Bevallingsverhaal: "Jullie kindje heeft een groter hoofd dan gemiddeld"

“Jullie kindje heeft een groter hoofdje dan gemiddeld, om het in percentages uit te drukken 97,97 procent van alle baby’s heeft een kleiner hoofd”, aldus de verloskundige tijdens een liggingsecho. “Prettig te weten, dankjewel, denk ik cynisch. We worden doorgestuurd naar de gynaecoloog. “Hoe denkt u over thuis bevallen?“, vraag ik aan de gynaecoloog? “Dat kan prima, als het niet vordert kunnen jullie als nog hier terecht.” Het hoofdje wilde niet indalen tijdens de laatste weken, maar ach dat kon tijdens de bevalling toch ook wel. We maken duidelijke afspraken met de verloskundepraktijk: we gaan het thuis proberen, maar als de bevalling stagneert gaan we laagdrempelig naar het ziekenhuis. We houden rekening met het feit dat het hoofdje groter is. Ook weten ze dat ik er niet geheel gerust op ben en dat ik tegen de bevalling op zie.



Met 41+6 beginnen mijn weeën om 19u ‘s avonds in het pannenkoekenrestaurant. Ik deed er nog lacherig over, maar ik wist het zeker, dit was het echt. Ik was zo blij dat het begon. Samen met Albert ging ik dit doen. Wij kunnen dit. Toen we thuis waren bleven de weeën om de tien minuten of kwartier komen. We gingen naar bed, maar ik kon niet meer slapen. De weeën werden heftiger en pijnlijker. Om 1u ging ik uit bed en om 5u heb ik manlief wakker gemaakt. Uren achter elkaar hebben we ze opgevangen. Als een echt team. Wat een lieverd die Albert, ik wist het al, maar dat hij zo een enorme steunpilaar was, was zo ontzettend fijn en geruststellend. Ik liep heen en weer, ging in bad, hing over de rand, stond onder de douche. Albert timede de weeën en gaf me alles wat ik vroeg van hem.



“Zullen we niet is de verloskundige bellen?”, vraagt Albert om 7u. “Nee schat, bij mijn zussen duurt de bevalling ook lang, pfff, pfff, pfff, pffff”, zuchtte ik door. “Flink zijn”, dacht ik. Om half tien ‘s ochtends hield ik het niet meer uit en wilde ik weten hoever ik was. Ik kreeg Marjan aan de lijn, mijn vaste verloskundige. Ik wist dat ze dienst had. De teleurstelling was dan ook groot toen ze zei dat ze de dienst ging overdragen aan een collega van het andere team. Jolanda kwam. “Wat doe je het goed meid, wat zijn je weeën al pittig, je heb het goed volgehouden tot nu toe, laten we is even kijken hoever je bent.” 4 Centimeter. “Wat? Is dit normaal?“, denk ik. 4 Centimeter? Na heel de nacht weeën klokje rond? Ik spreek mijn zorgen niet uit, maar ik zeg wel dat het me tegenvalt. “Zou de baby toch niet verder indalen? Is het hoofd te groot? Past het hoofdje wel door het bekken?”, die gedachtes schieten door mijn hoofd. De tijd of energie om ze uit te spreken heb ik niet. We spreken af dat ze over twee uur weer terug komt.



Om 12u komt Marieke de dienst weer overdragen aan de volgende verloskundige. Hier begint de ellende. Deze verloskundige begint met frisse moed aan - voor haar - een nieuwe bevalling. Voor mij is het daarentegen al een lang verhaal aan het worden. Ik raak moe en kan de pijn steeds minder goed verdragen. Ik heb 5 centimeter ontsluiting, maar mijn weeën zijn intens, heftig en naar mijn idee passend bij het eind stadium. Om 14u prikt ze mijn vliezen door. Ik krijg weeën zeer snel op elkaar, nauwelijks kan ik ze nog opvangen. Ik word bang. Het duurt al zo lang. Ik heb geen vertrouwen meer in mijzelf, maar ook niet in de thuissituatie. Ik wil naar het ziekenhuis. “Hou nog even vol”, zegt de verloskundige, “ga nog maar een uurtje in bad.” Ik sputter wat en in mij schreeuwt alles: “NEE”. Toch luister ik naar haar en doe ik het, zij moet het weten toch? Zij is hier de professional. Als ik om 17u nog maar 6 centimeter heb, is de maat vol en vertrekken we naar het ziekenhuis. Ik kies er voor om met de verloskundige mee te rijden. Zij zal vast beter weten hoe ze me de rit door moet helpen dan mijn lieve man. De verloskundige weet de weg helemaal niet naar het ziekenhuis en rijdt dwars door de stad in de spits. Ik het ziekenhuis gaat ze ook nog eens naar de verkeerde afdeling. Gelukkig heeft Albert zijn verstand nog bij zich en brengt hij me op de goede plek.

