Onvoorstelbare bevalling: de dienstdoende kinderarts in het ziekenhuis was uitgerekend die speciale persoon die ik zo lang niet had gezien...

25 juli 2015, mijn uitgerekende datum. Daar lag ik thuis in bed weeën weg te puffen. Mijn man had de verloskundige al gebeld en we mochten komen. Hij was beneden alles klaar aan het maken voor vertrek. Ik bleef lekker liggen, dat was voor mij het fijnst. Toen hoorde ik ineens een enorme knak. Echt serieus hard, ik schrok ervan. Uit reactie sprong ik - voor zover dat ging met die enorme preggo belly - uit bed. Dat was maar goed ook, want op dat moment stroomde de Noordzee langs mijn benen naar beneden en dat had dat kleffe zweetmatje uit het kraampakket met geen mogelijkheid tegen kunnen houden. En we hadden net een nieuw bed, perfecte timing vlak voor een bevalling. ‘Paul help mijn vliezen zijn gebroken!’. Hij rende naar boven en ging met handdoeken in de weer om de boel op te dweilen en ze vervolgens in bad te gooien. ‘Dat zien we wel weer als we thuiskomen.’ 

Anyhow, waar dit voorstukje eigenlijk om draait: Mijn vruchtwater was niet ‘mooi helder’ zoals van tevoren was verteld hoe dat eruit ziet. Nee mijn vruchtwater leek meer op slootwater/rioolwater/zwemwater met blauwalg of iets dergelijks. Groen, bruin, alles behalve helder. Onze dochter had in het vruchtwater gepoept. Dat betekent een medische indicatie en bevallen op de verloskamer in plaats van in het kraamhotel hoorden we toen we in het ziekenhuis aankwamen. “Godver”, dacht ik, voor niks zo’n dure zorgverzekering afgesloten! Na de bevalling zou baby Lotte ook meteen mee moeten met de kinderarts. Dan worden onder andere de longetjes gecheckt of er geen meconium (wat een ontzettend chic woord voor kak) in terecht is gekomen. De rest van de bevalling laat ik even achterwege, wie weet schrijf ik daar nog een andere keer over. 

bevallingsverhaal 3.png

Dus door naar het moment dat onze dochter op de wereld kwam. Omdat ze netjes huilde - een geluid dat we de maanden daarna nog veelvuldig zouden horen - en geen rochelende geluiden maakte, mocht Paul de navelstreng nog doorknippen voor ze mee moest. Ik lag nog met m’n benen in de beugels de placenta eruit te duwen en Lotte werd meegenomen naar een ander kamertje. Op een afstand zag ik de kinderarts binnenkomen en datzelfde kamertje in gaan. 

Terwijl ik gehecht werd (fuck, dat doet meer pijn dan de bevalling!) kwam de kinderarts met onze dochter in haar armen de kamer binnenlopen. ‘Nou alles goed met Lotte hoor mevrouw!’ We keken elkaar aan en onze monden vielen open van verbazing. Daar stond mijn naamgenoot en beste vriendinnetje van de basisschool die ik al 15 jaar niet meer had gezien. Jaren waren we onafscheidelijk, totdat ze verhuisde, en nu stond ze daar 15 jaar later met mijn eerste kindje op de arm. Janken toch? Echt prachtig! Enthousiast begonnen we te kletsen (ik nog steeds in perspositie, mooi tafereel moet dat zijn geweest) ‘Wat leuk om je weer te zien!’ ‘Hoe gaat het met je?’ ‘Waar woon je nu?’ Het klikte weer alsof we nooit gescheiden waren geweest.

Bijzonder moment was dat, ik vertel het nog regelmatig op verjaardagen. Na de bevalling is ze nog een paar keer op de kamer langs geweest om een praatje te maken en ze is op kraamvisite geweest. Helaas woont ze ver weg en werkt ze nu in een ander ziekenhuis, dus we hebben elkaar jammer genoeg niet meer gezien. Maar via Instagram spreken we elkaar nog wel. Over onze bruiloften bijvoorbeeld, we zijn allebei getrouwd de afgelopen twee jaar, superleuk!

Liefs,

MADELON

InterviewsRedactieComment