Ongeveer een jaar met en zonder Nola

| ,

Baby Nola, de dochter van Meike, is vlak na de geboorte overleden. Lees hier haar eerdere blogs.

28 augustus 2020, de dag dat ik deze blog ben gestart. Een maand na de geboorte van Nola, twee weken na haar overlijden.

Precies een jaar ben ik aan het schrijven

Het is zaterdagochtend 6 uur op 14 augustus 2021 en ik kan niet meer slapen. Ik lig weer een paar nachten/ochtenden in mijzelf te mijmeren dus dat betekent; toch maar weer achter de laptop kruipen. Het 52e verhaal dat ik tik. Oh de ironie… Ongeveer een jaar met en zonder Nola, morgen is haar sterfdag, en vandaag tik ik het 52e verhaal. Totaal niet van bewust, ik zoek pas net op hoeveel verhaaltjes ik eigenlijk heb geschreven. 52 weken in 1 jaar. De laatste periode wat minder frequent dan de woordenkots van de eerste weken die letterlijk uit mijn hoofd moesten op papier… Is de cirkel dan nu rond? Zeg nooit nooit. In december, na mijn blog “De club van zielige moeders” zei ik tegen Farley: ‘Ik denk dat dit mijn laatste verhaal was, wat heb ik nog om over te schrijven?’

En zo bleek, er was nog voldoende materiaal voor ruim een half jaar aan verhaaltjes. Het verhaal van Nola, het is uitgegroeid tot een open dagboek van het afgelopen jaar. Vreemd, voor iemand die vroeger altijd dólgraag een dagboek wilde bijhouden en elk jaar wel voor Sinterklaas of haar verjaardag een nieuw boekje vroeg. Verwoede pogingen deed om het dagboek bij te houden met sporadisch een ‘Lieve Kitty, …’, of hoe ik het dagboekje ook aanschreef. Enkel om 2 dagen later weer te stranden in lege bladzijdes. Jaloers ben ik, op anderen die hele dagboeken van zichzelf kunnen teruglezen over vroeger. Ik heb nooit het geduld gehad om het echt consequent bij te houden. Vreemd, dat ik dan het afgelopen jaar een open dagboek heb bijgehouden over mijn gevoelens en gedachtes. Voor velen misschien zelfs confronterend of moeilijk om te lezen. In een wereld waarin je weet dat álles wat je online deelt voor altijd op het web beschikbaar blijft. Altijd zullen deze verhalen terug te vinden zijn. Onze foto’s, mijn gedachtes en ja, soms ook harde woorden. Nee, ik heb er geen spijt van. Dit is hoe het is, dit is wie mij maakt tot wie ik vandaag ben. Ik neem je mee, in deze blog, hoe ik terugkijk op het afgelopen jaar, waar ik nu sta en waar ik mij nog steeds over verbaas. Want het eerste jaar schijnt het moeilijkste te zijn, maar dat betekent nog steeds niet dat ik het overlijden van Nola nu dus “heb verwerkt”. Is het hierna klaar? Ik durf het niet te zeggen. Ik hoop vooral dat ik de komende weken, maanden, jaren, helemaal geen tijd heb om te schrijven. Dat ik zo druk ben met Lulu, Nola haar zusje, dat ik er niet aan toe kom. Deze blog is ontstaan om het levensverhaal van Nola te vertellen. Ik hoop vooral dat Lulu haar eigen levensverhaal mag gaan schrijven en ik niet degene ben om haar aan de wereld te laten zien, maar dat zij zelf de wereld mag gaan zien.

What to expect when your child dies, one year later

Wanneer ik in de spiegel kijk, zie ik nog steeds een paar vreemde ogen. Ik herken mijzelf nog steeds niet. 31 jaar Meike (ondertussen 32) is gewist of dusdanig veranderd dat ik nog steeds moet wennen aan wie er terugkijkt. Op veel vlakken ben ik niet meer wie ik was.

Het verdriet of gemis slijt niet. Het verdriet wordt minder frequent aanwezig, maar wanneer het zich aandient is het net alsof ze net is overleden. Het gemis daarentegen wordt alleen maar groter, het verlangen naar Nola neemt enkel toe hoe meer tijd er verstrijkt.

Ik blijf mezelf verbazen over punt 2. Ik vergelijk het met een heftige break-up, waarbij je de eerste paar dagen stuk gaat van verdriet. Maar dan komt er altijd wel een punt waarop je kunt denken: ‘Het is maar beter zo’… Of maanden/jaren later terugkijkt op die relatie en denkt: ‘Jemig, hoe heb ik ooit met hem/haar kunnen zijn?!’. Dat punt gaat niet komen. Nooit.