In het ziekenhuis is geen tijd voor mij of voor pijnstilling er zijn er andere prioriteiten. Mijn eigen verloskundige kiest ervoor weg te gaan, want ik wil pijnstilling. De bevalling word dan medisch en zij heeft nog ander werk te doen! Daar liggen we dan. Gedropt in het ziekenhuis wachtend op iemand die mij kan helpen. Anderhalf uur moet ik wachten, weeën weg puffen. Als we op de bel drukken omdat ik het niet meer trek, komt er een boze verpleegkundige. Ze zegt dat we geduld moeten hebben. En dan om 18.30u krijg ik de ruggenprik. Om vervolgens te horen dat de baby een sterrenkijker is en nog steeds niet is ingedaald. Daarbij komt dat ik nog steeds 6 centimeter heb. Dit kan er ook nog wel bij. Even heb ik rust, maar om 20.30u zijn de weeën in volle hevigheid weer terug. Ik kan niet meer. Ben uitgeput. En wat een pijn is dit, waarom heeft niemand mij dit verteld? Nooit, maar dan ook echt nooit meer, ga ik dit ooit doen in mijn leven!

IMG_20190814_012520.jpg

Om 22u heb ik 8 centimeter en inmiddels heeft een gynaecoloog het hoofdje inwendig gedraaid en ligt de baby zoals het hoort. Als ik om 23u geen 9 centimeter heb, wordt het een keizersnede wordt er gezegd. Stiekem denk ik: “Laat het alsjeblieft zo zijn dan halen ze het en weet ik dat mijn baby er ongeschonden uit komt.” Om 23u is daar het moment; ja 9 centimeter. Ik zeg: “Ik doe het niet meerx ik kan het niet. Ik wil dat het NU eruit komt!” Tussen de weeën door huil ik van verdriet, eenzaamheid en ik voel me onbegrepen. De verloskundige die komt masseert een randje weg van onderen en dan moet ik zachtjes met elke wee mee persen. Om 23.30u moet ik krachtig gaan persen ook al heb ik geen persweeën. Om 23.45u krijg ik een knip en ja, daar is hij; Sem. Mijn lieve kindje Sem is geboren en huilt gelukkig. Ik ook. Wat ben ik intens blij dat het klaar is. Maar ik voel direct dat mijn leven nooit meer hetzelfde zal zijn.

In de eerste plaats is daar de verantwoording die ik voel voor mijn kleine jongen, maar ik weet ook dat deze bevalling en ervaring mij zal vormen voor de rest van mijn leven. Sem heeft een enorme bult op zijn achterhoofd. Dit komt omdat hij een poos verkeerd heeft gelegen voor het bekken en hierdoor veel druk op zijn hoofd is gekomen. De kraamweek is een grote rollercoaster. Ik voel me verdrietig, een falende vrouw die niet fatsoenlijk een kind op de wereld kan zetten. Als ik Sem zie voel ik een ongekende liefde, maar ik voel me ook bang. Bang voor alles wat nog komen gaat. De kraamvisite beperken we en verdelen we over de dag. Sem is onrustig en vanaf dag één een baby dat weinig slaapt. Hij is ontevreden en huilt veel. De kraamverzorgster met 30 jaar ervaring is zelfs oprecht verbaasd dat hij zo weinig slaapt. Als hij twee weken oud is laten we hem behandelen voor het KISS-syndroom. Even gaat het slapen iets beter, maar veel verandering is er niet. Sem blijft enorm veel huilen. Soms zijn er uren dat ik mee huil. Ik voel me ongekend machteloos en enorm moe. Met zes weken wordt hij opgenomen in het ziekenhuis ter observatie.

De conclusie is een overprikkelde baby met een moeilijke start door een heftige bevalling. Na anderhalve week nemen we hem mee naar huis. En vanaf dat moment gaat het beter. Sem is rustiger en heeft een beter slaapritme te pakken. De dag dat hij thuis kwam was ik enorm nerveus. “Wat als het huilen weer begint? Kan ik het wel? Ligt het aan mij?” Als Sem twee maanden oud is zoeken we samen hulp voor de verwerking van de bevalling. Zoekend naar antwoorden op bepaalde vragen en gevoelens die ik had. Ook zijn we het gesprek aan gegaan met de verloskundigepraktijk en die hebben meermaals hun excuus aangeboden. De begeleiding tijdens de bevalling was onder de maat. Dit had niet mogen gebeuren. Er waren duidelijke afspraken, maar deze zijn niet nagekomen.

Het was een traumatische ervaring maar ik ben hier sterker door geworden. En nu gaat het goed. We hebben Sem een beetje groot gekeken als baby, dat wel. Maar inmiddels is het een hele lieve, sociale peuter van drie jaar oud en grote broer waar we zo ontzettend veel van houden.



JANE DOE