Ik bel de politie en geef mijn 3-jarige zoon als vermist op

| | ,

Het was 8 september, de laatste mooie zomerse dag. Wegens de verjaardagen van mijn schoonouders, namen wij onze kinderen een dagje mee naar Scheveningen. Overdag genoten wij op het strand. Jens (6 jaar) en Stijn (3 jaar) konden hun lol niet op tijdens het vangen van kwallen. Onze andere zoon Wout (5 maanden) vertoefde bij opa en oma op het terras verderop. Deze gezellige dag sloten we af met een diner aan het strand. Jens en Stijn vertrokken tijdens het eten naar een springkussen. Ze hadden het netjes gevraagd. Het springkussen was op steenworp afstand en met vier volwassenen hadden we ze goed in het vizier. Dat dachten we althans…

Binnen een seconde ben ik mijn kind kwijt op het strand

Jens komt bij ons terug: “Stijn is weggelopen”. Met een soort ongeloof vraag ik waar naar toe. “Hoe kan dat nou? Hij was nog geen seconde geleden aan het springen. Ik heb het zelf nog gezien”, denk ik in paniek. Jens wijst mij een kant op, maar haalt tegelijkertijd zijn schouders op, omdat hij het eigenlijk niet weet. Mijn god, ja hoor het is echt waar: je kind ben je echt in een seconde kwijt! Ik zit er notabene met mijn neus bovenop. Ik ren langs de strandtenten in de hoop hem nog ergens te spotten, met zijn neongele zwembroek. Ondertussen schiet mijn man samen met mijn schoonvader het strand op. “Hij zal toch niet naar de zee zijn? Stijn kan nog niet zwemmen. Hij zal toch niet met iemand mee zijn gegaan?”, schiet er door mijn hoofd. Nadat ik langs een stuk of acht strandtenten ben gerend, ga ik terug naar oma. Zij zit met haar twee andere kleinkinderen. “Ik ga de politie bellen”, schreeuw ik, “het is een spelt in een hooiberg op dit strand.”

Ik bel direct de politie

Met de adrenaline door mijn lijf bel ik de politie, maar ondertussen blijf ik verrassend kalm. Aan de telefoon meld ik dat ik mijn zoon kwijt ben en waar ik nu ben. De vrouw aan de telefoon stelt mij nog een aantal vragen om zijn signalement in kaart te brengen. ‘Mevrouw, blijf waar u bent. De politie komt naar jullie toe’. We hangen op. Ik scan de omgeving op zoek naar Stijn en de politie. Ondertussen meld ik de vermissing ook bij de strandtent en zeg dat de politie komt. Mijn man en schoonvader zijn nog steeds op het strand aan het zoeken. Er zijn inmiddels al zeker 10 minuten voorbij.

Stijn is een half uur weg, maar er is nog steeds geen politie

Een kwartier na het telefoontje is de politie er nog steeds niet. Stijn is al bijna een half uur weg. Zo boos als ik ben, bel ik de alarmlijn weer met de vraag waar ze blijven. “Of zijn jullie misschien al aan het zoeken?”, opper ik. “Nee, sorry mevrouw, er zijn zoveel meldingen op dit momenten, dat zijn melding nog in de wacht staat”. Pardon!? Een vermissing van een kind van drie jaar, op Scheveningen staat in de wacht!? Hoe dan?! Hier word ik echt zo boos om! Desondanks vraag ik rustig wat ik momenteel kan doen, want hier blijven staan voelt niet goed. “Zal ik naar de strandwacht lopen?”, vraag ik. “Ja dat lijkt mij een goed idee”, zegt de agente. Ik ren het strand over naar de strandwacht. Ik vertel wat er aan de hand is. Gelijk wordt de bemanning op de auto gewaarschuwd en zoeken ze mee. Ze hadden de melding nog niet van de politie doorgekregen. Mijn klomp brak echt op dat moment!

De politie vindt Stijn

Na twee minuten werd ik door de politie terug gebeld, dat Stijn gevonden is. Hij staat boven aan de boulevard bij de politieagent met motor. Pffff, thank god, hij is terecht en wordt door de agent naar ons toe gebracht. Jeetje, ik ben in deze driekwartier 100 jaar ouder geworden. Stijn was niet zo onder de indruk van zijn verdwijning. Hij had op een gegeven moment wel door dat wij weg waren en vroeg aan een meneer waar mama was. Deze meneer had gelukkig de politie gebeld. Ook had hij een ijsje van deze meneer gekregen voor de schrik.

Ik zit met een hoop vragen

Stijn heeft er ongetwijfeld niets van geleerd, want hij had de dag van zijn leven. Op avontuur, een ijsje en mee op de politiemotor… Maar ik weet dit zeker: hij gaat nooit meer de deur uit zonder een GPS-horloge! In de auto komen er zoveel vragen op: “Waarom staat een oproep in de wacht van een vermissing van een kind op een druk strand? Ik neem aan dat dit wel hoge prioriteit heeft? Daarnaast vind ik het ook heel raar waarom de strandwacht niet op de hoogte is gebracht. Deze hulpdiensten werken toch samen? Helemaal als de politie het zo druk heeft. De strandwacht kan je immers niet zelf bellen, dat moet ook via de alarmlijn”.

Ik heb altijd gedacht: “Zoiets overkomt mij niet. Ik zit er altijd bovenop”. Maar echt geloof me: je knippert met je ogen en kinderen zijn weg!

NATHALIE

Plaats een reactie