontsluiting nog trager dan dat het al ging. Ik zit alleen in mijn eigen wereld. Uiteindelijk voel ik na 5 uur weer gewoon de heftige pijn van de weeën, alleen kom ik makkelijker op adem. Andrew moet mij in de gaten houden. Ik ben zo suf van dat spul. Pas om 7 uur ’s avonds zit ik op 8 cm ontsluiting. Op dat moment besluiten ze mijn vliezen te breken. En dan gaat het heel snel. Eindelijk twee uur later krijg ik te horen dat ik op 10 cm zit. Wauw, ik had niet gedacht dat ik zo blij was om dat te horen. Ik was zo blij dat ik vol enthousiasme vraag of ik mag persen. De verloskundige belt de kinderarts om te zeggen dat ik ga beginnen. Mijn eerste perswee komt en met volle overgave geef ik alles (dacht ik ). Mijn hemel wat doet dat zeer! Iedereen riep blij: “We zien haartjes!’’. Haartjes?! Voor mijn gevoel was z’n hoofd er al voor de helft uit. Ik word bang, maar bedenk me: “De eerst volgende perswee gaat hij niet weer terug”. Nu zet ik echt alles op alles en daar is hij met 3 keer persen in 2 minuten tijd. Het is maar 5 minuten lopen vanaf de couveuse afdeling, maar de kinderarts is er nog niet, zo snel is het gegaan. Jordan is geboren op 27 april om 20.56 uur. Opeens is hij er. Ik voel mij gek. Er ligt een kindje op mijn borst, ons kindje, maar ik voel mij leeg.

Het voelt alsof er mij iets is afgenomen

De volgende dag room ik in op de couveuseafdeling op Jordan zijn kamer. Ik voel mij heel erg leeg. Het dringt niet door me door dat ik een eigen kindje heb. De volgende dag is net zo. Alles wordt ook voor mij gedaan. De voeding krijgt hij via de sonde en een extra infuus en zijn luier doen de verpleegsters. Het gaat allemaal zo snel. Ik sta er maar een beetje bij en geef hem tijdens die dingen geborgenheid met mijn handen. Tot die nacht een verpleegster mij vraagt of ik het zelf wil doen. De volgende ochtend heb ik alleen maar gehuild. En die dag daarna ook. “Dat zijn de kraamtranen”, zeggen ze. Nou voor mijn gevoel is het wel meer dan dat. Tuurlijk ik ben heel blij dat ik mijn kleine jongen gezond en wel in mijn armen heb. Maar ik ben zo verdrietig dat ik hem niet meer in mijn buik heb. Het is zo speciaal, zo fijn dat een kindje in de buik zit. Er is dan een bepaalde connectie samen wat met geen woorden te beschrijven is. Dat is opeens weggerukt. Ik had graag in mijn verlof mijn laatste dagen met hem willen delen. Ons samen voorbereiden op zijn komst. Dat heb ik niet kunnen afsluiten en dat heeft mij veel verdriet gedaan. En nog als ik er over schrijf raakt het mij.

Het had allemaal gewoon even wat tijd nodig, maar wat ben ik zielsgelukkig met hem. Hij doet het bijzonder goed en we mochten hem na 2 weken iets te vroeg maar kerngezond mee naar huis nemen.

CELINE

1 gedachte over “Met 33 weken zwangerschap zegt mijn weeënapp dat ik naar het ziekenhuis moet gaan”

  1. Wow, het is net alsof ik mn eigen bevallig terug aan het lezen ben. Onze zoon is ook geboren op 27-04-21 met 33 weken. Ik herken mij heel erg in je gevoelens en gedachtes. Hopelijk gaat het nu, na 4 maanden rustiger en beter. Hopelijk hebben jullie het vertrouwen dat jullie kindje het kan (dat vind ik soms wel lastig nog)

    Beantwoorden

Plaats een reactie