Onze tweeling kwam met 26 weken ter wereld

| | ,

Ondanks alles zette de ontsluiting door

Compleet overrompeld, beduusd van wat er gebeurde en tegelijkertijd bang voor wat er ging komen, zette mijn ontsluiting door. Die avond en nacht, inmiddels 26 weken en 5 dagen zwanger, heb ik 14 uur aan de CTG gelegen. Ik was op. Ik kon niet meer. Ik pufte talloze weeën weg. Mijn ontsluiting zette door. De arts gaf me een magnesiumkuur via het infuus om de hersenen van de baby’s een boost te geven en te beschermen tegen een hersenbloeding. Kort na die kuur zwakten de weeën weer af, maar de ontsluiting zette door. Er werd gesproken over een spoedkeizersnede. Een aantal dagen hiervoor was al duidelijk geworden dat ik via een keizersnede moest bevallen, omdat de baby’s op het laatste moment gedraaid waren. De OK werd klaargemaakt en ik werd erheen gereden. Ik voelde me angstig en sterk tegelijk. Bizar.

Er stonden acht artsen klaar voor de meisjes

Een anesthesist zette de ruggenprik. Die voelde ik niet, omdat ik compleet van de wereld was van alle pijn, indrukken, angst en adrenaline van de afgelopen twee weken. Binnen 20 minuten werd Sam geboren met een apgarscore van 1-1-6. Op het moment dat ze haar wilden reanimeren begon ze, wonder boven wonder, toch te ademen. Drie minuten daarna is Beau geboren met een apgarscore van 1-6-8. De meiden werden meteen meegenomen naar een aparte ruimte waar acht artsen klaarstonden om ze op te vangen. Voor elk kindje vier artsen. Ze kregen zuurstof, een sonde, infuus, zuurstofmeter en hartslagmetertje. Deze minimensjes van slechts 750 gram hadden in de eerste minuten van hun leven al meer medische handelingen doorstaan dan sommige anderen in hun hele leven.

In het Ronald McDonald Huis vroegen wildvreemden of we een kopje soep wilden mee eten

Onze kindjes werden direct na de bevalling bij ons weggehaald, opgevangen door een team van artsen en kregen alle zorg die ze nodig hadden op de NICU. Een aantal dagen na de bevalling werd ik ontslagen uit het ziekenhuis. Ik mocht naar huis. Dat vond ik beangstigend, want dat betekende dat ik niet meer één verdieping van mijn kinderen verwijderd was, maar ruim 60 kilometer van ze vandaan zou zijn. Gelukkig konden we terecht in het Ronald McDonald Huis naast het ziekenhuis, op loopafstand van de NICU. Hoe mooi was dat? Ik kon wel huilen van blijdschap. Natuurlijk wil je hier nooit hoeven komen, maar wat ben je blij dat je daar terecht kunt als je kinderen zo ziek zijn. De eerste dagen hadden mijn vriend en ik niet echt behoefte om met andere ouders of met de vrijwilligers te praten in het Huis. Ik was zelf volop in herstel van de keizersnede en zat in een rolstoel. Bovendien kon ik de verhalen van andere ouders echt niet aan. Toch kregen we na een aantal dagen contact met verschillende ouders. Elk met een eigen verhaal. Het waren verhalen die steun gaven, omdat ze op dat van ons leken. Daar deelde je je grootste nachtmerrie met wildvreemden. We hadden allemaal dezelfde angsten: “Hoe loopt het af met mijn kind? Komt het wel goed? Hoelang zouden we hier nog moeten blijven? Wat staat ons te wachten in de toekomst?”. Het schept een bijzondere band.

We verbleven in het Ronald McDonald Huis van het AMC. Dat Huis heeft een gezellige tuin. Dagelijks zag ik ouders daar heel even een momentje pakken om van de zomerzon en kopje koffie te genieten. Een lach, een traan, intense gesprekken, de bezoekers en de vrijwilligers. Wat voelde het fijn dat deze plek er was. Verwonderd en geraakt werd ik door ouders die het zelf moeilijk hadden en toch aan ons vroegen of we een portie eten wilden of een kopje soep. Iedereen was begaan met elkaar. Ik wil erg graag dat deze plek, en andere Huizen blijven bestaan. De Ronald McDonald Huizen krijgen geen subsidie, maar zijn afhankelijk van de gulheid van anderen. Help jij mee? Doneer HIER een willekeurig bedrag, en help andere gezinnen.

We vonden steun in andere ouders in het Huis

Na vijf weken waren onze meiden sterk genoeg (ze wogen 1,5 kilo – dus ze waren nog steeds piepklein en ontzettend kwetsbaar) om overgebracht te worden naar een ziekenhuis in onze regio. Het Julianakinderziekenhuis (JKZ) in Den Haag. Het was een mooie mijlpaal en tegelijk weer een grote verandering voor ons en voor de meisjes. In het JKZ werden we met open armen ontvangen. De eerste nacht roomden we in, dat betekende dat ik bij onze meisjes op de kamer sliep. Al snel merkte ik dat ik geen oog dicht deed, doodmoe werd van alle prikkels die ik daar dag en nacht meekreeg. Er werd door de verpleging voorgesteld om thuis te gaan slapen. We wonen ten slotte maar 20 minuten van het JKZ vandaan. De gedachten aan thuis slapen brachten me compleet in paniek. Zo ver weg van mijn baby’s, dat wilde ik niet. Bovendien kolfde ik acht keer per etmaal en had ik geen voorraad. Een verpleegkundige stelde voor om te vragen of ik in het Ronald McDonald Huis kon trekken, wat een etage boven de neonatologieafdeling is gevestigd. Dat leek ons wel wat. We hadden tenslotte al een positieve ervaring in het vorige Ronald McDonald Huis. Wat waren we blij dat we daar konden verblijven. Hier kwamen we snel in contact met andere ouders. Het voelde echt als een fijne plek om even weg te zijn van de afdeling waar de hele dag (vervelende) handelingen bij onze kindjes werden verricht. Scans, echo’s, oogonderzoek, bloedprikken, zuurstofmaskers wisselen, infuusjes aanleggen, sondewisselingen, het is allemaal zo veel. Daarbij gaf elk onderzoek ons stress, die stress merkten we ook op bij de andere ouders en dat gaf steun.

We bereikten mijlpalen met onze baby’s

Elke week, iedere dag kregen we meer vertrouwen dat het goed zou komen met onze meiden. Ze groeiden tot echte baby’s. Hun glazige huidje werd gevuld met babyvet, hun oogjes gingen vaker open en kregen glans, ze begonnen hun eerste geluidjes te maken en reageerden op onze stemmen en aanrakingen. De mijlpalen die we meemaakten zoals van 1,5 naar 2 kilogram, een gehoortest en oogtest waar ze voor slaagden en de eerste keer aanleggen voor borstvoeding deelden we vaak met de vrijwilligers of andere ouders in het Ronald McDonald Huis. Voor ons was er op dat moment geen betere plek dan daar, dichtbij de kindjes en toch een plek waar we ons even terug konden trekken uit het medische gebeuren. Dit huis maakte onze tijd dragelijker, fijner en gaf een moment tot ontspanning. We zijn zo dankbaar dat we er zolang mochten verblijven. Na ruim 100 dagen hebben wij het ziekenhuis met twee gezonde baby’s mogen verlaten. Inmiddels zijn de kinderen ruim 3 jaar en gaat het hartstikke goed met ze.

Lees HIER nog meer prachtige verhalen en doneer mee.

LINDA

Plaats een reactie