
Tessa (42): “Jij bent een zorgouder”, zei iemand tegen me, en dat kwam harder binnen dan verwacht"
Ik ben zorgouder
En dit is een zin die ik nog steeds niet makkelijk uitspreek. Want wat maakt iemand eigenlijk een zorgouder? Zijn dat alleen ouders van kinderen met zware medische zorg? Ouders die dag en nacht verpleegkundige handelingen uitvoeren? Ouders die hun hele leven volledig in het teken van zorg moeten zetten?
Soms voelt het alsof ik mijzelf dat label niet mag geven. Alsof er altijd iemand is die het zwaarder heeft. Alsof mijn verhaal niet “genoeg” is om mijzelf zorgouder te noemen. En toch weet ik diep van binnen dat ik het wel ben. Ik ben moeder van drie hele bijzondere kinderen. Kinderen met zorgbehoeften, die fysieke, verstandelijke en ontwikkelingsuitdagingen hebben. Kinderen die niet vanzelfsprekend mee kunnen draaien in de wereld zoals die bedoeld lijkt voor ‘gezonde’ kinderen.
Wanneer ben je een zorgouder?
Al lange tijd draait mijn leven (ons leven) om afspraken, regelen, begeleiden, aanpassen en zorgen. En ondanks dat voelt het woord zorgouder vreemd. Misschien omdat ik mij in de eerste plaats gewoon moeder voel. Want ouder zijn betekent toch zorgen? Iedere ouder maakt zich zorgen. Iedere ouder staat klaar. Iedere ouder past zich aan aan wat een kind nodig heeft.
Maar toch merk ik ergens onderweg dat mijn vorm van ouderschap anders is. Niet beter, niet zwaarder, maar anders. Waar ik om mij heen zie dat andere ouders langzaam meer vrijheid krijgen naarmate hun kinderen ouder worden, blijft dat voor mij anders. Ik moet altijd nadenken over prikkels, toegankelijkheid, energie, veiligheid en haalbaarheid.
Een dagje weg is niet zomaar een dagje weg. Alles vraagt om voorbereiding. En toch merk ik dat dit ondertussen normaal voelt. En misschien is dat precies waarom ik moeite heb met het woord zorgouder.

Ik word wakker als moeder
Ik word niet iedere dag wakker met het idee dat ik zorg verleen. Ik word wakker als moeder. Ik doe wat nodig is. Ik pas mij aan omdat je dat doet wanneer je van je kinderen houdt.
De zorg is heel langzaam onderdeel geworden van ons normale leven. De situatie van mijn kinderen heb ik geaccepteerd, maar het label zorgouder nog niet.
Ik heb geaccepteerd dat ons leven anders loopt dan ik had gedacht. Ik heb geaccepteerd dat sommige dingen voor ons moeilijker zijn. Ik heb geaccepteerd dat ik vaker moet vechten voor hulp, begrip en ondersteuning. Ik heb geaccepteerd dat vermoeidheid inmiddels mijn vaste vriend is geworden.
Maar accepteren dat ik zorgouder ben voelt om de een of andere reden ingewikkelder. Het woord voelt groot en zwaar. Alsof ik daarmee hardop moet erkennen dat ons leven nooit helemaal zorgeloos zal zijn. En als ik dit zo schrijf, denk ik dat daar het pijnpunt zit.

De grens tussen gewone moeder en zorgouder
Want wanneer steek je over de grens van ‘gewone moeder’ naar zorgouder? Is dat wanneer je stopt met werken om voor je kinderen te zorgen? Wanneer je leven steeds meer draait om therapieën en afspraken? Wanneer je continu alert bent?
Ik weet het niet.
Ik weet alleen dat ik heel lang heb geprobeerd om mijzelf vooral als gewone moeder te blijven zien. Want ik was bang voor alles wat het label zorgouder met zich meebrengt. Het voelt alsof dit woord zichtbaar maakt hoeveel impact zorg heeft. Hoeveel ruimte het inneemt en hoe anders ons leven is.
Meer dan alleen ouder
Als zorgouder ben je niet alleen ouder, maar ook planner, begeleider, ondersteuner en belangenbehartiger.
Maar ik weet inmiddels ook dat het woord zorgouder niet alleen zwaar hoeft te zijn. Want achter dat woord zit ook heel veel liefde, kracht, doorzettingsvermogen en aanpassingsvermogen.
Zorgouders zijn ouders die iedere dag opnieuw opstaan, ook wanneer ze moe zijn. Ouders die altijd blijven zoeken naar wat hun kind nodig heeft. Ouders die hun kinderen zien voor wie ze zijn en niet alleen voor hun beperkingen.

Erkenning voor wat vaak onzichtbaar blijft
Jarenlang ben ik gewoon doorgegaan. Ik sta niet vaak stil bij wat ik eigenlijk allemaal draag. Ik raak gewend aan het regelen. Aan het zorgen en aan het aanpassen. Aan het altijd alert zijn.
Tot iemand laatst tegen mij zei: “Jij bent een zorgouder.”
En dat woord kwam harder binnen dan ik had verwacht.
Ik vond het confronterend. Misschien wel om de erkenning die het gaf. Erkenning voor alles wat vaak onzichtbaar blijft. De mentale belasting en de zorgen die nooit helemaal verdwijnen.

Gewoon moeder én zorgouder
Ik ben nog steeds zoekende in die identiteit. Misschien mag ik beide zijn. Gewoon moeder én zorgouder. Want het één sluit het ander niet uit.
Mijn kinderen zijn niet alleen hun ziektes en beperkingen. En ik ben niet alleen de zorg die ik draag.
De acceptatie begint niet bij het volledig omarmen van een label. Het begint bij het erkennen van wat er is. Mijn leven is anders. Mijn zorgen zijn anders. Het dagelijks leven vraagt meer van mij dan mensen vaak zien.
Ik hoef daar niet eerst volledig vrede mee te hebben om mijzelf zorgouder te mogen noemen. Ik mag twijfelen en ik mag verdriet voelen om alles wat anders loopt.
Maar trots ben ik op mijn kinderen. Trots op hoe ver wij zijn gekomen. Trots op mijzelf, omdat ik iedere dag opnieuw probeer om er te zijn, ook wanneer het zwaar is.
Ik ben zorgouder.
Ook als dat woord nog niet helemaal als het mijne voelt.
En dat is oké.
TESSA
Insta: @bijentessa
Lees HIER meer blogs van Tessa

