Waarom doet iedereen mee aan rouwconcurrentie?!

“Jeetje meid... Dat is wel heftig hoor, maar gelukkig kende je je kindjes nog niet. De buurvrouw van mijn beste vriendin verloor haar kind toen het twee jaar was. Dat is pas erg!”

 

“Gelukkig was je pas negen weken zwanger toen je een miskraam kreeg, dan is het nog geen echt  kindje.”

 

Deze goedbedoelde, maar onwijs pijnlijke opmerkingen heb ik de afgelopen zes jaar regelmatig te horen gekregen. Ik snap nog niet waarom ze ‘troostend’ zouden moeten werken. Ik krijg deze opmerkingen niet alleen als ik over het verlies van mijn kinderen vertel, of schrijf. Ik kreeg ze ook toen ik ziek van verdriet was nadat de hond ingeslapen was en toen ik mijn opa -mijn held- verloor.

 

“Wat vervelend, maar ja, het was maar een hond en hij was al 13, toch?”

 

“Gelukkig is je opa oud geworden.”, of “Wees blij dat je hem gekend hebt. Ik heb mijn opa en oma nooit gekend.”

 

Het maakt niets uit

Het maakt helemaal niet uit wat, hoe en wanneer je iets of iemand verloren hebt. Dit is een persoonlijke kwestie. Voor mij maakte het niet uit hoe ver ik zwanger was toen ik mijn kinderen verloor. Het voelt allemaal hetzelfde. Het verdriet is ook hetzelfde. De eenzaamheid die erbij hoort ook. Of ik nu 10 weken of 31 weken zwanger was; ik verloor niet alleen mijn kind, maar ook de toekomst die ik voor ogen had toen ik met een positieve test in mijn handen stond. Het enige verschil is dat het ‘bevallen’ van Tijn (na bijna 10 weken zwangerschap) lichamelijk veel minder zwaar was dan toen ik Emma (na bijna 31 weken zwangerschap) moest baren. Het ‘bevallen’ van Tijn was met een paar uurtjes gebeurd, dat voelde meer als een hele heftige menstruatie. Van Emma moest ik echt bevallen. In stuit, inclusief knip, met eeuwigdurende weeën.

 

Rouwconcurrentie

Mensen proberen het verdriet van een ander (of van zichzelf) te verzachten door te zeggen dat een ander het veel zwaarder heeft (gehad). Daar zouden mensen als het aan mij ligt acuut mee moeten stoppen. Zoals ik al eerder schreef, rouwen is uniek. Het is persoonlijk. Ieder mens is anders, denkt anders en voelt anders. Er bestaan mijns inziens ook geen vijf fases, al wordt er in de literatuur over geschreven. Anders gezegd: ik beleef het helemaal niet zo in fases. Misschien komt het doordat heel mijn rouwproces van de hak op de tak gaat en er te veel om te rouwen is, maar hier blog ik graag een andere keer over. Het maakt dus niet uit hoe ver ik in de zwangerschap was. Het was dus niet ‘maar een hond’ en het maakt niet uit hoe lang we hem hadden. Hij was een onderdeel van het gezin. Een soort van gezinslid. En het maakt ook geen hol uit of mijn opa oud geworden is, of niet. Hij was mijn beste vriend en ik mis hem.

 

Verschillen

Zoals ik hierboven schreef zouden mensen wat mij betreft dus moeten stoppen met het concurreren van verdriet. Ik heb het niet zwaarder dan een ander en een ander heeft het niet zwaarder dan ik. Het is de hele belevenis. Hoe is iemand opgevoed? Hoe stabiel is iemand? Er komt zóveel bij kijken. Ik heb sinds een maand of vier lotgenotencontact en ik vind het tot zekere hoogte erg fijn. Ik hoor en lees hoe anderen hun verlies beleven, ervaren en dragen. We hebben - tot op zekere hoogte - hetzelfde verhaal, maar ik zie dat het bij iedereen anders tot uiting komt. Er worden dagelijks gedichtjes gedeeld, kaarsjes gebrand, foto’s gedeeld en hele altaartjes gebouwd. Iedereen doet wat bij hem of haar past. Niets is hierin goed of fout. Ik brand niet dagelijks een kaarsje voor mijn kindjes en ik heb geen altaartje of gedenkplekje gemaakt. Ik doe wat goed voelt op mijn eigen manier. Ondanks dat ik het bovenstaande niet doe, wil dat niet zeggen dat ik dan minder verdriet zou hebben.

 

Troosten
Door tegen iemand -die het op welke manier dan ook zwaar heeft- te zeggen dat het bij een ander erger was of nog is, neem je dus eigenlijk de gevoelens van degene met het verdriet niet serieus. Met zo’n opmerking zeg je dat dat het wel meevalt, want de nicht van je achterbuurvrouw haar zus had het immers erger. Dit is dan ook geen fijne manier om te troosten. Laat iemand zijn of haar verhaal doen. Probeer je te verplaatsen in de ander. Luister. Huil desnoods mee. Zeg dat je het erg vindt voor de ander, of dat je niet weet wat je moet zeggen. Dat is echt altijd nog beter dan concurreren met verdriet. Oh, en kijk de aflevering van DWDD Summerschool over verdriet door Femke van der Laan eens terug. Zij legt het zo mooi uit.

LAU (anoniem)