Ik ben moeder van een prematuur

'Je moet nu je man bellen en zeggen dat hij de eerste vlucht terug naar Nederland pakt, hou er maar rekening mee dat je binnen nu en twee dagen kan gaan bevallen’. Dit waren de woorden van de verpleegkundige aan mijn bed in het ziekenhuis. Toen drong het pas tot me door, ik was 31 weken zwanger en vanwege bloedverlies opgenomen. Ik zag er de ernst nog niet van in, het komt vast wel goed, ik word zo weer naar huis gestuurd. Maar na een achtbaan van vijf dagen was ze daar toch, de kleine Isa. Geboren met 31+5 weken. 

upload.jpg

‘Wat een knappe dame’, hoorde ik de gynaecoloog zeggen toen ik bevallen was. ‘Knap?’, dacht ik. 'Het is een prematuur, die zijn toch niet knap?' We hadden al een rondleiding gehad op de NICU en ik had natuurlijk wat speurwerk op het internet gedaan toen ik in het ziekenhuis was opgenomen. Ik vond prematuurtjes eng. Ze zijn zo klein en kwetsbaar. Toen was ik ineens moeder van een prematuur. Isa werd bij mij neergelegd, eigenlijk was ze best schattig. Ze zag er best een beetje uit als een baby, maar dan heel klein. Ze had grote ogen, een rood glanzende dunne huid en alles zat er op en er aan. Hele kleine handjes met mini nageltjes en zelfs al blonde haartjes. Dit was ons kind, onze dochter. We waren papa en mama geworden. Papa en mama. Maar wel van een prematuur. Wat nu, hoe moet ik mij voelen? Moet ik blij zijn, trots, of juist verdrietig? Ik wist het niet, er ging zoveel door me heen, maar tegelijkertijd ook helemaal niks. Die ellendige pijn in mijn buik waar ik al vijf dagen mee rondliep, was weg. Dat voelde fijn zeg, echt als een opluchting. Maar mag ik dit wel denken? Doordat ik nu geen pijn meer heb, is wel mijn dochter geboren. Ze wordt bij mij weggehaald. Vechtend voor haar leven wordt ze in een plastic zak gestopt en krijgt ze een infuus aangeprikt. Ze ademt niet. Maar dat wist ik toen gelukkig niet. Ik kreeg niks mee. Papa was bij Isa en ik lag aan de andere kant van de verloskamer. Gelukkig kwam papa al gauw terug mijn kant op met een grote grijns op zijn trotse gezicht. Alles gaat goed! Wat een opluchting, ik kon ook weer lachen. We waren papa en mama geworden van een heel lief klein mini meisje.

upload.jpg

De weken daarna leefde ik op de automatische piloot. Ik zat zo goed als 24 uur per dag naast de couveuse in het ziekenhuis. Ik leefde op ziekenhuis maaltijden (lees: droge boterhammen) en stukken chocolade die meegebracht werden door bezoek. Af en toe even naar huis om op te laden. Ik denk dat niemand op dat moment begrijpt hoe heftig het is. Zo gek zelfs dat ik dit zelf op dat moment ook niet begreep. Achteraf terugkijkend op deze periode is dat besef pas gekomen. Het is wel mooi om te zien dat iedereen er wel iets over te zeggen heeft, of ja mooi, eigenlijk vooral heel frustrerend, maar achteraf bezien ook wel weer grappig. Ik neem jullie mee in een paar uitspraken:


1. ‘Ben je lekker aan het genieten op je roze wolk?’ Roze wolk? Waar dan? Er was geen roze wolk. Natuurlijk was ik enorm trots en blij. Maar ondertussen ook erg bang. Ik wist dat die achtbaan voorlopig nog niet stil zou gaan staan. Geen idee hoe lang dit zou gaan duren. Elke stap vooruit kon leiden tot twee stappen achteruit. Er hing meer een grijze wolk boven mij, die soms een klein beetje lichtroze kleurde wanneer ik tussen alle kabeltjes, infuusjes en plakkers door mijn dochter uit de couveuse mocht (laten) halen om even vast te houden.

2. ‘Je hebt in ieder geval wel een makkelijke bevalling gehad met zo’n kleintje!’ Nou, hoe weet jij dit? Hoe weten jullie hoe ik mij voelde toen ik aan het bevallen was? Ik wist eigenlijk niet eens dat de weeën waren begonnen, ik had inderdaad binnen no-time volledige ontsluiting en Isa is in een kwartier geboren. Maar wat er allemaal door mijn hoofd spookte maakte dit niet makkelijker. Ik mocht nog niet bevallen, Isa mocht nog niet geboren worden.

3. ‘Je kunt nu wel lekker uitrusten in het ziekenhuis’. Als moeder van een prematuur heb je geen rust. Isa kreeg om de twee uur een voeding en ik kolfde acht keer per dag om Isa een goede start te geven. Daarnaast heb je constant overleg met artsen en verpleegkundigen en staat er constant iemand in je kamer. Ik had geen kraamtijd. Ik sliep naast Isa in het ziekenhuis en als ik geluk had, kon ik even een uurtje slapen zonder dat er verpleging binnen kwam, de monitor af ging of het infuus leeg was en begon te piepen. Maar inderdaad, ik kon ook thuis gaan slapen, wetende dat mijn dochter 15 kilometer verderop alleen in een glazen bakje lag.

4. ‘De zoon van de zus van mijn buurman van drie straten verderop is ook te vroeg geboren, hij is nu 1.90m en straaljagerpiloot’. Jup, iedereen kent wel een verhaal van een te vroeg geboren kindje. En hoe goed het ook bedoeld is, op dat moment interesseert me dat he-le-maal niks!

5. ‘Je hebt in ieder geval niet die laatste weken al waggelend mee hoeven te maken’. Nee, en weet je hoe graag ik dat wel had gewild? Ik had ook mijn tenen niet meer willen kunnen zien en mijn veters niet meer willen kunnen strikken. Ik keek ook uit naar mijn verlof om me voor te bereiden op de kleine met wat tijd voor mezelf. 

upload.jpg

Maar goed, je kunt dit ook niemand kwalijk nemen. Alle bedoelingen zijn zo goed. Het is ook zo lastig om je in een ander te verplaatsen wanneer je dit zelf niet hebt meegemaakt, en gelukkig ook maar. Na zes weken mochten we naar huis. Ben ik nu nog moeder van een prematuur? Ja dat ben ik. Maar nee, zo voel ik me niet. Isa heeft wat extra zorg en aandacht nodig. Ze is wat eerder overprikkeld en heeft wat darmprobleempjes. Maar verder. Ze is gewoon klein, ons klein mini meisje. Ze is nu 4,5 maand oud en draagt nog maatje 56. Als ik door de supermarkt loop of met Isa ergens zit te lunchen, krijg ik regelmatig de vraag of ze net geboren is (waarom moet iedereen tegen je praten als je een baby bij je hebt?). Dan antwoord ik heel trots dat ze al 4,5 maand oud is! Ik ben namelijk moeder van een prematuur. Of nee, ik ben de moeder van Isa, een lief klein meisje!

 

 

LOTTE