Tijdens deze keizersnede wordt mijn baby, maar ook een tumor uit mijn baarmoeder gehaald

| | ,

Sanne is zwanger. Naast dat er een baby in haar baarmoeder groeit, groeit daar ook kanker. Er wordt geadviseerd om de zwangerschap af te breken. Toch neemt ze een moedig besluit en gaat ze behandeling aan, in de vorm van chemo. Lees hieronder de eerdere delen voordat je verder gaat met deel 5.

Deel 1: Er groeide een baby in mijn baarmoeder, maar stiekem ook kanker, en niet zo’n beetje ook

Deel 2: Het ziekenhuis adviseert met klem mijn baarmoeder te laten verwijderen, terwijl er een kindje in groeit

Deel 3: Ondanks dat de artsen adviseren om mijn baarmoeder mét baby eruit te halen, besluiten wij voor chemotherapie te gaan

Deel 4: Er groeit een baby en kanker in mijn baarmoeder

De week voor de bevalling en operatie proberen we extra veel te genieten van onze zoon Jazz. Hij is nu nog even alleen en heeft ons voor zichzelf. Ik probeer uit te rusten en aan te sterken. Het wordt straks een heftige operatie. Ik wil graag bij bewustzijn zijn tijdens de keizersnede, alleen de gedachte aan de ruggenprik maakt me nerveus. Ik ben vlak voor de geplande keizersnede op van de zenuwen. Er gaan zoveel emoties door me heen. Mijn hoofd maakt overuren: “Gaat ons ventje van 29 weken het redden? Ga ik het redden? Zal de tumor verwijderd worden? Hoe gaat Jazz reageren? Op wie gaat zijn broertje lijken? Doet de ruggenprik pijn?” Er gaat zoveel veranderen morgen, ontzettend spannend.

Ik word emotioneel van de ogen van mijn arts

Ik heb redelijk geslapen. Martijn is er al vroeg. Ik krijg speciale trombosekousen aan. We gaan richting anesthesie. Het is bekend dat ik opzie tegen de ruggenprik. Martijn krijgt daar zijn OK-tenue aan. Dan ontmoeten we de anesthesist, een rustige en grappige dame. We gaan naar een aparte, rustige kamer. Daar stelt ze me gerust. Ze zegt nog lacherig: ‘Nou, ik vind je anders erg rustig’, totdat de hartslagmeter aan de vinger gaat, die verraadt alles. Ze zet de eerste ruggenprik zonder dat ik iets voel. De tweede krijg ik in de OK. We praten over koetjes en kalfjes, we maken grapjes, we laten een traantje en dan is het tijd om te gaan. Wat ben ik nerveus en ik probeer met al mijn kracht, al is dat niet veel meer, hoop te houden. In de OK zijn veel mensen. Het gaat echt gebeuren. Het overvalt me. En tussen al die mensen zie ik daar mijn medische rots in de branding: mijn eigen arts. Zij voelt als mijn thuishaven in dit ziekenhuis. Zij is bij al die afspraken, van begin tot eind, een zeer professionele en kundige arts-chirurg geweest, maar bovenal een oprecht en lieve vrouw. Het voelde alsof geen vraag teveel was. Ze respecteerde onze keuze, al adviseerde zij (en ieder ander) anders. Ze zei ons samen te vechten. Elk moment dat ik haar in operatiepak zag, zag ik die prachtige ogen. Ik werd emotioneel van die momenten, elke keer weer. Ik voelde me altijd op mijn gemak bij haar. Zij stond altijd klaar voor ons en ging mijn leven redden, en ging ons mannetje op de wereld zetten.

