33 weken zwanger is Elien wanneer ze plotseling van de trap valt..

Maandag 12 december 2016

De bel gaat op school. Samen met mijn collega’s wandel ik naar de speelplaats om de kids mee naar de klas te nemen. Bovenaan het trapje blijf ik even staan terwijl ik nog lachend iets over mijn schouder zeg tegen de juf van de vierde. En dan gebeurt het. Verloor ik mijn evenwicht? Struikelde ik? Bleef mijn schoen haperen? Ik weet het nog steeds niet goed. Wat ik wel weet, is dat ik twee seconden later op handen en knieën beneden aan het trapje lig en denk: ‘Oef, ik ben niet op mijn buik gevallen…’ En dan begin ik te lachen, terwijl mijn collega’s me met open mond recht trekken. Annemie, mijn co-teacher, is zo aangedaan dat ze naar me staat te roepen om te stoppen met lachen. Maar dit was puur een reactie door de schok, besefte ik later. De hele dag door voel ik onze kleine meid nog goed bewegen. “Niks aan de hand dus”, denk ik. Diezelfde dag moeten we in Leuven zijn voor prenatale lessen. Jan, mijn vriend, is er toch niet gerust op. Voor de lessen beginnen, vertellen we aan de vroedvrouw dat ik gevallen ben. ‘Meteen naar verloskunde!’, is het antwoord. Geen prenatale lessen, maar een avondje bloed prikken en aan de monitor hangen. Alles lijkt in orde te zijn en we mogen rond 22u weer naar huis vertrekken. We pikken zelfs nog het laatste deel van de lessen mee.


Dinsdag 13 december 2016

Mijn telefoon gaat: de gynaecoloog. Ze wil dat we binnen een week toch nog een keertje terugkomen voor een extra controle. Gewoon, voor de zekerheid. Geen paniek, mevrouw. Gewoon, ter controle. Shit…



Maandag 19 december 2016

Opnieuw staan we voor verloskunde, nietsvermoedend. We nemen de lift naar boven en de vrouw schalt door de luidspreker: ‘Tweede verdieping.’ Een verpleegster neemt me mee naar een kamer waar weer bloed geprikt wordt en ik hang een uur aan de monitor. Die zou de komende dagen mijn trouwe metgezel worden, maar dat weet ik dan nog niet. Rond 18u zijn de onderzoeken afgerond. Van het bloedonderzoek worden we zo snel mogelijk op de hoogte gebracht. Eenmaal thuis gekomen begin ik aan het eten, waarna we aan tafel nog even kijken naar ‘Friends’. Om 20u gaat de telefoon. De gynaecoloog. Dat het niet goed is. Dat we meteen weer naar verloskunde moeten komen. En dat ik best maar een zak meebreng met wat spulletjes, want ik zal moeten blijven. Boem. En de wereld staat stil. Wat is er in godsnaam aan de hand? Wat pakken we in? Zal ik lang moeten blijven? Nemen we kleertjes mee voor de baby? Een halfuur later vertrekken we in alle haast naar het ziekenhuis. Opnieuw, verloskunde. Na alweer een reeks onderzoeken, zegt de gynaecoloog ons dat we beter nog een nachtje naar huis gaan. ‘Jullie zijn zo halsoverkop vertrokken. Dan kan je nog wat tot rust komen.’ Veel ‘tot rust komen’ zat er niet in. Wat doe je, wat denk je, wanneer je weet dat er iets grondig mis is met je kleintje? Wanneer je eigenlijk nog meer dan zeven weken te gaan hebt? Wanneer dat kleintje helemaal nog niet klaar is om te komen? Juist ja, de hele nacht wakker in de stoel zitten.

elien.jpeg

Dinsdag 20 december 2016

Tegen de middag vertrekken we naar het ziekenhuis. Daar krijg ik een kamer toegewezen. Die kamer zal het begin en het eindpunt worden van ons verblijf en onze reis. Vanaf vandaag is het elke dag hetzelfde ritueel: ’s ochtends wordt er bloed geprikt. Twee keer per dag moet ik aan de monitor. Ondertussen loopt Jan van hier naar daar om alles in orde te brengen. Wat juist allemaal in orde gebracht moet worden, weten we niet goed. Wanneer zal ze komen, deze week nog? Binnen twee weken? Zal ik toch de 40 weken nog halen? Zoveel onzekerheid…





