Top vijf ex-ergernissen aan ouders voordat ik zelf vader werd: Passieve ouders

Iedereen kent wel zo’n gezin waarvan je de ouders eigenlijk vanaf dag één al zag wortelen. Geen overwicht hebben en vanaf dag één het kind zijn gang laten gaan, de zogeheten “vrije opvoeding.” Nu is er in beginsel natuurlijk niets mis met het vrij laten van je kind. Een kind ziet en ervaart dingen natuurlijk vanuit een heel ander perspectief dan het perspectief van waaruit de wereld om hem of haar heen is gecreëerd. Zo weet een kind niet dat een vaas niet bedoelt is om op de grond te gooien en een afstandsbediening niet gemaakt is om in de vaatwasser te stoppen. Of dat het speeltje uit mama haar nachtkastje niet iets is om mee naar buiten te nemen. Een kind ziet de werkelijkheid zoals hij eigenlijk werkelijk is. Een ruimte waarin tijd niet bestaat en er geen regels zijn die het leren belemmeren. Alles is nieuw. Alles is een avontuur en dus mag alles. Dat is eigenlijk de enige regel die er toe doet. Prachtig, en voor ons ouders leerzaam tegelijk. De leercurve die jonge kinderen hebben is vele malen groter dan die van ons. Onze hersenen zijn namelijk veelal geautomatiseerd terwijl die van kinderen echt nog iedere prikkel verwerken.   
Maar ja, 43 kapotte glazen verder was de tijd toch wel aangebroken om die kleine terrorist in zijn lurven te grijpen. Althans, dat dacht ik als niets vermoedende kinderloze. “Kijk, dat ze bij jou de boel aan gruzelementen slaan is tot daar en toe, maar in mijn huis gelden er verdomme wel regels”, dacht ik dan altijd.  
Kleine kindjes die in drie minuten veranderden in kleine duiveltjes. Iedereen zag het gebeuren…. behalve de ouders zelf. 
Nu wil ik niet zeggen dat er zoiets bestaat als slechte kinderen, een kind is immers een reflectie van jezelf (kots), maar er lopen kinderen bij waarvan je de luchtpijp toch echt wel even dicht zou willen knijpen. Niet te lang, maar gewoon even een paar seconden. Gewoon geheel pedagogisch verantwoord even laten schrikken. Niet zozeer om een leermomentje te creëren voor de kids, maar meer om de ouders te doen beseffen dat na het vernielen van drie vazen, vier wijnglazen en het aan stukken trekken van twee Barbiepoppen het toch echt wel eens tijd werd om in te grijpen.  

photo-1504437484202-613bb51ce359.jpg

Van die ouders die na het behalen van het strikdiploma van hun kind niet meer in staat waren om tot enige vorm van correctie over te gaan. Ouders, van stouthoekjes, time-outs en al die andere Super Nanny onzin. Of nog erger, ouders die bij het minste geringste er weer een lolly van een vierkante meter in pleurden om de boel te bedaren. Afgrijselijk. De weg van de minste weerstand. Ik keek het altijd met afgrijzen aan. “Hoe kon je dat je kind aan doen?”, dacht ik dan. Hier wordt niemand beter van. Geef die kleine duivel gewoon een tik voor zijn harses en iedereen is er van af. Jullie, ik en de rest van de wereld ook. Win, win, win. Ik zag mezelf destijds daarom ook meer als een toekomstige ouder van de iets wat traditionelere opvoedmethodes. De Surinaamse bijvoorbeeld. Beter bekend als de: “Jij doet verdomme wat ik zeg!!!” methode. 
Ja, dat leek me wel wat. Gezag en autoriteit als basis. 
Maar ja, een aantal jaren later zat ik zelf met mijn eerste kleine gup op schoot. Twee van die grote ogen die me vol verwondering aankeken en geen moment onbenut liet om op mijn gevoel in te spelen. Eigenlijk best wel apart. Ze kunnen immers helemaal niets. Ze pissen en schijten in hun broek en vegen schaamteloos hun snotbriebels af aan hun mouw of nog erger, vreten ze op.  Het maakte ook niet uit wat voor sterrengerechtje ik destijds voor haar snufferd schoof…. Uiteindelijk ging er natuurlijk niets boven een verse snotbriebel. 
Het leek ook wel alsof ze die smurrie opspaarde voor het moment dat ik iets op tafel zette wat ze niet lustte. Dat er een soort van reserve werd aangelegd voor die dagen dat er iets groens werd geserveerd. 
Onder luid gejuich vloog het plastic bakje dan weer door de lucht en zag ik mijn Robert Kranenborg-achtige creatie als een platte groene pannenkoek op de grond uit elkaar spatten. “Baba, Amy klaar”, riep ze dan vol vreugde, waarna ze zichzelf trakteerde op een witte snotbriebel. Maar goed, in plaats van kwaad te worden of vol afgrijzen te reageren op het toch wel zeer onsmakelijke tafereel dat zich voor mijn neus had afgespeeld, moest ik er eigenlijk altijd wel om lachen. En zo ging het eigenlijk met alle daden van terreur.    
Niets geen gezag of ferme toespraak. Eerder een blik van jaloezie. Met weemoed terugdenkend aan de tijd dat ik daar zelf nog mee weg kwam. Met oogkleppen van twee vierkante meter en broekzakken gevuld met geconcentreerd suiker bewoog ik me met haar door de wereld. Een spoor van verderf achterlatend die alleen voor anderen zichtbaar was. Nu de roze wolk waarop ik zo lekker voortbewoog echter is veranderd in een donderwolk van puberaal gedrag, hunker ik nog weleens terug naar die tijd waarin een lolly van een vierkante meter uitkomst bood… want God, wat werden ze dan ineens weer lekker zoet. Zucht. 


ROBERT
 

BlogRedactieComment