Onze kleine Mexx wordt geboren met 1050 gram

Het OK-ritueel begint. Het team neemt alle informatie door en ik moet vragen beantwoorden. Ik mag gaan zitten, rug bol maken en daar gaat de ruggenprik. Direct voel ik tintelingen in mijn benen. Ik mag gaan liggen en alles over me heen laten komen. De anesthesist die ons heeft ontvangen, blijft de hele tijd bij mijn hoofd zitten, vertelt wat er gebeurt en laat me lachen. Wat een gek gevoel dat gerommel in mijn buik. Ik houd mijn adem in totdat hij wordt geboren. Dan wordt onze baby uit mijn buik getild! Hij is er! Onze knappe, krachtige, kleine zoon komt ter wereld: Mexx! De arts laat Mexx even snel aan mij zien en moet dan mee met de neonatoloog en kinderarts. Martijn gaat mee en mag in de couveuse de navelstreng doorknippen. Mexx moest geholpen worden met opstarten en na een paar minuten gaat het beter. Mexx mag even op mijn borst liggen, een magisch moment. Alle ellende van afgelopen maanden is even vergeten. Ik ben op slag (weer) verliefd. Hij is zo knap, zo lief en zo klein. Mexx weegt 1050 gram en is 38 cm lang. Het voelt gelukzalig dat hij er is. De strijd is niet voor niets geweest. Doel behaald. Hoe het verder met mij gaat interesseert me niet meer. Ik ben op. Ik ben zo moe. Het enige wat ik wil is rust. Ik wil onder narcose, niet meer voelen en denken, helemaal niks meer. Mijn strijd is gestreden en de winst is behaald. De mannen hebben nu elkaar. Het is goed. Martijn moet met Mexx naar de NICU. Ik word snel onder narcose gebracht om een Wertheim-Meigsoperatie te ondergaan. Ik val snel in slaap. Diepe rust.

* Martijn vertelt verder over deze dag *

Ik kan weinig doen voor Mexx en Sanne

Na Sanne achtergelaten te hebben in de kundige handen van de chirurgen loop ik met Mexx in de couveuse naar de NICU-afdeling (Neonatologie Intensive Care Unit). Een grote intensive care afdeling enkel voor (ernstig) premature en zieke baby’s. Bij mij is een kinderarts en een verpleegkundige van de afdeling. Trots als een pauw loop ik door de gang, maar ik kan niet ontkennen dat ik ook erg bang ben. “Zal Sanne het redden? Zal Mexx het redden? Hoe moet ik verder met twee kinderen zonder Sanne? Hoe vertel ik Sanne dat onze zoon het niet gered heeft?” Veel verschillende gedachten gaan door mij heen. De tijd vliegt voorbij en ik besef me ineens dat ik alweer een tijdje naast Mexx zijn couveuse zit. Ik wil zo graag wat doen, maar ik kan zo weinig. Mexx heeft allemaal slangetjes aan zijn lijfje en een soort grote snorkel om hem van extra zuurstof en een ademhalingsimpuls te voorzien. Zijn armpjes zijn dunner dan mijn vinger. Wat is hij klein en kwetsbaar. Ik ben verliefd op dit kleine, sterke mannetje.

Ik word overmand door emotie

Nu is het tijd om de familie te informeren dat de bevalling goed is gegaan en we nu nog een zoon hebben. Ik bel ze op de gang. Als ik weer terug ben bij Mexx, vraag ik de verpleegkundige wat ik kan doen. Ik krijg instructies voor de sondevoeding, de couveuse en alles op de NICU. De artsen vertellen dat de eerste drie dagen het spannendste zijn. Gaat Mexx het redden of niet. Zelf ben ik in gedachten bij Sanne: “Wat gebeurt daar nu?” Allerlei gedachten flitsen door mijn hoofd: “Straks word ik in een kamertje geroepen en vertellen ze dat Sanne het niet gered heeft”. Ik probeer het van me af te zetten al vind ik dat erg lastig. De dag gaat enerzijds snel. Er gebeurt van alles. Anderzijds duurt het wachten op de terugkomst van Sanne zo lang. Ik mag de eerste keer met Mexx buidelen (huid op huid contact maken). Ik word overmand door emoties. Met Mexx op mijn borst lopen de tranen over mijn wangen.

Sanne is kapot

Rond 17.00 uur komt het verlossende telefoontje. De operatie is goed verlopen en Sanne is op de verkoeverkamer. Ondertussen ken ik de weg goed in het Radboud, dus ik ben snel bij de verkoeverkamer. Sanne wordt net binnen gereden. Ze is nog niet wakker. Voor mijn gevoel duurt het best lang voordat ze wakker begint te worden. Ook rondom Sanne zijn er veel slangetjes en piepjes. Een morfinepomp, diverse infuusslangen en een bleek gezicht tekenen haar. Ik kus haar. Ze kijkt me even aan. Waarschijnlijk is ze misselijk, want ze spuugt direct alles onder. Samen met de verpleegkundige proberen we Sanne en haar bed te verschonen. Sanne is ondertussen meer wakker en ik zie dat ze dit vreselijk vindt, zo afhankelijk zijn van hulp. Nadat Sanne meer bij is, rijden we haar naar haar kamer. Dit is naast de NICU. Fijn, zo kan ik snel bij Mexx zijn. Sanne moet rusten.

