Violet, het meisje dat niet geboren mocht worden...

Ogen vol met tranen, zo lang heb ik ze tegengehouden. Ik vond dat ik geen reden had om verdrietig te zijn. Ik heb dit immers zelf gedaan?! Maar sinds ik een nieuwe baan heb (in de zorg) word ik er vaker mee geconfronteerd. Het verdriet slijt niet, het krijgt geen plekje, het doet nog steeds zeer.


 

Vier jaar geleden heb ik een abortus ondergaan. Op dat moment voelde het als de juiste keuze en daar hou ik me aan vast. Vier jaar geleden was ik net afgestudeerd en had ik mijn eerste baan en het vooruitzicht op nog een lange opbouw qua carrière. Ik had al een dochter uit een eerdere relatie en de relatie waar ik op dat moment in zat was verre van goed, maar ik vond mezelf niet goed genoeg voor iets beters. Onregelmatige diensten en een hoge vruchtbaarheid zorgden ervoor dat ik onverwachts zwanger raakte. Ik dacht: ‘Hier gaan we wat van maken’. Hij dacht: ‘Daar heb je toch pillen voor?’ Op dat moment in mijn leven was ik niet klaar om nog een kind alleen op te voeden. Ik dacht dat ik het niet aan kon (misschien was dat zo, misschien ook niet, ik zal het nooit weten) en ook mijn familie zag mij dat niet doen, wat toch ook echt wel invloed heeft gehad op mijn beslissing.

 


Ik denk nog vaak terug aan die dagen, hoe ik me voelde. De beelden van bepaalde momenten, ze staan op mijn netvlies gebrand. Misschien nog wel meer dan de beelden van mijn bevallingen (van de kinderen die er wel mochten komen zegt een stemmetje in mijn hoofd als ik dit typ). Ik weet ook nog heel goed dat ik meerdere keren stil stond bij hoe ik me voelde en letterlijk tegen mezelf zei: ‘Je kunt nog weg, als je dit niet wil, dan kun je nu op staan en weg gaan’. Maar ik deed het niet, want ik wilde niet weg. Ik wilde ook geen roesje. Ik wilde alles mee maken. Ik vond dat dat moest, omdat dit mijn beslissing was, ik mocht daar dan ook geen seconde van missen.

 


Daarna voelde ik me eigenlijk best prima. Ik had nauwelijks pijn en bloedde ook niet echt. Er was eigenlijk vrij weinig wat me deed herinneren aan wat er net was gebeurd. Dat voelde tegenstrijdig en niet helemaal terecht. Ik was ook opgelucht; ‘Zo, dat had ik gehad, heel rot, maar nu kan ik weer door’. Dat deed ik dan ook. Ik zorgde er voor dat mijn leven beter werd, i kocht een huis, ik werkte aan mijn carrière en ik kreeg nog twer kinderen. Nog steeds met dezelfde man met wie ik die niet-zo-geweldige-relatie had. De eerste van die twee was min of meer gepland, alsof ik met de abortus op pauze had gedrukt en met deze zwangerschap gewoon weer verder ging waar ik gebleven was. Het maakte veel goed, maar niet alles. Veel te snel daarna werd mijn relatie verbroken en bleek ik, als een soort van afscheidscadeautje, opnieuw ongepland zwanger te zijn. Dit keer maakte ik heel bewust de keuze om het kindje wel te houden terwijl zijn reactie hetzelfde was als de vorige keer.

 


Ik had mijn handen, mijn hart en mijn hoofd vol met inmiddels drie kinderen en het opkrabbelen na die relatie. Ik dacht dat ik alles op een rijtje had. Ja, af en toe dacht ik er nog wel aan. Maar dat is ook normaal, soms, heel soms, moest ik ineens huilen. Maar dan gaf ik de schuld aan hormonen, of slecht slapen, of wat dan ook. Totdat ik op m'n werk twee vrouwen in een vergelijkbare situatie tegen kwam. Twee keer zat ik huilend in de auto terug naar huis. Rond diezelfde tijd laaide ook de discussie over abortus op omdat er in de VS een nieuwe wet werd aangenomen. Ik dacht er ineens elke dag aan en zag meerdere keren op een dag die specifieke beelden voor me. Toen wist ik wel dat ik er wat mee moest. Ik heb dit toen gedeeld tijdens mijn supervisie, ik wilde niet, ik wilde gewoon door gaan met mijn leven zoals het was, niet nadenken over wat er was gebeurd. Ik heb geen spijt van de beslissing die ik toen genomen heb, maar ik vind het zo ontzettend moeilijk dat dat toen de juiste beslissing voor mij was. En juist omdat het mijn eigen beslissing was vond ik dat ik er niet verdrietig om mocht zijn. Iets met ‘wie zijn kont brandt moet op de blaren zitten’. Ik had dit gedaan, dus ik moest die pijn ook maar voelen.

 


Tijdens die supervisie zag ik haar ineens voor me. Het meisje dat ze geweest zou zijn. Want ook al dacht ik tijdens die zwangerschap dat het een jongetje zou zijn, vooral ook omdat mijn ex dat zei, wist ik nu ineens heel zeker dat ze een meisje was. Een meisje van bijna vier met blond krullend haar wat los over haar rug hangt met een klein vlechtje voor in. Violet, dat is de naam die ineens omhoog komt. Waarom?! Geen idee. Ik heb nooit ook maar overwogen een kind van mij zo te noemen. Ik weet niet eens of ik het perse een mooie naam vind, ook geen lelijke, maar niet mijn keuze. Maar zo heet ze. En ook al heb ik dit zelf gedaan, ook al had ik tig kansen om er niet mee door te gaan en deed ik dat toch, ik heb verdriet. Ik mis haar, het idee van wat had kunnen zijn, ik voel me schuldig dat ik haar niet kon bieden wat ik mijn andere kinderen wel bied. Ik kan niet snappen waarom juist zij er niet mocht zijn. En ik voel mij slecht dat ik zo’n keuze heb gemaakt, dat ik heb beslist over een leven. Ik rouw, ik rouw over wat had kunnen zijn, over hoe het is gelopen, over dat ik toen geen andere optie zag. En voor het eerst in vier jaar sta ik mezelf toe hierom te rouwen. Met tranen die inmiddels over mijn wangen stromen denk ik aan Violet, voel ik alle emoties, sta ik mezelf toe me schuldig, verdrietig en alles er op en eraan te voelen.



JANE DOE