Een brief aan mijn premature baby (deel II)

Ik schrijf een brief aan mijn premature baby. Ik heb al een deel I, hier, geschreven. Hieronder het vervolg hierop, deel II.

Ze namen je mee Nikki. En ik wilde eigenlijk direct met ze mee. Maar dat mocht niet. En achteraf begrijp ik waarom. Mijn meisje. Ze moesten je stabiel krijgen: een sonde aanbrengen, plakkers plakken en meerdere infusen prikken. Maar hoe prik je een infuus in zo’n ienimienie armpje?! Die adertjes zijn niet te vinden! En dat is inderdaad lastig. En daar mogen ouders niet bij zijn. Want ja, die zullen instorten naast de couveuse… logisch. Een verpleegster vroeg of ik iets wilde eten of drinken. Eten of drinken? Wat denk je zelf? Ik kan weken leven alleen op ‘bij mijn kindje zijn’. Dat is het enige wat ik wil, wat ik drink, wat ik eet en wat ik inadem. Elke vezel wilde haar zien, bij haar zijn. Ik mocht eindelijk naar haar toe met bed en al. Met ingehouden adem werd ik richting jou gereden liefje. Ik zag een superklein hoopje vlees met takjes als botjes naakt en verstopt onder enorm veel plakkers, snoeren, een groot masker, een snorkel en een bril. Met mijn handen raakte ik de couveuse aan. Ik stortte in… Ik begon hartverscheurend te huilen. De hele afdeling wilde niet naar me kijken, maar deed het toch. En het kon me niets schelen. Niets kon me iets schelen, alleen jij Nikki. Iemand van de afdeling kwam naar me toe en zei: “Je mag je hand wel op haar leggen”. En Nikki, ik heb het niet gedaan. Ik was bang dat ik voor een verstoring zou zorgen in je ademhaling of een plakker of snoertje zou raken. Ik hoop dat je dat begrijpt. Papa durfde het gelukkig wel. Er rolde een traan over zijn wang. En schatje, ik zal je zeggen: papa huilt nooit, echt nooit. De verpleging gaf me uitleg over al deze snoeren en de vele metingen op de monitor. Ik wilde dit helemaal niet horen. Ga weg. Allemaal. Ik zat zo vol verdriet en boosheid. Terwijl jij aan het vechten was voor je leven. En Nikki, de kleinste maat luier zat als vuilniszak om je billen heen. En dat maakte dat je nog veel kleiner leek dan je al was. Je kon denk ik op mijn twee handen liggen. En Nikki, liefje, dit klopt gewoon niet. Deze strijd is niet eerlijk. En toch voer je hem, als een dappere krijgster. Ik neem mijn petje voor je af. Opeens hoorde ik een piep, en nog een piep en daar ging een bel af. Ben jij dat Nikki?! Wakker worden! Er komen mensen aangesneld, ze kijken op de monitor, doen de couveuse open, aaien je en zeggen: “Kom op liefje”. Mijn hart slaat een slag over bij deze uitgesproken zin. Daarna geven ze je voorzichtig een setje. Ik draai mijn hoofd weg. Eén piep, gaat uit, vervolgens de bel ook. De verpleging zucht en doet de couveuse weer dicht. Schatje, het bleek dat je zuurstof laag was en daarbij had je een hartslagdaling. Van deze alarmbellen zouden we de aankomende periode nog heel erg veel horen. En Nikki ik ben daardoor een beetje getraumatiseerd, want telkens als ik een geluidje hoor wat daarop lijkt (zoals in een ziekenhuisserie), springen er spontaan tranen in mijn ogen en gaat mijn hartslag drie keer zo snel. De daaropvolgende 11 weken waren erg slopend voor mama en papa. Ik was elke dag bij jouw couveuse en ik probeerde je te verzorgen zodra dat mocht. Ik was er ‘s ochtends, ‘s middags en ‘s avond tot 23.00 uur. Ik at in het ziekenhuis en viel soms in slaap in de stoel naast je. Ik waakte over je als een leeuwin over haar kroost. De verpleging zei me dat ik tijd voor mezelf moest nemen. Maar lieve Nikki, hier heb ik nooit naar geluisterd. Het beste was om bij elkaar te zijn, voor jou, maar ook voor mij. Ik wilde dat er zo min mogelijk vreemde handen aan je zaten. Ik las elke avond verhaaltjes voor met één hand in de couveuse. Ik hoop dat je die goed gehoord hebt, want er zaten hele leuke bij. En Nikki, ik probeerde me bij jou altijd groot te houden. Sterk, net zoals jij. Maar iedere avond in de lift naar beneden (zo laat waren er vaak weinig mensen in het ziekenhuis) liet ik mijn tranen de vrije loop, ik huilde in de auto, op weg naar de slaapkamer en ik viel met tranen in slaap, totdat de wekker ging en ik weer naar het ziekenhuis kon gaan.

Langzaamaan kon je steeds meer moedermelk drinken via de sonde en mochten er steeds meer snoertjes van je af. Ook het zuurstofmasker mocht weg, er kwam een ‘snorretje’ en daarna was je gezicht helemaal vrij. Hoeraaa, wat was je mooi meisje. Mama maakte gelijk foto’s. En daar kwam ook het moment dat je maat 48 aankon (prematurenmaatje, maar wat waren we blij!). Hoewel we telkens werden gestoord door al die dramatische bellen, ging je goed vooruit! Echt meisje, wat ben ik trots op je. Door alle verhalen die je meekrijgt bij de buren en om je heen, word je geconfronteerd met vreselijke beelden. Slechte vooruitzichten, operaties en moeilijke gesprekken. Dit bleef ons allemaal bespaard. Hoewel, het 11 vreselijke weken waren, had je geen operatie nodig, kon je alles zelfstandig en bleken alle afgenomen testen goed.  Van de dokter hoorden we dat je uit de baarmoeder wilde, omdat de placenta losliet. En meisje, dank daarvoor! Anders zat je zonder zuurstof in de baarmoeder. Volgens de artsen was er geen duidelijk reden waarom; ‘gewoon’ botte pech. Je mocht mee naar huis met 42 weken. Het was een feestdag! De slingers hingen ook eindelijk bij ons thuis en we aten taart.

Nikki, je bent nu 6 jaar. Ik heb me veel zorgen gemaakt en jouw ontwikkeling (te) goed in de gaten gehouden. Ik vond het namelijk spannend, en ik wilde direct alert zijn op iets wat niet goed ging. Maar schatje, niets van dit alles. Je hebt geen enkele achterstand. Je zit nu in groep 3 en bent hartstikke slim, bijdehand, mooi en lief! Het was een zware weg, maar er is ons gelukkig ook een hoop bespaard gebleven. En mijn allerliefste Nikki, daar zijn we vooral  heel dankbaar voor!

FOUNDER LAURA

BlogRedactieComment