De nieuwe ik

Ik ben veranderd in een enorm introvert persoon. Groepen krijg ik de rillingen van. Feestjes of borrels… Ik moet er niet aan denken. Overvallen worden met een nonchalante: ‘Heeee, hoe issie nou met jou?!’ Ik word al angstig wanneer ik er aan denk. Als ik een groep semi bekende mensen zie dan spring ik het liefste achter de kliko of begin ik al gelijk met een: ‘Sorry, druk, haast, moet echt weg!’ Om maar te voorkomen dat er wordt gevraagd hoe het nou gaat of vooral: ‘Ohhhh, bijna al!! Vind je het spannend?!’ #understatementvandeeeuw

Familiedingen zijn moeilijk. Lastig om te schrijven, en waarschijnlijk ook voor mijn familie om te lezen… Maar een verjaardag of barbecue… Waar anderen enkel de gezelligheid ervaren van het samenzijn, zijn dat ook de momenten dat het gemis van Nola voor mij extra aanwezig is. Haar lege stoel, hoe zij nu haar eerste stapjes zou hebben gezet. Haar onzichtbaarheid maakt het gemis op dat soort momenten voor mij extra voelbaar. De opa’s en oma’s die zo vol trots vertellen en praten over hun andere kleinkinderen dat ik soms het liefste mijn vingers in mijn oren wil stoppen. Zo had er ook over mijn dochter gepraat moeten worden… Ook al wordt er regelmatig over Nola gesproken en zal ze ook veel bij hen in gedachte zijn, is het niet zoals het had moeten zijn en dat steekt, wederom een vorm van jaloezie die grandioos aanwezig blijft.

Nola is altijd aanwezig

Ik denk nog letterlijk élke seconde van de dag aan Nola. Dat wordt niet minder. In gesprekken met anderen, als ik probeer te luisteren. Alles kost nog steeds 10x zoveel energie omdat ik, naast het luisteren en praten over een compleet ander onderwerp, ook nog op elk moment aan Nola denk.

Ik zing weer mee met de radio in de auto, maar het blijft onwennig voelen. Hardop lachen of de slappe lach, voelt nog steeds vreemd. De onbevangenheid is nog steeds weg. 1 van de dingen waar ik, een week of 10 na het overlijden van Nola, echt kéihard (en voor het eerst) om heb moeten lachen; categorie tranen over mijn wangen… Is een filmpje. Ik voélde het. Ik heb het aan veel lotgenootjes doorgestuurd en iedereen kreeg er hysterisch de slappe lach van. Ik stuurde het in al mijn euforie door aan familie; een filmpje waar ik zó om moest lachen! Ik denk dat de meesten het niet begrepen… Mijn passie voor koken en taarten bakken is nog steeds weg. Ik maak ondertussen heus wel weer iets spannenders klaar dan enkel een AVG-tje, maar recepten zoeken en uren in de keuken staan, ik kan er de concentratie nog steeds niet voor opbrengen.

Mijn leven, het leven, is voor altijd veranderd

Het leven is nog steeds kleurloos. Ook moeilijk voor mensen om te bevatten. Het leven is nog steeds vlak en zinloos. Dat zal heus anders worden wanneer Lulu werkelijk geboren is en leeft. Maar tot die tijd, bevind ik mij in een enorm loyaliteitsconflict. Mijn instinct is nog steeds erop ingesteld dat het bij mijn kind wil zijn. Dus de dood, het bij Nola zijn, klinkt echt nog zeer aantrekkelijk. Mijn angst voor de dood is nog steeds afwezig. Maar met de komst van Lulu kom ik in een tweestrijd. Gisteren zaten wij in de auto naar Rotterdam, Farleys verjaardag en vrijdag de 13e. We hadden het over ongeluk en dat het toch wat zou zijn als er ineens een vrachtwagen bovenop ons zou knallen. Mijn reactie: ‘In ieder geval gaan we dan wel met z’n allen en zijn we met zijn vieren bij elkaar’. Je hoeft je echt geen zorgen te maken. Maar ik kan niet ontkennen dat de dood, het weer bij Nola zijn, ook bevredigend voelt. Dat wordt anders wanneer Lulu leeft, maar het gevoel van tweestrijd, dat ik niet bij Nola kan zijn, dat is en blijft afgrijselijk.

