"We gaan je bij de volgende wee knippen!". Kelly dacht alleen maar: 'HAAL. HAAR. ERUIT.'

31 mei 2017

Bijna een jaar geleden waggelde ik door mijn huis, naarstig op zoek naar spulletjes voor in de vluchtkoffer die ik allang 3 weken geleden had ingepakt. Het was een broeierig warme dag. Ik was er best een beetje klaar mee, maar het gaf me enigszins rust dat de baby nu niet lang meer op zich zou laten wachten. Ik had namelijk al twee dagen een soort buikpijn die ik niet kon plaatsen. Laag en steken met vlagen. Voorweeën? Kevin en ik maakten ons op voor de wekelijkse controle bij het ziekenhuis in Delft. Dr. Netten vroeg na een mooie controle of ze me mocht strippen, om het proces een beetje ‘op gang te helpen’. Tuurlijk, zei ik. Voor de zekerheid werd een dag ingepland om Hailey te halen, als ze zich niet binnen deze week zelf zou aandienen. 8 juni. ‘Maar ik denk dat ik je morgen al terug zie hoor’, zei ze met een knipoog.

 

Hoopvol! In de auto terug keken Kevin en ik elkaar even aan; rijden we misschien morgen dezelfde route met een baby terug naar huis? Thuis gebeurde er niet zoveel, de buikpijn nam alleen toe. Om 16 uur kreeg ik toch dusdanig pijn dat ik moest liggen of zitten om het op te kunnen vangen. ‘Zo lang mogelijk blijven lopen’, een advies van verschillende moeders die me voor zijn gegaan. Ik probeerde het toch steeds, van de keuken naar de woonkamer - en weer terug. Tegen zessen hing ik aan het raamkozijn. Dat klinkt megaraar, maar door mijn hele bovenlijf te strekken voelde ik minder pijn. Tegen 21:30 gaf mijn weeëntimer (ook zo’n tip) aan dat ze elke 3-4 minuten opkwamen. ‘We gaan naar het ziekenhuis’, zei Kevin.

 

Ik waggelde naar de spoedingang na een pijnlijke autorit, want hoe zachtjes Kevin ook reed, ik ging bij elke minidrempel door de grond. Ik dacht dat ik echt al ver was. Wat een grap. Eenmaal aan de CTG kreeg ik een check… ruim 2 cm ontsluiting. Ik ben van teleurstelling onder de douche gaan staan. We konden niets anders dan wachten. Eerst was ik in de veronderstelling dat ik weer naar huis moest. Maar ik kreeg een bandje om mijn arm, en ik vroeg - lekker bleu ook - ‘moet ik niet naar huis?’ ‘Nee schat, je gaat pas naar huis met je baby’. WOW, let that sink in. Toen werd de pijn minder, ik wilde ervoor gaan. Ik ga bijna mijn meisje ontmoeten!

 

1 juni 2017

Om 0:30 uur had ik 4 cm. Het schoot niet echt op voor mijn idee, maar de artsen verzekerde me dat dit normaal was. Ze vroegen of ik pijnstilling wilde, want voor een ruggenprik moest ik nu naar de OK. ‘Nee hoor, het gaat prima’ zei ik. Misschien straks het morfinepompje, dat was dan de enige optie die overbleef. Ik wilde het zo lang mogelijk uitstellen, want ik vertelde mezelf dat ‘het alleen maar erger zou worden’. 

 

03:00 uur: 7 cm en tijd om mijn vliezen te breken. Echt, tot het moment dat ze die braken vond ik het nog wel te doen. ‘Dat pompje waar je het over had, dat wil ik. NU’. Voor mijn gevoel nam het geen pijn weg, maar maakte het me slaperig. Ik heb gewoon tussen weeën door geslapen. Alsof je een powernap kon doen van een minuut, met geluk 2, en je weer een heeeel klein beetje energie had gewonnen. Ik pufte de weeën weg met Kevin en een stagiaire, die toen ik in verloskamer 3 werd geplant, vroeg of ze erbij mocht zijn. Welja joh. Achteraf heb ik een onwijze steun aan haar gehad. Ze hield me rustig  en kalm als de artsen met de vrouw in de kamer naast me bezig waren. 

 

Om 05:30 uur had ik 9 cm bereikt. Dit voelde letterlijk alsof er een meloen tussen mijn benen hing die er heel graag uitwilde, maar wat simpelweg niet paste. Ik heb dat altijd al zo bizar gevonden en als je er wat langer over nadenkt is het ook echt te gek voor woorden. Dat dit kán. Want ik kon het, ik wist het zeker. Ik heb bijna 1,5 uur gewerkt voor de laatste cm tot het persen. Een opluchting toen dat eindelijk mocht. ‘Schiet het wel op?!’, hoor ik mezelf nog blèren. ‘Ja, ik zie blonde haartjes!’ Maar na een paar keer persen zag ik de arts verwoed naar de hartmonitor kijken. ‘Wat gebeurt er?!’, schreeuwde ik. Zij bleef heel kalm. Gelukkig. Anders had ik misschien iemand een klap verkocht. ‘Je moet even op je zij weer wat weeën opvangen, ik ga een infuus bij je inbrengen’. Zo rustig als ze het zei, zo angstig voelde het voor mij. Waarom dan? Voordat ik het wist lag ik al op mijn zij en zorgde het infuus ervoor dat mijn hartslag omhoog ging, als een denderende trein hoorde ik mijn eigen gebonk door heel mijn lichaam. Later hoorde ik dat Hailey’s hartslag op en neer ging en soms eng laag bleef. Door mijn hartslag op te voeren werd die van haar weer stabiel. Toen ik weer terug op mijn rug mocht voor een perssessie, moest ik wederom na een aantal keer stoppen. ‘Die kleine wil er schuin uit. We gaan je bij de volgende wee knippen’. Best. Ik zou me op dat moment overal bij neerleggen. HAAL. HAAR. ERUIT. Na de knip ging het razendsnel. Een glibberig minimensje op mijn borst. Mijn baby. Ze was er! Helemaal volgroeid, compleet, goed op gewicht en bovenal, gezond.

 

Het gekke is inderdaad dat je de pijn vergeet. Dat je het wachten vergeet. Want zodra ze er was, was het het mooiste wat we ooit was overkomen. Het zwaarste ook wat ik ooit voor iets heb moeten doen. Maar het intens mooiste ooit. 

 

Liefs

 

Kelly & Hailey

BlogRedactieComment