Yes, bij onze laatste poging was ik zwanger!

| | ,

Ik voel mijn benen niet meer en val opzij. Ik heb geen idee wat er gebeurd is, maar dit voelt niet goed. Mijn ademhaling zakt, mijn hart lijkt niet goed te kloppen en ik voel dat ik heel hard mijn best moet doen om bij te blijven. Het enige wat ik denk is dat ik moet vechten voor dat kleintje in mijn buik. Alles op alles zetten om te vertellen dat ik me niet goed voel. Dat lukt. Terwijl ik een tegenmiddel toegediend krijg, flits ik heel snel terug naar april 2018, want ik heb goede redenen om te vechten. Zal ik je eerst meenemen naar dat moment?

We konden ons beter voorbereiden op een miskraam

Mijn baby had een stroeve start. Bij de eerste echo kregen we te horen dat we ons maar moesten voorbereiden op een miskraam. Er was geen hartslag te zien en met dat verdrietige nieuws konden we de ruimte verlaten. Naast het verdriet dat ik voelde, was ik ook boos. Boos op de verloskundigenpraktijk, boos op mezelf, boos op van alles en iedereen. Omdat ik medicatie slikte voor mijn schildklier werd ik voor een volgende echo in het ziekenhuis verwacht, een afspraak die een week later was. Ik bereidde de echoscopiste alvast voor door te zeggen dat het niet goed was bij de verloskundigenpraktijk. Ik had zeker geen felicitatie nodig, let’s get this over with.

Mijn man zat naast me en reageerde alsof Nederland het beslissende doelpunt voor het WK had gemaakt: er was een hartslag. De echoscopiste was nog voorzichtig, vertelde ons dat we wat achter liepen, maar dat ze hoop had. Terwijl we met het Woezel en Pip koffertje het ziekenhuis uit liepen, vertelde ik aan mijn man dat ik dit nooit meer ging doen, wat een emotionele achtbaan. Nu al. Toch leek het hartje langzaamaan sterker te worden. Het kleintje bleef twee weken achterstand houden, maar groeide voorzichtig en we maakten ons dus op voor de 12-weken echo.

De 12-wekenecho

Ik ging in eerste instantie alleen de ziekenhuiskamer binnen, want mijn man was verlaat. De medewerkster plaatste het apparaat op mijn buik en vertelde nog niets te kunnen zien. Ze vroeg voorzichtig of ik nog even wilde plassen en wanneer ik terug was, zouden we een inwendige echo doen. “Dan is je man er ook vast wel.”

Bij terugkomst bleek dat inderdaad het geval te zijn en we keken met gezonde spanning naar het scherm. Naarmate de stilte vorderde, nam het gezonde deel van de spanning af. “Ik denk dat ik iemand moet laten meekijken”, zei ze. Het zag er niet goed uit en vanaf dat moment holde de blijdschap de deur uit om plaats te maken voor ongeloof en verdriet. Ze maakte foto’s van de echo om door de arts te laten bekijken en wij mochten de ruimte verlaten.

Het was niet goed

Ik hoorde niet meer bij de blije moeders in spe. We hoorden niet meer thuis in de vrolijke wachtkamer. Ik hoorde in een aparte ruimte, eentje die zwart en zwaar was. Maar die ruimte was er niet en dus zaten we met een bekertje water in een halletje, waar af en toe iemand voorbij kwam die me met medeleven aankeek. Ik kon die blikken niet verdragen en keek met tranen in mijn ogen voor me uit.

Als we bij de arts mogen komen, vertelt hij ons dat het mis is en hij wil me graag laten zien wat er aan de hand lijkt te zijn. Nog een keer mijn kleren uit, op de tafel en dan dat beeld. Het beeld is van een kindje dat springlevend lijkt, met hartje. Maar ook met een open schedeltje, het buikje is niet goed en er zijn vervormingen. Hij overtuigt me. In rap tempo maakt het ongeloof plaats voor acceptatie, “het” moet eruit.

De curettage

De dag dat we naar mijn ouders zouden gaan is de dag dat ik in het ziekenhuis ben voor de curettage. Ik probeer er niet te veel bij stil te staan, maar natuurlijk lukt me dat niet. Het inbrengen van de pillen voorafgaand aan de operatie voelt heel onnatuurlijk, maar ik voel geen andere keuze. Met een lege buik word ik wakker en met een lege buik ga ik weer naar huis. Ik neem twee weken ziekteverlof, dat is wat ik mezelf gun. In die twee weken nemen we de tijd om stil te staan bij wat er gebeurd is. Zwaarbeladen, biggelen de warme tranen af en toe over mijn wangen. Aan de ene kant wil ik me daar in onderdompelen, maar aan de andere kant wil ik heel graag door. Ik ‘kies’ voor de laatste optie, ik ga door. Ik ruim alles wat met de zwangerschap te maken heeft op. Daarbij wuif ik alle commentaar, suggestieve vragen en nare dingen weg. “Misschien ligt het aan je schildklier”, “Je bent ook wel op leeftijd, he?” en “Ligt het niet aan je medicijnen?”, komt allemaal voorbij.