Sanne wordt rond 20.00 uur wakker. Ik vraag of ze naar Mexx wil, daar kunnen we met bed en al naar toe, maar dit lukt haar nog niet. Ze is emotioneel leeg, heeft pijn en is moe. Na een half uurtje gaan we toch samen kijken. Zoveel gemengde gevoelens krijg ik. Trots op Mexx en Sanne, maar angst voor de kanker. “Is de kanker wel echt weg? Hoe gaan Mexx en Sanne herstellen?” Ik zie de liefde voor Mexx aan Sanne, maar ze ziet er ook enorm gebroken uit. “Ze heeft het gedaan, gevochten voor twee. Ik kan niet wachten om Mexx ook aan zijn grote broer Jazz voor te stellen. Nog even en we zijn met z’n vieren samen thuis. Zou dit dan het echte einde van deze rollercoaster zijn?”, denk ik.

Ik voel me een kasplant

Voor mijn gevoel word ik een paar seconden later wakker op de verkoever. In werkelijkheid is het 8 uur later. De verpleger vertelt dat mijn man er zo aan komt. Ik val in slaap. Even later word ik weer wakker en zie ik Martijn. Hij kust me en ik spuug alles onder. Ik ben high en enorm misselijk. Het liefste wil ik opstaan, in Martijn’s armen kruipen, me veilig voelen en zeggen hoeveel ik van hem houd, maar dat lukt niet. Ik kan niet praten, mijn hoofd is niet helder, ik ben moe en heb veel pijn. Ik voel me een kasplant. Martijn vertelt over Mexx. HIj is al die tijd bij hem geweest en tussendoor is hij op de hoogte gehouden van de voortgang van de operatie. De tumor is eruit, met de rest van mijn vrouwelijkheid. De baarmoeder, baarmoederhals, steunweefsel, ophangbanden en lymfeklieren zijn verwijderd en zijn richting patholoog voor onderzoek of alle snijranden schoon zijn. Als dat niet zo is, volgt er nog een traject met bestralingen. De uitslag hiervan krijgen we twee weken later. Ik krijg medicijnen tegen de misselijkheid en na een tijdje mag ik naar de afdeling. De ruggenprik raakt uitgewerkt, de epidurale blijft drie dagen zitten met een pijnpomp. Ik wil Mexx zien. Ik ben benieuwd hoe hij er uit ziet en hoe hij het doet. Alleen voel ik me zo high. Moeheid en pijn overheerst. Eerst de pijnpomp een zetje geven en dan richting NICU.

Ik word in mijn bed naar Mexx gereden. Daar ligt hij, in zijn eigen ‘huisje’, een couveuse met een doek erover. Zo bootsen ze de baarmoeder na, zodat een baby het gevoel heeft alsof die nog in de veilige baarmoeder zit. Ik mag met Mexx buidelen. Enerzijds wil ik dit heel graag, anderzijds vind ik het doodeng. Hij is zo klein, heeft zoveel slangen en een zuurstofmasker op zijn neus. Hij ziet er zo kwetsbaar uit. Mijn moederhart wint natuurlijk en ik voel zijn lijfje op mijn borst. Dit is hoe het moet zijn, zo teder, zo lief, zo mooi. Ik ben zo trots op dit knappe ventje. Ik breek, ik loop over van liefde, maar ik voel me ook ziek. Ik ben zo moe en leeg. Er is zoveel pijn. Ik wil terug naar mijn kamer, slapen en hopen dat morgen een betere dag wordt. Ik denk: “Als elke dag een beetje beter wordt, kunnen we straks weer ons oude, vertrouwde leventje oppakken”. Toen nog niet wetende dat vanaf nu ons leven nooit meer hetzelfde zal zijn.

SANNE

Plaats een reactie