Donderdag 22 december 2016

’s Ochtends wordt er bloed geprikt in mijn ondertussen goed blauw-groene arm. Daarna is het weer tijd voor de monitor. Om 12 uur brengt de verpleegkundige mijn middageten. Jan vertrekt naar landelijke thuiszorg en gaat nog even naar huis om extra kleding op te pikken. Om 14 uur komt de vroedvrouw binnen. De blik op haar gezicht spreekt boekdelen. En dan spreekt ze die woorden uit die je absoluut niet wil horen: ‘Mevrouw, ik had liever gehad dat de dokter u dit kon vertellen, maar we hebben net de bloedresultaten binnen. Ze zijn niet goed. De bloedwaarden van de baby in uw bloed zijn enorm verhoogd. We hebben na overleg met de professor in Gasthuisberg beslist om meteen een spoedkeizersnede te doen. De dokter is nu onderweg naar hier.’ Blinde paniek. De vroedvrouw gaat weer buiten om alles gereed te maken. Daar lig ik dan, helemaal alleen. Ik voel de tranen prikken achter mijn ogen en mijn keel knijpt dicht. Ik moet iemand bellen, iemand bereiken, iemand vinden die me gerust kan stellen en kan zeggen dat alles goedkomt. Ik graai naar mijn telefoon en ga het lijstje af: Jan, mama, papa, beste vriendin, nog eens Jan. Wanneer niemand opneemt, stort ik in. Ik laat de vloed aan tranen komen en de emoties van de afgelopen dagen nemen het even over. Wat voelde ik me op die moment eenzaam. Wanneer de vroedvrouwen weer binnenkomen met het nodige materiaal, veeg ik snel mijn tranen weg. ‘Gaat het een beetje, mevrouw..?’ Goedbedoelde vraag, uiteraard gaat het niet. Maar dat wil ik niet tonen. Ja, het gaat. Ik probeer Jan nog een keer te bellen. Eindelijk neemt hij op! En… Valt weer weg. Later vertelt hij dat hij in de lift van de parking zat, terug naar beneden want hij wist niet of hij de auto wel op slot had gedaan. Want dat hoort zo, op zo’n momenten in het leven (Aah, de ironie. Nu, drie jaar later, kan dat…). Een drankje voor de maag en een blaassonde later word ik naar het operatiekwartier gebracht. Mijn handen zijn net vijvers wanneer de anesthesist de epidurale prikt (Niks van gevoeld trouwens.). Daar gaan we.

elien2.jpeg

Donderdag, 22 december 2016

De anesthesist praat me door de hele operatie. Hij vertelt stap voor stap wat er gebeurt. Ik voel de verdoving stijgen en krijg het moeilijk om te ademen. En die maag wil ook even niet mee. Wanneer hoor ik haar? Gaat alles wel goed? En dan, om 15u01, horen we plots een luid gehuil van achter het doek komen. Ons klein maar dapper popje zet haar keeltje meteen goed open. ‘Proficiat, mevrouw, het is een meisje! 15u01, noteer dat maar.’ Een traan rolt over mijn wang wanneer ze onze kleine meid meenemen naar een aparte kamer. Jan loopt meteen met haar mee. Vijf minuten later (het leken wel vijf uren) komt Jan met onze dochter in een doek gewikkeld naast mij staan. Ik kan een glimp opvangen van een klein neusje, de oogjes nog dicht. En dan verdwijnt ze weer. Meteen naar de neonatologie. Het zal nog enkele uren duren voor ik haar weer zie. Ondertussen komt de vroedvrouw naast mij staan en vraagt: ‘Hoe gaat u haar noemen?’ ‘Jozefien’, zeg ik.







ELIEN