Na de diagnose trisomie achttien, probeerden we het nogmaals

Een paar weken later krijgen we de resultaten van het onderzoek: er was sprake van trisomie achttien. De opluchting was enorm. Het lag niet aan mij! Toen de leegte weer ruimte werd, wilden we het graag nog een keer proberen. Ik heb zo weinig mogelijk aan het toeval overgelaten. We gingen aan de slag met teststrips om te bepalen of ik vruchtbaar was en schreven in grote letters in onze digitale gezamenlijke agenda “Baby maken”. Tot zover de romantiek! Drie pogingen later was ik weer zwanger. Superspannend natuurlijk, vooral het wachten op de echo leek een eeuwigheid te duren. We mochten van het ziekenhuis wat sneller een echo laten maken. Ik deed alles wat ik kon om zo gezond mogelijk te leven. Alsof dat enige invloed had op de uitslag die we later zouden krijgen. Twee echo’s later hoorden we dat het zeer waarschijnlijk was dat het hartje uit zou doven. Om daar zeker van te zijn, kreeg ik een week later een derde echo, en inderdaad, het hartje was gestopt.

De allerlaatste poging

Met tien weken nam ik de medicatie om de miskraam op gang te helpen. Ik vond er niks meer aan, van mij hoefde het even niet meer en ik mocht van mijn werkgever (en niet heel onbelangrijk, ook van mezelf) de tijd nemen. “We gaan het nog een keer proberen”, liet ik man weten. “Ik kan dit nog één keer aan. Lukt het niet, dan moeten we het met z’n tweetjes doen. Dan word ik die poezenmevrouw wel, weet ik veel”, zei ik.

Ik mocht in de voorbereiding geen T3-hormoon slikken. Mijn schildklierwaardes werden in de gaten gehouden en als alles goed was, ‘kreeg’ ik groen licht van de internist. Die T3 voelde als mijn rots in de branding, door die T3 voelde ik me mezelf, kon ik de wereld aan en was ik een stuk liever voor mijn omgeving. Ik mocht die T3 ook niet tijdens de zwangerschap nemen, dus het voelde ergens als een opoffering om een kindje te kunnen krijgen. Ik had het ervoor over, zeker, maar niet ten koste van mezelf, mijn huwelijk en vriendschappen.

Het was in één keer raak

Na de nodige ervaring van de vorige keren, wist ik het al zonder de test te hoeven doen. Ik kon mijn man wel schieten, had blauwe aderen in mijn bovenarmen en ik voelde me niet op mijn plek. De uitgerekende datum? Rond 1 januari 2020. Natuurlijk was het deze keer ontzettend spannend. Natuurlijk kon ik niet genieten van de echo’s. Natuurlijk maakte ik me zorgen. Maar het ging goed! Ik kwam ongelooflijk aan, want geen T3 in combinatie met een zwangerschap en de nodige vreetbuien was niet de beste combinatie. Met week 37 waggelde ik vanuit de wachtkamer in de richting van de gynaecoloog. Dezelfde man die me zo goed geholpen had bij het verlies van de eerste. Toen hij vroeg hoe het ging, floepte ik eruit dat hij James er maar uit moest halen. Handenwrijvend en met een grote, vriendelijke glimlach, draaide hij zich naar zijn scherm en vroeg wanneer het ons zou schikken. Overrompeld waggelde ik weer met mijn man het kantoor uit, nog een weekje en dan zouden we James ècht ontmoeten.

Een kleine kanttekening: ik heb me heel lang enorm schuldig gevoeld over het plannen van de geboorte van James. Ik heb mezelf heel lang afgevraagd hoe het zou zijn verlopen als ik het niet had gepland. Er zijn verscheidene mensen geweest die me achteraf hebben gevraagd “waarom” ik het op deze manier heb laten plannen. Kon ik dan echt niet meer? “Misschien was James nog helemaal niet klaar voor de geboorte”, zeiden mensen om mij heen. Tijdens de traumaverwerking heb ik in mijn oren geknoopt dat ik helemaal geen reden hoef te hebben om me schuldig te voelen. Het klonk zo logisch, maar toch was het niet zo eenvoudig om zelf tot dat besef te komen.

Op 19 december 2019 krijg ik een ballonnetje voor mijn verjaardag. Mag ik je morgen in mijn volgende verhaal meenemen?

REBECCA

Plaats een reactie