Onze echo eindigde met “veel sterkte”

| | ,

We wilden heel erg graag een tweede kindje. Na een aantal maanden hadden we een positieve test in onze handen. “Yes, ik ben zwanger“, dacht ik, “wat snel”. We leefden van echo naar echo. “Is alles goed? Groeit de baby?”, vroeg ik me af. Dit was anders dan bij mijn eerste zwangerschap. Ik was zeker dolgelukkig, maar toch voelde deze tweede zwangerschap anders. Zowel voor mij, als voor mijn man. “Komt het misschien doordat het de tweede zwangerschap is?”, vroeg ik mezelf vervolgens af. Ik voelde een soort spanning. Maar de echo’s zagen er iedere keer weer goed uit. “Dan zal het wel goed zijn! Toch?”, bedacht ik me.

In de echokamer kregen we een grote klap

We hadden met 14 weken en 2 dagen een “pretecho“ staan. We wilden graag het geslacht van onze baby weten. “Krijgt onze zoon een broertje of een zusje?”, vroegen we ons af. Mijn vriend zei die ochtend nog: “Ik ben zo benieuwd wat het geslacht is!” Waarop ik antwoordde: “We zien het wel. Als ons baby’tje maar gezond is!”. Het zat me nog steeds niet lekker. Het voelde gewoon niet goed. Alsof ik het aanvoelde.

In de echokamer kregen we een klap. Tijdens de echo bleef het lang stil, te lang. Het hartje klopte goed. Ons kindje bewoog flink. Het geslacht vertelde de echoscopist echter niet. Hij was stil. Het duurde ontzettend lang. “Ik kan het niet goed zien”, zei hij, “je hebt weinig vruchtwater. Bovendien zie ik iets bij de placenta“. Ik schrok. “Heb ik weinig vruchtwater of te weinig vruchtwater?”, vroeg ik direct. Mijn keel werd droog. “Zie je wel”, dacht ik. “Minder dan gemiddeld”, onderbrak de echoscopist mijn gedachten. We werden doorverwezen naar het ziekenhuis voor een medische echo. Een dag later konden we al terecht. Dit was de langste dag uit mijn leven. Er spookten allerlei gedachten door mijn hoofd. “Hoe kan ik zo weinig vruchtwater hebben? Is er iets mis met het kindje? Hebben ze het misschien verkeerd gezien?”. Ik maakte mezelf helemaal gek.

Ik hoorde die verschrikkelijke ‘maar’ en de rest volgde

Tijdens de medische echo verzekerde de verloskundige mij een aantal keer: “Ik zeg meteen eerlijk wat ik zie!”. Ze begon positief: “Kijk, wat een bewegelijk kindje. Het hartje klopt mooi”. Ik kreeg goede hoop van haar woorden. Het klonk als een gezond baby’tje. Toen ze alle organen af ging, bleef het stil. Het brak mijn hart. Want ik wist toen zeker: dit is niet goed. Ik wachtte met heel mijn ziel en hart op die verschrikkelijk ‘maar’, en die kwam. Ze benoemde weer alles wat ze zag en dat was niet positief. Toen de echo klaar was, sloot de echscopist af met: “Veel sterkte“. Mijn vriend en ik keken elkaar aan. We zagen het in elkaars ogen: dit was foute boel. Tranen stroomden over mijn wangen. Ik fluisterde naar mijn vriend: “Het komt niet meer goed. We moeten afscheid nemen van ons kindje. Ik voel het!”

Een uur later hadden we een gesprek met de gynaecoloog. Ze legde uit wat de verloskundige gezien had. Het was inderdaad helemaal mis. Er waren verschillende afwijkingen te zien. Het was blijkbaar zo erg dat dit niet eens uit de NIPT naar voren zou kunnen komen. Ons kindje had teveel chromosomen. “Botte pech“, noemde de gynaecoloog het. Ons kindje was niet levensvatbaar. En toen stond ineens de wereld stil. Ik kon alleen maar huilen.

We hadden geen keuze

We kregen officieel vijf dagen de tijd om na te denken over de toekomst van ons en ons kindje. Dit moest wettelijk. We hadden al een keuze gemaakt, alhoewel we eigenlijk geen keuze hadden. We moesten deze zwangerschap beëindigen, hoe moeilijk het ook was. We kregen informatie over het traject dat we ingingen. De gynaecoloog vertelde dat ik op natuurlijke wijze moest bevallen, omdat ons kindje al best groot was. “Ach”, dacht ik op dat moment, “dat doe ik wel even. Bij mijn eerste ging het ook zo snel en soepel.” Ik wilde niet meer zwanger zijn en dat mensen dat konden zien. Wat duurde die week lang. Ik droeg de hele week wijde truien.

De geboorte boven het toilet

Na 5 dagen hadden we weer contact met het ziekenhuis. Ik kreeg medicatie mee. Een aantal dagen later lag ik in het ziekenhuis aan de weeënopwekkers, te wachten tot mijn lichaam hierop zou reageren. Dat deed het direct, maar na een aantal uur ebde de weeën weg. De weeën kwamen niet terug, zelfs niet na een hogere dosis weeënopwekkers. Mijn geduld werd enorm op de proef gesteld. Het wachten was intens. Na 36 uur startte mijn lichaam weer met weeën maken. Ik stapte in bad, zodat ik even kon ontspannen. Hopelijk zetten de weeën daar verder door. Het tegendeel was waar. Na 38 uur en een pijnlijke weeënstorm, zakten de weeën weer af. Ze waren ineens compleet weg. Ik was aan het vloeken. Het deed pijn en ik was er klaar mee. Ik wilde naar huis, naar mijn zoontje. Ik stuurde huilend iedereen de kamer uit. Ik had behoefde aan mijn man en niemand anders.

Toen iedereen weg was, voelde ik druk. “Ik moet even naar het toilet”, zei ik tegen mijn vriend. Ik liet een diepe zucht van teleurstelling. Mijn lichaam was helemaal stil geslagen. Er gebeurde niets. “Waarom duurt het zo lang?”, vroeg ik me af in het toilet. En toen is seconden daarna ons zoontje geboren. Op vrijdag 28 februari, boven het toilet van het ziekenhuis. Heel mooi in zijn vruchtzak. Hij zat nog in zijn veilige huisje. Wat was ik blij dat de bevalling voorbij was. Het herstel moest echter nog beginnen en dat viel me erg tegen.

Een kraamvrouw zonder baby

Ik kreeg een extra klap thuis. Wat doe je als je herstellende bent zonder baby? Ik had niets om handen, dus ik ging door met mijn oude leven. Al gauw floot mijn lichaam mij terug en flink ook. Ik heb ontzettend veel pijn gehad. Daarnaast had ik het mentaal zwaar. Ik had veel verdriet. Ik werkte op een kinderdagverblijf en werd continu geconfronteerd met baby’s en zwangere moeders. Wat waren die eerste weken zwaar.

Langzaam voelde ik me steeds een stukje sterker. Ik voelde me steeds meer mezelf. En wat voelde dat fijn. De uitgerekende datum passeerden we, en ook die dag was met verdriet en rouw. Nadat ik was bevallen van ons kleine mini ventje, heeft de verloskundige
foto’s van hem gemaakt, die we terug kunnen kijken. Want hem in het echt zien, dat durfden we niet. Gelukkig hebben we de foto’s en die zijn mij erg dierbaar. Nu heeft hij een mooie plekje op de begraafplaats met een grote vlinder, zodat we ons kindje altijd even kunnen bezoeken.

DANIEKE

Plaats een reactie