Mensen die er regelmatig zijn, die meelezen en die af en toe inchecken (en nee dat hoeft niet dagelijks en dat kan ook zijn wanneer je onhandige dingen hebt gezegd) en vooral; die zijn blijven proberen, die geef ik een ander antwoord op de vraag: ‘Hoe gaat het met je?’ Ook al blijft het een moeilijke vraag. Tegen die mensen durf ik af en toe wel te zeggen: ‘Het gaat eigenlijk wel oke op het moment’. (om vervolgens een dag later weer een terugval te hebben hoor, it comes and goes). Maar mensen die nonchalant mij overvallen met een: ‘Heee hoe gaat ie nou?’ Daar kan ik nog steeds niet op antwoorden dat het misschien wel gaat op dat moment. Want het gaat, naar omstandigheden, best goed eigenlijk (en op momenten ook weer niet, dus dat kan nog steeds een antwoord zijn wat je op dat moment krijgt, ook al ben je een enorme steun). Maar “best goed” is nog steeds niet een best goed zoals het vroeger was. Dus dan antwoord ik eerder met een: ‘Niet top’. Want anders denkt diegene straks wel dat het weer helemaal goed gaat, dat ik de oude Meike weer ben. Dat ik het overlijden van Nola een plekje heb gegeven… Al deze gedachtes spelen zich, nog steeds, achter de schermen af bij de vraag: ‘Hoe gaat het?’… Kan ik eerlijk antwoorden? En begrijpt diegene dan de lading van mijn antwoord?

De zwangerschap van Lulu maakt echt een hoop goed. Ik had de eerste jaardag van Nola niet zo kunnen beleven zonder het vooruitzicht van een nieuw broertje of zusje voor haar. De aanloop naar haar eerste jaardag was slopend. We hebben er echt een feestje van gemaakt, ook al was het vol moeilijke en emotionele momenten. We hebben ontzettend veel kaartjes en cadeaus gehad (echt, fantastisch! Ook al weet ik dat het er elk jaar minder zullen worden), een over the top birthday cake en champagne. Net zoals ik had gedaan als ze had geleefd. Grappig om te zien hoe de toon op de kaartjes zo onderling van elkaar verschillen. Hierin ook geen verwijt, want ik had zelf ook totaal geen idee gehad wat ik in vredesnaam erop had moeten zetten bij iemand anders. Sterker nog, 2 maanden ervoor was de jaardag van 2 dochters van een lotgenootje en ik heb zelf ook enorm zitten worstelen met welk kaartje en al helemaal welke tekst. Ook hierin zal het voor iedereen verschillen. Ik vond het zelf vooral prettig wanneer het luchtig was, een mooi gedichtje en vooral: felicitaties met onze dochter. Want de dag was niet vooral moeilijk en zwaar, het stond bovenal in het teken van haar leven en de liefde. Maar ook dit, was iets wat ik van te voren niet had kunnen inschatten.

Zeg liever niets, maar zit naast me

Een jaar later… Ik kan het steeds beter aan wanneer mensen proberen een silver lining aan het geheel te geven, maar dat komt voornamelijk omdat ik er minder mee wordt geconfronteerd dan in de diepe duisternis van de eerste maanden. Wanneer een kind sterft is er geen ruimte voor: ‘In ieder geval… ‘ of een ‘Nou gelukkig…’ Het is menseigen om de situatie te proberen te verlichten, om te willen troosten. Of beter gezegd; het te willen fixen. Maar de Bob de Bouwer mentaliteit gaat in het geval van kindersterfte gewoon niet op. Sterker nog, het werkt juist frustrerend en totaal niet troostend. Het is eerder de behoefte van de ander die vervuld moet worden, dan dat je iemand er mee helpt. Wellicht een confronterende uitspraak, maar bijna alle lotgenoten die ik heb gesproken lopen bij een psycholoog. Niet in de eerste plaats vanwege het verlies van hun kind, maar vooral omdat ze worstelen met opmerkingen (vaak goed bedoeld) van de buitenwereld. Wanneer iemand in de volledige duisternis zit, helemaal alleen in een donkere kamer, is het enige wat je kan doen erbij gaan zitten. Je hoeft niets te zeggen. Laat weten dat diegene niet alleen is. Maar ik begrijp het, het is moeilijk en eng om in dat enge donkere kamertje erbij te gaan zitten.

Het effect van “troostende woorden” voelde voor mij eerder alsof ik alleen in dat donkere kamertje zat en iemand een duizendklapper naar binnen gooit, heel hard zingt: ‘always look on the bright side of life’ en snel de deur weer dicht doet. In de hoop mij zo wat licht te brengen. Ik kwam onlangs een mooie post tegen waarbij er een vergelijking werd gemaakt van de goedbedoelde troostende woorden bij een miskraam. Hoe misplaatst die eigenlijk zijn wanneer je eenzelfde soort dingen tegen iemand zou zeggen wiens man is overleden. Waarschijnlijk spreekt het in zo’n geval meer tot de verbeelding waarom troostende dingen gewoon nergens op slaan, wanneer het ergste wat je kan overkomen is gebeurd. Er is namelijk niets troostends wanneer je kind dood is. En nogmaals, ik begrijp het… In een poll onder vrouwen wiens kind is overleden, stemde 94% voor het feit dat ze spijt hebben van de dingen die zij tegen anderen hebben gezegd toen ze zelf nog niet zoiets hadden meegemaakt. Ik behoor ook zeker tot die 94% ik heb zelf ook spijt van de dingen die ik tegen vriendinnen heb gezegd, of juist niet heb gezegd. Hoe ik heb geprobeerd het beter voor iemand te maken. Hoe onattent en niet begripvol ik ben geweest bij degene wiens ouder bijvoorbeeld is overleden. Dus knijp maar in je handjes als je de neiging hebt te troosten, dan betekent dat je gewoon nog niet zoiets afgrijselijks hebt hoeven meemaken… You lucky bastard 😉

Stel, Farley gaat dood, en mensen zouden dezelfde dingen tegen mij zeggen als die er worden gezegd wanneer een baby sterft: ‘Gelukkig ben je nog jong, je vindt wel weer iemand nieuws!’, ‘Er was vast iets mis met hem, het is misschien maar goed dat hij dood is’, ‘In ieder geval weet je dat je de liefde hebt kunnen vinden’, ‘Ik ken iemand, die heeft nooit een partner gehad’, ‘Ik ken iemand waarvan er 2 mannen zijn overleden en die is nu weer heel gelukkig getrouwd’, ‘In ieder geval is hij jong overleden en niet pas over tien jaar,’ Ohhh ik weet hoe je je voelt! Mijn vorige vriend heeft mij gedumpt’, ‘Gelukkig hadden jullie nog geen kinderen’, ‘God had een ander plan voor hem’, ‘Ohhhh wat jammer! En jullie waren zo’n leuk stel!’, ‘In ieder geval zie je er goed uit! Je vindt zo wel weer iemand nieuws!’ of ‘Nou kun je wel weer lekker op jacht in de kroeg of swipen op Tinder!’ Wanneer ik weer voor het eerst zou gaan daten: ‘Ohhh zo leuk die eerste dates en de spanning die erbij hoort! Geniet ervan!’ Stel, Farley en ik hadden 2 of 3 kinderen en hij zou doodgaan: ‘Nou gelukkig zijn de kinderen nog jong, dan zullen ze hem ook minder missen’.⁣

“Words of comfort that try to erase pain are not a comfort. When you try to take someone’s pain away from them, you don’t make it better. You just tell them it’s not OK to talk about their pain. ⁣⁣⁣⁣To feel truly comforted by someone, you need to feel heard in your pain. You need the reality of your loss reflected back to you—not diminished, not diluted. It seem counterintuitive, but true comfort in grief is in acknowledging the pain, not in trying to make it go away.

Ik voelde Lulu minder bewegen

En tot slot… De laatste loodjes van de zwangerschap. De eerste week “lekker genieten” van mijn verlof zit erop. Ik neem je even mee hoe dat was.

Wij zijn 3 nachtjes naar Reeuwijk geweest. Ik heb van te voren opgezocht hoe ver het rijden zou zijn naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. 20 minuten naar het Groene Hart ziekenhuis in Gouda, acceptabel. Op dinsdagochtend zouden wij moeten uitchecken.

Maandagavond heb ik het idee dat ik Lulu wat minder voel bewegen. Ik druk dat naar de achtergrond onder het mom van: ‘Stel je niet zo aan, ze beweegt straks wel weer meer. Als je nu naar het ziekenhuis gaat dan gaat ze natuurlijk gelijk weer bewegen, dus kijk het nou maar even de nacht aan… Desnoods ga je morgen gewoon naar het Antonius, als we thuis zijn’.

Ondanks dat mij meerdere malen op het hart is gedrukt om écht langs te komen als ik twijfel, dat ik zó even aan de CTG kan worden gelegd voor een hartfilmpje, zit mijn eigen karakter mij toch in de weg. Dat is niet stoer of dapper wanneer zou blijken dat er wel iets aan de hand was geweest. Die nacht moet ik 2 keer naar de wc en voel ik haar nog steeds niet bewust, misschien alleen een beetje geschuif, maar niet overtuigend. Om 6 uur kan ik echt niet meer slapen en stel ik een ultimatum: Als ik haar om 7 uur nog niet heb gevoeld, dan maak ik Farley wakker en gaan we naar het Groene hart ziekenhuis.

Ik neem je even mee in mijn gedachtegang: Ik zie ons binnenkomen in het ziekenhuis. Er wordt een echo gemaakt en de arts spreekt de woorden uit: ‘Sorry mevrouw, geen hartslag’. Ik blijf akelig kalm. Het gevoel van: ‘Het moest ook wel misgaan’ heeft de overhand. Ik schiet in de praktische modus. We moeten om 11 uur uitchecken, zouden we na dit nieuws zelf nog onze spullen uit de airbnb halen? Of kunnen we dan misschien een van mijn zussen vragen? Maar ja, wat ga ik dan doen? Mijn gedachtes gaan verder en ik ben al bezig met de gastenlijst van de uitvaart. Wat ga ik deze keer op het kaartje zetten? Hopelijk is het wel mooi weer, zodat we iedereen in de tuin kunnen ontvangen. Hoe snel hierna zal ik hierna weer zwanger zijn?

Ik ben een uur verder en de hele uitvaart is al uitgedacht. Ondertussen begint Lulu te ontwaken en wat te schuiven. Nog steeds niet overtuigend dus ik besluit, wel pas in Utrecht, om 11 uur langs het ziekenhuis te gaan. Onderweg naar het ziekenhuis ligt Lulu vrolijk dansend in mijn bui. De CTG vervolgens is helemaal goed. Ik heb weinig paniek gevoeld, die was later heus wel gekomen als het echt slecht was geweest. Eerder een soort kalmte, dit gedeelte voelt normaler om over na te denken dat het scenario dat het goed gaat.

Hoe dichterbij de finish komt, hoe moeilijker ik kan voorstellen dat ze er echt levend gaat zijn. Waar ik dat een aantal weken geleden nog haarscherp kon inbeelden, gaat dat niet meer. De uitkomst van een uitvaart voelt realistischer. Ik word dan ook bloednerveus van goedbedoelde woorden als: ‘Nee maar dit keer komt het goed!’, ‘Ik weet het zeker, het is jullie nu wel gegund!’, ‘Nola waakt over haar zusje, dus nog even en jullie hebben een levend kindje in jullie armen!’. Eerst zien, dan geloven.

Ik sprak vorige week een lotgenootje, haar tweede zoon geboren en overleden op de jaardag van Nola. Haar eerste zoon vorig jaar overleden. Zat haar eerste zoon dan niet genoeg op te letten? Was hij niet waakzaam genoeg over zijn broer? Ook tweede kindjes kunnen dood gaan. Zelfs derde kindjes. Ik hou me vast aan mijn nieuwe mantra: Aan elke dag komt een eind, hoe lang die ook gevoelsmatig duurt.

Mijn hart stroomt over voor Nola en haar zusje

En dan, voor wat ik heb begrepen, is de roze wolk straks echt wel aanwezig. Maar komt de angst en het gevoel van machteloosheid, dubbel zo hard in de nacht. Wanneer ik weer alleen in dat donkere kamertje zit. Alle liefde voor onze familie en vrienden, voor wie het ook (nog steeds) niet makkelijk is, maar er voor ons zijn geweest in het afgelopen jaar. En natuurlijk de fantastische lotgenoten die ik heb leren kennen met wie ik kon lachen en die mij soms wat minder krankzinnig hebben doen voelen, omdat zij dezelfde absurde gedachtes en emoties ervaarden. Al deze lieve mensen maken dat ik nog sta. De mensen om je heen zijn de belangrijkste om te overleven, daar kan geen psycholoog tegenop.

Mijn hart stroomt ondertussen over van liefde en trots voor mijn mooie en sterke dochter Nola en haar zusje.

Hopelijk straks geen lege armen meer.

MEIKE

1 gedachte over “Ongeveer een jaar met en zonder Nola”

  1. Tranen in mijn ogen weer na het lezen van je open en goudeerlijke blog. Ik ben zo iemand zonder worden, die niet weet wat te zeggen en dan maar niets zegt en geen kaart stuurt. De man van mijn vriendin is een aantal jaar geleden na een kort ziekbed overleden. Ook toen sloeg ik op slot. Ik ben er niet trots op, het is geen desinteresse, mijn gedachte gaan er dagelijks naar uit. Ik heb gewoon geen woorden voor de pijn.
    Ik hoop dat het goed gaat met LuLu, dat je de kleuren weer terug vind!

    Beantwoorden

Plaats een reactie